Verhofstadt.

De Belgische politicus Guy Verhofstadt gaf drie jaar geleden, op 28 september 2015, een geëmotioneerd interview aan de Volkskrant. De Verenigde Staten van Europa moesten morgen worden uitgeroepen, daar kwam het, kort samengevat, op neer en het leek me nogal overdreven. Maar zijn analyse dat het niet goed ging met de samenwerking in Europa klopte wel. Ik loop zijn opmerkingen even met U langs.

  1. De bankencrisis duurde op dat moment al vijf jaar maar het toezicht op de banken in Europa was nog steeds niet opnieuw geregeld.
  2. De Europese regeringsleiders bleken niet in staat de EU te besturen.
  3. Een regering waarin iedere minister een vetorecht heeft werkt niet.
  4. Politici moeten niet vast blijven zitten aan structuren uit het verleden, maar meer fantasie tonen bij het organiseren van een samenwerking voor de toekomst.
  5. Een gemeenschappelijke munt zonder een gemeenschappelijke economische politiek werkt niet. De euro was een stap te vroeg.
  6. De Noord Europese staten betalen voor de reddingsfondsen die de houders van Zuid Europese obligaties uit de puree halen.
  7. De Europese leiders zijn besluiteloos.
  8. Er zijn veel problemen die alleen in een betere internationale samenwerking zijn op te lossen.
  9. Als Griekenland in de euro wil blijven dan moet er een einde komen aan cliëntisme, corruptie en belastingontduiking in dat land.

 

Met al die observaties kan ik het wel eens zijn, maar de oplossing die Verhofstadt voorstelt, een Europese federatie, gaat er niet komen. Niet alleen omdat het een ondemocratische oplossing zou zijn, omdat de grote meerderheid van de Europese bevolking het niet wil. Maar ook omdat Brussel niet de competentie heeft om een effectief overheidsapparaat op te zetten. De macht daartoe ligt bij de nationale staten en die geven die niet uit handen. Een uitbreiding van zijn  bevoegdheden zou Brussel bovendien niet de competentie geven om van die nieuwe bevoegdheden een oordeelkundig gebruik te gaan maken. De detailkennis van Europa ontbreekt in Brussel. Daarvoor is ons werelddeel te ingewikkeld. De vergelijking met de VS is optisch bedrog. Daar is de federale regering twee eeuwen geleden opgezet in een bestuurlijk vacuüm. Hier zou eerst de bestaande structuren moeten worden afgebroken voordat er een  nieuwe overheid zou kunnen worden  opgebouwd.

Zelfs als men het over het einddoel eens zou zijn, een afbraak van de nationale staten en een overheid op Europees niveau dan is een snelle federatie niet de weg waarlangs dat doel bereikt zou kunnen worden.

Dan zou men op nationaal niveau eerst moeten regionaliseren door zelf daar de bestaande overheidsstructuren af te breken en  te vervangen door iets kleiners en simpelers op regionaal niveau. Dan pas zou er ruimte komen voor iets  superregionaals op Europees niveau. Probeer je een federalisering vanuit de bestaande situatie, dan zou het resultaat alleen maar een extra bestuurslaag zijn, die al haar tijd gaat besteden aan de concurrentie met de andere lagen.

Op zich is er best iets te zeggen voor afbraak van de natiestaten. Maar terecht constateert Verhofstadt dat de Europese landen dan blijven bestaan. De natiestaten vallen niet samen met de Europese landen en met de volkeren die daar wonen, maar met de nationale overheden.  Zo goed doen die het niet en zo tevreden zijn de Europese burgers er dan ook niet over. Regionale  besturen die gebruik maken van moderne middelen, zodat ze veel kleiner, transparanter en efficiënter kunnen zijn dan nationale overheden. Dat zou een vooruitgang betekenen.

Maar dan nog zou een Europees overkoepelend orgaan er heel anders uit moeten zien dan het Brussel van vandaag. Dat de problemen die Verhofstadt noemt in het interview op slag zouden verdwijnen door een federale structuur in Brussel is een illusie. Een poging daartoe zou een ramp zijn en dat zo uEuropa voor nog veel langer verlammen dan nu al het geval is. Als de euro ons één ding heeft geleerd dan is het dat wie verder springt dan zijn polsstok lang is in de sloot terecht komt.

Persoonlijk denk ik dat we er het beste aan zouden doen om de bestaande structuur in Brussel af te breken. Dat levert de minste schade op. Toekomst zit er niet in Brussel. De vraag is alleen of we dan het kind niet weggooien met het badwater. De samenwerking tussen de Europese landen blijft essentieel en misschien moeten we het eerst eens zien te worden over de vraag hoe dan wel, voor we besluiten dat we het zo niet langer willen.

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Verbetering van de zorg.

Een paar jaar geleden schreef ik het onderstaande artikeltje. Ik kreeg een antwoord van een  voormalige hoge ambtenaar uit de zorg. Zijn antwoord is in de rechte letter, wat van mij afkomstig is in schuinschrift. Ik vind de discussie interessant genoeg en publiceer hem in haar geheel met zijn toestemming.

Verbeter nu eindelijk de organisatie van de zorg eens!

Zorg die een verstandig mens zelf inkoopt via een Pgb is goedkoper en beter dan de in natura verstrekte zorg van een instelling.

Dat zei Pieter Hilhorst op 13/9/11 in de Volkskrant en hij had gelijk, denk ik. Maar lang niet alle mensen die zorg nodig hebben zijn verstandig of hebben een omgeving waar ze met hun zorgbehoeften terecht kunnen. Mantelzorg wordt vaak gratis verstrekt door de omgeving en daarom kosten Pgb’s de overheid geld dat ze ook in haar zak had kunnen houden. Dat vindt U misschien niet eerlijk maar dat hoeft ook niet. Een rechtvaardige verdeling van negatieve en positieve overheidsuitgaven over de bevolking is toch een illusie. Daarnaast vormen Pgb’s zo ongeveer de meest fraudegevoelige vorm van zorg die er is. Om die twee redenen rijzen de kosten van het systeem de pan uit. Afschaffen wordt onvermijdelijk, tenzij we bereid en in staat zijn de zorg op een heel andere manier te gaan organiseren.

Dat zou als volgt kunnen:

we openen van overheidswege klinieken voor acute zorg, d.w.z. voor trauma’s, voor levensbedreigende ziekten en voor onduldbaar lijden. De daar verstrekte zorg is gratis en voor iedereen op dezelfde manier toegankelijk. Deze klinieken worden uit de algemene middelen gefinancierd. Er is geen verzekering voor en geen premie en de externe administratie wordt beperkt tot het bijhouden van een status per patiënt via een computerprogramma dat voor het hele land hetzelfde is en toegankelijk voor iedere arts.

Alle andere zorg wordt via de markt verstrekt. Wie onvoldoende geld heeft om zijn zorg of andere noodzakelijke kosten van levensonderhoud te betalen moet dat aantonen en krijgt een uitkering via de Bijstand.

Dat is een nationale gezondheidszorg voor een deel van het aanbod, maar dat is het tegenwoordige systeem ook. Het bestaande systeem is alleen onnodig duur en ingewikkeld. Alle niet acute zorg halen we uit het systeem en daardoor wordt het weer betaalbaar. Simpel toch?

Ik kreeg de volgende reactie van de betrokken ambtenaar :

 

Hallo Toon,

Mooi is dat, de bewijslast omdraaien. Mijn veronderstelling is dat de te hoge kosten, hier en in de omringende landen, een gevolg zijn van een te groot zorgverbruik aan de niet essentiële kant van de zorg. Ik zou wat absoluut essentieel is willen scheiden van de rest. De rest is op zich niet urgenter dan de andere kosten van levensonderhoud. Wat je voorstelt lijkt op het systeem waarmee we na de oorlog begonnen zijn. Met dien verstande dat het voor iedereen toegankelijk is en er geen verzekering voor geldt. Erg veel administratie en controle minder. Particuliere ziektekostenverzekeringen en daarnaast voor bepaalde bevolkingsgroepen nee, voor iedereen een karig verplicht verzekeringspakket. Al vond men ook toen de kosten hoog, ze zijn niet te vergelijken met die van nu. De gezondheidszorg van nu heeft een compleet andere schaal, evenals de kosten. Daar ligt het probleem. We moeten de schaal van de zorg en vooral van de gezondheidszorg verlagen. Voor een vergelijking kun je beter kijken naar de landen om ons heen. Als je de kosten van de gezondheidszorg in de westerse landen vergelijkt zie je, ondanks soms behoorlijke grote systeemverschillen, geen opvallende verschillen in kosten. Dat zou heel goed kunnen komen doordat de kosten stijgen tot de grens van het aanwezige budget. Tenminste als je kijkt naar de kosten in verhouding tot het BNP. Er is een duidelijk verband tussen de hoogte van het BNP en het percentage dat daarvan aan gezondheidszorg wordt besteed. Hoe hoger de welvaart, hoe hoger het percentage van het overheidsbudget dat men bereid is aan gezondheidszorg te besteden. Hoe hoger de welvaart, hoe groter het aandeel van de zorg in de bestedingspatroon. Alleen Engeland en de V.S. springen er uit. Engeland door lagere bestedingen dan de norm en de V.S. door (fors) hogere. Voor zover ik het kan zien  is de norm het probleem en zijn het niet de afwijkingen ervan. Statistisch zal er altijd een aan de bovenkant en een aan de onderkant uitspringen, maar in de hele westerse wereld wordt te veel uitgegeven aan gezondheidszorg. Wijst dat op een betere of slechtere organisatie van de zorg? Niet noodzakelijk. Engeland kampt met wachtlijsten, verouderde gebouwen en te weinig personeel. Onderbesteding en te weinig kwaliteit, dus. Wie dat niet wil ‘goes private’. De V.S. kennen grote verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid van zorg. Voor wie de hoge kosten kan betalen is er geen betere gezondheidszorg. Amerika heeft een te grote nadruk op de risicoaansprakelijkheid van de zorgverstrekkers. Dat verhoogt niet alleen de kosten van de ziekteverzekeringen maar leidt tot allerlei kostenverhogingen in de technische voorzieningen in de zorg. Er is geen eenduidig recept voor een kosteneffectieve organisatie van de zorg, omdat je rekening moet houden met de consequenties voor kwaliteit en toegankelijkheid, maar iedereen is er wel naar op zoek. Hoe kleiner het aangeboden pakket hoe goedkoper het overheidsaandeel in de zorg. Van het mindere dat je aanbiedt kun je de kwaliteit en de toegankelijkheid garanderen, van het onbegrensde zorgaanbod van tegenwoordig niet. Wij in de V.S en de V.S. bij ons. Natuurlijk maken een paar procenten BNP (ook tienden van procenten) per saldo veel uit en daarom moet je kritisch zijn op de organisatie van de zorg. Nu de economie niet of nauwelijks groeit heeft de gezondheidszorg  een probleem.

In vergelijking met andere westerse landen geeft Nederland bijvoorbeeld veel uit aan langdurige zorg. In geen ander land hebben ze de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg en de GGZ via een volksverzekering bekostigd. De kosten zijn hoog (39% van de zorgkosten) en de uitvoering is ondoelmatig.  En heel ongelijk. Voor hetzelfde geld geeft de ene verpleeg- en bejaardenorganisatie veel betere zorg dan de andere Als je de organisatie van de zorg wilt aanpakken vanwege de betaalbaarheid, moet je daar beginnen. Andere landen laten grote delen van de langdurige zorg over aan de familie of aan de gemeenten. Mantelzorg was een belangrijk onderdeel van de zorg die gefinancierd werd met pgb’s Ook zonder financiering door de overheid zullen naasten hulp blijven bieden Misschien ook niet ideaal, maar wel goedkoper. Het probleem met het PGB is maar een klein deel van de kostenproblematiek van de AWBZ. Op zich is zorgverlening die via een PGB wordt geregeld veel goedkoper dan instellingszorg. Maar: de vaste lasten van de instellingen blijven bestaan en worden door de verzekering betaald. Op langere termijn kunnen een aantal zorginstellingen worden afgeschaft als we de zorg efficiënter organiseren.  Dan dalen ook de vaste kosten, Nu we een goed overzicht krijgen bijvoorbeeld over de kwaliteit van de ziekenhuizen zouden we nieuwe en efficiënte klinieken kunnen stichten in de buurt van de slechtste ziekenhuizen en die dan sluiten. Verder: veel mensen vinden een PGB aantrekkelijk omdat ze eigen baas blijven, terwijl zij er niet over zouden peinzen om van instellingszorg gebruik te maken. Er wordt dus een nieuwe markt aangeboord, waarop politiek Den Haag niet gerekend heeft. Helder ja. Pgb’s zijn een voortreffelijk idee als men de fraudegevoeligheid weet te elimineren en onnodig gebruik. Het Kamerdebat van deze week was een gemiste kans.

 

De kosten van de gezondheidszorg groeien verder vooral doordat mensen met aandoeningen langer blijven leven (de gezondheidszorg is veel effectiever geworden) en doordat de zorg een kapitaalintensieve sector is (gebouwen, apparatuur, heel veel werknemers – ruim 10% van de beroepsbevolking).  Voor een belangrijk deel omdat door zorginstellingen meer wordt aangeboden dan waar strikt genomen behoefte aan bestaat. Zolang we vinden dat iedereen op gelijke wijze toegang moet hebben tot professionele zorg ( maar niet alle professionele zorg ) en we hoge eisen stellen aan de kwaliteit, zullen de kosten stijgen: wat we ook doen. Wat we moeten doen is uitsluitend essentiële zorg aanbieden  via de overheid en de rest via de markt. Dat is een politieke beslissing;  we hebben nu een rechtse regering en die zou dat moeten kunnen. De mate van stijging kunnen we proberen te beïnvloeden door efficiënter te werken: minder gebouwen, minder mensen, geen arts als een verpleegkundige voldoende is. Vooral ook kleinere organisaties en minder bestuurslagen.

Of je hier op den duur mee kunt volstaan hangt vooral van de economische groei af. Ga er eens vanuit dat de groei stokt. De stijging van de kosten van de zorg kon de afgelopen jaren worden bekostigd uit de groei van de economie. Zij het dat een steeds groter deel van de groei naar de zorg ging. Op den duur niet te handhaven, zou je dus zeggen. Bij een economie die niet groeit of zelfs krimpt, wordt het probleem snel acuut. Dan zul je er niet aan ontkomen om een groter deel van de kosten voor eigen rekening en verantwoording te laten komen. Als ik een gok moet wagen:

  • de AWBZ wordt ontmanteld en de voorzieningen worden verkaveld over rijk, gemeenten en verzekeringen.
  • de basisverzekering wordt overeind gehouden, maar ingeperkt door eigen risico, eigen bijdrage en pakketverkleining.
  • daardoor wordt het terrein van de aanvullende verzekering uitgebreid.
  • de zorgtoeslag wordt ingeperkt en uiteindelijk ingebouwd in de bijstand.

Je komt daardoor dicht in de buurt van jouw voorstel. Ik denk overigens niet dat de zorg dan voor iedereen betaalbaar zal blijven. Misschien wel de basisverzekering, maar een behoorlijke aanvullende verzekering zal voor mensen onder modaal niet of moeilijk te betalen zijn. De problemen gaan komen voor modaal tot twee keer modaal. Wat daar onder zit heft machtige politieke beschermheren en –dames. Dat geldt vooral voor mensen met een hoog risico: chronisch zieken e.d. Het lijkt me allesbehalve een simpele oplossing, maar misschien wel onontkoombaar. Wanneer een zorgvuldige analyse wordt gemaakt van de urgente en onontkoombare medische kosten die voor rekening van de overheid moeten worden gebracht uit ethische overwegingen, dan hebben we in elk geval een prioriteitenschema waar we mee vooruit kunnen.

Doe onze groeten aan Anne Chris,

 

Groeten, ook aan Dita.

Jan

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Beloftes houden.

Het valt op dat de morele maatstaven van moslims anders zijn dan die van Europeanen. Maar ook bij de Europeanen zijn ze niet overal hetzelfde.
Je trekt iemand bij moeilijke onderhandelingen over de streep, door hem voor de toekomst iets te beloven. Het nakomen van deze belofte komt later op een of andere manier niet goed uit en degene tegenover wie de belofte is gedaan zit niet in een positie om er iets aan te kunnen doen. Desgewenst kun je wel uitleggen wat er aan de hand is. Voortschrijdend inzicht of een nieuwe situatie brengen mee dat de voorwaarden, waaronder de belofte geldig was, niet langer actueel zijn.
Dan hebben we exact te situatie waarin Machiavelli aan machthebbers adviseerde om de belofte te verbreken en waarin bij een rechtgeaarde Nederlander de haren overeind gaan staan. Lees ter illustratie nog eens na, als U daar toegang toe hebt, het Financieel Dagblad van 10 December 2003 inzake Euronext en natuurlijk ook het schitterende boek De Vorst van Niccolò Machiavelli.
Tussen Nederland en zijn zuidelijke buurlanden in continentaal Europa bestaat een cultuurverschil. Het duidelijkst komt dat tot uiting tussen Nederland en Frankrijk. Nederland is een land waarin besluiten worden genomen op grond van wat behoort en van wat is overeengekomen, althans dat is de manier waarop met de besluitnemers wordt afgerekend. Gekeken wordt of men zich netjes gedragen heeft. In Frankrijk gelden de feiten, daar telt of wat iemand doet succesvol is en of de wereld er wat mee opschiet.

Dit betekent ondermeer dat je met Fransen alleen maar afspraken moet maken waarvan je weet dat je die te allen tijde kunt afdwingen of afspraken waarvan duidelijk is dat naleving evenzeer in hun belang is als in dat van jou. Liefst het laatste want uiteindelijk schiet niemand erg op met afspraken die moeten worden afgedwongen. Wie zichzelf in een situatie manoeuvreert die hij niet in de hand kan houden heeft het aan zich zelf te wijten als hij op zijn gezicht gaat. Morele verplichtingen hebben Fransen en Italianen misschien wel binnen de familie en tussen vrienden en kennissen, maar niet tegenover willekeurige zakenpartners. Die moeten maar uitkijken.
Nederland en ook de andere Noord Europese landen zijn anders. Bij ons is de samenleving gebaseerd op onderling vertrouwen. Hierbij speelt de humanistische gedachte een rol dat niet alleen de leden van je clan, maar dat iedereen in principe je naaste is, zodat je ook iedereen moet kunnen vertrouwen. Dat is de norm, al betekent dat natuurlijk niet dat iedereen zich daar altijd aan houdt. Het betekent wel dat wie zich er niet aan houdt daarover ter verantwoording kan worden geroepen.
Is deze Noord Europese manier om met elkaar om te gaan nu beter dan de Franse. Nee, niet zonder meer en niet altijd en ja, toch in het algemeen wel.
Een samenleving die op onderling vertrouwen is gebaseerd en dat vol weet te houden presteert beter dan een samenleving van ieder voor zich en God voor ons allen. Vertrouwen is het cement van de samenleving, het voorkomt veel bureaucratie, maakt verdeling van de onderlinge taken gemakkelijker en vergroot het potentieel voor welvaart. Lees daarover Adam Smith, Een Onderzoek naar de Oorzaken en de Aard van de Welvaart van Naties. Zie ook, maar wat recenter, Francis Fukuyama.
Daarnaast blijft het de moeite waard om Darwin, Kant en Machiavelli goed te lezen. Wat zij ons leren komt, kort samengevat, hier op neer.
De natuurlijke wereld is de wereld van de feiten. Alleen de menselijke samenleving kent morele normen. Normen zijn van oorsprong gedragsregels voor kleine groepen van mensen, die genetisch met elkaar verbonden zijn. Zo zijn ze in elk geval in de loop van de evolutie ontstaan. Het is belangrijk om de wereld van de normen en de wereld van de feiten uit elkaar te houden en goed te begrijpen dat iets niet zo is omdat het eigenlijk zo zou moeten zijn. Pas nadat je een behoorlijke feitelijk analyse hebt gemaakt waarbij emotie en wensen buiten beschouwing blijven weet je of iets kan of dat het niet kan. Dan kun je een voorlopig besluit nemen met het oog op de mogelijke en tevens wenselijke gevolgen. Op een voorgenomen handeling kan dan een morele norm worden toegepast.
De indruk bestaat dat die leer in Frankrijk beter wordt begrepen en gevolgd dan in de Noord Europese landen. In Nederland heeft de morele norm altijd en overal prioriteit, ongeacht de uitkomst van de feitelijke analyse. Dat lijdt tot hypocrisie en ook wel tot onzinnige besluiten. Beter is het om de moraliteit te gebruiken voor een marginale toetsing van de voorgenomen handeling. Als de handeling op grond van de feiten mogelijk en wenselijk is dan blijft hij toch achterwege als het moreel echt van de gekken is.
Voor het overige dient iedereen zich ervan bewust te zijn dat ook de publieke opinie een van de feiten is waarbij in een analyse rekening moet worden gehouden. Maar die publiek opinie is geen constante factor en vaak heel lokaal. Wat wel een belangrijk moreel feit is, is dat je elkaar in de wereld altijd opnieuw blijft tegen komen en dat een reputatie van betrouwbaarheid en rechtschapenheid in dat verkeer een belangrijk asset is. Ook dat is een feit.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Jaap Fischer.

Het Leidse studentencorps heeft meer dichters voortgebracht dan de andere studentenverenigingen. François Haverschmidt voorop, maar ook Gerrit van de Linde, Johan Kneppelhout  en Joop Visser.

Joop Visser of Jaap Fischer is uit mijn tijd, de rest van de bekende Leidse dichters stamt uit de negentiende eeuw. Fischer zong liedjes in plaats van gedichten in de almanak te schrijven en het aardigste daarvan vind ik dat over een prinses die over de liefde droomde. Het ging zo.

Een koning had eens vijf zonen en een prinses.
Zij had goudblonde lokken
En ogen als meren die niet konden jokken.
En ze was de jongste van de zes.
En, deze prinses was huwbaar.
Vaak gingen de koning en zijn zonen vroeg op pad
Terwijl zij thuis te dromen lag, te wachten op
Ze wist niet wat.
En deed ze een stap naar buiten
Dan lagen er vreemde prinsen in het gras
Vreemde prinsen te fluiten.
Die wisten allang hoe laat of het was.
De koning zei: ze kon krijgen wat ze beliefde
Ze kon vrijen met lakeien
En dan zeiden de zoons, maar dat is geen liefde.
En toen kwamen er drie mannen aan de poort om over de liefde te vertellen.                        En de eerste was een geleerde,                                                                                                            De tweede was een vreemde snoeshaan
En de derde was Hans.
En de geleerde mocht beginnen:

Liefde is minnen
En samen zijn
Iets nieuws beginnen,                                                                                                                    Mijn is dijn,
Warm van binnen
Verlegenheid, samen in zee,                                                                                                            Geen ach, geen wee
Maar hola nee, genegenheid!
En liefde is niet houden van
Je kunt van zoveel vrouwen houwen
Je kunt met zoveel vrouwen trouwen
Als je er maar wat in ziet
Maar liefde is dat niet.
Je houdt van kip met appelmoes
En toen knikte de prinses, want ze hield ontzettend veel
Van kip met appelmoes.
En de geleerde had het over Amor en Caritas
En wat het verschil daartussen was
Over Agapè, Eros en Filia
Over een diner voor twee met dansen na
En de prinses was stil en zo luisterde ze
En toen ze wat mocht vragen fluisterde ze
En zoenen?
Zoenen staat niet in Koenen, zei de geleerde
En ging.

En toen mocht de vreemde snoeshaan
En die zei:
O, hoe bestaat het dat ik hou van een lelijke vrouw
Zo lief, zo zacht en toch zo lelijk als de nacht
Zelfs als ze lacht
O, hoe bestaat het dat ik Hou                                                                                                         Van een lelijke vrouw
Ik sluit mijn ogen en haar Hand                                                                                                   Sluit in mijn hand
Juist zo klein als zij moet zijn,                                                                                                  Precies zo fijn als zij moet zijn
Als wijn die je zacht ondermijnt, overmant
En dan weet ik dat ik hou                                                                                                              Van een beeldschone vrouw
Die zon verduistert,                                                                                                                      Meer zingt dan fluistert
Naar niemand luistert.
O, dan weet ik dat ik hou                                                                                                                Van een beeldschone vrouw
Maar als ze langs sjokt                                                                                                                     Als een paard,
Als een lelijk paard
De kop omlaag,                                                                                                                                   De vormeloze dijen
Die kinderen doet schreien                                                                                                              En schichtig springt en jachtig verder jaagt
Dan oog ik naar de vrouw                                                                                                              Van wie  ik hou.
Ze komt weerom.                                                                                                                                Ik sluit mijn ogen, dat is dom.
Ik weet niet goed wat ik moet doen                                                                                             Met deze vrouw
Van wie ik hou.

En toen mocht Hans.
En Hans zei: Ja, ik weet het nog niet
Maar, het moet een meisje zijn                                                                                                            Met prachtige kleren en goudblonde lokken
En ogen als meren die niet kunnen jokken
Een mond als van honing en dan weer scherp als een mes
En hopelijk is haar vader koning en zij dan prinses
Maar, ze moet Liesje heten.

En toen keek de prinses hem aan en zei:
Ik heet Esmeralda
Maar zeg maar Liesje.

Dat is een aardig gedicht en vreemd eigenlijk dat de literatuurwetenschap er geen aandacht aan heeft besteed. Hij heeft trouwens meer aardig werk gemaakt, maar net als Haverschmidt, alleen in zijn studententijd, later niet meer.

Ook dat lied van een peer voor zijn raam is leuk.

Er staat een peer voor m’n raam.
Pyrus Communis is z’n volle naam,
Maar ik spreek hem altijd aan met peer
Dat geeft onze verhouding beter weer.

Er loopt een kat langs m’n raam
Felix Manipulata Domestica is z’n volle naam
Maar ik spreek hem altijd aan met kat
Want als hij dat liever heeft dan doe ik dat

En altijd als het lente wordt
Is m’n peer zo gesloten, m’n kat vort
En waarom ik ze mis
Hoor ik pas als het lente is

Dan ga ik voor m’n geopende venster staan
En kijk m’n peer lang en zwijgend aan
Totdat zij blozend door haar bloesem zegt
“Waarschijnlijk over een week of drie
Heb ik kleine peertjes maar ‘k weet niet van wie
Vind je me erreg slecht?”

En dan komt m’n kat grijnzend bij m’n venster staan
En kijkt me handenwrijvend aan
En zegt terwijl hij lacht:
“Het zal nu vast geen drie weken meer duren
Of er zijn kleine poesjes bij al onze buren
Had je dat van mij gedacht?”

En als ik ze dan feliciteer, dan kijken ze naar mij
Dan vragen ze: “En jij, jij bent toch niet verkeerd?”
Maar als ik ze dan alles uitleg en vertel
Dan zeggen ze: “We begrijpen je wel
Wat moeilijk leven is het met een pa en een ma
Was je maar een Pyrus Communis of een Felix Manipulata Domestica”

En wat vindt U van dit eendenliedje?

Eendje, ga je mee?
Wat doen?
Wel, zwemmen met z’n twee
En waar?
Wel, hier en daar, ver weg van het gesnater
De zon zien ondergaan in het water                                                                                              Eendje ga je mee?
En dan?
Dansen met z’n twee
Waarom?
Doe niet zo dom! Gewoon omdat wij twee…
Gewoon… Ach ga toch mee!
Eendje ga je mee?
Nee, ik ken dat. Dansen met z’n twee.
Zwemmen met z’n twee. En dan vraag jij:
“Wat dacht je                                                                                                                                             Van,                                                                                                                                                        Rusten in het riet?”
Nee hoor, zo eendje ben ik niet.

Visser is misschien niet helemaal zo goed als Haverschmidt, maar er zitten wel prima regels in zijn gedichten.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Noord Zuid verschillen.

Het valt op dat de morele maatstaven van moslims anders zijn dan die van Europeanen. Maar ook bij de Europeanen zijn ze niet overal hetzelfde.
Je trekt iemand bij moeilijke onderhandelingen over de streep, door hem voor de toekomst iets te beloven. Het nakomen van deze belofte komt later op een of andere manier niet goed uit en degene tegenover wie de belofte is gedaan zit niet in een positie om er iets aan te kunnen doen. Desgewenst kun wel uitleggen wat er aan de hand is. Voortschrijdend inzicht of een nieuwe situatie brengen mee dat de voorwaarden, waaronder de belofte geldig was, niet langer actueel zijn.
Dan hebben we exact te situatie waarin Machiavelli aan machthebbers adviseerde om de belofte te verbreken en waarin bij een rechtgeaarde Nederlander de haren overeind gaan staan. Lees ter illustratie nog eens na, als U daar toegang toe hebt, het Financieel Dagblad van 10 December 2003 inzake Euronext en natuurlijk ook het schitterende boek De Vorst van Niccolò Machiavelli.
Tussen Nederland en zijn zuidelijke buurlanden in continentaal Europa bestaat een cultuurverschil. Het duidelijkst komt dat tot uiting tussen Nederland en Frankrijk. Nederland is een land waarin besluiten worden genomen op grond van wat behoort en van wat is overeengekomen, althans dat is de manier waarop met de besluitennemers wordt afgerekend. Gekeken wordt of men zich netjes gedragen heeft. In Frankrijk gelden de feiten, daar telt of wat iemand doet succesvol is en of de wereld er wat mee opschiet.

Dit betekent ondermeer dat je met Fransen alleen maar afspraken moet maken waarvan je weet dat je die te allen tijde kunt afdwingen of afspraken waarvan duidelijk is dat naleving evenzeer in hun belang is als in dat van jou. Liefst het laatste want uiteindelijk schiet niemand erg op met afspraken die moeten worden afgedwongen. Wie zichzelf in een situatie manoeuvreert die hij niet in de hand kan houden heeft het aan zich zelf te wijten als hij op zijn gezicht gaat. Morele verplichtingen hebben Fransen en Italianen misschien wel binnen de familie en tussen vrienden en kennissen, maar niet tegenover willekeurige zakenpartners. Die moeten maar uitkijken.
Nederland en ook de andere Noord Europese landen zijn anders. Bij ons is de samenleving gebaseerd op onderling vertrouwen. Hierbij speelt de humanistische gedachte een rol dat niet alleen de leden van je clan, maar dat iedereen in principe je naaste is, zodat je ook iedereen moet kunnen vertrouwen. Dat is de norm, al betekent dat natuurlijk niet dat iedereen zich daar altijd aan houdt. Het betekent wel dat wie zich er niet aan houdt daarover ter verantwoording kan worden geroepen.
Is deze Noord Europese manier om met elkaar om te gaan nu beter dan de Franse. Nee, niet zonder meer en niet altijd en ja, toch in het algemeen wel.
Een samenleving die op onderling vertrouwen is gebaseerd en dat vol weet te houden presteert beter dan een samenleving van ieder voor zich en God voor ons allen. Vertrouwen is het cement van de samenleving, het voorkomt veel bureaucratie, maakt verdeling van de onderlinge taken gemakkelijker en vergroot het potentieel voor welvaart. Lees daarover Adam Smith, Een Onderzoek naar de Oorzaken en de Aard van de Welvaart van Naties. Zie ook, maar wat recenter, Francis Fukuyama.
Daarnaast blijft het de moeite waard om Darwin, Kant en Machiavelli goed te lezen. Wat zij ons leren komt, kort samengevat, hier op neer.
De natuurlijke wereld is de wereld van de feiten. Alleen de menselijke samenleving kent morele normen. Normen zijn van oorsprong gedragsregels voor kleine groepen van mensen, die genetisch met elkaar verbonden zijn. Zo zijn ze in elk geval in de loop van de evolutie ontstaan. Het is belangrijk om de wereld van de normen en de wereld van de feiten uit elkaar te houden en goed te begrijpen dat iets niet zo is omdat het eigenlijk zo zou moeten zijn. Pas nadat je een behoorlijke feitelijk analyse hebt gemaakt waarbij emotie en wensen buiten beschouwing blijven weet je of iets kan of dat het niet kan. Dan kun je een voorlopig besluit nemen met het oog op de mogelijke en tevens wenselijke gevolgen. Op een voorgenomen handeling kan dan een morele norm worden toegepast.
De indruk bestaat dat die leer in Frankrijk beter wordt begrepen en gevolgd dan in de Noord Europese landen. In Nederland heeft de morele norm altijd en overal prioriteit, ongeacht de uitkomst van de feitelijke analyse. Dat lijdt tot hypocrisie en ook wel tot onzinnige besluiten. Beter is het om de moraliteit te gebruiken voor een marginale toetsing van de voorgenomen handeling. Als de handeling op grond van de feiten mogelijk en wenselijk is dan blijft hij toch achterwege als het moreel echt van de gekken is.
Voor het overige dient iedereen zich ervan bewust te zijn dat ook de publieke opinie een van de feiten is waarbij in een analyse rekening moet worden gehouden. Maar die publiek opinie is geen constante factor en vaak heel lokaal. Wat wel een belangrijk moreel feit is, is dat je elkaar in de wereld altijd opnieuw blijft tegen komen en dat een reputatie van betrouwbaarheid en rechtschapenheid in dat verkeer een belangrijk asset is. Ook dat is een feit.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het midden van West Europa.

Een van de belangrijkste politieke ontwikkelingen in de geschiedenis van Europa is het niet tot stand komen van een middenrijk tussen Duitsland en Frankrijk. Twee keer was het er op een haar na. Een keer onder de naam Lotharingen, na de verdeling van de het rijk van Karel de Grote onder zijn drie kleinzonen. Lotharius was de oudste en hij koos het middelste van de drie delen, het deel dat naar hem werd genoemd. Maar hij kwam snel te overlijden en ook zijn onmiddellijke opvolger ging vroeg dood. Zijn rijk werd toen tussen Frankrijk en Duitsland verdeeld, maar dat dit gebeurde was min of meer toeval.

Het duurde tot de veertiende eeuw en de Franse koningszoon Philippe le Hardi tot er iets kwam dat op dat rijk van Lotharius leek: het Bourgondische rijk. Het kerngebied van Bourgogne, rond Dijon, was een leen van de Franse kroon. Le Hardi ’s kleinzoon Philippe le Bon heeft het oorspronkelijke Bourgondische gebied uitgebreid met een aantal Duitse lenen waaronder Frans en Nederlands sprekende provincies in de Lage Landen.

De Lage Landen waren in die tijd het welvarendste deel van West Europa. Dat gold vooral voor de zuidelijke provincies Vlaanderen en Brabant. In iets mindere mate gold het ook wel voor Holland, waar Dordrecht, Gouda en Haarlem toen de belangrijkste plaatsen waren en niet Amsterdam. Het Bourgondische Hof in Leuven en Brussel was het culturele centrum van dit deel van Europa. Het lidmaatschap van de Orde van het Gulden Vlies was een bewijs van erkenning en er werd door de Europese hoge adel om gevochten.

Had Philippe le Bon een zoon gehad die meer op hem leek dan op zijn moeder, dan had dat Bourgondische rijk van de Noordzee tot aan de grens met Zwitserland geconsolideerd kunnen worden en de geschiedenis van Europa zou een andere loop hebben genomen.

Nederland zou niet hebben bestaan maar was een van de Noordelijke provincies van een overwegend Frans sprekend koninkrijk geworden. De Bourgondische vorsten waren hertogen, maar binnen hun rijk lagen gebieden waar vroeger koningen geheerst hadden en die titel was vanzelf wel naar ze toe gekomen als het goed verlopen was met hun rijk. Veel gebieden die nu tot Duitsland horen zouden dan misschien bij dat Middenrijk zijn gevoegd. Het Noorden en Westen van Duitsland had in die tijd meer affiniteit met Nederland en Frankrijk dan met Pruisen en met de Duitse gebieden in het Oosten. Het Duitse rijk vertoonde eeuwen lang überhaupt heel weinig samenhang en is pas in de negentiende eeuw door Bismarck c.s. tot een natie aaneengesmeed.

Dat had heel anders kunnen lopen als er een rijk en machtig verwant gebied geweest was in het westen. Als de Franse onderdelen niet door Louis XI zouden zijn heroverd maar bij Bourgondië waren gebleven dan waren misschien wel meer gebieden uit Frankrijk gevolgd. Hoe Europa er dan uitgezien zou hebben valt niet zeggen, maar heel anders, dat is zeker. En veel gescheeld heeft het allemaal niet.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hands off in the Middle East.

Het Pentagon onderzocht een paar jaar geleden de mogelijkheden om in te grijpen in Syrië. Marno de Boer, student Conflict en Veiligheidsrecht in Utrecht, waarschuwde in de Volkskrant van 9/2/12 voor de waarschijnlijkheid dat ingrijpen meer slachtoffers zou veroorzaken dan het redden kon. Hij wees op de gevolgen van het westerse ingrijpen in Irak en Afghanistan waar als gevolg van interventies een destabilisatie is opgetreden en etnische conflicten zijn uitgebroken.
Allemaal juist lijkt me. Ik zal De Boer op dat punt zeker niet tegen spreken. Maar ook al was dat anders, heeft Amerika of hebben andere westerse landen recht en reden om Syrië aan te vallen? We hebben met open ogen een VN met een Veiligheidsraad opgericht voor dit soort gevallen en het vetorecht van grote landen als Rusland en China is hun niet per ongeluk gegeven. Er bestaat geen twijfel over dat op grond van het vigerende internationale recht geen land op dit moment gewapend kan interveniëren in Syrië, anders dan op verzoek van de erkende en wettige regering.

Het is natuurlijk de vraag of overwegingen van humaniteit altijd moeten wijken voor het internationale recht. Dat recht is immers zelf niet veel meer dan een ethische code die door niemand kan worden afgedwongen, als de grote mogendheden dat niet uit eigen vrije wil doen.
Dezelfde mensen die toen aandrongen op gewapende interventie zijn de eersten om de prioriteit van het internationale recht te poneren als landen als Israël in strijd met deze regels maatregelen nemen om hun veiligheid te beschermen.
Persoonlijk vind ik dat we in Syrië vooral niet moeten ingrijpen omdat de Arabische Lente zo duidelijk heeft laten zien dat van verbetering in de situatie niets verwacht kan worden zolang die landen hun moslim cultuur blijven houden. Het blijft een kwestie of de bewoners van die landen door de hond of door de kat gebeten worden. Zolang er niet overal in de moslim wereld Kemal Ataturks opstaan om een eind te maken aan de terreur van mullahs, de ulama’s en de imams, zal het daar hommeles blijven Je zou Mohammedanism, Lectures on its Origin, its Religious and Political Growth, and its Present State[1] over dit onderwerp kunnen lezen van Snouck Hurgronje of nog beter diens Verspreide geschriften[2]
Ook de Duitser Noeldeke en de Hongaar Goldziher hebben in dezelfde tijd, dus lang voor de invasie van moslim immigranten in Europa, soortgelijke dingen geschreven. Het is niet nieuw en het is zeker niet minder erg geworden dan honderd jaar geleden.
In Atlantic Community Org van 25 januari 2012 pleitte dezelfde Marno de Boer voor een tegemoetkomende houding van de VS tegenover Pakistan. Hij meende dat Pakistan twee legitieme veiligheidsbelangen heeft: haar conflict met India en de afscheidingsbeweging van de Pashtuns, die als gevolg van het Engelse optreden in de koloniale tijd nu deels in Pakistan en deels in Afghanistan wonen. Dat lijkt mij een wonderlijke opvatting waartegen Pamir Scahill, een Pashtun uit Afghanistan die nu in Europa woont, terecht een dag later op dezelfde site reageerde. Pakistan heeft geen legitieme veiligheidsbelangen tegenover buitenlandse mogendheden. Niemand bedreigt dat land, maar het is een bron van agressie tegenover buurlanden en het regime daar is volkomen onbetrouwbaar. Wat hier over Syrië en andere Arabische landen in het Midden Oosten werd gezegd geldt in gelijke mate voor Pakistan. De wereld zal geen rust hebben zolang dat land zijn moslim cultuur behoudt en het feit dat het over atoomwapens beschikt is een bron van zorg voor iedere verantwoordelijk politicus in de regio. Dat Nederland een Pakistaanse geleerde ooit de gelegenheid heeft gegeven de noodzakelijk kennis hier te stelen wordt Nederland in de regio nog steeds bijzonder kwalijk genomen.
Wat Marno de Boer betreft nog even dit: ondanks dat zijn opvattingen over Pakistan aanvechtbaar zijn, is het natuurlijk toch een briljante jonge man, die iedere hoogleraar graag als student zou willen hebben. Het ligt voor de hand dat hij de opvattingen die hij uitdraagt niet allemaal zelf verzonnen heeft en dat in Utrecht en Sheffield dit soort ideeën over Pakistan en andere moslimlanden onderwezen worden. Ik ben een groot voorstander van de academische vrijheid, maar op het terrein het veiligheidsrecht, het recht van terrorismebestrijding, het oorlogsrecht en het wapenbeheersingsrecht moeten andere en betere dingen te leren zijn dan we in dat artikel over Pakistan hebben gezien. Het wordt tijd dat er op dit interessante terrein ook andere geluiden worden gehoord in de academische wereld.

[1] New York and London: G.P. Putnam’s Sons, 1916
[2] Leiden: E.J. Brill (6 dln.), 1923-1927.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen