Het gevaar van de progressiviteit.

Marine Le Pen in Frankrijk en Geert Wilders bij ons worden door de media als extreem rechts bestempeld. Maar wat is dat, extreem rechts? Vaak wordt uiterst rechts in onze media gekenmerkt als een sterke vorm van nationalisme, racisme of xenofobie. Politicologen reserveren de term graag voor groepen die de staat en de samenleving anders willen inrichten en daarbij geweld niet schuwen. Maar naar schatting van de AIVD zijn er minder dan 300 actieve aanhangers van dit soort extreemrechts in Nederland. Dat is een ruime halvering ten opzichte van 2007 en een indrukwekkend aantal was het toen ook al niet.
Marine Le Pen en Geert Wilders zijn volgens deze definitie helemaal niet extreem rechts, eerder gewoon een beetje rechts van het midden.
Marine Le Pen, de voorvrouw van het Front National, had het in een interview met Christiane Amanpour over illegale immigranten. Immigranten die zonder vergunning of papieren een Europees land binnen komen en van wie we niet goed weten wat we er mee aan moeten. Terecht vond ze dat men dergelijke immigranten niet dezelfde faciliteiten moest geven als mensen die hier legaal verblijven, al was het alleen maar omdat dan de stroom helemaal niet meer te stoppen valt. In feite zouden we er goed aan doen een stuk van de Sahara te koloniseren en allochtonen voortaan alleen nog huisvesting, werkgelegenheid en uitkeringen te geven als ze bereid zijn daarheen te verkassen. Te vrezen valt dat dit voorlopig nog een stap te ver is voor onze progressieve medeburgers.
Maar eerst even wat achtergrond van Amanpour.
Christiane Amanpour is geboren in Londen uit immigranten ouders, afkomstig uit Iran. Zij is globaliste en de belangrijkste internationale correspondent van de Amerikaanse zender CNN. Ze is een vurig verdedigster van de belangen van immigranten van buiten Europa en staat heel negatief tegenover nationalistisch georiënteerde politici als Wilders en Le Pen. Bij progressieve Nederlanders is ze populair.
Le Pen en Wilders zijn de Europese politici die nog het dichtste komen bij een immigratiestop. In elk geval pleiten zij voor een sterke vermindering van de stroom immigranten. Dat zoveel mensen een degelijke verstandige en voor de hand liggende opstelling extreem rechts noemen, komt omdat in Noord West Europa de heersende ideologie in de laatste halve eeuw extreem links is geweest. Links en rechts zijn nu eenmaal relatieve begrippen en vanuit de extreem linkse hoek is ook het midden rechts.
Extreem links zijn de West Europese landen in die zin dat het belang van de minder bedeelden gesteld word boven het belang van de eigen samenleving en dat onder de minst bedeelden in de eerste plaats worden gerekend de immigrantenstromen die dit deel van het continent de laatste decennia hebben overspoeld.
Frankrijk houdt er ook op andere terreinen dan de immigratie gevaarlijk progressieve denkbeelden op na. De overheidsuitgaven overschrijden de overheidsinkomsten met forse percentages. Het peil van het onderwijs zakt. De fysieke infrastructuur wordt verwaarloosd, de werkeloosheid beweegt zich al tientallen jaren rond de tien procent en onder jeugdigen is die meer dan dubbel zo groot. Onder immigranten jongeren is het percentage nog weer een stuk hoger. Frankrijk heeft de grootste moslimpopulatie van alle Europese landen en een fors gedeelte ervan zijn uitkering trekkers. Het land kan niet meer meekomen op de internationale markten en dreigt nu af te glijden naar de positie van een derderangs mogendheid. Als ze niet snel een efficiënte methode vinden om al die moslims het land weer uit te werken en verdere immigratie uit die hoek te stoppen dan hebben ze het gehad in Frankrijk.
Frankrijk heeft als enig Europees land een vijfendertigurige werkweek, een veel te hoog minimumloon, vooral voor de laagst betaalden en een heel moeizaam ontslagrecht. Verder is de inflatie er hoger dan hier in het Noorden en wordt de euro daardoor te duur. Dat zijn zo ’n beetje de belangrijkste oorzaken voor het verval van dat land. Gelukkig zien beide kandidaten voor het Franse presidentschap dat nu in. Macron zal wel gekozen worden en te hopen valt dat hij dan net als De Gaulle indertijd met een referendum gaat proberen grootscheepse hervormingen door te voeren. De aanhang van Le Pen zal hem daarin steunen, mag je verwachten en het lijkt zo ’n beetje de laatste kans te zijn voor het land.
Als blijkt dat het niet gaat lukken met dat veranderen kunnen we als Noord Europese landen beter van Frankrijk af. Dan zouden we veel beter samen met Engeland en Duitsland een Noord Europese economische Unie kunnen vormen en Frankrijk en de andere zuidelijke landen voortaan als vakantiebestemming zien en niet langer als economische of militaire bondgenoten.

Geplaatst in Frankrijk | Een reactie plaatsen

De kosten van niet westerse allochtonen.

Herinnert U zich de vragen die Wilders in de Kamer stelde over de kosten van de allochtonen? De regering weigerde antwoord te geven en Wilders heeft toen het onderzoeksbureau Nyfer opdracht gegeven het voor hem uit te zoeken. Terwijl in verkiezingsdebatten in het algemeen niemand serieus met Wilders debatteert deed Siebers, een Tilburgse geleerde, dat in dit geval wel.
Wilders had op grond van het onderzoek beweerd dat de migranten Nederland minimaal 7,2 miljard per jaar kosten. De meeste mensen hebben weinig gevoel voor getallen en vinden 7,2 miljard erg veel. Niet veel minder bijvoorbeeld dan 72 miljard, wat een veel waarschijnlijker orde van grootte is voor de kosten van de immigratie. Maar Nyfer en Wilders hebben zich heel verstandig gehouden aan wat calculeerbaar en controleerbaar is. Siebers deed het anders en ging daar naar mijn mening behoorlijk de fout mee in.
Siebers wees erop dat 7,2 miljard misschien het bedrag is dat immigranten aan de schatkist kosten maar dat je de schatkist niet gelijk kunt stellen aan de samenleving. Die opmerking is zeker juist, maar zij dient niet verward te worden met de gedachte dat de 7,2 miljard alleen de uitgavenkant betreft. Inkomsten en uitgaven van de schatkist waren voor de berekening gesaldeerd of met andere woorden de premie- belastingopbrengsten afkomstig van allochtonen zijn van de uitkeringen, de kosten van criminaliteit etc. afgetrokken.
Maar ondanks de 7,2 miljard die het kost, zegt Siebers, kun je als samenleving voordelen hebben van de aanwezigheid van allochtonen.
Het bruto nationaal product, d.w.z. de ‘omzet’ van Nederland is groter door hun aanwezigheid. Cohen schijnt ook eens iets dergelijk gezegd te hebben gezegd en als het waar is toont het aan dat de mensen gelijk hebben die zeggen dat Cohen als premier en ook als burgemeester van Amsterdam een onverantwoord risico was voor het land.
Het bruto nationaal product zou groter zijn als gevolg van de aanwezigheid van immigranten als er ook maar één immigrant één euro hier verdiende en uitgaf. De kosten van hun aanwezigheid zouden dan nog veel groter zijn dan nu al het geval is. We zouden dan honderden miljarden rijker worden als ze weer vertrokken, maar het nationaal product zou dan nog steeds die ene euro kleiner zijn. Dat de Nederlandse samenleving er op vooruit gaat, alleen omdat er hier meer mensen wonen van wie sommigen een inkomen produceren, is met andere woorden echte onzin. Het gaat wel degelijk om hun toegevoegde waarde en de belastingopbrengst minus de overheidskosten zijn daar een benadering van.
Nyfer ging er van uit dat de immigranten bijdragen aan de BTW in verhouding tot hun inkomsten en Siebers denkt dat dit een onderschatting inhoudt. De immigranten verdienen gemiddeld een stuk minder, maar, schijnt Siebers te denken, ze eten evenveel. Dus moet hun aandeel in de BTW naar verhouding groter zijn. Maar BTW wordt niet alleen geheven over voedingsmiddelen en die vallen bovendien juist onder een verlaagd tarief. Los daarvan, het zou alleen waar zijn wat Siebers beweert, als de immigranten relatief een groter deel van hun inkomen zouden consumeren dan de autochtonen. Het omgekeerde lijkt eerder het geval. Een substantieel deel van het inkomen van immigranten gaat terug naar het land van herkomst, voor de ondersteuning daar van behoeftige familieleden of voor investeringen in het moederland. Er zijn berekeningen waaruit zou moeten blijken dat deze geldstroom de ontwikkelingshulp uit de westerse landen fors overtreft.
Men moet hier naar mijn mening niet negatief tegenover staan. Het is zeker beter dat wij op deze manier bijdragen aan het in leven houden van de mensen in de ontwikkelingslanden dan door geld te geven aan hun regeringen of aan ngo’s als Cordaid, WarChild of Oxfamnovib. De kans dat het bij de juiste personen terecht komt is veel groter. Maar het is hoe dan ook onjuist om zonder nader onderzoek aan te nemen dat de consumptiequote bij immigranten hoger zou liggen dan bij de oorspronkelijke bewoners van dit land.
Waar Siebers wel weer gelijk in had is dat een nauwkeurige afbakening van de begrippen die in dit soort discussie worden gehanteerd niet mogelijk lijkt te zijn. Neem alleen al het begrip allochtoon of immigrant, of westers en niet westers. Voor veel statistieken geldt wie hier geboren is als autochtoon maar in de praktijk is het veel meer een cultureel begrip dan een kwestie van inschrijving als Nederlander in het bevolkingsregister. Al te belangrijk is dat verschil nu ook weer niet. In bijzondere gevallen kan het moeilijk zijn om vast te stellen of we met een autochtoon of met een niet- westerse allochtoon te maken hebben, maar dat verhindert ons niet om zinnige dingen over deze twee bevolkingscategorieën te beweren. We moeten er wel voor oppassen om de begrippen blind toe te passen en we zouden er bijvoorbeeld geen wetgeving op moeten baseren. Daarvoor moet met veel duidelijker begrippen gewerkt worden. Dan hebben we fraaie ambtelijke omschrijvingen nodig als ‘iemand die beschikt over de Marokkaanse nationaliteit’ en nog liever over ‘een Nederlandse ingezetene die beschikt over de Marokkaanse, Ghanese’( etc.) ‘ nationaliteit, die gedurende de afgelopen vijf jaar gemiddeld een lager inkomen in Nederland heeft genoten dan het wettelijk minimum, anders dan op grond van een uitkering, dan wel iemand die op de gronden vermeld in de bijlage met een dergelijke ingezetene gelijk gesteld kan worden’. Zoiets.
Siebers haalt in zijn stuk een voorbeeld aan voor zijn stelling dat we het onderscheid tussen allochtonen en autochtonen niet langer moeten maken. Hij had een studie gemaakt van allochtonen bij de belastingdienst. Hij constateerde dat die allochtone ambtenaren heel nuttig zijn bij het achterhalen van de manieren waarop in allochtone kring de daar fungerende kleine ondernemers de belastingen ontduiken. De voordelen van deze inbreng van de allochtone belastinggaarder worden in de berekening van Nyfer verwaarloosd volgens hem. Ik zou er op willen wijzen dat de belastingontduiking die ondanks deze inspanningen plaats vindt evenmin is meegenomen in de berekening en ook niet de negatieve gevolgen van de concurrentievervalsing die de ontduiking veroorzaakt voor de inkomsten van
legitieme ondernemers. Tenslotte geven allochtone belastingambtenaren ook nog tips aan hun landgenoten hoe er met de Nederlandse belastingen kan worden omgegaan, zodat het saldo van hun aanwezigheid best eens negatief zou kunnen zijn, het tegenovergestelde dus van wat Siebers beweert.
Dat de berekening van Nyfer geen nauwkeurig beeld geeft van de kosten van de allochtonen voor de samenleving is beslist juist. Het is een minimumberekening. Het betreft een absolute ondergrens. De werkelijke kosten voor de samenleving zijn waarschijnlijk een factor tien of meer groter. Siebers voert voor zijn kritiek op Wilders en op de berekening van Nyfer geen deugdelijke gronden aan. Voor zover de PvdA zich op hem en zijn publicaties beroept neemt die partij daarbij een onverantwoord risico. Maar gelukkig telt de PvdA niet langer mee als een politieke beweging van enige betekenis.
Raar toch dat een eenmanspartij als die van Wilders meer invloed heeft in Nederland dan een partij waar de meerderheid van de hoge ambtenaren lid van is en die een halve eeuw lang het discours in Nederland heeft beheerst.

Geplaatst in zo maar wat | Een reactie plaatsen

Senatu deliberante Saguntum periit.

Marjolijn, tegenwoordig ook wel Maxime Februari, heet eigenlijk Drenth von Februar. Februar is Duits en von is Duitse adel. Beide signalen wil ze kennelijk verbergen. Maar op de achtergrond is die adel er wel. Het schelden en roepen naar anderen, wat zo veel Nederlandse columnisten en stukjesschrijvers doen, dat zie je bij hem/haar niet. Als hij kritiek heeft op iemand dan wordt die fraai verpakt en ingeleid; in plaats van zijn mening in te wrijven laat hij waar mogelijk de feiten voor zich zelf spreken.
Wanneer een commissie naar aanleiding van de toegenomen populariteit van het categorale gymnasium de opmerking lanceert dat dit “paradoxaal tot gevolg heeft gehad dat het niveau achteruit is gegaan”, dan merkt hij daarover op dat als meer mensen mogen meedoen met hoogspringen dan alleen de allerbesten, dat dan de lat omlaag moet. Dat leek hem logisch en hij had gelijk.
Als ik zoiets lees in de krant als het advies van deze commissie om de klassieke proefvertalingen af te schaffen, dan vertel ik daarover verontwaardigd aan mijn vrouw. Ik gebruik daarbij geen scheldwoorden, maar de toon waarop ik het zeg is wel een scheldtoon. Dat is Nederlands, denk ik dan. Mijn vrouw, die een Duitse moeder had, doet het in elk geval nooit.
Februari leidde zijn kritiek op het moderne gymnasium in met een beschouwing over de ablativus absolutus. Dat is een Latijnse stijlvorm waarbij een zelfstandig naamwoord en een werkwoordvorm apart gezet worden, die dan tezamen allerhand betekenissen kunnen hebben waarvan de juiste vaak alleen uit de context blijkt. Het is heel kernachtig en moet in een vertaling meestal met een uitgebreide bijzin worden weergegeven. Beroemd is de ablativus absolutus die als titel boven dit stukje staat.
Tussen Rome en Carthago dreigde oorlog, ongeveer als hier in Europa in de laatste maanden voor de eerste wereldoorlog. Saguntum lag binnen de invloedsfeer van Carthago maar gold als vriend van Rome. Saguntum werd bedreigd. Troepen erheen sturen ter bescherming betekende een oorlogsverklaring, maar Saguntum laten vallen was gezichtsverlies. Terecht delibereerde de Senaat intensief want de consequenties waren zwaar, wat ook de keus zou zijn. Maar terwijl het overleg in de Senaat nog aan de gang was veroverde Hannibal Saguntum.
Van dit voorbeeld van de ablativus absolutus dat algemeen aan Livius wordt toegeschreven, maar dat in het bewaard gebleven werk van de schrijver niet is terug te vinden, worden twee verschillende versies aangetroffen. De een is als hierboven weergegeven ‘Senatu deliberante Saguntum periit.’ De ander ‘Senatu deliberante perit Saguntum’ De woordverwisseling in een zin kan in het Latijn zonder problemen. Maar waarom in de laatste versie de tegenwoordige tijd en in de andere het perfectum? Wel, simpel, het klinkt beter. Probeer het maar uit.
Nog een vraag die me gesteld werd bij het lezen van een van de stukjes van Februari. Wat is het naaste familielid van een vrouw? Haar man, haar moeder, haar kinderen of haar broers en zusters? Dat hangt ervan af. Als ze één kind heeft dan is dat haar naaste familielid en als ze een jongen heeft en een meisje dan is het haar dochter. Kinderen beginnen hun leven als onderdeel van een vrouw en dichterbij kun je nooit komen. Als een jongen later trouwt dan kiest die voor zijn vrouw maar een dochter blijft na haar trouwen dichterbij haar moeder. Toen Februar het over haar naaste familielid had bedoelde ze een dochter van zes. Het was haar wens dat we daar zelf uit zouden komen en dat vond ik aardig.

Geplaatst in Duitsland, Nederland | Een reactie plaatsen

Gloria Wekker.

Ik had vandaag Buitenhof niet gezien, omdat ik aan het fietsen was. Een vriend mailde me dat hij verwachtte dat ik zou reageren op het interview dat Paul Witteman in die uitzending aan Gloria Wekker had afgenomen en dat hij nogal kritiekloos vond.
Ik heb dat interview dus maar opgezocht op het internet – prachtige uitvinding toch dat internet ! – en inderdaad er kwam wel wat kritiek bij me op. Niet alleen op Paul Witteman, van wie ik sowieso geen erg hoge pet van op heb, maar ook wel op Gloria Wekker.
Die beklaagde zich dat ze zo last had van racisme in Nederland. Dat verbaasde me in eerste instantie nogal. Als iemand als zij hoogleraar vrouwenstudies en klinische psychologie kan worden en de ruimte krijgt om een actiegroep te vormen voor lesbische vrouwen, dan valt het met die discriminatie toch wel mee, zou je zeggen. Sinds 2001 tot haar pensionering bekleedde Wekker de Aletta-leerstoel Gender en Etniciteit aan de letterenfaculteit in Utrecht. Die leerstoel is genoemd naar Aletta Jacobs.
Aletta Henriëtte Jacobs was een Nederlandse arts en feministe uit de negentiende eeuw en zij geldt algemeen als de eerste geëmancipeerde vrouw in dit land. Degenen die Wekker op die leerstoel benoemd hebben wilden daar zeker mee tot uiting brengen dat als er in Nederland sprake is van discriminatie dat het dan om positieve discriminatie gaat. Wekker is immers èn een vrouw èn zwart èn lesbisch en qua antidiscriminatie sla je met haar dus drie vliegen in een klap.
Maar gewoonlijk veroorzaakt zulk overdreven eerbetoon het omgekeerde van wat je wil. Niemand gelooft nu nog dat Wekker door haar eigen verdiensten op die leerstoel is terecht gekomen, terwijl ik toch de indruk heb dat zij een vrouw is die wel wat kan. Maar ben je eenmaal gewend aan het positieve discrimineren van het links liberale Nederlandse establishment, dan wordt niemand meer serieus genomen die door onze elite zo doorzichtig wordt gepromoot. Positieve discriminatie is met andere woorden in wezen toch een vorm van negatieve discriminatie en de mensen die graag willen dat achtergestelde groepen in de samenleving dezelfde gelijke kansen krijgen als witte mannen, bereiken in feite het omgekeerde.
Gloria Wekker zou er veel beter aan toe zijn als hier algemeen werd aangenomen dat zwarten nu eenmaal gemiddeld 30 IQ punten dommer zijn dan de rest en dat mannen veel geschikter zijn voor het ambt van hoogleraar dan vrouwen. Dan pas zou ze gelden als uitzonderlijk als ze met al die handicaps toch op zo ‘n leerstoel zou zijn beland. Nu is ze gewoon de gemiddelde excuustruus en ze heeft gelijk dat ze zich daartegen verzet.
Wekker is voorzitter van de Commissie Diversiteit van de Universiteit van Amsterdam. Omdat de meeste studenten op de UvA blank zijn en verreweg de meeste hoogleraren man, beval deze commissie zelf aan om actief mensen met gekleurde en buitenlandse achtergronden te werven, desnoods op basis van quota. De UvA heeft daarvoor nu een ‘diversity officer’ aangesteld, die verantwoordelijk is voor meer diversiteit onder studenten, personeel en in het onderwijs curriculum. Positieve discriminatie is waarachtig niet tot de Rijksuniversiteit Utrecht beperkt. We doen er in Amsterdam vrolijk aan mee en ik geloof dat Wekker daar terecht tegen protesteert. Ik vind dat nogal flink van haar, omdat de kans niet erg groot is dat ze in haar leven zo ver gekomen zou zijn zonder die Nederlandse hebbelijkheid. Pet af dus voor Gloria.
Wekker vindt tenslotte dat Nederlanders wegkijken van hun koloniale verleden en dat ze zich altijd onttrokken hebben aan een echt debat over racisme. U moet op het internet het interview eens opzoeken dat Clairy Polak met Gloria Wekker had over diversiteit, vooroordelen en onderscheid, culturele ballast en de taal die daarvan een uitdrukking is. Dat leert U wel anders.
Er is geen land waar zo berouwvol en zo onterecht negatief over het koloniale verleden wordt gesproken als juist hier. Vooroordelen zijn er wel, maar die werken allemaal ten gunste van onze gekleurde medemens.

Geplaatst in ethiek, maatschappelijk, onzin | Een reactie plaatsen

Vijf miljard te veel.

Hoe groter de groep mensen waarbinnen een arbeidsverdeling plaats kan vinden, hoe gespecialiseerder die verdeling kan zijn en hoe groter de gezamenlijke welvaart. Die stelling van Adam Smith is in het algemeen juist, op voorwaarde dat er binnen de groep voldoende ondernemingscapaciteit en knowhow aanwezig is en dat zij bestaat uit mensen die bereid zijn samen te werken op een gedisciplineerde manier.
De welvaart in de wereld is een gevolg van het feit dat er op globale schaal wordt samengewerkt volgens de efficiency normen van de westerse wereld. Die normen zijn in veel opzichten dezelfde als die in de Oost-Aziatische culturen. Maar wie zich niet aan de westerse normen aanpast, valt buiten de samenwerking en de welvaart. Taiwan en Zuid Korea zijn zonder grondstoffen van enige betekenis rijk geworden in dezelfde periode dat Arabië en Nigeria ondanks al hun olie-inkomsten arm gebleven zijn.
In de negentiende eeuw bestond onder economen de notie dat welvaart in hoofdzaak afhankelijk was van de aanwezigheid van grondstoffen en energie en het negentiende-eeuwse kolonialisme was daar een gevolg van. In de economie is die gedachte al lang weer losgelaten maar zij leeft voort onder progressieve politici en bij door hun politiek geïnspireerde schrijvers, hier en in de derde wereld.
De overtuiging bestaat bij veel progressieven dat de welvaart in het westen een gevolg is van de plundering van de koloniën, alsof welvaart iets is dat meegenomen kan worden als schatten in de ruimen van schepen. Ze vinden ook dat het hoog tijd wordt dat de buit wordt teruggebracht.
Als wordt aangetoond dat de koloniale mogendheden veel meer in de derde wereld hebben geïnvesteerd dan zij er ooit in de vorm van winsten hebben uitgehaald en dat veel koloniale producten alleen maar waarde hadden omdat er in het Westen gebruiksmogelijkheden voor gevonden zijn, dan wijst men die feiten ongelovig van de hand. Als gezegd wordt dat Arabieren sinds de vroege vijftiende eeuw niets opmerkelijks meer gepresteerd hebben en hun invloed in de wereld berust op het nut dat olie heeft als energiebron en als grondstof voor de chemische industrie, maar niet op hun eigen verdiensten, dan wil de derde wereld dat niet weten.
Er bestaat in die derde wereld een gevoel van onmacht, van vernedering, een onterecht gevoel ook van benadeeld te zijn door het westen, dat ten grondslag ligt aan het terrorisme dat in het begin van deze eeuw in Amerika heeft toegeslagen.
Progressieve humanisten menen nog steeds dat we de rest van de wereld compensatie verschuldigd zijn voor het feit dat de welvaart hier groter is dan ginder. Dat is niet zo. Maar we zijn wel aan de wereld en aan het andere leven op de wereld verplicht om snel wat te doen aan de vijf miljard mensen die er nu te veel zijn. Welke mensen als te veel gelden is niet zo moeilijk: de bevolkingen met de grootse geboorte overschotten. Terug naar twee miljard mensen en dan mensen die in getal ongeveer gelijk blijven. Dat zou betekenen dat we het op termijn zonder Zuid Amerikanen, Bantoe’s en Arabieren zullen moeten stellen.

Geplaatst in afrika, beschaving, Midden Oosten, Zuid Amerika | Een reactie plaatsen

Er wonen vijf miljard mensen te veel op de wereld.

Het feit dat alle geïdentificeerde terroristen van 11 September uit de islamitische wereld afkomstig zijn, laat ook over de herkomst van de verantwoordelijken die hen gestuurd hebben geen twijfel bestaan.
De islam liep in deze derde wereldactie voorop omdat de moslims de meest coherente groep vormen, maar soortgelijke gevoelens van onbehagen en vernedering treft men ook aan bij anderen. Zij kwamen op de antiracisme conferentie in Durban tot uiting in het schandelijk antisemitisme dat daar ten toon gespreid werd.
Veel moslims die op de terroristische aanslagen worden aangesproken verwijzen naar onrecht dat hun is aangedaan. Zij spreken over het meten met twee maten in het Israëlisch-Arabische conflict en in de strijd met Irak en Afghanistan. Ook wordt wel gezegd dat het Westen in Arabische landen alleen corrupte en dictatoriale regimes steunt in plaats van democratische.
Voor mensen die bereid zijn om zich in het probleem te verdiepen zijn deze redeneringen moeilijk te volgen. Het Westen wringt zich in bochten om objectief te blijven en om ook het Arabische standpunt de ruimte te geven in zijn media. Het zet Israël onder druk om de Palestijnen tegemoet te komen. Als er in de regio een democratisch regime te vinden zou zijn zouden het Westen dat met alle genoegen willen steunen. Helaas is de enige democratie in het Midden Oosten Israël en zijn alle terroristen op enkele onbetekenende Joodse fundamentalisten na tot nu toe Arabieren geweest.
Natuurlijk, ook Israël gebruikt geweld in het conflict, maar geweld en terrorisme zijn niet hetzelfde. Terrorisme is (extreem) geweld tegen onschuldige personen of affectieve goederen met het oogmerk leed toe te brengen aan tegenstanders. Wraak en een behoefte tot intimidatie zijn doorgaans de bronnen van terrorisme.
Israël reageert en verdedigt zich, zoals ook Amerika dit gedaan heeft in Irak en Afghanistan, maar het pleegt geen terreur. Voor de onafhankelijkheid zijn er joodse organisaties geweest die wel terreur hebben gebruikt, zoals tegen het King David hotel en tegen een Palestijns dorp in de eerste Joods Arabische oorlog, maar dit soort daden werd door de meerderheid in het land veroordeeld. Burgers die aan Arabische kant omkomen zijn over het algemeen stenengooiers en anderen die bewust het gevaar hebben gezocht. Dat er daarnaast onschuldigen bij oorlogshandelingen omkomen is onvermijdelijk, maar de Arabieren vallen bewust onschuldigen aan. Dat is een belangrijk verschil.
We zien honderden miljoenen Arabieren, met een grondgebied dat groter is dan Europa en met de grootste inkomstenbron die de wereldgeschiedenis ooit heeft gekend, de olie van de Golf. Daartegenover staan een paar miljoen Israëliërs, een paar procent van het getal van de Arabieren, met een gebied dat kleiner is dan Nederland. Over dat gebiedje voeren de Arabieren nu al zeventig jaar oorlog met de Israëli’s. Met al hun rijkdom uit de olie en met alle hulp die hun via de Verenigde Naties en rechtstreeks door het westen wordt verstrekt zijn ze niet in staat gebleken om de Palestijnse vluchtelingen van werk en eten te voorzien. Meer dan 50% van de bewoners van de West Bank haalde voor de Intifada zijn inkomen uit Israël. Het door de Intifada veroorzaakte geweld werkt als een boemerang, snijdt de Palestijnse bevolking af van zijn arbeidsinkomen, verhoogt de ellende van de vluchtelingen en andere bewoners van de Westbank en houdt daarmee ook tot op grote hoogte zich zelf in stand.
Zolang rassenhaat en terrorisme in de Arabische en andere moslim landen bon ton zijn tot in de beste media toe, zolang die haatpraat geduld wordt in Europa en zolang geen Arabier of sympathisant over terreur in de wereld kan praten zonder daarvan de schuld bij anderen te zoeken, zouden we op moeten houden over het Palestijnse probleem te discussiëren. Dat valt dan niet op een zinnige manier te doen.
De moslims menen dat de mensen in het Westen hun standpunt niet begrijpen. Goed ingelichte mensen in het westen begrijpen heel goed dat de Arabieren Palestina als hun gebied beschouwen en de Israëliërs als indringers. We menen alleen niet dat hun dat het recht geeft aanslagen op onschuldigen te plegen, hun kinderen in haat op te voeden en zich in verbaal en fysiek hooligan gedrag uit te leven. Persoonlijk vind ik ook dat de Arabische cultuur die in ieder land waar die nu kan worden aangetroffen met wapengeweld is gevestigd, geen recht van spreken heeft.
Als de Arabieren overal in het Midden Oosten en de rest van de wereld zouden verdwijnen, behalve in Saoedie Arabië, dan pas waren we terug bij af. Al kun je natuurlijk volhouden dat iedereen die ergens woont voorouders heeft die ergens anders vandaan zijn gekomen en dat iedereen vroeger wapens nodig had om in leven te blijven. Maar als je het zo bekijkt valt ook Israël niet te verwijten dat ze het land van hun voorouders hebben terugveroverd.
Als moslims van oordeel zijn dat hun meer respect toekomt dan ze krijgen, dan zouden ze om te beginnen zich met meer respect tegenover anderen moeten gedragen. Toen vertegenwoordigers van moslimorganisaties op publieke bijeenkomsten kwamen, zoals die na 11 September 2001 een tijd lang dagelijks in ons land plaats vonden, heeft geen enkele van hen nagelaten te spreken over het onrecht dat de moslims wereldwijd wordt aangedaan. Men had toen kunnen volstaan met zijn medeleven uit te spreken en het debat over de onderliggende issues voor later te bewaren. Dat had de leefgemeenschap meer credit gegeven in dit land, terwijl nu een grote meerderheid het liefste zou zien dat die moslim gemeenschap hier zou verdwijnen en de leden die hier bleven zich aan zouden passen bij de normen en waarden die in dit land gelden.

Geplaatst in afrika, Midden Oosten, Zuid Amerika | Een reactie plaatsen

geweld en geloof

Bin Laden heeft de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania op zijn geweten, dat staat wel vast en dat was voldoende voor uitlevering door Afghanistan. In een procedure in Amerika was er dan wel uit gekomen of hij ook verantwoordelijk was voor de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon. Die uitlevering is er niet gekomen en in plaats daarvan is er oorlog gevoerd in Afghanistan.
Dat de aanslagen uit islamitische kring afkomstig waren, daarvoor is zoveel “circumstantial evidence” aanwezig dat daar in redelijkheid niet aan getwijfeld kan worden. Dat er grote islamitische terreurorganisaties bestaan met tegen het Westen gerichte doeleinden staat vast. Ook dat ze vanuit Saoedie Arabië en de Gulf States worden gefinancierd en dat de westerse landen dus indirect meewerken aan de tegen hen gericht terreur.
Het was duidelijk dat de aanslag uit de hoek van de Islam kwam en dat de terroristen wel bij islamieten en niet bij anderen op steun konden rekenen. De Amerikaanse regering heeft alles gedaan wat mogelijk was om duidelijk te maken dat ze geen gewelddaden tegen medeburgers van islamitische huize zouden dulden in Amerika en dat zij de steun van alle weldenkende islamieten inroepen om de terreur te bestrijden. Die steun is er niet gekomen, behalve voor de gevallen dat de terreur zich ook tegen de Arabische machthebbers zelf richtte.
Dat Europa met zijn verdeelde meningsvorming en zijn bureaucratische besluitstructuur niet in staat is wat dan ook efficiënt te doen staat wel vast. Wij hebben er daarom als Nederland goed aan gedaan om Amerika te steunen met diplomatieke, financiële en logistieke steun.

Geplaatst in geloof, geweld | Een reactie plaatsen