Niet mee eens.

Joschka Fischer schrijft vandaag in de Volkskrant over Syrië en zelden lees je een artikel van een politicus waar zoveel in staat. Met name zoveel politieke stellingnames waar je het wel of niet mee eens kunt zijn, maar die helder worden verwoord.

Ik ben het er niet mee eens en zal ze met U doornemen.

De burgeroorlog in Syrië begon als een democratische opstand tegen de dictatuur van Bashar Al Assad.
Het regime van de Alawieten waarin Bashar zijn vader opvolgde is autocratisch en niet democratisch dat is juist. Maar geen enkel Arabisch regime is democratisch en Syrië was niet erger dan gemiddeld. Het bijzondere van Syrië is dat het een land is van minderheden, waarvan de Alawieten er een zijn. De meerderheid van de Syriërs zijn soennitisch en alle minderheden, ook de diverse christelijke sekten die er al woonden lang voor de Arabieren het land veroverden, vrezen bij een geslaagde soennitische opstand met recht de wraak van de meerderheid. Die opstand was wel een opstand van de meerderheid maar die is niet democratisch, die is soennitisch.

Syrië en zijn vier miljoen vluchtelingen buiten de eigen grenzen is het grote probleem dat Europa bedreigt.
Dat is niet zo. Syrië is een symptoom. Het achterliggende veel grotere probleem is de bevolkingsgroei in de Arabische en Afrikaanse wereld en de onverdraagzaamheid en gewelddadigheid van de soennitisch islam. Die is niet tot Syrië beperkt.

Amerika blijft volgens Fischer aan de zijlijn staan.
Dat is niet helemaal waar. Amerika bombardeert Isis praktisch in zijn eentje, maar weigert zich in een nieuwe grondoorlog in het Midden Oosten te laten trekken. Dat lijkt mij een wijs besluit. Op basis van de humanistische en democratische uitgangspunten van de VS kan er geen effectieve oorlog tegen de soennieten worden gevoerd, terwijl de aanhang van die geloofsrichting toch als de vijand van het westen moet worden gezien.

Hulp aan Assad drijft de soennieten in handen van Isis en Assad en Isis moeten beiden weg.
Als Fischer meent dat dat er in Syrië een democratisch alternatief voor Assad is dan vergist hij zich. Óf het regime van de minderheden blijft in stand óf er komt een soennitisch regime voor in de plaats. Het is kiezen tussen twee kwaden. Niet prettig, maar Assad is duidelijk het minste kwaad. Dat betekent dat Amerika en de Europese landen zich vanaf het begin van de burgeroorlog verkeken hebben op wat er speelde in Syrië en dus mede verantwoordelijk zijn voor de ellende daar, maar dat is geen reden om daar mee door te gaan. De soennieten zijn de grote vijand van de westerse beschaving en de Syrische minderheden, waaronder veel christenen, verdienen onze steun.

We moeten niet de vergissing maken om in reactie op het optreden van Poetin in Syrië het lot van Syrië en de Oekraïne aan elkaar te verbinden.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik deze stelling niet helemaal begrijp. Hij is wel juist natuurlijk, maar wie zou die verbinding willen maken? Fischer is duidelijk op de hand van de soennieten en naar ik aan mag nemen ook op de hand van de Oekraïne in het conflict van dat land met Poetin. Betreft het hier een waarschuwing aan hem zelf? Je moet niet tegen Assad zijn alleen omdat Poetin voor is?

De burgeroorlog in Syrië dreigt een pendant te krijgen in Irak.
De burgeroorlog in Irak is ouder dan die in Syrië, maar in Irak is het een opstand van de soennitische minderheid tegen de sjiitische meerderheidsregering. De stelling is juist in zoverre je hem kunt lezen als een waarschuwing dat het gevaar van de soennieten niet tot Syrië is beperkt. Dat gevaar speelt in het hele Midden Oosten en eigenlijk in de hele islamitische wereld.

Fischer raadt ons een keuze aan vóór de gematigde soennieten en tegen de extreme stromingen zoals de Wahabieten in Saoedie Arabië.
Dat is opmerkelijk, omdat tot nu toe de Saoedies als bondgenoten van het westen werden gezien. Maar het is natuurlijk andersom. Amerika en andere westerse mogendheden hebben zich voor Saoedische karretjes laten spannen. Wie zich ooit heeft afgevraagd waar de financiering vandaan komt van al die terreur en van al dat soennitisch geweld in de wereld, die komt terecht bij Saoedie Arabië en de Golfstaten.

En de gedachte dat er een gematigde islam zouden zijn is wel erg optimistisch. Natuurlijk zijn er wel gematigde individuen, maar die zullen zich, als ze in Europa zijn gekomen, automatisch afkeren van het soort bijgeloof dat alleen als een perversie van het christendom kan worden gezien. Wie in Europa blijft en zich daar als moslim identificeert geeft daarmee feilloos aan een gevaar te zijn voor onze samenleving.

Fisher eindigt zijn artikel met een vraag: moeten we de soennieten in Europa zien als welkome burgers of als permanente outsiders.
Het antwoord is duidelijk: geen welkome burgers en ook geen permanente outsiders. Ze moeten gewoon weer weg.

Advertenties
Geplaatst in Midden Oosten | Een reactie plaatsen

Het begrip terreur.

Voor veel mensen is terreur alleen maar een ander woord voor geweld in de gevallen waar zij het gebruik ervan veroordelen. Toch zijn er goede redenen waarom het westen na de aanslagen in New York, Londen, Madrid en Parijs, wel tegen terreur maar niet tegen het gebruik van geweld in het algemeen wilden optreden. Er zijn tientallen definities van terreur en vanwege de politieke consequenties wordt men het daar niet vlug meer over eens, maar de volgende is een redelijk simpele waar veel mensen zich in zullen kunnen vinden:
Terreur is het gebruik van geweld tegen onschuldige personen of affectieve goederen met de bedoeling daardoor ook aan anderen dan de rechtstreeks betrokkenen leed toe te brengen.
Terreur is daarnaast vaak een uiting van woede en een poging tot intimidatie. Het kan zowel doelloos als een vorm van afpersing zijn. Degene die de terreur pleegt is meestal woedend en als er iemand is die hem gestuurd heeft dan perst die meestal af, maar ook weer lang niet altijd.
Geweld kan, waar recht ontbreekt, het laatste middel zijn om legitieme belangen te verdedigen. Gebruik van geweld wordt tegenwoordig alleen geoorloofd geacht als het proportioneel is. Dat het gebruik van geweld alleen als ultimum remedium geoorloofd is, is eigenlijk al impliciet in de eis van proportionaliteit. Bij grootschalig geweld worden, ook wanneer men dat probeert te vermijden of te beperken altijd onschuldigen getroffen. Die onschuldige en bijkomende slachtoffers bestempelen niet ieder grootschalig geweld tot terreur maar bepalen wel mee de proportionaliteit.
Terreur is nooit proportioneel en omdat het tegen onschuldigen gericht is, is het altijd ongeoorloofd. Hoe legitiem de belangen die zijn geschonden, hoe onmogelijk het kan zijn om recht te verkrijgen, terreur is nooit een geoorloofd middel. Terreur is niet te tolereren, omdat het de veiligheid van iedereen in gevaar brengt en aan geen regels gebonden is. Proportioneel geweld is berekenbaar, terreur is dat niet.
Het is wel waar dat een nauwkeurige grens tussen terreur en ander gebruik van geweld niet altijd gemakkelijk te trekken is, vooral als de collateral damage duidelijk te groot is. Maar grensproblemen zijn in de praktijk veel minder moeilijk dan in theorie. In de meeste gevallen is duidelijk of er grenzen zijn overschreden en men met terreur te maken heeft.
De aanslagen van de aanhangers van Bin Laden, van de IRA, van de ETA, van Hamas en andere vergelijkbare organisaties in het Midden Oosten gericht tegen militaire en politieke doelen zijn vormen van geweld. Zijn zij gericht tegen onschuldigen of goederen waaraan mensen gehecht zijn, zoals kerken en moskeeën, dan vormen zij terreur. De strijd van Amerika en zijn bondgenoten in Irak en Afghanistan was geen terreur, maar proportioneel geweld. Ook als dat geweld door sommigen als niet proportioneel wordt beoordeeld is het daarmee nog geen terreur geworden. De Amerikanen doen hun best om onschuldige slachtoffers te vermijden, al geldt dat niet voor alle Amerikanen en in alle gevallen.
Dat er in Afghanistan ook onschuldige slachtoffers zijn gevallen heeft de Taliban niet afgehouden van voortzetting van de strijd, integendeel, hoe meer onschuldigen er vielen hoe beter vanuit hun standpunt. Terreur tegen de Afghaanse bevolking voor zover die de Taliban zou steunen is om die reden ook niet effectief. Terreur tegen Afghanen uit woede om hetgeen op 11 September 2001 gebeurde ligt niet in de lijn van het Amerikaanse beleid en zou tegenover de Amerikaanse bevolking niet te verantwoorden zijn geweest.
Wat voor veel mensen moeilijk van terreur te onderscheiden blijkt te zijn, is het optreden van Israël tegen de Palestijnen. Daarbij vallen relatief veel doden en er is groot verlies van eigendommen. Men kan zich moeilijk onttrekken aan de indruk dat de massaliteit van de gebruikte middelen bedoeld is om de Palestijnen schrik aan te jagen. Toch proberen ook de Israëli’s zich te beperken tot aanvallen op degenen die zij verantwoordelijk houden voor aanslagen en vernielen zij in hoofdzaak de gebouwen van waaruit op hen is geschoten. Dat hun gebruik van geweld vrij algemeen als disproportioneel wordt ervaren is een andere zaak. Intimidatie van de burgerbevolking is nooit een geoorloofd doel bij het gebruik van geweld. Het optreden van de Israëli’s valt in die gevallen waar intimidatie het doel is niet goed te keuren maar over de hele linie komen zij er bij een vergelijking met de Palestijnen toch een stuk beter af. Terreur is in de ogen van Palestijnen en degenen die hen steunen een geoorloofd middel, voor de Israëli’s is het dat niet. Mensen als de Nederlandse ex-premier Van Agt, die de Palestijnen door dik en dun steunen, al maken zij in het voorbijgaan wel eens formeel een afkeurende opmerking over de aanslagen van Hamas en andere Palestijnse machthebbers, moeten als medeplichtigen van die organisaties worden veroordeeld. Het is evident dat het Palestijnse volk als zodanig de terreur steunt en wie de Palestijnen steunt impliceert daarmee goedkeuring van terreur.
De Palestijnse autoriteiten hebben in de ogen van de Israëli’s de verantwoordelijkheid om terreur en andere vormen van geweld tegen Israëlische burgers te voorkomen. Zou de Autoriteit op de Westoever blijvend niet aan die minimumeis van een erkend gezag kunnen voldoen en daar ziet het nu naar uit, nu zij Hamas niet onder controle weet te houden, dan is het voor Israël niet mogelijk een onafhankelijk Palestina in haar achtertuin te dulden. Van niemand kan gevraagd worden blijvend onder de dreiging van terreur te blijven leven.
De veel gehoorde stelling dat terreur vanzelf verdwijnt als de oorzaken worden weggenomen is altijd een drogreden geweest. Terreur ontstaat in gestoorde breinen en in gestoorde samenlevingen. Genezing daarvan ligt buiten de macht van buitenstaanders. Bovendien, wat voor redelijke mensen het wegnemen van oorzaken zou betekenen hoeft dat nog niet voor gestoorden te zijn. Terroristen bepalen zelf wat hun rechten zijn en door wie zij vinden dat die geschonden worden.
Het is de plicht van de beschaafde wereld om slachtoffers van terreur ter zijde te staan. Wie proberen om de wereld van terreur te verlossen verdienen steun. Medelijden met slachtoffers van geweld kan nooit een reden zijn om niet met de meest effectieve geoorloofde middelen op te treden tegen terreur.

Geplaatst in geweld, Midden Oosten | Een reactie plaatsen

De overheidsfinanciën.

Harry Verbon is een econoom die er over de overheidsfinanciën andere meningen op na houden dan de meeste van zijn collega’s.
Voor regeringen komt variabiliteit goed uit. Je kunt een opvatting kiezen die je even het beste convenieert en achteraf kunnen de Rekenkamer en het Parlement je moeilijk verwijten maken. Er is altijd wel een of andere econoom op wie je je kunt beroepen en objectief fout doen kun je het volgens Tilburg eigenlijk nooit.
Overheidsuitgaven. Dat is een van die begrippen waar iemand als ik, die geen economie gestudeerd heeft, niet zoveel mee kan. Ze komen allemaal voor op de lijst van de rijksuitgaven in het Rijksjaarverslag en dat is ongeveer het enige wat ze gemeen hebben. Voor het overige zijn praktisch alle overheidsuitgaven verschillend, wat hun nut en hun economische uitwerking betreft. Sommige zijn onvermijdelijk, andere kunnen ook nagelaten of uitgesteld worden en er zijn tenslotte ook overheidsuitgaven die domweg schadelijk zijn.
Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de salarissen van de overmaat aan beleidsambtenaren die we in dit land hebben. Dat zijn ambtenaren die zich vooral bezig houden met het becommentariëren van elkaars notities en die dat ook doen als ze weten dat het beleid waarover ze schrijven nooit uitgevoerd gaat worden. Een fraai voorbeeld daarvan is het beleid van het Britse ministerie van koloniën. Het werk van dat ministerie werd na de tweede wereldoorlog in snel tempo overgenomen door de ministeries van gemenebestzaken en van buitenlandse zaken. De koloniën werden zelfstandig en traden al dan niet toe tot het Britse Gemene Best. In beide gevallen bepaalden ze voortaan hun eigen beleid. Voor hun contact met Groot Brittannië werden de ministeries van gemene bestzaken en van buitenlandse zaken verantwoordelijk. Het werk van het ministerie van koloniën nam in ieder geval in snel tempo af. Toch is dit zelfde ministerie van koloniën nooit zo groot geweest als vlak voor het werd afgeschaft[1].
Wat deden al die mensen dan? vraagt U zich af. Nu, die deden wat ze vroeger ook als deden. Ze schreven notities en becommentarieerden die van anderen. Ga er maar vanuit dat het in Nederland net zo is. De overgrote meerderheid van de beleidsambtenaren zou niet gemist worden als ze morgen met pensioen gestuurd zouden worden. In financieel opzicht bleef het een fikse bezuiniging ook als hun daarna 70% van het laatstverdiende salaris zou worden uitbetaald ten laste van ’s rijks schatkist.
Wat voor beleidsambtenaren geldt, geldt waarschijnlijk voor vrij veel andere ambtenaren. Het probleem is alleen dat we niet weten voor wie wel en voor wie niet. Dat er ook heel nuttige ambtenaren zijn, die hoogst noodzakelijke taken verrichten, staat vast. We weten alleen niet altijd wie dat zijn. Het inzicht dat we hebben in de taakverrichting van de overheid en in de aard van haar uitgaven laat veel te wensen over.
De overheidsfinanciën zijn nog steeds ongeveer zo georganiseerd als ten tijde van het Koninkrijk Holland. Dat is een compliment aan de beste koning die we hier ooit gehad hebben, Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon. Maar het is geen compliment aan de Nederlandse regeringen van, pakweg, de laatste zestig jaar.
Het is evident dat met behulp van de technische apparatuur en het financiële inzicht waarover we nu beschikken er een voortreffelijk systeem van overheidsfinanciën zou kunnen worden georganiseerd. Het is ook duidelijk dat zoiets hoge prioriteit heeft, want hoe kun je in ’s hemelsnaam fatsoenlijk bezuinigen als je niet precies weet waar je je geld aan uitgeeft. Toch hebben al die regeringen nagelaten een commissie in te stellen met de opdracht een dergelijk nieuw systeem op te zetten, plus een behoorlijke manier om uit het oude systeem over te stappen op het nieuwe.
We hebben een premier die ervan houdt om zich met de zaken van de dag bezig te houden en die een hekel heeft aan vergezichten. Ik denk dus niet dat we de komende jaren veel hoeven te verwachten op dit punt. Maar het CDA weet al jaren niet meer zo duidelijk waar zij als partij in politieke zin voor staat. Als zij zich nu eens zouden werpen op het onderwerp sanering van de overheidsfinanciën en transparantie van de overheid. In Den Haag hebben ze dan in elk geval een politiek issue waar garen bij te spinnen valt.
[1] Zie Parkinson’s Law: The Pursuit of Progress (London, John Murray, 1958).

Geplaatst in overheid, politiek | Een reactie plaatsen

Gebeden en religies.

De tekst van het onze vader is veel gemakkelijker te onthouden dan de geloofsbelijdenis van Nicene. Niet alleen in het Nederlands maar ook in het Latijn. Hoe komt dat? Omdat het koter is maar waarschijnlijk toch ook omdat het paternoster een zinnig en samenhangend gebed is, waarvan je onmiddellijk aanneemt dat het oorspronkelijk van Jezus van Nazareth afkomstig is. Een flink deel van het Credo, dat onder toezicht van keizer Constantijn is geformuleerd door de bisschoppenconferentie van Nicene, is met permissie onzin. Veel van wat er in staat geloof ik positief niet en dat terwijl ik van huis uit toch al ongelovig was. Als ongelovige vind het credo onzin, maar het onze vader niet.
Ook wie niet gelovig is kan de vier evangeliën die de prediking van Jezus van Nazareth omvatten met genoegen lezen. De man is verstandig en heeft in zijn interpretatie van de joodse leer er een modernisering in aangebracht die als een forse ethische vooruitgang kan worden beschouwd.
Vast staat ook wel dat het hij nooit van plan kan zijn geweest om een kerk te stichten, al was het alleen maar omdat dit een idee is dat in het jodendom ondenkbaar is. De mystieke ecclesia die de christelijke gemeenschap geworden is onder invloed van vooral Paulus, heeft niets joods, die is Grieks.
Moderne mensen die na de middeleeuwen zich ontworstelden aan de invloed van Rome en weer zelf het oude en nieuwe testament begonnen te lezen ontdekten snel dat een organisatie als de kerk van Rome moeilijk in de leer van Jezus in te passen is. Eigenlijk was Mohammed de eerste die dat lang voor de reformatie al onderkende en die geprobeerd heeft het joods/christelijke geloof van veel onzin te zuiveren. Jammer genoeg kwam daar niet veel beters voor in de plaats en heeft het geduurd tot Spinoza voor er een begrijpelijk en aanvaardbaar vervolg kwam op de evangeliën van Jezus. Toen bleek het intussen te laat. Het humanisme had als levensbeschouwing al de plaats van het christendom ingenomen en voor een verdere ontwikkeling van het christendom is nu geen plaats meer. Het is nog wel steeds de grootste religie in de wereld maar ontwikkeling zit er al eeuwen niet meer in. Als religie heeft het christendom afgedaan.

Geplaatst in geloof | Een reactie plaatsen

Van Middelaar en andere Brusselaars.

Ik zag bij Buitenhof een tijd geleden Luuk van Middelaar, de vroegere medewerker van de Belgische premier en voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy. Tegenwoordig is hij hoogleraar Europakunde in Leiden. Hij was altijd al een voorstander van de politieke eenwording van Europa.
Van Middelaar meent dat de uitbouw van de EU nu naast een politieke ook een militaire dimensie nodig heeft en hij constateerde dat na het einde van de koude oorlog de NATO en de daaraan verbonden relatie met de VS en Canada aan belang en functie heeft verloren. Ik heb achter deze opvatting, die men in linkse kringen wel meer kan horen, altijd een vraagteken gezet.
Ik snap heel goed dat wie voor een verenigd Europa is, dat vanuit Brussel wordt geregeerd, een Europees leger nodig heeft. Maar wie zoals ik er met voldoening op terug ziet dat de pogingen van Napoleon, de Duitse keizer en Adolf Hitler om Europa te verenigen zijn mislukt, die zal wel uitkijken om Brussel zo’n leger te geven of om de militaire structuur van de lidstaten van de EU in minder veilige handen te geven dan die van de NATO, een organisatie waarin de VS de dienst uit maken.
De Verenigde Staten zijn vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw de grote pleitbezorgers van een Europese gemeenschap geweest, omdat ze die nodig vonden voor de versterking van de NATO en als tegenwicht tegen Rusland. Bovendien gunden ze de Europese landen het economische effect van een politieke schaalvergroting. Van Middelaar lijkt niet de versterking van de NATO en de Atlantische samenwerking op het oog te hebben, maar eerder een alternatief voor deze samenwerking te zoeken. Hij meende een tijdlang in de Franse president Sarkozy een medestander te hebben gevonden. Maar die zei in zijn rede in Augustus 2007, waar Van Middelaar naar verwees, heel duidelijk iets anders. Ik citeer:
“Il nous faut élaborer ensemble une nouvelle stratégie européenne de sécurité”, qui pourrait être approuvée sous présidence française” (de l’Union européenne, au second semestre 2008).” Je souhaite que dans les prochains mois, nous avancions de front vers un renforcement de l’Europe de la Défense – et la France prendra des initiatives très fortes- et vers la rénovation de l’OTAN”. “Les deux (vont) ensemble, une Europe de la défense et une organisation atlantique où nous prendrions toute notre place”.
Hij stelde hiermee aan de orde “un sujet qui a été longtemps tabou”, te weten “ces progrès décisifs de l’Europe de la défense” maar voegde er aan toe dat zijn wensen “ne s’inscrivent absolument pas dans une compétition avec l’OTAN”.
Tussen Amerika en het Franse regime bestond op dit punt geen verschil van opvatting , zoals men trouwens ook later, tijdens het bezoek van Sarkozy aan de VS heeft kunnen constateren. Sarkozy wilde de militaire samenwerking met Amerika versterken in plaats van verbreken en zag geen heil in de militaire plannen van de Europese zeloten, waarbij Van Middelaar lijkt te horen. De vervanging van de militaire infrastructuur van de NAVO door een nieuw op te bouwen Europese militaire samenwerking zou een doelloze kapitaalvernietiging betekenen. Een versterking van het Europese aandeel in de NAVO daarentegen is, gezien de mondiale verantwoordelijkheden van het bondgenootschap broodnodig. De president van de VS heeft daar niet zolang geleden nog op gewezen. De gedachte dat Amerika door haar toegenomen belangstelling voor de Pacific landen daar niet meer in geïnteresseerd zou zijn is een misvatting. Europa is economisch en in potentie militair belangrijker dan welk Aziatisch land dan ook. Een kader waarin zich die machtsopbouw zich los van de NAVO zou kunnen realiseren ontbreekt gelukkig. Het militaire vacuüm, dat door een Europese Alleingang zou ontstaan, lijkt tegen de achtergrond van een weer verslechterende verhouding met Rusland bijzonder onverantwoord. Bovendien is zo’n plan een potentiële splijtzwam in Europa zelf tussen de nieuwe lidstaten en de noordelijke landen waar de Atlantici de boventoon voeren en de zuidelijke leden die overwegend anti-Amerikaans gezind zijn.
Wanneer men in dit verband over Europa spreekt, dan is dat dus niet de EU. De besluitvormingsmechanismen van de Unie zijn op het militaire aspect niet ingesteld. Ook de benoeming van een functionaris in Brussel met de titel minister van buitenlandse zaken heeft daar geen verandering in gebracht. Een gezamenlijke Europese buitenlandse politiek buiten NATO-verband moet nog groeien als die er ooit komt en een militaire component komt logischerwijze aan het einde daarvan, niet aan het begin. De opstelling van Chirac en Schröder die t.a.v. de inspanningen van Amerika in Irak en Afghanistan dezelfde was als van veel Nederlandse Europeanen, heeft schade veroorzaakt aan de Europese positie binnen de Atlantische samenwerking. Wie het isolationisme in de VS wil bevorderen aan het begin van een periode van toenemende energietekorten en spanningen in de wereld, die is naar mijn mening erg onverantwoord bezig.
De opvolgers van deze mensen in Frankrijk en Duitsland zijn van die ongelukkige gedachte weer teruggekomen. De suggestie als zou dat in Nederland anders zijn is een misleiding van de publieke opinie. Voorlopig is er geen Europese identiteit in de zin waarin de eurofielen in Nederland die zien en die zal er voorlopig niet komen ook.

Geplaatst in europa | Een reactie plaatsen

Plato en Peter Giesen.

Peter Giesen is van huis uit historicus en daarom misschien een betere filosoof dan de professionele wijsgeren in dit land. Zijn Volkskrant artikeltje over ‘de ziel’ was een stuk toegankelijker en ook correcter dan de reeksen filosofische beschouwingen die in het kader van de maand van de filosofie op dit onderwerp zijn losgelaten.
Hij begon met vast te stellen dat de ziel voor een katholiek jongetje, zoals hij er vroeger een was, de essentie betekende van het mens zijn, iets wat eeuwig blijft en later naar de hemel gaat. Iets ook waarin je karakter met al zijn goede en slechte eigenschappen zit opgesloten. Zo was het vroeger.
De ziel is een theologisch begrip. Weliswaar is het afkomstig van de filosoof Plato en niet van Jezus van Nazareth, maar in de middeleeuwen en de vroeg moderne tijd was het toch een centraal begrip in de christelijke theologie. In de geloofsbelijdenis van Nicea, het credo van protestant en katholiek, treft men over de ziel nog niets aan. Wel de wederkomst van Jezus aan het einde der tijden, wanneer de doden zullen herrijzen en levenden en doden geoordeeld zullen worden. Van zielen die voor die tijd in de hemel, de hel of het vagevuur verblijven geloofden Jezus en de andere joden uit zijn tijd niets en de vroege christenen ook niet. Het is een uitvinding van de middeleeuwen.
Aristoteles houdt de ziel of geest ( anima ) voor een biologische functie, datgene wat het verschil maakt tussen dode en levende materie. Aristoteles had nog geen idee van de centrale functie van de hersenen in het lichaam, maar de tegenwoordige wetenschap ziet de geest als een soort programmering van de hersenen. Dat is niet iets zichtbaars of tastbaars maar wel degelijk iets dat in biologische zin bestaat en een belangrijke aansturende rol speelt.
Van een tegenstelling tussen de wetenschap en Aristoteles is geen sprake. De eerste bouwt als het ware op de tweede voort en de tegenstelling die de filosofen hier maken is vals.

Geplaatst in geloof, wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

Pijnlijk.

Een jaar of twintig geleden kwam ik op een feestje iemand tegen die ik kende, maar van wie ik de naam niet meer wist. Dat gebeurt me wel vaker, want mijn hersens hebben moeite om gezichten en namen met elkaar te verbinden. Ik probeerde er wat om heen te praten, een truc waar ik ervaring mee heb opgedaan. En wat toen bleek was dat ik de man helemaal niet kende, maar dat ik zijn foto dagelijks boven een column in mijn krant zag staan. Pijnlijk! Wat minder lang geleden overkwam me iets dergelijks. Ik was bij de afscheidsreceptie van iemand die indertijd tegelijk met mij assistent was op de universiteit en die ik daarna nog regelmatig tegen het lijf ben gelopen. De receptie was op een advocatenkantoor waar ik nogal wat mensen kende, maar vaag en van tamelijk lang geleden.
We raakten aan de praat en dit keer draaide ik er niet om heen en vroeg hem waar we elkaar van kenden. Dat wist hij niet maar hij vertelde wie hij was en opnieuw dus iemand die ik alleen van gezicht kende, maar niet persoonlijk.
Mijn juridische bibliotheek heb ik achter gelaten bij het laatste kantoor waar ik compagnon was, op een handvol boeken na. Daartoe horen geschriften van Scholten, Bregstein, Kisch, Langemeijer, Drion, Koopmans en van de man in kwestie.
Gelukkig had zijn dochter een paar jaar op mijn kantoor gewerkt en die kon met plezier over hem vertellen. Dat is voor een vader altijd prettig om te horen Er was nog even een misverstand want hij had meer dochters, maar ik kon mijn faux pas redelijk camoufleren, hoop ik.

Geplaatst in zo maar wat | Een reactie plaatsen