Een paradigma wisseling

Het gesprek zou gaan over Han Entzinger ’s bewogen carrière als hoogleraar migratie- en integratiestudies en als adviseur van opeenvolgende kabinetten. Zijn carrière begon in een periode waarin Turkse en Marokkaanse gastarbeiders hier nog met open armen werden ontvangen – of in elk geval getolereerd.

En nu na ruim veertig jaar, eindigde zijn carrière in een tijdperk waarin ‘buitenlanders’ door een deel van de Nederlandse bevolking openlijk worden geminacht of zelfs ronduit gehaat.. Het gesprek ging over een ‘paradigmawisseling’ dus, waarbij hij zelf vaak een minderheidsstandpunt had ingenomen, en daarmee nogal eens beroering had gewekt.

Toen viel in zijn Rotterdamse appartement, gesitueerd in een modern flatgebouw, pal naast Hotel New York, dat z-woord, waar half Nederland de weken ervoor de mond zo vol van had gehad. Voor Entzinger vormde die hele Zwarte Pieten-discussie het zoveelste bewijs dat ‘deze regering wel heel slapjes uit de hoek komt als het gaat om het integratiedebat.’ Neem nu premier Rutte, die de controverse rondom het kinderfeest afdeed met de woorden: ‘Zwarte Piet, de naam zegt het al, die is zwart’.[1]

‘Of minister Asscher, die nadat een commissie van de Verenigde Naties had opgeroepen tot een nationaal debat over de Pieten-kwestie, verklaarde dat hij daarin geen enkele rol zag weggelegd voor de Nederlandse regering’.

Twee erg verstandige reacties, vond ik zelf.

‘Rutte en Asscher duiken,’ zei Entzinger. ‘Ze hadden meer leiderschap moeten tonen. Zeker nu autochtone Nederlanders zo fel reageren. Wist je dat de VN-commissie is bedolven onder de bedreigingen? Daar waren die mensen  nogal geschokt over. Het kabinet had juist wel de regie moeten nemen[2]. Je moet in de touwen hangen om te voorkomen dat de boot omslaat. Racisme is in elk land latent aanwezig. Het is aan politici om daar tegenwicht aan te bieden. En op dit moment zijn in Nederland politici aan de macht die dat onvoldoende doen. Ze hadden begrip moeten tonen voor de gevoeligheden die Zwarte Piet oproept bij mensen van Afrikaanse of Caraïbische afkomst, maar óók voor de mensen die het gevoel hebben dat hun een feest wordt afgepakt.’

Het is duidelijk dat de krant er heel onverstandig aan gedaan heeft om Entzinger te interviewen. Door iemand met een academische standing over dit onderwerp dezelfde soort onzin te laten vertellen al Quinsy Gario of Jørgen Raymann, maak je er een item van en dat zou het niet horen te zijn.

 

[1] Toch de enige zinnige reactie op een vanuit het buitenland aangezwengelde onzin-discussie.

[2] Bedreiging met geweld is inderdaad niet tolerabel Die felle reacties zijn overigens alleen verklaarbaar doordat de Pietendiscussie door de pers zo serieus werd genomen. Als men die had weggelachen was er niks gebeurd.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

De Amsterdamse neurobiologie.

Er zijn de laatste jaren twee populair wetenschappelijke boeken verschenen van Amsterdamse neurobiologen. Het een is van Dick Swaab en er zijn  meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht, wat heel veel is voor Nederland. Het andere is van Marianne Joëls en er zijn er, ik weet niet precies hoeveel, maar veel minder van verkocht. Het boek van Swaab is een 462 bladzijden grote pocket en dat van Joëls een kleine pocket met 186 bladzijden.

Persoonlijk vind ik het boek van Joëls beter en het is zeker in veel beter Nederlands geschreven. Er is zorg aan besteed zodat het leest alsof het zo voor de vuist weg is neergeschreven en dat is knap. Het heeft literaire verdienste en wie het niet uit interesse voor het onderwerp leest kan het doen vanuit maatschappelijke interesse of gewoon voor zijn genoegen. Het bijzondere is dat het vanuit een modern vrouwenstandpunt is geschreven, waarin vrouwen vanzelfsprekend een plek in het publieke domein hebben zonder dat dit met feministische nadruk hoeft te worden opgeëist. Qua maatschappelijke instelling, de verbinding bijvoorbeeld tussen werk en privé, heeft het wel wat van Sylvia Witteman, maar dan helemaal onopzettelijk.

De wetenschappelijke merites van de twee hoogleraren kan ik niet beoordelen. Swaab is zeker veel bekender en dat zal ook wel de reden zijn dat zijn boek bij verschijnen zo veel opgang heeft gemaakt en aandacht heeft gekregen in de media. Maar het is veel slordiger geschreven, alsof de auteur eigenlijk te weinig tijd had om het op zijn gemak nog eens door te lezen toen hij het af had. Joëls houdt zich bij haar vak en haar persoonlijke ervaringen. Swaab verbindt allerlei maatschappelijke en ethische beschouwingen aan zijn kennis van de neurobiologie en dat had voor mij niet gehoeven. Verder lijken de twee boeken op elkaar. Korte hoofdstukken waarin hersenen en buitenwereld aan elkaar geknoopt worden met voorbeelden uit de praktijk. Maar waarom het een zoveel meer een succes geworden is dan het andere kan, voor zover ik het zie, alleen aan de publiciteit hebben gelegen.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

Vrouwen, wetgevers en rechters.

65% van de kiezers van de Staatkundig Gereformeerde Partij bestaat uit vrouwen en die mogen van de rechter op die partij blijven stemmen zonder dat ze daarbij het recht hebben zelf ook gekozen te worden, althans volgens de statuten van de partij.

De rechter vindt die statuten in strijd met een door Nederland getekend verdrag dat discriminatie van vrouwen verbiedt en wilde om die reden niet dat de overheid de partij subsidieerde. Voortbestaan mocht de partij wel en haar vrouwelijke kiezers mogen zich zelf blijven discrimineren. Hoe de rechter zijn twee uitspraken met elkaar vindt rijmen is niet helemaal duidelijk. Het Clara Wichmann Instituut die de twee procedures tegen de subsidie en tegen het bestaan van de SGP heeft aangespannen procedeert misschien nog een keer opnieuw over het verbod van de partij, een zaak die het dus impliciet in eerste instantie verloren heeft, maar dat wachten we af.

We kennen in Nederland het beginsel dat bij conflicten tussen de drie klassieke machten in de samenleving, de wetgevende, de rechtsprekende en de uitvoerende macht, de wetgevende het laatste woord heeft en we vinden dat een beginsel van democratie. Het door het volk gekozen parlement maakt tezamen met de kroon de wetten. De minister voert de wetten uit en de rechter spreekt volgens de wetten recht. Een hoogste gerechtshof dat de wetten toetst, zoals in Amerika, kennen we niet. Of misschien moeten we zeggen kenden we niet. Via de achterdeur van het verdragsrecht kennen we zo’n superrechter intussen wel. Vooral verdragen met vage normen, zoals het Europese verdrag voor de mensenrechten (EVRM) en het VN Vrouwenverdrag, zijn een machtig wapen gebleken in de handen van actieve rechters.

Toen in Juni 2005 de Nederlandse bevolking bij referendum het Europese Grondwetsverdrag verwierp gebeurde dat onder meer omdat hier de overtuiging bestond dat wij en onze gekozen vertegenwoordigers niet langer baas in eigen huis zouden zijn als het verdrag werd aangenomen. Nu blijkt weer eens dat we dat toch al niet waren en dat het verdrag van Lissabon in dat opzicht niets nieuws bracht. Zolang Nederland geen wet aanneemt waarbij de uitlegging van verdragen in hoogste instantie aan het Nederlandse parlement wordt opgedragen blijft dat zo. Om helemaal zeker te zijn zullen we verdragen moeten opzeggen waarbij niet-Nederlandse rechters het laatste woord hebben. Helaas horen daar allerlei hele belangrijke verdragen zoals het VN en het EU verdrag bij en ik zie het zelfs Wilders daarom nog niet zo snel doen, ook al zou hij premier worden na de volgende verkiezingen.

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Justitie.

De teloorgang van een ministerie kan niet beter worden geïllustreerd dan aan de hand van de twee S.G. ’s die respectievelijk van 1965 tot 1978 en van 2002 tot 2012 aan het hoofd hebben gestaan van het ambtelijk apparaat van het ministerie van justitie.
Albert Mulder was een van de beste ambtenaren die Nederland na de oorlog heeft gehad, deskundig op alle terreinen van justitie en grondig kenner van al zijn dossiers. Onder zijn leiding functioneerde het ministerie als een zonnetje.
Joris Demmink is iemand die jaarlijks grote declaraties indiende zonder specificatie van zijn uitgaven en die bij voorkeur ging eten in sterrenrestaurants, een liefhebberij waar Mulder geen tijd voor had. Dat duur uit eten gaan kan men beschouwen als een licht vergrijp, maar het geeft wel aan met wat voor soort man men van doen heeft. Dat justitie niet te snel overgaat tot vervolging van zijn eigen S.G. is wel begrijpelijk, maar het feit dat Demmink ongestoord in zijn functie kon blijven, ook toen het aantal aangiften tegen hem toenam en de hardnekkige geruchten dat hij zich aan pedofilie schuldig maakte nooit serieus werden weerlegd, heeft justitie grote schade toegebracht. Er is een intern onderzoek geweest dat nooit gepubliceerd is en dat zou uitgewezen hebben dat de verdenkingen ongegrond waren. Het lijkt voor de hand te liggen om zo’n onderzoek vooral wel te publiceren, als het waar is dat bewezen werd dat de verdenkingen ongegrond waren.

De overtuiging van justitie dat de eigen SG ongestoord onder verdenking kon blijven staan heeft er voor gezorgd dat de reputatie ervan hand over hand afbrokkelde. Dat de nieuwe minister meende dat er nu eens echt de bezem doorheen moest en dat hij een nieuwe SG heeft uitgezocht aan wie dat kon worden toevertrouwd, is heel begrijpelijk. Ook dat de top van het ministerie zich tegen de schoonmaakoperatie verzette is wel begrijpelijk, men heeft daar boter op zijn hoofd en vreest de frisse wind. Niet alleen in de persoonlijke sfeer ook organisatorisch is er van alles mis daar. Een van de symptomen ervan kwam in het nieuws. De enkelband.

De reclassering vindt dat enkelbanden vaker moeten worden toegepast voor elektronisch toezicht op gedetineerden voor wie geen plaats is in het gevang. Dat zou goedkoper zijn. Enkelbanden stellen gestraften in de gelegenheid zich in alle opzichten als vrije mensen te gedragen met de proviso dat er dan een reclasseringsambtenaar is die na kan gaan waar hij is. Wie als gedetineerde handig is met elektronica, schijnt ook dat te kunnen vermijden door de enkelband thuis achter te laten terwijl hij buiten op jacht gaat.
Trouwens, wat is goedkoper? Het oppikken van gestraften die zich niet vrijwillig melden bij de detentie-inrichting blijkt in een fors percentage van de gevallen niet te gebeuren. Dat laten lopen van gestraften is nog goedkoper dan iemand vrijlaten met een enkelband.
Het Nederlandse justitiële systeem werkt niet meer en het zou nodig op de helling moeten. Maar in de laatste verkiezingsstrijd en de vijf vorige is er bij mijn weten geen woord aan vuil gemaakt. Toch zouden er een reeks van voor de hand liggende maatregelen kunnen worden genomen die het systeem zouden kunnen verbeteren en die niet eens zo veel hoeven te kosten.
In de eerste plaats zouden we overtredingen en lichte delicten uit het wetboek van strafrecht kunnen halen en de bijzondere strafbepalingen uit andere wetten kunnen schrappen op alle plekken waar we onrechtmatig gedrag effectief op een andere manier kunnen bestrijden. Dan zou het strafrecht gereserveerd kunnen blijven voor waar het ooit voor bedoeld was: het sanctioneren van de zwaarste normschendingen in de samenleving. In wezen alleen die normschendingen waarvan vast staat dat de samenleving op den duur niet overleeft als zij niet streng en voor iedereen zichtbaar worden aangepakt.
U kunt voor een nieuwe en lichtere vorm van rechtspleging denken aan een soort kadi systeem, met veel minder formaliteiten, een eigen vorm van strafvordering met onder andere een veel lichtere bewijslast en met simpele straffen. Dat systeem zou dan uitsluitend moeten gelden voor overtredingen en lichte delicten. Voorbeelden geven is wat lastig omdat het wetboek van strafrecht zo’n warwinkel is geworden in de loop de jaren. Maar U zoudt kunnen denken aan het onderbrengen in het nieuwe systeem van titel V van boek 2, als daar niet – ten onrechte – ook artikel 140 in stond, de deelneming aan een organisatie die het plegen van misdrijven tot doel heeft. Ook delen van titel XIV, XIXA, XXII, XXVII en het hele derde boek komen in aanmerking en een reeks van lichte vormen van delicten die in hun zwaardere vorm in het reguliere strafrecht zouden moeten blijven. Lichte mishandeling en lichte diefstallen bijvoorbeeld. De kadi beslist dan maar wat hij doorstuurt naar het reguliere systeem.
De reclassering zou kunnen worden afgeschaft omdat die geen bewijsbaar effect heeft op de recidive of op het welzijn van gedetineerden. De reclasseringsambtenaren zouden kunnen worden omgeschoold en in de kadi-rechtspraak te werk gesteld. U moet daarbij denken aan wijkrechters waar de dieven in de supermarkt door de winkelier naar toe kunnen worden gebracht om te worden veroordeeld tot een boete die ter plekke moet worden betaald door de verdachte of diens familie en zolang dat niet gebeurd is blijft hij opgesloten in de kelder.
Na verloop van tijd zouden de kadi’s weer uit gewone juristen worden gerekruteerd, omdat tegelijk met het afschaffen van reclasseringsambtenaren ook de daarvoor bestaande opleidingen zouden verdwijnen.
Die reorganisatie zou niet alleen een grote verlichting van het systeem betekenen maar hele reeksen misdrijven, die nu niet meer effectief vervolgd worden, zouden weer aangepakt kunnen worden, wat door de samenleving als een fikse verbetering zou worden ervaren.
Het zou ook ruimte geven om alle noodmaatregelen weer af te schaffen die in de plaats zijn gekomen van echte straffen, als gevolg van het tekort schieten van het systeem. Geen enkelbandjes meer en geen werkstraffen, tenzij die in het systeem van de Kadi-rechtspraak zouden blijken te passen. Maar serieuze misdrijven zouden voortaan weer serieus worden bestraft en liefst zo openbaar mogelijk. Straffen dienen namelijk niet om de gestraften te verbeteren en zelfs niet om ze van de straat te houden. Straffen zijn er om aan het grote publiek duidelijk te maken dat je niet zo maar weg kunt komen met ernstige schendingen van onze normen. Als boosaardige mensen worden gestraft dan betekent het dat onze normen springlevend zijn en dat de samenleving gezond is.

Geplaatst in Geen categorie, strafrecht | Tags: | Een reactie plaatsen

Pedofilie.

Als advocaat had ik een welgestelde cliënt die Amerika was ontvlucht omdat hij verdacht werd van pedofilie. Hij was naar mij verwezen omdat de man die zijn vermogen beheerde op een van de Caraïbische eilanden van de gelegenheid dat hij in de VS vervolgd werd, gebruik dacht te kunnen maken om een deel van het beheerde vermogen te verduisteren. Dat was een spannende geschiedenis met procedures die in drie jurisdicties tegelijk liepen. Maar, kort samengevat, het is goed afgelopen en al het geld kwam terug. Ik bleef die cliënt van tijd tot tijd zien en wist dus dat hij met andere pedofielen hier in Nederland bevriend was, onder andere met Edward Brongersma, het vroegere Eerste Kamerlid. Ik noem Brongersma omdat U op het internet een film[1] kunt vinden waar hij door Koos Postema over zijn seksuele afwijking wordt geïnterviewd.

Toen die cliënt vrij plotseling overleed ben ik op verzoek van zijn ouders naar de begrafenis geweest en daar waren ook een dertig of veertig van zijn pedofiele vrinden. Het merkwaardige was dat die mensen een vrij opvallende onderlinge gelijkenis vertoonden. Het type Brongersma zal ik maar zeggen, wat U ook wel aan kunt treffen onder een bepaald soort welzijnswerkers en padvinder leiders.

Ik moest daaraan denken toen het onderwerp seks door volwassenen met – te – jonge kinderen weer eens in het nieuws was en ik dat type niet alleen herkende onder de verdachten maar ook wel onder een of twee van de mensen aan wie om commentaar gevraagd werd.

Wat Brongersma in dat filmpje vertelt dat er best veel pedofielen rondlopen in de wereld en dat ze lang niet allemaal met de politie in aanraking komen, dat is dus inderdaad waar. Voor veel van hen geldt dat ze zich beheersen en alleen contact zoeken met professionele aanbieders of in relaties op basis van strikte vrijwilligheid. Maar voor anderen ook dat ze wel degelijk zowel de letter als de geest van de wet overtreden. Dat is ook daarom verwonderlijk omdat, zoals ik zei, het type vrij gemakkelijk te herkennen is en dus beter door de politie en andere opsporingsdiensten in de gaten zou kunnen worden gehouden.

 

[1] https://www.youtube.com/watch?v=nSMpAhQRDB8

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

De moord in Srbrenica.

De val van Srbrenica en de moord op 7000 moslims daar is de grootste schande die Nederland is overkomen sinds de vergassing van 130000 Nederlandse  joden in de tweede wereldoorlog. Wie in die tijd in het buitenland kwam herinnert zich met horror de medelijdende blikken van welgezinde buitenlanders.

Uit de woorden van Wim Kok tijdens de Srebrenica verhoren zou afgeleid kunnen worden dat de UNO actie in Bosnië een NATO operatie was, waarbij door de bondgenoten aan Nederland de bescherming van de enclave was toegewezen. Die opvatting werd en wordt meen ik gedeeld door de Bosniërs ter plaatse, maar zij is in strijd met de resolutie van de Veiligheidsraad waarin de uitzending naar Bosnië werd gelast.

De Nederlandse troepen waren uitgeleend aan de Verenigde Naties en de UN waren verantwoordelijk voor hun bewapening en bevoorrading, voor de manier waarop ze werden ingezet en ook voor de exit strategie. Nederland had het niet hoeven te doen, er was geen verplichting en dat we het gedaan hebben was  volkomen onverantwoord.

Minister Van Mierlo had gelijk dat een eigen Nederlandse exit strategie had moeten zijn, waarmee hij bedoelde een door onze legertop voorbereidde vlucht uit Srebrenica. De evacuatie plannen hadden zowel op de Nederlandse troepen als op de moslimbevolking betrekking moeten hebben. Die strategie was er niet en er is ook nooit over gedacht. Dit is in strijd met de door het departement van defensie voorbereidde beantwoording van de vragen van het Kamerlid Marijnissen. Bij die gelegenheid werd geantwoord dat zo’n exit strategie er wel was en dat die er altijd was in zulke omstandigheden. Door achteraf toe te geven dat er geen evacuatieplannen waren gaf de minister te kennen dat de entry strategie, het besluit om Nederlandse troepen ter beschikking te stellen op de UNO voorwaarden, een onzinnig plan is geweest, dat alleen met veel geluk goed af had kunnen lopen.

Om het anders te zeggen: door aan  de UNO troepen ter beschikking te stellen in Bosnië en daarbij geen voorbehouden te maken, zodat een Srebrenica ramp mogelijk bleek, handelde de regering ondoordacht en onzorgvuldig. In strijd bovendien met het deskundig advies dat vooraf was ingewonnen. Door er bij voortduring niet de hele waarheid over te zeggen handelde zij zo zeer in strijd met de parlementaire mores dat alleen al daarom het aftreden van het kabinet Kok in 1995 gerechtvaardigd zou zijn geweest. Later is uitgekomen dat de Servische troepen, die de massacre op hun geweten hebben, niet gebombardeerd zijn omdat minister Voorhoeve zich daar tegen verzet had. U moet er de verhoren tijdens de enquête nog maar eens op nakijken of dat in overeenstemming is met wat hij toen zei.

Tijdens de verhoren, maar eerder ook al uit de berichten ten tijde van de belegering, bleek dat de moslimbevolking en de moslimregering van exit plannen absoluut niets wilde weten en dat zij die desnoods met geweld hadden willen verhinderen.

De moslims begrepen de UNO strategie veel beter dan de Nederlanders. Die strategie was er een van gokken, met de levens van de blauwhelmen als inzet. De UNO gokte dat de Serven uit de buurt van de blauwhelmen zouden blijven. De lijfelijke aanwezigheid van UNO troepen was de enige hoop dat de enclave behouden kon blijven omdat de wereldopinie de Serven misschien van moordpartijen af zou houden. Hun vertrek zou het verlies van de enclave en van de veiligheid van de moslims betekenen. Dat de moslims de aanwezigheid van de Nederlanders gebruikten om zich opnieuw te bewapenen en aanvallen op de Serviërs voor te bereiden staat wel vast. Net als de wens van de Serviërs om dat te verhinderen en het gebrek aan middelen van de Nederlanders om er volgens hun opdracht iets aan te doen.

Dat het de moslims veel beter lukte om zich militair te bevoorraden dan de Nederlanders is iets dat aan de aandacht van de Nederlandse pers lijkt te zijn ontsnapt. De Bosnische mannen waren helemaal niet zo weerloos als in de Nederlandse media werd voorgesteld. Slechter bewapend en geoefend dan de Serven, dat wel, maar zeker niet minder moordlustig. We werden door beide partijen voor hun eigen doeleinden gebruikt en dat was niet onbegrijpelijk. We waren niemands bondgenoten, maar fopsoldaten, die uiteindelijk alleen maar binnengekomen waren om er veilig ook weer uit te kunnen.

Aldus per implicatie de ministers Van Mierlo en Voorhoeve tijdens de enquête. Dat betekent dat we gek geweest zijn om er ooit aan te beginnen. Dat is precies wat de militaire top van tevoren had gezegd en wat de regering Kok heeft genegeerd. We zijn met open ogen in de Srbrenica val gelopen in antwoord op de uitdrukkelijke wens van de Nederlandse pers en de progressieve krachten in dit land om iets aan het Bosnië probleem te doen, n’importe wat.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Duitse Joden.

Vlak na de oorlog hadden we weinig op met Duitsers. Duitsers waren de vijand. Wie in dat vijandbeeld deelden waren de Joods-Duitse mensen die in Amsterdam in de buurt van de Beethovenstraat woonden, vluchtelingen van voor de oorlog. Die  gedroegen zich in het openbare leven naar onze smaak te  dominant. In de winkels drongen ze voor, ze praten luider dan nodig was en de gouden armbanden en andere sieraden waren te opzichtig om ze mooi te kunnen vinden.

De Holocaust, het grote verwijt tegen de Hitler aanhang, speelde in die dagen nog niet de rol die het later kreeg. Aan die Duitse Jodinnen had men een hekel omdat ze Duits waren. Een contradictoire emotie, maar daarvan was niemand zich erg bewust.
Wat ook opmerkelijk was, was dat de antipathie zich tegen de vrouwen richtte en niet tegen de mannen. Tenminste niet dat ik me kan herinneren. Je hebt iets dergelijk tegenwoordig met Amerikanen. De vrouwen vallen op en daar hebben we niets mee, maar de mannen vinden we oké of zien we niet.
De kinderen van die joodse vrouwen zijn in Nederland opgegroeid en Nederlands geworden, die herken je niet meer. Maar hun moeders dus wel. En of ze uit Duitsland of uit de Habsburgse landen kwamen maakte geen verschil. Het waren in onze ogen Duitsers en dat de Duitsers er waarschijnlijk om precies dezelfde etnische redenen een hekel aan hadden als wij , dat begrepen we niet of het kon ons niet schelen. Het is toch goed om daar bij stil te staan en er eens over na te denken.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen