Colleges ethiek.

De vragen die Michael Sandel volgens Jonathan[1]Witteman aan de orde stelt in zijn colleges ethiek in Harvard[2] en elders in de wereld zijn zo te zien helemaal niet zo moeilijk te beantwoorden.
Nee, kannibalisme is niet geoorloofd, ook niet als dat iemand het leven kostte die anders toch ook was dood gegaan, maar waardoor nu drie anderen hun levens kunnen redden. Als hij eenmaal dood is mag het wel. Mag een dienstplichtige iemand betalen om namens hem de dienstplicht te vervullen. Ja, waarom niet. Mogen we iemands leven opofferen die niet zoals in het eerste voorbeeld er anders toch was aangegaan om daarmee de levens van meer andere te redden? Wel als hij direct of indirect zijn toestemming heeft gegeven en anders niet.
Wat ethiek moeilijk maakt, dat is dat je de gevolgen van wat je doet niet altijd kunt overzien en dat het, vooral voor leiding gevenden, vaak een afweging van kwaden is. De voorbeelden die Jonathan Witteman noemde in zijn interview zijn niet zo heel interessant, d.w.z. er zijn veel lastiger problemen denkbaar, maar die zal Sandel wel niet zo geschikt hebben gevonden voor zijn gehoor.

[1] Geen familie van minister Witteman van de Haarlemse Wagenweg, waar Paul, Sylvia en al die andere bekende Wittemannen van afstammen.
[2] http://justiceharvard.org/

Geplaatst in ethiek | Een reactie plaatsen

DEediscussie met Sophia.

Zo nu en dan ruim ik oude stukjes op omdat ik de inhoud heb gebruikt in een ander stuk om voor andere redenen. Soms verdwijnen daardoor discussies die erg de moeite waard zijn, of meningen die afwijken van de mijne en die ik bewaard wil zien. Dat geldt voor de mening van een lezeres die Sophia heet en die het niet eens was met mijn kritiek op Bolhaar inzake Wilders II en mijn kwalificatie van de moslim bevolkingsgroep als ‘buiten proportie crimineel. Ik herhaal hier haar diverse stukken commentaar, maar laat mijn eigen opvattingen weg want die kent U al.
‘Hmmm, ik zou bijna zeggen: doe een oproep tot aangifte tegen Bolhaar… Dan staat u quitte met de mensen die Wilders willen veroordelen omdat ze een voorbeeld willen stellen. Even politiek gemotiveerd toch?
In mijn ogen is er niets in te brengen tegen de reactie van Daan: zuiver en glashelder’. ( Daan is een vriend die van mening is dat Bolhaar het recht had om uit te vinden of wat Wilders gezegd had strafbaar was).
‘Beste meneer Kasdorp, om het ingewikkeld te maken: ik herken zowel het natuurlijke wantrouwen tegen ‘vreemden’; immers, ik ben net als iedereen ook zo geprogrammeerd. Ook herken ik kwalijke voorbeelden van positieve discriminatie, zoals dat van de Trouw-journalist. Zeer treurig, uiterst gênant voor Trouw en schadelijk in zijn gevolgen. Ik kan mij de gevoelens van de inwoners van Oranje ook best voorstellen, maar dat is voor mij geen legitimatie om dit soort gevoelens te vertalen in categorale oordelen over asielzoekers. De kwalificatie ‘veel gewelddadiger dan de gemiddelde Drent’ deed bij mij de nekharen overeind staan; ook een primaire reactie. Je komt daarmee in een zwart-wit denken terecht dat onrecht doet aan mensen en tegenstellingen aanwakkert, waardoor je uiteindelijk veel verder van huis bent.
Een aantal citaten van mij uit uw tekst hierboven gingen over een andere opmerking, namelijk het ‘minder, minder’ van Wilders. Uw eigen opmerking zou ik niet als opruiing betitelen, maar wel als stigmatiserend. Het gaat er niet om of u het wel of niet krenkend bedoelt. Het gaat erom of u zich kunt verplaatsen in hoe zo’ n betiteling uitwerkt voor de mensen die gemakshalve maar even onder die noemer worden geschaard. Je bent gewelddadig totdat het tegendeel is bewezen, daar komt zo’n betiteling op neer en daar maak ik bezwaar tegen.
Uiteraard ben ik het eens de bewering eens dat een samenleving meer is dan de optelsom van haar leden. U heeft daar een scherp oog voor. Wat ik daar tegenover wil stellen is dat je wel een rechtsstaat nodig hebt om vreedzame co-existentie tussen verschillende groepen te bewaken. Als je daar een loopje mee gaat nemen en bepaalde groepen anders gaat behandelen dan de gemiddelde burger, uit voorzorg tegen een of ander vermeend gevaar voor de eigen cultuur, dan is het einde zoek en vervalt je eigen, superieur geachte cultuur tot een primitiever niveau. Dan bereik je waarschijnlijk ook precies het omgekeerde van wat je wilt bereiken, nl. meer angst, grotere tegenstellingen en meer mensen (aan beide zijden) die vanuit frustratie en woede het heft in eigen hand gaan nemen.
Waarmee ik niet wil zeggen dat je geen eisen mag of moet stellen aan mensen die in dit democratische land willen wonen. Zij moeten zich aanpassen aan de hier geldende spelregels en hun best doen maatschappelijk te integreren. Overigens zonder dat de staat het recht heeft te eisen dat zij hun eigen culturele achtergrond verloochenen. Dat zou een vorm van staatsonderdrukking zijn. Individueel moet ieder dezelfde rechten hebben, verder hebben we maatschappelijk debat en beleid om problemen die zich concentreren bij specifieke bevolkingsgroepen (criminaliteit, maar ook gebrekkige maatschappelijke participatie, achterstelling en discriminatie) te lijf te gaan.
Uit uw reactie blijkt weer het misverstand dat ik zou uitgaan van de stelling dat culturen gelijk zijn. Dat heb ik echter niet beweerd. Er zijn grote verschillen, die inderdaad merkbaar worden en botsingen kunnen geven als nieuwkomers zich in ons land vestigen. Mijn standpunt is dat er binnen een rechtsstaat geen andere manier is om samen te leven dan op basis van gelijkheid voor de wet van ieder individu, en dat het niet aangaat groepen burgers anders te behandelen vanwege een bepaald (voor)oordeel over hun cultuur. U vraagt welke elementen wel en welke niet gedoogd moeten worden van die cultuur van mensen met een ander land van herkomst. Het antwoord daarop is vrij simpel: zij hebben dezelfde plichten als ieder ander, moeten hun kinderen naar school sturen, mogen hun vrouw niet mishandelen, mogen niet stelen, mogen geen homo’s discrimineren, moeten zich inspannen (zowel man als vrouw) om hun eigen brood te verdienen. Als er elementen aan hun cultuur zijn die je niet bevallen maar die binnen de wet vallen – zoals voor de schrijver van dit blog het zich uitdossen in een djellaba – dan zul je je daar bij neer moeten leggen. Ook bij het dragen van hoofddoekjes, zolang dit – wat God verhoede – niet verboden wordt in dit land. Er zijn waarschijnlijk ook allerlei gewoonten en gebruiken onder kringen van autochtone Nederlanders waar u of ik weinig van moeten hebben, maar die toch niet verboden worden. Een groot goed, als je niet wilt leven in een politiestaat.
Problemen met integratie, bijvoorbeeld van jongens van Marokkaanse afkomst, wil ik zeker niet verloochenen. Maar je kunt beter kijken hoe je die integratie kunt bevorderen, bijvoorbeeld door ondersteuning bij de opvoeding en het creëren van toekomstperspectief (uiteindelijk wil iedere jongere het liefst iets van zijn leven maken) dan denken dat je deze problemen kunt oplossen met selectieve repressie.’

Tot zover Sophia, met wie ik het nog steeds niet eens ben maar die wel een opvatting die bij onze intellectuele elite heersend is, heel helder verwoordde. Over Bolhaar zal ik kort zijn. Wat hij Wilders aandeed was onfatsoenlijk, maar dat wil niet zeggen dat hij daar zelf voor vervolgd kan worden. Wat je zou moeten doen is hem voortaan de toegang tot De Witte ontzeggen.
Maar de gedachte dat je de categorie moslimjongeren of Marokkaanse jongeren niet crimineel zou mogen noemen, omdat er onder hen ook jongeren voorkomen die zich keurig gedragen, is echt onzin. Onder de nazi’s zaten er ook heus die het beste met hun medemensen voor hadden en persoonlijk niemand kwaad gedaan hebben. Dat neemt niet weg dat je de nazi’s als groep mag diskwalificeren. Dat geldt ook voor de Nederlandse Marokkanen en voor de Nederlandse overheid die nagelaten heeft om maatregelen te nemen om hun opa’s en oma’s de toegang tot Nederland te ontzeggen.
Hoe je volgens mij met de migratiestromen uit Afrika en Arabië om moet gaan heb ik in andere stukjes uiteengezet. Daar betoog ik ondermeer dat juist als je de opvattingen van Sophia als ethisch bestempelt en er naar handelt een ongelukkige afloop in de volgende generaties onvermijdelijk wordt. Maar dat neemt niet weg dat ik haar geen andere dan goede bedoelingen toeschrijf.

Geplaatst in allochtonen | Een reactie plaatsen

Artikel 1 van de grondwet.[1]

Iedereen wordt gelijk behandeld. Door wie? Door de wet? Door de overheid? Door zijn medeburgers? Door iedereen? Maar gelijk behandelen alleen in gelijke gevallen, in ongelijke gevallen ongelijk naar de mate van de ongelijkheid, zou je zeggen. Maar dat zegt het artikel niet. Bovendien, wat zijn gelijke gevallen? Waarschijnlijk alleen die gevallen waarin ongelijke behandeling meteen ook discriminatie zou zijn. Dus misschien staat er in artikel 1 eigenlijk alleen maar dat men niet mag discrimineren.
Wat is discrimineren eigenlijk? Marjolijn[2] Drenth von Februar had daar een definitie voor: discrimineren is ongelijke gevallen ongelijk behandelen. Ongelijke gevallen horen volgens haar gelijk te worden behandeld. Mannen en vrouwen zijn ongelijk maar artikel 1 van de grondwet vraagt van ons om ze niettemin gelijk te behandelen en wie dat niet doet die discrimineert. Daarom zou het begin van de grondwet ook niet het gelijkheidsartikel maar het ongelijkheidsartikel moeten heten. En op de eerste vraag heeft ze ook een antwoord: de geadresseerde van artikel 1 is de overheid en niet de medeburger. De overheid moet er voor zorgen dat alle ongelijke burgers in gelijke mate aanspraak hebben op de burgerrechten en trouwens ook op alle andere rechten die uit de wet voortvloeien want voor de wet is iedereen gelijk.
Tot zover is Marjolijn Februari goed te volgen, maar dan komt het: de Staatkundig Gereformeerde Partij zet geen vrouwen op haar kieslijsten en is daarvoor bekeurd door de rechter. Frank Ankersmit en nogal wat andere stukjesschrijvers zijn het met die bekeuring niet mee eens en vinden die in strijd met de grondrechten van de SGP.
Februari vindt dat niet, die meent dat meer dan de helft van de Nederlanders door de SGP hun kiesrecht wordt ontnomen. Hoe ze dat precies uitrekent vermeldt ze niet en dat kan ze ook niet, vrees ik, want niemand is in Nederland verplicht om op de SGP te stemmen of daar op een kieslijst te gaan staan of om zelfs maar lid te worden van die partij, dus hoezo discriminatie? De SGP is toch geen overheid zeker?

[1] Dat artikel luidt:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
[2] Ze is nu hij en heet Maxim Februari.

Geplaatst in politiek, recht, staatsrecht | Een reactie plaatsen

Niet zo tijdelijk

In een interview met Entzinger[1], stond de volgende passage
‘Al in 1975, hij werkte nog als ambtenaar op het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, schreef hij in het tijdschrift Beleid en Maatschappij over gastarbeiders die op grote schaal hun families lieten overkomen. ‘Ze gaan niet terug,’ voorspelde hij. Zulke uitspraken waren destijds not done. De heersende opvatting was immers dat gastarbeiders hier tijdelijk waren, geen Nederlands hoefden te leren, en niet hoefden te integreren. Na de publicatie werd Entzinger door zijn chef op het matje geroepen. ‘Ik kreeg ontzettend op mijn kop, want ik had het beleid gedesavoueerd. Maar ik bleef bij mijn standpunt, het was keurig onderbouwd met cijfers.’
Wanneer iemand beleidsmedewerker is op een ministerie en hij schrijft over een onderwerp dat het beleid raakt, dan mag de lezer er van uit gaan dat het de instemming heeft van de minister of een andere leidinggevende op het departement. Doet hij het zonder toestemming en staat het stuk haaks op het te voeren beleid dan kan hij beter onder een schuilnaam publiceren of even wachten tot hij ergens anders zit, waar hij vrij is om te publiceren. Zo zit het ambtelijk.
Maar de vraag is natuurlijk of Entzinger hier iets schreef dat als kritiek op het beleid van zijn minister kon worden gezien. Zo te zien was het nogal feitelijk. Het betrof de vraag of de gastarbeiders terug gingen naar hun land van herkomst of dat zij hun gezinsleden lieten overkomen, met de bedoeling om met zijn allen hier te blijven wonen.
Als dat laatste het geval was, dan betekende dat inderdaad dat de beleid uitgangspunten bij Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk niet deugden en dat het beleid dus waarschijnlijk moest worden herzien. Dat raakt het beleid, maar op de enige manier waarop niemand daar bezwaar tegen zou horen te hebben. Het weerlegde de feiten waarop beleid was gebaseerd. Als de auteur gelijk had en dat had hij, dan hielp hij de overheid en dat was zijn taak. Vergiste hij zich in de aangedragen feiten, dan nog is het goed dat die gepubliceerd werden, zodat een weerlegging openlijk kon plaats vinden. Boos worden, zoals zijn meerdere deed, omdat je zelf hebt staan te jokken gaat natuurlijk niet aan. Daarvoor was het beleid indertijd te belangrijk en van die boosheid plukken we nu nog steeds de wrange vruchten.

[1] VN 5 december 2013

Geplaatst in allochtonen | Een reactie plaatsen

De Duitse Rechtsstaat.

Wanneer recht regeert in plaats van willekeur en ook de overheid aan het recht is onderworpen, dan bestaat in een land een rechtsstaat. Zijn er bovendien periodieke vrije en algemene verkiezingen, waarmee een regering die niet de steun heeft van de meerderheid van de bevolking kan worden weggestemd, dan is de rechtsstaat democratisch. Onderdrukt de meerderheid etnische of godsdienstige[1] minderheden dan wordt dat algemeen als ondemocratisch opgevat. Het is in wezen een gebrek in de rechtstaat en door dit ondemocratisch te noemen geeft men aan dat het eerste, de rechtstaat, aan het tweede, de democratie, voorafgaat en er een noodzakelijk onderdeel van vormt. Democratie vraagt bij voorkeur een zekere mate van homogeniteit van de bevolking en is die er niet dan een onderling vertrouwen tussen de bevolkingsgroepen die in de buurt komt van homogeniteit. Weten minderheden hun belangen niet veilig bij de meerderheid, dan kan er van democratie zoals wij die kennen geen sprake zijn. Het is dan ook geen toeval dat westerse landen waar geen homogeniteit bestaat doorgaans geen democratische eenheidsstaten zijn maar dat zij of uiteenvallen of confederaties vormen. Het eerste is met de oude Habsburgmonarchie gebeurd en met het Ottomaanse rijk en onlangs nog met Joegoslavië. Zwitserland is een oud voorbeeld van een confederatie en België en Canada zijn recentere voorbeelden. De democratische rechtsstaat zit ons niet in de genen en is kwetsbaarder en minder vanzelfsprekend dan wij in het algemeen plegen aan te nemen.

Rechtsstaten die niet tegelijk ook democratisch zijn kennen we tegenwoordig niet meer, al zijn ze er vroeger wel geweest. De vroegmoderne Duitse staten van Frederik de Grote van Pruisen en Jozef II van Oostenrijk waren verlichte despotismen. Geen democratieën maar wel rechtsstaten. Duitsland is tot aan de Tweede Wereldoorlog een ambtelijke rechtsstaat[2] gebleven. De Republiek van Weimar, de Duitse staat van het interbellum, die democratisch was van opzet, is een mislukking gebleken. De Duitse bevolking en haar elite ervoeren de parlementaire democratie als vreemd en van buitenaf opgelegd. Men verlangde terug naar de Keizertijd. Er was een tweede en zwaardere militaire nederlaag en een Holocaust voor nodig om Duitsland uit het spoor van de autocratie te krijgen. Oostenrijk-Hongarije, de tweeling die tezamen aan de Habsburg Monarchie leiding gaf, moest eerst als staat ontmanteld worden om een homogene bevolking te krijgen en – met enig vertraging – een democratie te kunnen worden. De veelvolkerenstaten zoals de oude Turkse, Russische en Oostenrijkse monarchieën bleken niet geschikt voor de democratische regeringsvorm[3]. Daarvoor ontbrak bij de leidende bevolkingsgroep waar de staat op steunde te zeer het respect voor de rechten van de minderheden en bij de minderheden het vertrouwen dat hun belangen in handen van de heersende meerderheid veilig waren. Dat de zelfstandigheid van al die volkeren hun in het algemeen weinig democratische winst heeft opgeleverd is een opvallend verschijnsel in alle drie deze oude autocratieën. Rechtstaat en democratie zijn beide tere plantjes die veel tijd en zorg nodig hebben om tot bloei te komen. In Duitsland zelf sloeg de democratie niet aan, maar niet alleen daar. Hetzelfde gebeurde eigenlijk in alle landen waar zij na de eerste wereldoorlog werd ingevoerd. Een uitzondering was misschien het Tsjechische deel van het nieuwe Tsjecho Slowakije, al verdient de manier waarop zij eerst de grote Duitse minderheid en later de Slowaken in hun land behandeld hebben allerminst de schoonheidsprijs. Maar in Duitsland ging het weer afschaffen van de democratie wel erg gemakkelijk. Het Ermächtigingsgesetz, een simpele volmacht aan Hitler en de zijnen, was daarvoor voldoende. Het afschaffen van de veel oudere rechtsstaat was moeilijker.
Dat gebeurde dan ook maar heel ten dele. Hitler was intelligent genoeg om niet meer te veranderen dan strikt nodig was. De rechtsstaat bleef, waar dat volgens de nationaal socialistische principes kon, in stand en zo nu en dan werden daar verbazingwekkende concessies aan gedaan. Nogal wat tegenstanders van het regime danken hun leven aan een strikte toepassing van het rechtssysteem. De Bulgaar Dimitrov is daar het bekendste voorbeeld van, maar er zijn er veel meer van te geven.
Het systeem waarop de staatsorganisatie berustte werd in stand gehouden, maar de inhoud werd veranderd, hoofdzakelijk door alleen “Volksduitsers” als legitieme burgers aan te merken die rechtsbescherming genoten en door het format van het recht licht te wijzigen. Dat gebeurde door Führerbevelen tot wet te verklaren en de nationaalsocialistische opvattingen tot verplicht referentiekader te maken voor de interpretatie van wet en jurisprudentie. Voor het overige was het Duits/Oostenrijkse rechtssysteem van nature al zo autocratisch dat het Hitler regime er vrij gemakkelijk kon worden ingepast. Door de meeste deelnemers aan het systeem werden de veranderingen niet als revolutionair ervaren, wat ze niettemin wel waren. Maar anders dan vaak gedacht wordt komt het ondemocratische Derde Rijk niet uit de lucht vallen en is het eerder te zien als een geperverteerde vorm van het Duits-Oostenrijkse systeem, zoals dat bestond voor de Eerste Wereldoorlog dan als een revolutionaire vernieuwing[4]. Geen deus ex machina dus en niet een fenomeen zonder geschiedenis en zonder betekenis voor de toekomst .

Wanneer men ziet welke zware middelen ervoor nodig zijn geweest om uiteindelijk, na de tweede wereldoorlog, een democratische rechtsstaat te vestigen in het hart van Europa , dan is het niet verbazingwekkend dat het niet direct lukt om een zo kwetsbaar systeem te exporteren naar Irak of andere regio’s waar de Europese leefwijze als vreemd wordt ervaren. En als wij om wat voor reden dan ook toestaan dat zich in ons midden bevolkingsgroepen nestelen met een ondemocratische achtergrond en met weinig ervaring met ons rechtssysteem, dan stellen we daarmee de democratische rechtsstaat op de proef. De ervaringen in de centrale en oostelijke delen van Europa bevatten daarvoor historische lessen.

[1] Sinds het failliet van de nationaal socialistische rassenleer is ras als basis voor etnische verschillen verdwenen. Sindsdien valt het begrip etnisch samen met cultureel en zijn goed beschouwd godsdienstige en taalkundige onderscheiden beide als etnisch te beschouwen.
[2] Hitler was een antidemocraat, dat heeft hij nooit onder stoelen of banen gestoken, al heeft altijd gezegd dat hij op zou stappen als de meerderheid van de bevolking hem niet meer zou moeten. Maar de legaliteit heeft hij op een aantal punten overeind proberen te houden. Zijn machtsovername was gebaseerd op een legaal parlementair besluit en de Neurenberger wetten waren wel degelijk wetten in formele zin. Het is evident dat Hitler het begrip legaliteit in diskrediet gebracht heeft. Rechters liet hij de eed af leggen op de nationaal socialistische beginselen en trouw zweren aan hem zelf. Niet voor niets was in de Tweede Wereldoorlog het begrip illegaliteit een geuzennaam. Wettelijk of wettisch is sinds Hitler niet langer een ethische garantie.
[3] Het veel kleinere Pruisen was van oorsprong ook een meervolkerenstaat en autocratisch. Het is ontstaan als een Duitse enclave in een Baltische omgeving en het omvatte ook later nog een belangrijke Poolse minderheid. Toen Pruisen het voor het zeggen kreeg in de Duitse Bond was het met de democratische pretenties van het parlement in Frankfurt afgelopen.
[4] Het rechtssysteem en de staatsinrichting was in grote trekken hetzelfde als onder de Keizer, maar het nazidom was niettemin een revolutionaire verandering. Die zat hem vooral in de nieuwe normen en waarden die golden: de belangen van het Duitse volk waren het exclusieve referentiekader. De Kantiaanse ethiek werd verworpen

Geplaatst in Duitsland, europa, geschiedenis, recht | Een reactie plaatsen

Turkije sinds Erdogan.

De man achter Turkiyemspor schijnt een criminele drugshandelaar te zijn en het geld waarmee de voetbalclub werd gefinancierd was zwart volgens de FIOD. Voor de katvangers in het bestuur bleek dat een verrassing en als het waar zou zijn, zeggen ze, stellen ze hun functie ter beschikking. Dat moet ook wel want er ligt nu een belastingaanslag van zeven cijfers en die kunnen ze zonder hulp van buiten niet betalen. Bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk voor een aantal belasting en premieaanslagen wanneer ze niet tijdig aangekondigd hebben dat die onbetaald zullen blijven en aan hebben kunnen geven waarom.

Het is duidelijk dat de Turken in Nederland nog moeten wennen en dat het vooral de Nederlanders zijn die dat gewenningsproces bemoeilijken. Ook bij een aantal Nederlandse voetbalclubs is de betrokkenheid van de zware misdaad en het zwarte geld groot. Dat zijn de voorbeelden voor de Turken. Bij Nederlandse clubs is het allemaal wat minder zichtbaar en als ze er in het openbaar op worden aangesproken reageren ze met veel betere en professionelere bijstand. Dat misdaad in Nederland in het openbare leven wordt gedoogd is niettemin de les die Turken hier leren[1]. De overheid bestrijdt hier niet de criminaliteit, maar veroordeelt en straft individuele criminelen, als die zo dom zijn, dat wettig en overtuigend bewijs tegen hen kan worden aangebracht. Wie voldoende getuigen kan liquideren of intimideren zorgt wel dat zo iets niet te vaak gebeuren zal.

Hebben gebeurtenissen als bij nu bij Tukiyemspor of eerder bij de bouw van de Milli Görüs moskee invloed op de houding van Nederland en andere Europese landen, als het om de vraag gaat of Turkije moet worden toegelaten tot de EU? Officieel zegt iedereen van niet. Niet de rechtsradicale Milli Görüs of de Turkse voetbalclubs bepalen de reputatie van een volk, maar de regering[2]. Of dat ook voor Turkije geldt lijkt me de vraag. Dat Turkse volk is niet zo respectabel. Dat blijkt ondermeer uit de reactie op het uit de lucht halen van een schandalige en sadistische televisieserie, waarin Joden, Amerikanen en alles wat verder niet Turks is over de kam gehaald werd en de misdaad verheerlijkt. Die televisieserie bezorgde Turkije in het buitenland een slechte naam. De woede van het volk richtte zich vervolgens tegen de regering die verdacht werd van censuur en van druk op het commerciële tv station dat de serie uitzond. Het Turkse volk is niet veel beschaafder dan zijn Arabische of Koerdische buren.

Toen Amerika met een paar bondgenoten Irak binnenviel was het uitgangspunt dat het om het omverwerpen van een fout regime ging, dat de internationale regels aan zijn laars lapte en dat een zware bedreiging vormde voor de omgeving. Intussen is gebleken dat het regime van Saddam Hoessein wel degelijk representatief was voor de Irakese bevolking en niet echt veel slechter dan zijn Arabische en Iranese buren.
Turkije is in vergelijk met die Arabische landen in de buurt relatief een beschaafde natie. Het had sinds Ataturk een grondwet en een leger dat die de grondwet garandeerde. Allebei waren ze humanistischer dan het Turkse volk. Vóór de invoering van deze grondwet en het daardoor op gang gekomen beschavingsproces was het niveau van Turkije gelijker aan dat van haar Arabische buren. Het veranderingsproces is nog lang niet klaar en het gaat ook niet zo van een leien dakje. Als het aan de meerderheid van de Turken lag, werd de ontwikkeling teruggedraaid en het Erdogan regime blijkt nu inderdaad zo ‘n stap terug, richting Sharia en steniging van overspelige vrouwen. Tegenwoordig worden alle humanistische trekjes uit de vigerende grondwet weer overboord gegooid en krijg je de indruk at Erdogan de Ottomaanse[3] samenleving in ere worden hersteld.
Genetisch verschil tussen Turken en bijvoorbeeld de Griekse EU-leden is er niet. Die twee volken wonen sinds mensenheugenis tussen en door elkaar. Ze onderscheiden zich door hun godsdienst en verder eigenlijk niet. Ze zijn pas gescheiden gaan wonen na de opstand van de Grieken in de negentiende eeuw, die zijn sluitstuk vond in de Grieks-Turkse oorlog na de eerste wereldoorlog. Daar zit het hem niet in. Als er verschillen zijn, dan zij die gelegen in de cultuur. De verandering daarvan neem tijd in beslag. Daar gaan meer dan een paar decennia overheen, maar een verandering is wel degelijk mogelijk. Ataturk, die over zijn graf heen regeerde, heeft laten zien dat het kan, maar het gaat niet van zelf, het is bergop van begin tot eind.
Het paradoxale feit doet zich nu voor, dat de EU, mede op basis van een rapport van onze landgenoot Zürcher, met Turkije wel wil onderhandelen over toelateing tot onze unie, maar alleen als aan het Islamisme vrij baan werd gegeven. Dat houdt in dat het leger zijn garanties voor de grondwet heeft moeten intrekken en voortaan een regering die ongrondwettelijk optreedt niet langer naar huis mag sturen. Turkije is in zijn huidige vorm nog niet het paard van Troje waar veel Europeanen bang voor zijn, maar het is de EU die er een paard van Troje van wil maken. De Turkse vader des vaderlands wilde van zijn land een beschaafde natie maken en dat is maar halverwege gelukt. Wie Turkije met de rest van het Midden Oosten vergelijkt moet toegeven dat alleen Israël westerser en welvarender is. Door onze quasi democratische voorwaarden aan Turkije doorbreken we dat proces en hebben we het Islamisme een nieuwe kans gegeven, die het zonder de Europese bemoeienis niet vlug gekregen had.

[1] Van problemen met Turken in Amerika of andere klassieke immigratielanden hoor je eigenlijk nooit. Turken en Arabieren passen zich best aan, maar alleen als het moet.
[2] Het is bij ons een politiek axioma dat alle volkeren gelijk zijn en dat het alleen de regimes zijn die zich van elkaar onderscheiden. Niet de Amerikanen maar de regering Bush deed het in de ogen van de Europeanen slecht en niet de Irakezen maar Saddam Hoessein.
[3] Het Midden Oosten en de Maghreb waren tot de eerste wereldoorlog Ottomaans en nog steeds vertonen de landen die tot het Ottomaanse rijk behoord hebben een opvallende overeenkomst in leefgewoonten en uiterlijk.

Geplaatst in ethiek, Midden Oosten | Een reactie plaatsen

Rechten van de mens.

Barbara Oomen[1] schreef in de Volkskrant [2] een eulogie ter gelegenheid van het derde lustrum van de Commissie Gelijke Behandeling (C.G.B.), die tegenwoordig College voor de Rechten van de Mens heet. Zij had veel opbouwende kritiek op dat instituut en dat was in mijn opvatting wat meer eer dan de commissie verdiende .
Zij pleitte onder andere voor een minder prominente plaats van het gelijkheidsbeginsel te midden van de andere mensenrechten, voor meer ruimte dus voor de ongelijkheid. Zij memoreerde instemmend de woorden van de Tilburgse hoogleraar en vroegere minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, die tijdens de lustrumbijeenkomst had gezegd: “mensenrechten moeten er toch niet op zijn gericht om mensen alles wat ze ten diepste eigen is opzij te doen schuiven?”[3] Dat was een pleidooi voor een meer prominente plaats in ons rechtsbestel voor vrijheid van godsdienst, terwijl die vrijheid t.a.v. een godsdienst als de islam nu juist volgens veel mensen een probleem vormt.
Het gelijkheidsbeginsel is de kern van de humanistische levensbeschouwing. Wie aan andere mensenrechten, bijvoorbeeld aan het recht van de godsdienstvrijheid een meer prominente plaats toekent, zoals ook Donner wel eens bepleit heeft, die komt al vlug met lege handen te staan tegenover de juristen als de procureur generaal van de provincie Balkh in Afghanistan[4].
Het is waar wat Mevrouw Oomen beweerde, dat de C.G.B. zich met de andere beginselen alleen afgeleid bezig houdt als begrenzing van het gelijkheidsbeginsel. Bovendien is de Commissie Gelijke Behandeling in haar toepassing van het gelijkheidsbeginsel altijd heel eenzijdig geweest. Zij ziet haar opdracht uitsluitend als het bestrijden van discriminatie en beschouwt discriminatie vooral als iedere vorm van behandeling van mensen van allochtone afkomst die in vergelijk met de behandeling van mensen van autochtone afkomst negatief uitpakt[5].
Het begrip discriminatie zoals dat nu in juridische en ethische zin wordt gehanteerd stamt uit de eerste naoorlogse tijd en was de kapstok waaraan de emancipatie van de voormalige koloniën en hun bewoners werd opgehangen. Die emancipatie is intussen zo goed als voltooid en we zouden er goed aan doen om het begrip discriminatie maar weer af te schaffen. Niet omdat discriminatie weer wel zou moeten mogen, maar omdat het verschijnsel zoals het in de koloniale tijd en slaventijdperk bestond intussen wel verdwenen is. Het feit dat een zwarte man tot president van Amerika is gekozen en bovendien dan nog iemand die uit de democratische partij komt, wat ooit de partij van de slavenhouders was, zou daarvoor een passende aanleiding zijn.
In de praktijk wordt het begrip discriminatie alleen toegepast op het maken van onderscheid door Europeanen t.a.v. niet-Europeanen. Vindt soortgelijk gedrag plaats tussen allochtonen onderling of door allochtonen tegenover autochtonen dan negeren we het of brengen het onder bij andere soorten beledigend gedrag of bij het aanzetten tot haat en geweld. Dat zouden we met discriminatie van autochtonen tegenover allochtonen ook maar moeten doen. Of, als we etnische tegenstellingen met grondwettelijke of strafrechtelijke maatregelen willen bestrijden, dan zouden we beter passende begrippen moeten ontwikkelen.
Intussen verhindert het begrip discriminatie zoals het in de praktijk wordt uitgelegd tot op grote hoogte een effectief optreden tegen normafwijkend gedrag van allochtonen, met name van allochtonen in groepsverband. Ook op andere termijnen is discriminatie (letterlijk het maken van onderscheid) een veel te subjectief begrip om bruikbaar te zijn.
Leeftijdsdiscriminatie werd door de CGB onder meer aanwezig geacht toen universiteiten van mensen die op latere leeftijd een studie wilden gaan volgen meer collegegeld vroegen dan van de leeftijdsgroep waarvoor universiteiten h.t.l. zijn opgericht. Dat was wel het maken van onderscheid, maar de commissie stond vrijwel alleen toen zij dit het maken van een ongeoorloofd onderscheid vond.
De Commissie Gelijke Behandeling bestaat in meerderheid uit bureaucraten met een goed gevoel voor de taboes van het politiek correcte[6] deel van de natie en van de internationale gemeenschap. Met haar uitspraken staat zij een behoorlijk eind af van een evenwichtige toepassing van de mensenrechten, maar zij produceert wel een uitleg waarvoor men de handen op elkaar kan krijgen in diverse gremia van de Verenigde Naties. Aan de oplossing van de problemen waar dit land en onze buurlanden de laatste jaren kampen levert zij geen bijdrage. In plaats van haar bevoegdheden uit te breiden kan men de commissie beter als een mislukt experiment beschouwen. Voor zover zij over goede juristen beschikt, zoals bijvoorbeeld haar e.t. voorzitter Mevrouw Koster, kunnen die beter werk doen in de overbezette rechtbanken van dit land. De overige leden zouden ons land kunnen vertegenwoordigen in een reeks van internationale instellingen, die voor de problemen waar we mee te maken hebben als minder irrelevant kunnen worden beschouwd.
[1] Prof. Barbara Oomen (1969) is lid van de Staatscommissie Grondwet geweest. Zij is docent en onderzoeker aan de Roosevelt Academie van de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam.
[2 Van 14/11/09
[3] Wat mensen ten diepste eigen is kan nogal uiteenlopen. Een pedofiel zal oprecht menen dat zijn neiging hem ten diepste eigen is en toch zullen veel mensen van oordeel zijn dat die neiging opzij hoort te worden geschoven in het belang van de betrokken kinderen en hun ouders.
[4] Ik citeer hier uit eigen werk: Sayad Perwiz Kambakhsh is ter dood veroordeeld wegens het downloaden van een artikel van een Iranese student dat handelde over de achterstelling van vrouwen. Het proces dat tot het doodvonnis leidde duurde precies vier minuten. Hafizullah Khaliqyar, de openbare aanklager in de provincie Balkh heeft het vonnis verdedigd als bijzonder islamitisch en dat is het natuurlijk ook.
Ik citeer opnieuw uit eigen werk: ‘Waarschijnlijk is het begrip discriminatie zoals dat door de Commissie Gelijke Behandeling wordt uitgelegd een belangrijke hinderpaal voor het ontwikkelen van de juiste methoden om met de problemen van de multiculturele samenleving om te gaan. Hetzelfde geldt voor de internationale verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en vooral ook voor de wijze waarop die verdragen in ons rechtsverkeer gehandhaafd worden. Zij hebben een taboe karakter en verhinderen daardoor dat men op een redelijke en vooral effectieve manier tegen de uitwassen van de immigratieproblematiek optreedt.
[5] Een aantal jaren geleden waren een aantal flats in de Bijlmer no-go area’s vanwege het hoge niveau van criminaliteit, waaraan bezorgers en andere leden van dienstverlenende beroepen blootstonden. De Commissie Gelijke Behandeling veroordeelde een televisiereparatiebedrijf omdat de weigering hun personeel aan criminaliteit bloot te stellen in de praktijk leidde tot een verminderde dienstverlening aan de overwegend zwarte bevolking van de flats, tot discriminatie dus. Nu hoeft niemand deze commissie serieus te nemen, maar juridisch hebben haar uitspraken wel degelijk gevolgen: de burgerlijke rechter pleegt voor de vraag of er van discriminatie sprake is de uitspraken van deze amateurs te volgen. Rechters van diverse pluimage hebben immers de gewoonte om waar mogelijk niet af te wijken van wat over eenzelfde feitencomplex door een andere rechter is beslist, ook al bestaat daartoe geen wettelijke verplichting en ook al hebben de uitspraken van die andere rechter geen serieuze rechtsgevolgen. Dat respect wordt ook opgebracht voor de uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling, ofschoon de kwaliteit van de uitspraken van die commissie daar meestal geen aanleiding toe geeft.
[6] Een fatsoenlijk mens plaatst het zwaartepunt van zijn zorg buiten zich zelf. Hij richt die op zijn naasten en op de samenleving. Zijn geweten daarentegen is van hem zelf en dat houdt hij overeind desnoods tegen de publieke opinie in. Bij de politiek correcten is dat omgekeerd. Die maken hun geweten ondergeschikt aan de publieke opinie en zorgen vooral goed voor zich zelf.

Geplaatst in Nederland, recht | Een reactie plaatsen