De geschiedenis van het Midden Oosten conflict.

Het beste boek over hoe  de internationale journalistiek bericht over het Midden Oosten is van Joris Luyendijk en het heet Het Zijn Net Mensen.

Van de Arabieren zegt hij, kort samengevat, dat het net zulke mensen zijn als U en ik, maar dat hun samenleving niet deugt. De regimes zijn overal dictatoriaal en ze verkeren op voet van oorlog met hun burgers. Van het nieuws in de Arabische wereld en over het Arabisch-Israëlische conflict zegt hij dat het wordt gemanipuleerd. Een van de gebruikte methoden van manipulatie is misleidend woordgebruik. Hij vindt overigens dat de Israëliërs daar beter in zijn dan de Palestijnen.

Een objectief woordgebruik is een van de eerste slachtoffers van iedere oorlog. Bij een beschrijving van dezelfde feiten heeft de een het over heilige martelaren en de ander over bloedige terroristen. Journalisten zouden moeten volstaan met de beschrijving van het opblazen van mensen en het aan de lezer of kijker moeten overlaten om te besluiten of zoiets terreur is of niet. Het lijkt me legitiem om daarbij op te merken dat de Israëli’s het vooral deden toen de Britten nog de baas waren in Palestina en dat Fatah en Hamas het nu doen. Terreur is een bruikbaar wapen tegen een beschaafdere tegenstander en de onderliggende partij grijpt er naar als het effectief blijkt.

Het lijkt eigenlijk wel wat op het staken van de schoonmakers in de treinen. Wie ze er mee hebben zijn de onschuldige passagiers. Waar ze op hopen is dat de directie van schoonmaakbedrijven met die mensen medelijden krijgt of dat de NS zo’n schoonmaakbedrijf eruit gooit als ze de stakers niet hun zin geven. Gebruik de woorden staken en uitbuiten in dit verband en je krijgt als staker meteen veel mensen op je hand, vooral natuurlijk de mensen die er zelf geen last van hebben.

Maar niet alleen door een geladen woordgebruik kan men misleiden, ook door dezelfde woorden te gebruiken voor verschillende feiten. Wie opmerkt dat Hamas anti-Israëlisch is zoals de Israëli’s anti-Palestijns zijn, verduistert een belangrijk verschil: Israël propageert niet de vernietiging van de Palestijnen, maar Hamas wel de vernietiging van Israël. Het geweldgebruik  tussen de beide naties, Palestina en Israël, is heel eenzijdig. Israël treedt met beheersing op en gebruikt geen fractie van zijn vernietigend vermogen. In Israël heeft de overheid het geweldsmonopolie, dat alleen door een handvol kolonisten op de Westelijke Jordaanoever sporadisch is doorbroken. In de Palestijnse gebieden is de macht van de Autoriteit symbolisch en gaan door olielanden gefinancierde en bewapende milities vrij hun gang. De Palestijnen zetten alles in wat hun aan geweldsmiddelen ter beschikking staat.

Luyendijk merkt op dat het gezegde dat als er twee vechten ook twee schuld hebben niet altijd klopt. Hij heeft gelijk. In het Israëlisch- Palestijnse conflict ligt het lijden en het ongelijk overwegend aan één kant: de Palestijnse kant. Hij laat ook zien hoe dat komt. Palestijnen en andere Arabieren willen niet in de eerste plaats  vrede, zij willen een rechtvaardige vrede. Wat rechtvaardig is, bepalen zij. Wie graag wil weten wat de legitieme belangen van beide partijen zijn moet de geschiedenis van het conflict bestuderen. De vorige paus had dat kennelijk niet gedaan en alles wat die man  zei over het Midden Oosten dient U met een korrel zout te nemen.

Het zou verdienstelijk zijn van journalisten en anderen die iets te melden hebben over het Midden Oosten conflict, als zij ons over de geschiedenis zouden willen voorlichten. Als zij niet klakkeloos de versie van een van de strijdende partijen overnamen.

Tot 1947 was het omstreden Palestijnse gebied deel van het Britse mandaatgebied Palestina. Het mandaat was door de Volkenbond aan het Verenigd Koninkrijk gegeven na de eerste wereldoorlog. In die oorlog werd Turkije verslagen zodat over de toekomst van de niet-Turkse gebieden binnen het Ottomaanse rijk moest worden beslist.

Vóór die oorlog maakte Palestina deel uit van de Turkse provincie Syrië. Het mandaatgebied omvatte Israël, de Westelijke Jordaanoever en in het begin ook het tegenwoordige koninkrijk Jordanië. Het mandaat werd bewoond door christenen, joden en moslims[1]. Er woonden in meerderheid christelijke en mohammedaanse Arabieren en in minderheid woonden er joden. Een deel van die joden had er altijd al gewoond en een ander deel was in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw naar Israël gekomen. Deze zogenaamde Zionisten kwamen vooral uit Midden en Oost Europa, op de vlucht voor het daar heersende antisemitisme. De Zionistische immigratie vond plaats met instemming van de machthebbers in Palestina, ook de Arabische machthebbers. Zij profiteerden van de immigratie en de joodse landaankoop. Bij de aanvang van de Zionistische kolonisatie woonden de ongeveer honderdduizend Arabische bewoners in Palestina, in hoofdzaak in de kuststeden en in Jeruzalem en verder in de dorpen van Galilea. De ontginning door de Zionisten van de woeste gebieden elders in het land bracht een Arabische immigratie op gang uit de buurlanden. In 1947 waren zowel de joden als de Arabieren in meerderheid immigranten of kinderen van immigranten. De omvang van de bevolking was gestegen van honderd duizend naar twee miljoen en de verdeling van de bevolkingsgroepen  in 1947 was twee derden Arabisch en een derde joods. Bij het joodse deel hoorden toen in de praktijk nog niet de slachtoffers van de Holocaust, want die kregen van de Britten maar heel mondjesmaat immigratievergunning. Voor een klein deel kwamen ze illegaal het land binnen. De meerderheid wachtte in kampen buiten de regio het uitroepen van de staat Israël af.

De Volkenbond werd na de tweede wereldoorlog vervangen door de Verenigde Naties. Die deden hun best om tot een vreedzame verdeling van het land tussen de twee bevolkingsgroepen te komen. In het gebied ten Oosten van de Jordaan woonden geen Joden, dat kon gemakkelijk bij de door de Engelsen aangestelde Hashemitische vorst Abdoellah blijven. Palestina ten Westen van de Jordaan werd in het plan van de VN verdeeld tussen Arabieren en Joden, waarbij de meerderheid van de bruikbare grond aan de Arabieren werd toegewezen. Deze verdeling werd door de Arabische inwoners van Palestina en door de Arabische nabuurlanden niet geaccepteerd, maar Israël aanvaardde wel en riep meteen de onafhankelijkheid uit. Die haast hield verband met de oorlogsslachtoffers die in hun kampen zaten te wachten. De onafhankelijkheidsverklaring was voor de buurlanden aanleiding om Israël aan te vallen en voor veel van de Arabische bewoners om tijdelijk de wijk te nemen naar de buurlanden, waar ze het oorlogsgeweld konden vermijden. In enkele gevallen is de emigratie van Palestijnen bewijsbaar door de Joden bevorderd maar de meerderheid vertrok uit vrije wil onder het motto reculer pour mieux sauter.

De godsdienstig-politieke leider van de Palestijnen, de Groot Moefti van Jeruzalem had een belangrijk aandeel in de vlucht van de Arabische bewoners. Hij spoorde de Arabieren niet alleen aan om de legers van de buurlanden niet in de weg te lopen maar riep op tot het vermoorden van alle Joden. Zo luidde ook de radioboodschappen waarmee de buurlanden ten oorlog trokken.

De oorlog had een gemengde uitkomst: koning Abdoellah wist de westelijke Jordaanoever te veroveren en de oude stad van Jeruzalem. Dat gebied werd bij het koninkrijk Jordanië ingelijfd. De rest van nog niet verdeelde mandaatgebied plus het Egyptische Gaza kwam in handen van Israël. In de oorlog van 1967 en daarna nog een keer in 1973  probeerden de Arabische naties om het verloren gebied te heroveren maar het omgekeerde gebeurde: Israël veroverde in 1967 ook de rest van het onverdeelde mandaatgebied en wist dat in 1973 vast te houden. Het heeft sindsdien vanuit een machtspositie over de verdeling van het gebied tussen Joden en Arabieren kunnen onderhandelen.

Het lijkt mij dat op basis van deze feiten de Arabieren als de agressoren kunnen worden aangemerkt. Ook lijkt het mij onjuist om over een illegale bezetting van de Westoever te spreken. De oorlog van de buurlanden en de bezetting door Jordanië was illegaal, want dat land was akkoord gegaan met het haar door de VN toegewezen gedeelte aan de oostkant van de rivier.

De verdeling van het resterende mandaatgebied is door de Arabische bewoners in 1947 niet aanvaard en ook later is dat nooit officieel gebeurd, al heeft Arafat er nog wel eens een balletje over opgegooid. Er zijn wel een aantal nieuwe VN resoluties over de verdeling van het land geweest die allemaal onuitvoerbaar zijn gebleken vanwege het veiligheidsaspect.

De Palestijnen claimden en claimen nog steeds honderd procent van het resterende mandaatgebied buiten Jordanië en tot nu toe kregen ze het deksel op de neus. De bezetting door Israël is tijdelijk maar niet illegaal. De bedoeling is dat door partijen wordt onderhandeld over de toekomstige status en de verdeling van het gebied, waarbij een voorwaarde is dat de overeen te komen grenzen van Israël  veilig en verdedigbaar zullen zijn.

Daar heeft tot nu toe steeds de crux van het probleem gezeten. Veiligheid is een relatief begrip. Door de voortdurende agressie van de Arabieren is Israël nooit veilig geweest en het ziet er niet naar uit dat er gemakkelijk een vorm van verdeling kan worden gevonden waarbij de veiligheid wel kan worden gegarandeerd.

De door de VN oorspronkelijk voorgestelde verdeling ging uit van een vreedzame samenleving tussen Joden en Arabieren die er nooit gekomen is. De feitelijke grenzen die het gevolg waren van de eerste Arabisch-Joodse oorlog van 1947 waren beslist niet veilig en dat was ook een van de twee oorzaken van de oorlogen van 1956 en 1967. Het meest Westelijke punt van het oude door Jordanië bezette gebied lag in 1967 nog negen kilometer van de kust van de Middellandse Zee en volgens de toen geldende Arabische leer was de Middellandse Zee de eindbestemming voor alle Zionistische bewoners van het Mandaatgebied.

Intussen is het Palestijnse gebied vijandig gebied dat door Israël afwisselend wel en niet bezet wordt, maar waar het zich in elk geval alle maatregelen voorbehoudt die door haar veiligheid worden geëist. Dat maakt het leven voor de Palestijnen buitengewoon onaangenaam en er moet zo snel mogelijk een einde aan komen. Dat vindt iedereen. Hoe, dat is de vraag die journalisten zouden moeten kunnen beantwoorden, maar dat doen ze niet. Niemand, ook Luyendijk niet, komt verder dan het eisen van de terugtrekking van Israëlische troepen, maar hoe het dan moet met de veiligheid, dat weet niemand. Tot nu toe is iedere terugtrekking gevolgd door geweld vanuit de bevrijde gebieden en Hamas heeft aangekondigd dat dit zo zal blijven tot het laatste stuk van Palestina weer deel uitmaakt van de Dar al Islam.

Het probleem waar alle commentatoren mee lijken te zitten is dat er maar twee echte oplossingen zijn, die men gelijkelijk onaanvaardbaar vindt. Of alle joden vertrekken en worden elders in de wereld, bijvoorbeeld  in Europa en de Verenigde Staten gehuisvest. Dan hebben joden geen eigen staat meer. Of de Palestijnen krijgen ergens anders in Arabië een eigen staat. Daarmee zou aan de verovering door Israël een officiële goedkeuring worden gegeven en dat wil de wereld ook niet. Dus blijft het doorsukkelen, maar wie geen knopen doorhakt en dat wel zou kunnen draagt verantwoordelijkheid voor de ellende die voort blijft duren.

[1] In het Turkse rijk werden etnische onderscheiden bepaald door godsdienst en niet door genetische of taalkundige verschillen.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.