Kiezen tussen kwaden.

Max Pam had het een tijd geleden over mensen die ongelukkig zijn en dat wijten aan een van hun eigen lichaamsdelen. Ze willen b.v. hun been laten amputeren, ofschoon daar medisch niets mee mis is. Ze verwachten dan van hun depressie af te raken. Hij probeerde zich te verplaatsen in de chirurg die aan die wens gevolg geeft en constateert zijn eigen ethische verwarring bij het antwoord van de man dat mensen gelukkig maken goed moet zijn.
Max Pam schrijft goed en literair is zijn methode sterk om het probleem te stellen en te beantwoorden met het oproepen van het gevoel dat die arts niet deugt zonder dat met zoveel woorden te zeggen.

Toch zou een wat uitgebreidere ethische behandeling van het vraagstuk nodig zijn, vind ik, want het is wel een echt probleem.
Iedereen zal wel vinden dat een getroebleerde patiënt die zich zelf verminken wil daarbij niet door een arts moet worden geholpen. Zo ‘n man of vrouw is niet bij zinnen en hun verzoek moet worden genegeerd. Bij een verzoek om euthanasie denken we daar al anders over, kennelijk omdat een redelijk mens dat echt kan willen en misschien ook nodig hebben. Dat geldt niet voor dat been afzetten. De patiënt meent dat overigens zelf wel en aan de weigering van de arts gaat dus een psychiatrische diagnose vooraf, die in dit geval niet zo moeilijk geweest zal zijn. Maar in andere gevallen levert de diagnose misschien meer problemen op.

Wat bijvoorbeeld als het gaat om een patiënt die zijn medicijnen niet wil nemen omdat hij – terecht – meent dat het zijn normale functioneren belemmert? Het is voor de arts duidelijk dat hij met een ernstig geval van paranoia te maken heeft en dat zonder medicijnen de man maatschappelijk niet of nauwelijks kan functioneren. Van de andere kant zijn de bezwaren tegen de medicijnen ook reëel.
Ga een stap verder. De man wordt door zijn vrouw het huis uit gezet, want hij is van tijd tot tijd gewelddadig, hij verdenkt haar en de kinderen van de vreselijkste dingen en er valt niet meer met hem te leven. Zijn advocaat kan zijn instructies niet aanvaarden want hij is naar diens oordeel niet compos mentis. Hij moet medicijnen nemen,wil hij partij kunnen zijn in het echtscheidingsproces. Voor de advocaat is de beslissing gemakkelijker dan voor de arts: hij geeft zijn opdracht terug als de man zijn medicijnen blijft weigeren. Het resultaat is dat de man van noodzakelijke juridische bijstand verstoken blijft.

Een psychiater zal er in zo’n geval, meen ik, toe neigen het besluit van de man om geen medicijnen te nemen te respecteren en alle ellende die daar uit voort vloeit op de koop toe te nemen. Hij moet kiezen tussen zijn neiging als arts ervoor te zorgen dat een noodzakelijke therapie plaats vindt en zijn plicht als mens om het besluit van iemand anders te respecteren ook als hij het er niet mee eens is. Het enige alternatief is om de man op te sluiten, d.w.z. niet langer als mens te behandelen. Dat is een zware ingreep in iemands leven en bovendien, er is een te kort aan plaatsen.

Het is wijs om te onderkennen dat er voor veel ethische problemen geen oplossingen zijn en zeker geen standaardoplossingen. Het kiezen tussen twee kwaden is moeilijk en we moeten aanvaarden dat daar fouten bij gemaakt worden.

Geplaatst in ethiek | Een reactie plaatsen

Bacon en Spinoza.

Francis Bacon was een hoge ambtenaar maar ook een vooraanstaand jurist en geleerde in zijn tijd. Hij is niet zo bekend bij het intellectuele grote publiek van tegenwoordig, maar werd door filosofen als Hume en Kant voor een van hun gelijken gehouden en dat was terecht.

Zijn belangrijkste filosofische geschrift is het Novum Organum, een kritiek op Aristoteles, maar een belangrijk en zelfstandig epistemologisch werk. Bacon werd bekend om het begrip idols. Daar wordt tegenwoordig heel iets anders onder verstaan, maar in de terminologie van Bacon betekende idol een vervorming van de werkelijkheid. Het novum organum beoogde een opsomming te geven van al de verschillende redenen waarom mensen de werkelijkheid anders ervaren dan die is.

In de negentiende eeuw was een trompe d’oeil iets om aan de wand te hangen; het was een voorwerp met een vorm van gezichtsbedrog dat de mensen in die tijd fascineerde. Tegenwoordig zijn trompe d’oeils hulpmiddelen in de psychologie, middelen om aan te tonen dat de beelden die door onze hersens worden waargenomen een deel van hun vormgeving danken aan die hersenen zelf in plaats van aan de werkelijkheid die waargenomen wordt. Dat is een voorbeeld van fenomenen die Bacon idols noemde.

Hij stond aan het begin van de natuurwetenschappelijke revolutie, die op haar beurt het begin vormde van de technische en industriële revolutie. Wetenschap en techniek zijn afhankelijk van de wereld zoals die werkelijk is en niet zoals wij ons er een beeld van vormen en zij hadden grote behoefte aan een middel waarmee de werkelijkheid kon worden beschreven los van al de misleidingen die in de menselijke taal zijn ingebouwd. Dat middel bleek de wiskunde.
Wiskunde beschrijft de werkelijkheid wel niet direct, maar wel de relaties tussen fenomenen en het verloop van processen. Het abstraheert relaties en processen en maakt ze daarmee los van de intuïtieve benadering die we aan onze genen en van de benadering die we aan onze cultuur ontlenen. De wetenschap komt daardoor op een steviger fundament te staan. Techniek op industriële schaal zou zonder wiskunde niet mogelijk zijn.

Het is niet zo dat wiskunde het intuïtieve begrip vervangt. Vooruitgang in de wetenschap en ook in de wiskunde zelf is afhankelijk van plotselinge inzichten die niet met behulp van wiskunde kunnen worden verkregen. Wiskunde kan de validiteit van zulke inzichten wel bewijzen en – wat misschien belangrijker is – aantonen wanneer intuïtieve inzichten misleidend blijken te zijn. Vaak omdat ze berusten op een vorm van vooringenomenheid, op wat Bacon idols placht te noemen.
Dat wiskunde deze eigenschap heeft maakte zoveel indruk op de zeventiende-eeuwse voorlopers van de verlichting dat Spinoza de methode aangreep om zijn godsbegrip te onderbouwen. De Ethica lijkt een theologische pendant van de elementen van Euclides. Het geeft een fundamenteel begrip van de werkelijkheid inclusief de morele aspecten ervan.

Geplaatst in ethiek, wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

Die ellendige affaire Van Rey

‘De zaak Van Rey breidt zich steeds uit’ kopte de Volkskrant[1]. Maar wat zich opdrong in die affaire is dat zich sinds 2012, toen er huiszoeking gedaan werd bij de Roermondse politicus, eigenlijk niets nieuws heeft voorgedaan in deze zaak.
Van 2012 tot 2015 heeft een officier van justitie, Michiel Zwinkels[2], Van Rey laten bungelen op wat in het katholieke Limburg van vroeger ‘dagelijkse zonden’ zouden zijn geweest. De politiek was in Limburg door en door corrupt en het is juist Van Rey geweest, die samen met Joep Dohmen aan die corruptie een einde heeft proberen te maken. Wat Van Rey heeft gedaan is peanuts bij vergeleken wat er in de rest van het land gebeurt en er is nog nooit iemand strafrechtelijk vervolgd voor wat hem feitelijk ten laste werd gelegd. De rechtbank in Rotterdam veroordeelde Van Rey uiteindelijk ‘slechts’ tot een taakstraf van 240 uur, dat is zes weken, wat in de ogen van de media te weinig, maar in mijn ogen nog belachelijk veel was. [3]
Van Rey had aan een vriendje, de Meersemer burgemeester Offermans, wat informatie doorgespeeld over de informatieprocedure voor een nieuwe burgemeester in Roermond. Hij heeft daarnaast reizen gemaakt met zijn jeugdvriend Piet van Pol, onder meer naar een onroerend goed beurs aan de Riviera en Van Pol heeft ooit een reclamezuil betaald voor de VVD. Daar stond niet het portret op van Van Rey maar van oud-staatssecretaris Weekers.
Het informatie doorspelen duurde twee of drie minuten en niemand heeft ooit gesuggereerd dat het voor de benoemingsprocedure zelf enig verschil kon hebben gemaakt. Offermans had niet om de informatie gevraagd maar beleefd naar Van Rey geluisterd. Veel anders kon hij niet doen. Dat hij daar strafrechtelijk voor is vervolgd en zijn baan kwijt is geraakt en als burgemeester nooit meer ergens anders aan de bak komt, is in mijn ogen een schandaal.
Het OM had telefoontaps geplaatst om corruptiebewijs te verzamelen tegen Van Rey en daar kwam het gesprek met Offermans als een soort bijvangst uit. Wat er ook uitkwam was een lang gesprek van Van Rey met staatssecretaris Teeven. Dat gesprek is ‘als gevolg van een stroom storing’ niet opgenomen, verklaarde de officier. Of de opname is achteraf in het ongerede geraakt, dat was niet helemaal duidelijk. Maar gelukkig worden door de AIVD en de Amerikaanse inlichtingendiensten alle telefoongesprekken in Nederland opgenomen, ook los van de taps van het OM, dus het O.M had er, zo nodig, voor kunnen zorgen dat dat gesprek weer boven water kwam.
Waar het feitelijk en strafrechtelijk om ging waren de vakantiereizen, uitstapjes en donaties aan Liba BV, een bedrijf dat op naam stond van de kinderen van Van Rey. Verder zou hij 34 volmacht stemmen geronseld hebben en schond hij volgens justitie zijn ambtsgeheim door informatie te lekken uit de sollicitatieprocedure voor de nieuwe burgemeester.
In de tenlastelegging wordt dit vertaald als ambtelijke corruptie en witwassen. Onder witwassen zult U misschien, net als ik, verstaan dat geld, dat door misdrijf is verkregen, langs slinkse wegen wordt getransformeerd in iets anders, bijvoorbeeld in winst op onroerend goed. Maar in het strafrecht is dat tegenwoordig anders.
Wikipedia formuleert het nog als volgt: “het uitvoeren van transacties om de herkomst van mogelijk crimineel verkregen geldsommen te verbergen met het doel het illegaal verkregen vermogen te kunnen besteden en investeren zonder dat bewezen kan worden dat ontvangst illegaal was en zodoende te voorkomen dat het geld door justitie of belastingdienst in beslag wordt genomen”.
U vindt in het Wetboek van Strafrecht in artikel 420bis:
1.
a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf;
b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf
2
Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.
Ik denk niet dat U gemakkelijk een ander wetsartikel vindt in het strafrecht dat vager en ruimer is geformuleerd dan dit artikel 420bis.
Maar tijdens die reisjes die Van Rey samen met Van Pol gemaakt heeft zijn er helemaal geen fondsen langs slinkse wegen omgezet in iets anders om de illegale herkomst te verbergen. Het zou me trouwens niets verbazen als Van Rey aan kon tonen dat hij in verhouding tot beider inkomen en vermogen evenveel voor Van Pol betaald heeft als omgekeerd.
Naast Van der Pol werden nog twee Limburgse bedrijven genoemd in de dagvaarding, het bouwbedrijf Meulen Groep uit Weert en beveiligingsbedrijf Red Security uit Roermond, maar dat was zo de minimis dat hun bestuurders helemaal buiten schot bleven. In feite ging het dus om zijn vriendschap met Van Pol en om dat telefoontje.
Van een politicus die zo veel tot stand gebracht heeft in Midden Limburg en die met zo veel bedrijven zaken heeft gedaan voor Roermond en voor andere Limburgse overheden, zou je verwachten dat er dozijnen omkoopschandalen aan het licht zouden zijn gekomen, als de man werkelijk corrupt was geweest. Ik denk ook dat Zwinkels een flink deel van die vier jaar heeft besteed aan het vinden van meer gevallen, maar nee dus.
Niets meer dan al uit de aangifte van een belastingambtenaar en uit illegale telefoontaps was gebleken en dat bovendien al paar jaren lang bekend was.
Dat zoiets in een beschaafd land als Nederland kon gebeuren is en blijft een raadsel. Het kan niet anders worden gezien als een combinatie van incompetentie bij het OM en wraakzucht in de politieke omgeving van Van Rey. Die man heeft in zijn lange politieke carrière te veel vijanden gemaakt en al die aanvaringen uit het verleden kreeg hij in dat strafproces op zijn boterham.
Wat hoogst opmerkelijk blijft, is dat de Nederlandse pers zo lijdzaam achter het OM is aan blijven lopen. Je zou verwachten dat ervaren strafrecht journalisten zich een eigen oordeel zouden hebben gevormd en niet zo klakkeloos waren blijven berichten wat hun door het OM werd voorgekauwd. Daar kan een rol bij hebben gespeeld dat Joep Dohmen[3], de bekende en intelligente NRC verslaggever en kenner van Limburg, niet echt van zijn kennis gebruik gemaakt heeft om de man te helpen, wat eigenlijk zijn burgerplicht zou zijn geweest. Maar ook hij heeft een hekel aan Van Rey en hij nam die moeite niet.

[1] 16/1/15

[2] Van Rey werd verdacht van het lekken van informatie naar kandidaten in de benoemingsprocedure voor een nieuwe burgemeester van Roermond. De wethouder was als adviseur van de vertrouwenscommissie betrokken bij deze procedure. Hij werd verdacht van schending van zijn geheimhoudingsplicht. Daarnaast onderzocht de rijksrecherche een verdenking van ambtelijke corruptie omdat Van Rey op reis met een vriend wel eens de hotelrekening door zijn reisgenoot had laten betalen

[3] http://www.limburger.nl/cnt/dmf20160511_00020322/de-keerzijde-van-het-succes: Die belangstelling bereikte een hoogtepunt, toen het Openbaar Ministerie twee jaar cel eiste tegen de Roermondse politicus en ontzetting uit het recht een bestuurlijk ambt te bekleden voor de duur van drie jaar. Alle grote media besteedden er uitgebreid aandacht aan, met creatieve koppen en dankbaar gebruik makend van de uitspraken van Van Rey, die zoals gewoonlijk geen blad voor de mond nam in reactie op de eis.

[4] Zie http://pauwenwitteman.vara.nl/media/188186

Geplaatst in onzin, strafrecht | Een reactie plaatsen

Corstens, de Hoge Raad en het strafrecht.

Geert Corstens is president van de Hoge Raad geweest, maar was in die functie het levende bewijs dat, hoewel de civiele en fiscale raadsleden goede juristen zijn, de strafrechtgeleerden daar eerder een soort club van theologen vormen. Het zijn priesters van de progressieve gemeente en hebben eerder de neiging om te preken dan om recht te spreken.
Gisteren stond een interview met Corstens in het Parool, waarin hij zich uitliet over de fraaie redevoering die Geert Wilders heeft uitgesproken als slotwoord in zijn strafproces nummer II.[1]
Wilders had gelijk dat zijn tweede strafproces een farce is. Zijn advocaat heeft overtuigend aangetoond dat een van de rechters in dat proces bevooroordeeld was en dus gewraakt had horen te worden. Bij zijn eerdere strafproces was die wraking gelukt, omdat men de wrakingskamer pas op het laatste moment had samengesteld uit rechters die toevallig aanwezig waren. Die fout heeft men deze keer niet gemaakt en het stond van te voren vast dat er niet gewraakt ging worden al was daar opnieuw alle reden toe. Wilders had gelijk door te spreken over een nep rechtbank en Corstens had ongelijk door de schending van de trias politica die hier plaats vond aan Wilders in de schoenen te schuiven in plaats van aan de wrakingskamer en aan Elianne van Rens.
Deze rechtbank zal ongetwijfeld door de geschiedenis veroordeeld worden, maar zo lang hoeven we eigenlijk niet eens te wachten. Aan het aantal stemmen dat Wilders straks in maart gaat krijgen kunt U zien hoeveel mensen in Nederland deze gang van zaken veroordelen. Aan de peilingen te zien zou dat 22% van de volwassen Nederlandse bevolking kunnen zijn.
Toch is er geen enkele andere reden om op Wilders te stemmen dan om duidelijk te maken dat kiezers zijn strijd ondersteunen tegen een op zich zelf gerichte elite, waar Corstens deel van uit maakt. Wilders zal nooit een regering kunnen vormen in Nederland of daar deel van uit kunnen maken, als zou het maar als gedoger zijn. De andere partijen zijn allemaal deel van het Haagse circuit en voelen zich aangesproken door zijn kritiek.
De kritiek van Wilders kun je niet afdoen als stemmingmakerij. Als een politicus twee maal terecht moet staan voor een uitspraak die in de lijn ligt van zijn politieke programma, als in de tenlastelegging haatzaaierij en belediging van een volksgroep worden genoemd, twee vage normen die sowieso niet in het strafrecht thuis horen, dan is er sprake van een politiek proces.
Wilders heeft nooit opgeroepen tot geweld, maar integendeel geweld altijd veroordeeld. Ook en met name als het gepleegd werd door extremisten die door de media met hem in verband werden gebracht. Hij zelf wordt bij voortduring bedreigd en de mensen die dat doen worden niet vervolgd ook als ze dat publiekelijk hebben gedaan in de aanwezigheid van getuigen en we over alle gegevens beschikken die nodig zijn voor een vervolging.
Corstens is in zijn zesjarige presidentschap van de Hoge Raad vaker voor de televisie opgetreden dan alle eerdere voorzitters bij elkaar. Was het nu maar zo dat de onderwerpen waarover hij wilde praten erg interessant waren. Maar ook dat was niet het geval.
Zo ging het ooit over een boek dat verschenen is over de houding van de Raad in de tweede wereldoorlog. In verband daarmee kwam toen het besluit van de Raad aan de orde om de voordracht van AG Aben tot lid van de Raad weer in te trekken. De hoogleraar die het boek geschreven had vond het een misser, om zoiets onder druk van de PVV te doen, maar Corstens liet weten dat hij het onder druk van nog meer partijen had gedaan.
Polak, de ankerpersoon die toen voor het laatst in deze functie optrad, leek daar wat verbaasd over, maar dat kwam waarschijnlijk omdat ze geen juriste is. De leden van de vaste Kamercommissie voor Justitie zijn dat wel.
Aben had een interne notitie gemaakt waarin hij de wraking van rechter Moors in het proces Wilders I bekritiseerde. Ten onrechte had hij die notitie aan Moors ter inzage gegeven en daarmee het risico genomen dat zij in de publiciteit zou komen. Toen dat inderdaad gebeurde had hij zich daarmee voorlopig gediskwalificeerd voor een benoeming in de Raad, zoals de vaste commissie beslist aan Corstens moet hebben uitgelegd. De zaak had op dat moment immers nog heel goed in cassatie voor de Raad kunnen komen. In dat geval was er aan de zijde van een AG van een vooringenomenheid sprake geweest die we in ons rechtsbestel niet permitteren kunnen.
Kortom, Aben had een misser begaan en het had op de weg van Corstens gelegen om dat aan het publiek uit te leggen. Corstens wist ook niet uit te leggen waarom het zo belangrijk was dat er na vijf en zestig jaar een boek gepubliceerd werd over het te kort schieten van de Raad in de tweede wereldoorlog. Corjo Jansen, de hooggeleerde auteur, noemde drie gevallen waarbij de Raad toen de rug niet recht gehouden had tegenover de bezetter. Veel meer dan constateren dat dit laf is geweest kunnen we nu niet meer. De raadsheren met terugwerkende kracht ontslaan gaat nu eenmaal niet. Corstens had, als het wel zou kunnen, zoiets zeker als een aantasting van de rechterlijke onafhankelijkheid gekwalificeerd.
Terecht vond Polak het onzin om affaires als het verzet van Corstens tegen de verhoging van de griffierechten te gaan vergelijken met wat de Raad in de oorlog had horen te doen toen zijn voorzitter Mr. L.E. Visser door de Duitsers werd ontslagen.
Dat Corstens zijn houding t.a.v.. de griffierechten toch een beetje als een soort rehabilitatie voor zijn Raad leek te zien, geeft wel aan waarom de publieke omroep hem en zijn Raad voor dit soort optredens hoort te behoeden.
Geert Corstens heeft ook in een interview met Rutenfrans ooit gezegd: als het inderdaad zo is, zoals Maxime Verhagen in de Tweede Kamer beweerde, dat bij de terroristenbestrijding het adagium van beter tien schuldigen vrij dan een onschuldige in de cel, zo zwaar niet hoeft te tellen, dan heb ik daar grote bezwaren tegen[2]. Bij mij is de verhouding eerder honderd tegen een. Rechters moeten, desnoods tegen het gemor van het volk in, bij twijfel de verdachte vrijlaten. Ik heb het gevoel dat dat uitgangspunt in de rechterlijke macht nog steeds gedeeld wordt, maar in de politiek steeds minder. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de rechtsstatelijkheid moeten wij, ook als Hoge Raad, durven zeggen: jongens, jullie gaan te ver. Daar staan wij voor. Tot hier en niet verder.’
Corstens sprak in heilige strafrechtelijke verontwaardiging, maar Verhagen had het in de Kamer over terrorisme bestrijding, wat een vorm van oorlog voeren is en helemaal niet hetzelfde als strafrecht. Wanneer iemand deel uit maakt van een erkende groep terroristen, zoals de groep die in Amerika de aanslagen van de elfde september pleegde, dan is hij iemand die bestreden moet worden. Wie tot die groep hoorde ging terecht naar Guantanamo Bay ook al was er geen spoor van bewijs geweest voor deelname aan één enkele aanslag.
Het zelfde geldt voor moslims die zich nu bij Isis of een andere moslim terreurorganisatie aansluiten. Dan gaat het niet om strafbare feiten die ze gepleegd hebben, maar om het lidmaatschap van een vijandige organisatie. In die gevallen is er helemaal geen strafproces nodig maar alleen identificatie als vijand.
Bij het strafrecht gaat het om twee zaken. Het handhaven van de belangrijkste normen in de samenleving en daarnaast om je medeburgers bescherming te geven tegen een overmachtige overheid. Een overheid die een burger straffen kan zonder wettig en overtuigend bewijs te hebben geleverd voor een ten laste gelegd feit is een groter gevaar voor de samenleving dan een incidentele wetovertreder. Daar zijn we het allemaal wel over eens. Maar moslim terroristen horen niet tot onze samenleving. Die hebben zich daar buiten geplaatst.
Het identificeren van Arabische terroristen is heel wat gemakkelijker dan bewijs leveren in het strafrecht. De strijd tegen het terrorisme is een Europese prioriteit en het is te betreuren dat iemand die president van de Hoge Raad geweest is dat niet inziet.

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2016/11/23/wilders-geeft-pleidooi-bij-slotzitting-minder-minder-rechtszaak-a1533116
[2] Slecht Nederlands die zin. Hij bedoelt: als Maxime Verhagen werkelijk beweerd heeft enz.

Geplaatst in staatsrecht, strafrecht | Een reactie plaatsen

Wesseling.

Henk Wesseling is emeritus hoogleraar Algemene Geschiedenis in Leiden. In een opstel ‘Over geschiedenis, tussen wetenschap en kunst’ gaat hij er van uit dat in de wetenschap onderzoeksresultaten hetzij door iedereen worden overgenomen hetzij weerlegd en dat er geen tussenweg is. Die veronderstelling is niet juist. Wetenschapsresultaten kunnen ook worden genegeerd en dat gebeurt niet zelden. Soms ook wordt iets eerst genegeerd en komt het vervolgens alsnog in de belangstelling en gaat het tot het arsenaal horen van de algemeen erkende wetenschappelijke kennis. Het werk van de Oostenrijkse plantkundige Mendel is daar een goed voorbeeld van, een essentiële aanvulling als het was op het werk van Darwin. Vijftig jaar lang werd het genegeerd en toen tezamen met het verwante werk dat Hugo de Vries verricht had in de Amsterdamse Hortus, werd het plotseling wereldberoemd. Van de waardevolle wetenschapsresultaten die permanent genegeerd worden zullen we nooit iets weten, maar de veronderstelling dat het er best veel zouden kunnen zijn, lijkt geen onzin.

In feite was de opmerking over (natuur)wetenschap voor Wesseling maar een zijlijn. Wat hij eigenlijk wilde zeggen is dat geschiedenis geen wetenschap is in de zin van een samenhangende groep theorieën die betrekking hebben op de oplossing van problemen en die systematisch aan de werkelijkheid worden getoetst. Een historicus mag beweren wat hij wil zonder dat wat hij zegt enige samenhang vertoont met wat geldt als “stand van de wetenschap”. Hij kan dat doen zonder dat iemand hem daarover een verwijt kan maken, zolang wat hij zegt maar niet feitelijk kan worden weerlegd en zolang het betrekking heeft op het verleden. Wel dient geschiedenis ordening te brengen in het besproken materiaal. Die ordening kan zowel horizontaal als verticaal zijn, d.w.z. zij kan betrekking hebben op andere gebeurtenissen, die gelijktijdig elders plaats vinden of op voorvallen uit dezelfde regio, maar eerder of later. Geschiedenis is een muze, het is kunst zou men kunnen zeggen, maar wel gebaseerd op verifieerbare feiten uit het verleden.

Die eis om niet aantoonbaar van de feiten af te wijken geeft de geschiedenis een wetenschappelijk sausje, maar eigenlijk gaat het daarbij om niet meer dan het waarheidsstreven dat ieder fatsoenlijk mens in acht neemt als hij iets belangrijks heeft te beweren. Geschiedenis gaat over wat belangrijk was in het verleden terwijl behoorlijk aandacht wordt besteed aan het verifiëren van de vermelde feiten. Dat is eigenlijk alles en wetenschap is dat niet.

Geplaatst in geschiedenis, wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

De Baltische landen.

Tallinn, de hoofdstad van Estland ligt op 85 km van Helsinki. Tussen deze twee steden in ligt de Finse Golf, de enige uitgang voor Rusland naar de Oostzee, als je Kaliningrad niet meerekent. Finland is lid van de EU maar niet van NATO. Daar is sinds de val van het communisme wel sprake van geweest, maar de laatste tijd hoor je er niet veel meer van. De drie Baltische landen zijn zowel lid van de NATO als van de EU.
De Baltische landen vormen met hun drieën een flink stuk van de oostkust van de Oostzee en zijn van strategisch belang voor zowel de NATO als voor Rusland.
Duitsland, de Scandinavische landen, Rusland en Polen hebben in de loop van de eeuwen oorlogen gevoerd over de hegemonie in dat deel van de wereld. Voor en na de tweede wereldoorlog waren de Baltische landen bezet door de Russen en in de oorlog door de Duitsers. Oost Pruisen dat in de tweede wereldoorlog door de Russen op de Duitsers in veroverd, was van oorsprong ook een Baltisch land. Tegenwoordig is het Russisch en heet het Oblast Kaliningrad. Ook de hoofdstad die vroeger Königsberg heette heet nu Kaliningrad. Het heeft geen rechtstreekse verbinding met de rest van Rusland maar is een belangrijke ijsvrije haven en een basis voor de Russische vloot. De oppervlakte van de oblast is niet meer dan 15000 vierkante km, ongeveer een derde van Nederland.
De oppervlakte van Estland, Letland en Litouwen tezamen is 175000 km, dus ongeveer twaalf keer zo groot als Kaliningrad.
In 1990 werd tussen de drie Baltische landen een verdrag van wederzijdse bijstand en samenwerking gesloten dat de externe en interne veiligheid betreft. De NATO heeft er een kleine troepenmacht gelegerd, die in hoofdzaak een symbolische betekenis heeft. De Baltische landen zijn in feite niet te verdedigen tegen de overmacht van Rusland, maar omdat ze lid zijn van de NATO kunnen ze schuilen onder de NATO atoomparaplu.
Gezien hun geschiedenis bestaat er in de Baltische landen weinig sympathie voor Rusland, al hebben ze alle drie Russische minderheden. In Litouwen is dat 6% van de bevolking, maar in Letland 35% en Estland 25%. De relaties met Rusland en Kaliningrad zijn daarom nogal gecompliceerd. Het toetreden van de Baltische landen tot de Europese Unie was het resultaat van referenda in de drie landen, waarbij de tegenstellingen tussen Balten en Russen nogal duidelijk tot uiting kwamen: de Russisch sprekende waren tegen en de anderen waren voor.
De taal van Estland lijkt nog het meest op het Fins, maar Litouws en Lets horen tot een separate groep Indo Europese talen, die Baltisch wordt genoemd.
Litouwen is in meerderheid katholiek en Estland protestants. Letland is gemengd protestant, orthodox en katholiek. Er is duidelijk sprake van een culturele eenheid tussen de drie landen, die met name tot uiting komt in de architectuur van grotere steden als Tallinn, Riga, Vilnius, Tartu, Daugavpils en Kaunas.
De banden tussen Nederland en vooral Estland en Letland[1] zijn oud en hecht. Nederlandse handelaren verscheepten wijn en zout uit Frankrijk en Portugal naar de landen rond de Oostzee en keerden terug met vooral graan en hout, maar ook veel andere goederen die voor een deel weer naar landen rond de Middellandse Zee werden vervoerd. Het heette hier de ‘moedernegotie’ en met name Amsterdam heeft er zijn groei en zijn bloei aan te danken. Uit de Deense registers van de Sont tol, blijkt dat in 1497 meer dan de helft van de schepen uit Holland afkomstig was.
Na de ontdekking van Amerika en van een zeeroute naar Indië nam de belangstelling voor de Oostzeehandel in Nederland wat af. De nieuwe handel was profijtelijker. Maar toch is ook tegenwoordig de handel op de Baltische landenbelangrijker dan die met Oekraïne of Wit Rusland. Naast Zweden en Denemarken zijn de drie Baltische landen van ouds het meest Europese deel van Noord Oost Europa

[1] De twee samen heetten vroeger Lijfland. Lijfland en Koerland zijn de namen die je in de Nederlandse geschiedenis tegen komt als het om de Baltische landen gaat. Koerland is een moerassig en laag gelegen deel van Letland dat qua bodemgesteldheid nogal op Nederlands lijkt.

Geplaatst in europa, Nederland, Rusland | Een reactie plaatsen

de Duitse hereniging

Toen de e.t. Duitse Bondskanselier Kohl met toestemming van de Russische partijleider Gorbatschov de Duitse eenheid tot stand bracht, was hij ervan overtuigd dat de eenwording economisch gunstige effecten zou hebben voor beide delen van Duitsland. Hij zou de kosten uit de postzegelkas kunnen betalen, zei hij. Voor die toekomstverwachting had hij goede argumenten. Sinds de tweede wereldoorlog zijn er miljoenen Duitsers uit de voormalige Duitse gebieden in Oost Europa naar West Duitsland geëmigreerd. De meeste van hen pasten zich zonder veel moeite aan en hadden een belangrijk aandeel in het Duitse Wirtschaftswunder van de eerste decennia na de oorlog.Dat waren net zulke mensen als de bewoners van de DDR, het waren bovendien voor een groot deel voormalige DDR burgers, dus waarom zou het nu dan anders lopen?
Het liep anders omdat de bewoners van de DDR op hun plek bleven en omdat hun samenleving daar in stand bleef. De ‘Ostflüchtlingen’ werden West Duitsers, de DDR burgers bleven wat ze waren. Binnen de staatsgrenzen van de Bondsrepubliek had men nu twee samenlevingen , de Ossies en de Wessies en twee samenlevingen onder een dak, dat werkt niet.
De hereniging van Duitsland is een grootschalige sociologisch experiment geweest maar de lessen zijn er nog steeds niet uit getrokken.
In Duitsland speelden een paar jaar geleden twee affaires die beide volgens veel Duitsers met Islamofobie te maken hadden. Duitsers kunnen zulke dingen in het algemeen niet goed beoordelen. Ze lijden zelf aan een fobie, een fobie ten aanzien van hun nazistische en communistische verleden. Alles wat door wie dan ook daarmee in verband gebracht kan worden stuit op een min of meer automatische veroordeling in de publieke opinie.
Van de twee affaires was de ene de prijsuitreiking aan Kurt Westergaard, de Deense cartoonist die sinds jaar en dag bewaakt moet worden wegens de Mohammed cartoons. Ondanks deze bewaking werd hij in zijn huis overvallen door een islamist uit Somalië. Hij wist zich met grote tegenwoordigheid van geest zijn belager van het lijf te houden.
De andere affaire betrof de directeur van de Bundesbank Thilo Sarrazin, die onder druk van de Duitse elite aftrad, net toen bekend was geworden dat het bestuur van de Bundesbank een aanvraag tot zijn ontslag had ingetrokken. Men had daar intussen het boek Deutschland schafft sich ab, waar zoveel ophef over was, daadwerkelijk gelezen. Maar Sarrazin nam nu zelf ontslag, hij zag het niet meer zitten bij de Bundesbank.
Bondskanselier Merkel , die de prijs had uitgereikt aan de Deen had nog steeds geen goed woord over voor de bankdirecteur, ondermeer, zei de Volkskrant , omdat hij gezegd had dat intelligentie erfelijk zou zijn. Dat zou een idee zijn geweest waar Merkel nooit eerder van gehoord had. Ik heb haar speech opgezocht op het internet, maar heb haar dat niet horen zeggen. Dat zou me ook verbaasd hebben van Merkel, die een voortreffelijk wetenschapper is en ongetwijfeld weet dat intelligentie inderdaad erfelijk is, zij het niet op een simpele manier zoals grootvaders klok. In de eerste plaats is intelligentie maar ten dele overerfelijk en voor een ander deel afhankelijk van omgevingsfactoren. Verder is de overerfelijkheid van de ouders meer statistisch dan direct. De kinderen van intelligente ouders hebben een grotere kans intelligent te zijn dan het gemiddelde van de gene pool waar ze deel van uit maken. De grootste kans is dat hun IQ aanleg zich zal bevinden ergens tussen het gemiddelde van de twee ouders aan de ene kant en het gemiddelde van de gene pool aan de andere. Dit brengt dus mee dat binnen een paar generaties het IQ van de nakomelingen van onze genieën zich weer dicht bij het gemiddelde zal bevinden, maar dat de kinderen van genieën niettemin voorlopig een voorsprong hebben op de rest van ons. Met de kinderen van hele domme mensen gaat het net zo maar dan omgekeerd.
Turkse en Marokkaanse gemeenschappen vormen geen afzonderlijk gene pools. Maar al was dat wel zo, dan is er geen enkele aanleiding om ervan uit te gaan dat die gemiddeld minder intelligente genen zou bevatten dan de Duitse. Wat wel waar is – en wat de reden is voor dit soort weinig zinvolle discussies- is dat op genetisch onderzoek naar de intelligentie van etnisch verschillende groepen mensen een taboe rust. Zoals bekend is taboe een species van het genus fobie. De angst tegen zulk onderzoek is volkomen irrationeel. Als daar uit zou komen dat Arabieren of Joden intelligenter zijn dan Duitsers, wat dan nog? Het zegt weinig over de intelligentie van mijnheer Sarrazin of van Angela Merkel. Die blijft hetzelfde en in casu even hoog.
Ik vermoed dat Sarrazin iets gezegd of bedoeld heeft over de vermoedelijke intelligentie van bepaalde etnische groepen, met behoorlijk wat slagen om de arm, maar het merendeel van de journalisten pikt zoiets nu eenmaal niet op. Wat waar is overigens is dat mensen uit het Riftgebergte of Oost Anatolië hun culturele achtergrond tegen hebben, maar dat zegt weinig over hun genetisch aanleg. Het zegt wel iets over de gevolgen van het handhaven van een multiculturele samenleving zoals die nu in Duitsland of Nederland bestaat: aparte wijken van allochtonen, waarin de Midden Oosten talen worden gesproken en de M.O. mores worden gehandhaafd. Dat leidt tot achterstanden en tot etnische spanningen en wie zich daartegen keert heeft groot gelijk. Misschien dat Sarrazin deze discussie wilde aanwakkeren, maar hoe dan ook, om met zijn allen over hem heen te vallen dat slaat nergens op.
Foei mevrouw Merkel! Politiek wel begrijpelijk natuurlijk wat zij heeft ook te maken met de taboes van haar landgenoten en het is duidelijk dat met de prijsuitreiking aan Westergaard tegengas gegeven moest worden. Daar hadden de Duitse imams dan weer bezwaren tegen, want de cartoons waren beledigend geweest. En het geweld tegen Westergaard en de Deense ambassades in moslimlanden was fout, zoals ze ook al eerder hadden gezegd, maar… Persoonlijk vind ik het absoluut hopeloos dat geen imam een veroordeling van geweld tegen antimoslims over zijn lippen kan krijgen zonder zo’n ‘maar’.
Dus had Sarrazin iets gezegd over de intelligentie van Joden. Joden en erfelijkheid is een heikel onderwerp in Duitsland, maar dat de Duitse Joden veel meer dan hun aandeel in de bevolking zou doen vermoeden aan Nobelprijswinnaars, grote kunstenaars, artsen, advocaten, financiers e.t.q. hebben geleverd en ze dat in Amerika tegenwoordig nog steeds doen, dat staat wel vast. Wat de oorzaak daarvan is staat niet vast, maar ik moet toegeven, het heeft mij altijd evenzeer geïntrigeerd als het kennelijk Sarrazin doet. Dat het politiek correcte deel van Duitsland daar aanstoot aan neemt zegt meer over de Duitse naoorlogse cultuur dan over de arme Sarrazin.
De Sarrazin vervolging is weer zo’n hype die niet gebaseerd is op wat hij gezegd of geschreven heeft maar op wat mensen uit de derde hand vernomen hebben dat hij gezegd of geschreven zou hebben. De man is geen domoor of racist en wie met zoveel geweld over hem heen valt zou in elk geval de moeite moeten hebben nemen om eerst zijn boek te lezen.

________________________________________
[1] Ernst Nolte heeft een boek gewijd aan alle theorieën die er bestaan over het fascisme ( Kiepenheuer & Witsch Keulen, neue wissenschaftliche Bibliothek no 21), Maar komt er niet helemaal uit. Ook wie afziet van een theoretische definitie en het historische fenomeen in Italië beschrijft komt niet tot een eenduidig begrip. Daarvoor is er in de beweging en haar leider Mussolini te veel veranderd in de loop der jaren. Het antimarxistische kenmerk is gebleven, net als een vorm van organische staatsgedachte. De communisten hebben van het begrip fascist een alternatief voor anticommunist gemaakt. De begrippen communistisch-fascistisch en goed-slecht lopen in die opvatting tot op grote hoogte parallel.
[2] Alex Schmid noemt in zijn basiswerk over politiek terrorisme (Schmid, Jongman et al. Political terrorism: a new guide to actors, authors, concepts, data bases, theories, and literature. Amsterdam: North Holland, Transaction Books, 1988.) 22 elementen die in definities voorkomen , maar die niet in iedere afzonderlijke daad van terrorisme behoeven terug te keren:
1. geweld
2. politiek
3. angst, terreur
4. dreiging
5. psychologische effecten en reacties
6. slachtoffers vallen niet samen met te bestrijden tegenstander
7. doelgerichte actie
8. strijdmethode
9. in strijd met geldende regels
10. dwang, afpersing, afdwingen van eisen
11. publicitair aspect
12. willekeur jegens slachtoffers
13. buitenstaanders als slachtoffers
14. intimidatie
15. onschuld van slachtoffers
16. actie niet van individuen maar van groeperingen en organisaties.
17. de daad heeft een symbolische betekenis, een waarschuwing
18. onvoorspelbaarheid
19. clandestiene, geheime karakter
20. terreurdaden zijn serieel, onderdeel van een campagne
21. misdadig
22. eisen worden gesteld aan niet rechtstreeks betrokken partijen.
Zelf zou ik terrorisme als volg willen definiëren: Terreur is het gebruik van geweld tegen onschuldige personen of tegen affectieve goederen met het doel degenen die zich met de slachtoffers of met de goederen verbonden voelen angst aan te jagen.
Het zou te prefereren zijn als mensen zorgvuldiger waren in het gebruik van de termen terrorisme en fascisme want equivalenten van goed en slecht hebben we eigenlijk al in overvloed. Aan dat soort termen is veel minder behoefte dan aan een preciezere omschrijving van de dingen waar we tegen zijn.

Geplaatst in Duitsland | Een reactie plaatsen