Aanvaardbare risico’s.

Omgaan met risico’s is niet iets wat we van nature goed doen. Mensen hebben er geen orgaan voor. Kansrekening is een onderdeel van de wiskunde en het is grotendeels counterintuitive[1]. Bij de rampenbestrijding[2], zoals bij de brandweer, de ambulancediensten en ziekenhuizen, maar ook bij de grote energiecentrales en op Schiphol, is risicoanalyse onderdeel van de bedrijfsvoering. Daar worden risico’s heel wetenschappelijk aangepakt. Er wordt gekeken hoe vaak zich een ramp kan voordoen op grond van gegevens uit het verleden en van doorrekeningen naar de toekomst. Daarnaast wordt vooral gelet op het aantal mensenlevens dat bij een ramp waarschijnlijk verloren zal gaan en op het maximum aantal dat kan worden verwacht. Die twee soorten gegevens, die van de frequentie en van het worst case scenario, worden gecorreleerd. Moet ook de materiële schade in de vergelijking betrokken worden, dan worden de mensenlevens omgerekend in geld. Dat is nodig om alle onderdelen van het risico vergelijkbaar te maken. Komen mensen niet om het leven maar raken ze gewond en invalide dan wordt de schade die dat oplevert ook weer gekwantificeerd, waarbij aan pijn en ontregeling van het leven cijfers worden vastgeknoopt, die afhankelijk kunnen zijn van het salaris en de opleiding van het slachtoffer.
Dat klinkt nogal grof en onmenselijk. Rampen zijn immers onaanvaardbare risico? Maar hoe zou het anders moeten? Aan mensenlevens een oneindige waarde toekennen en op grond daarvan ieder risico uitsluiten dat we in het maatschappelijk verkeer lopen? Dat laatste kan niet, want de machine van de samenleving zou krakend tot stilstand komen en dat zou meer mensenlevens kosten dan welke andere ramp dan ook. Accepteer daarom dat je risico’s van rampen (soms) wel kunt beperken maar nooit helemaal uitsluiten. Aanvaard dat zij mensenlevens kosten. Daarvan uitgaande zal men een systeem moeten hebben om de verschillende risico’s tegen elkaar af te wegen. Dat systeem is er dus ook en oneindigheden kunnen er alleen al om mathematische redenen geen plaats in hebben.
Het voorkomen van rampen op Schiphol is de belangrijkste verantwoordelijkheid van de Luchtverkeersbeveiliging, de LVB. Die heeft voor de beveiliging op de grond en in de lucht een aantal systemen, die tezamen een grote mate van veiligheid verzekeren zodat er in de praktijk maar zelden dingen echt uit de hand lopen. Dat wil ook zeggen, dat er in de praktijk maar zelden iets van bijna-ongelukken naar buiten komt. Bijna-ongelukken doen zich niettemin nog best vaak voor en zij geven altijd aanleiding tot groot intern tumult. Soms ook tot onderzoek door de Schipholpolitie of door Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).
De basis van de beveiliging bestaat eigenlijk altijd uit het nemen zoveel mogelijk verschillende maatregelen om ongelukken te voorkomen. Verschillend in de zin dat ze onafhankelijk van elkaar hetzelfde soort incident minder waarschijnlijk moeten maken. Hoeveel van die maatregelen er zijn hangt af van de technische mogelijkheden en van de kosten in verhouding tot de extra veiligheid die er mee wordt bereikt.
Dat een of meer van de systemen die risico’s moeten uitsluiten niet goed werken is een regelmatig voorkomend verschijnsel. Als er acht of tien niet van elkaar afhankelijke systemen zijn, is dat niet zo erg. Er zijn er dan nog voldoende over als er een of twee niet blijken te werken. Maar als plotseling blijkt dat die onafhankelijkheid maar schijn is, dan heb je misschien wel een probleem. Zo was er op Schiphol een keer een bijna-ongeluk, waarbij twee functionarissen op de toren verzaakt hadden, omdat ze elkaar hadden opgezocht en net gezellig een kop koffie zaten te drinken op het moment dat ze allebei in actie hadden moeten komen. Tegelijkertijd kreeg een vliegtuig permissie om een landingsbaan over te steken, maar degene die de toestemming gaf dacht per abuis dat het vliegtuig precies de andere kant opging. Uiteindelijk is toen een piloot tijdig in de remmen gegaan maar pas zo laat dat hij op enkele tientallen meters na een ongeluk had.
Het onderzoek van de luchtvaartpolitie leidde toen in de richting van een strafrechtelijke vervolging, wat weer grote ongerustheid veroorzaakte bij de verkeersleiders. Wat de twee verzakende functionarissen hadden gedaan was fout, dat wel, maar iets dat toch best vaak voorkomt. Niemand kan de hele diensttijd door gespannen op blijven letten. Een poging daartoe zou op zich al gevaarzettend zijn, want verkeersleiders horen tegelijk relaxed en oplettend te zijn. Al te gespannen zijn is juist weer gevaarlijk. Catch 22 als het ware.
Die strafrechtelijke vervolging was nog om een andere reden een slecht idee. De luchtverkeersleiders worden geacht heel open te zijn over wat er fout gegaan is, omdat alleen dan effectieve maatregelen kunnen worden genomen om voor de toekomst soortgelijke incidenten te voorkomen. Lopen ze kans vervolgd te worden, dan zullen ze voortaan van hun zwijgrecht gebruik maken en dat is qua veiligheid het paard achter de wagen spannen. Het is de taak van de OVV om zonder de betrokken te straffen of in het openbaar aan de schandpaal te nagelen een analyse te maken van het incident. Op grond van die analyse is de OVV dan in staat een verbeterde procedure voor te stellen. Het Openbaar Ministerie moet erbuiten blijven en haar optreden reserveren voor moedwillige gevaarzetting of onverantwoordelijk gedrag dat de grenzen van de normale beroepsuitoefening te buiten gaat. Het oordeel daarover zou door deskundigen moeten worden geleverd en niet door de toevallige officier die in Haarlem met de strafvervolging op Schiphol is belast. Zo’n man of vrouw kan op dit terrein niet anders dan bij toeval deskundig zijn.
Het verstandigste is om de menselijke factor in de rampenbestrijding op dezelfde manier te behandelen als de mechanische factoren. Men moet er rekening mee houden dat er faalmomenten zijn. In feite is het veel vaker de menselijke factor waar de dingen op fout lopen dan de mechanische middelen. Schakelt men de normatieve factor uit en behandelt men menselijk falen net als iedere andere mishap, dan komt het meestal wel goed, als er maar voldoende fall back systemen zijn. Dat was ook in dit geval zo, want een oplettende piloot was een uit de serie fall back systemen. Dat die man dat zelf anders zag en woedend was over het voorval is begrijpelijk en menselijk. Toch was hij wel degelijk deel van het systeem. Maar met of zonder hulp van mensen die zelf niet weten dat zij onderdeel zijn van een veiligheidssysteem, komt er met zekerheid een moment dat alle systemen tegelijkertijd falen. Dan heb je toch een ramp[3].
Risico’s blijven bestaan ondanks alle systemen die we ontwerpen om ze kleiner en vooral beheersbaarder te maken. Naast de systemen voor ramppreventie bestaan er verzekeringssystemen, die de gevolgen van een ramp voor individuen verzachten door ze over een groter aantal mensen te verdelen. Meestal zijn dat mensen die allemaal op een vergelijkbare manier met het risico van doen hebben en die een voorkeur hebben voor een zeker klein nadeel boven de kans op een groter nadeel. Verzekeringsmaatschappijen verdienen hun brood door de bemiddeling bij de spreiding van dit soort risico’s. Een deel van hun inkomen halen zij uit het ervaringsfeit dat mensen die risico’s in het algemeen slecht inschatten en daarom niet kunnen overzien wanneer zij beter zelf het risico kunnen dragen. Een ander deel halen ze binnen doordat mensen de verwantschap en de overlap tussen risico’s niet zien en daardoor hetzelfde risico vaak meermalen dekken, terwijl er toch bij een voorval maar een keer wordt uitbetaald.
In het bedrijfsleven is de laatste decennia risicomanagement een nieuwe en belangrijk functie geworden. Dat blijkt, anders dan men misschien zou denken, niet te leiden tot meer voorzichtigheid en risicomijdend gedrag, maar wel tot meer verantwoording ten aanzien van de genomen risico’s. Wie inzicht heeft in de omvang en de frequentie van zijn risico’s zal minder vlug een risico aanvaarden waarbij de overleving van zijn bedrijf op het spel staat maar zal vooral de omvang van het te nemen risico afwegen tegen de te verwachte beloning.
Het probleem dat zich daarbij regelmatig voordoet is dat de ervaring met de te nemen risico’s te gering is om een behoorlijke inschatting van omvang en frequentie mogelijk te maken. Bestaan er voldoende gegevens op dit punt om uit het voorhanden materiaal een verantwoorde en representatieve steekproef te nemen, dan vormt de statistiek een goede hulpwetenschap. Zijn die gegevens er niet dan is de vaststelling van risico’s een kunst, waardoor de ervaren en competente ondernemer zich van zijn mindere collega’s onderscheidt.

[1] Twee voorbeelden van kansberekening ontleend aan Wikipedia.
1. De kans op een verkeersongeluk bij het oversteken van de weg kan 10-6 of 10-9 zijn. Op het eerste gezicht is het moeilijk hier verschil tussen te ervaren.
Wanneer we de weg echter 500.000 keer in ons leven over steken, geeft een kans van 10-6 een redelijke kans op een ongeluk (hoewel iedereen een kans van 0,0001% als heel klein zal zien), terwijl deze kans bij 10-9 alsnog verwaarloosbaar klein is.
2. In de bevolking lijdt 1 op de 100 mensen aan reumatoïde artritis. Er bestaat een test, de “reumatest”, die bij reumalijders meestal positief is en bij gezonden meestal negatief. De test is echter niet 100% waterdicht en heeft een specificiteit (d.w.z. de kans op een negatieve test als de ziekte afwezig is) van 0,8 en een sensitiviteit (kans op een positieve test bij aanwezigheid van de ziekte) van 0,7.Vraag: Is het zinvol om de bevolking met deze test op het voorkomen van reuma te testen?Daartoe bepalen we wat de kans is op de ziekte als we een willekeurig iemand uit de bevolking testen en de uitslag positief is. Met Z geven we aan dat de testpersoon aan de ziekte lijdt en met + dat de uitslag van de test positief is. Uit de bovenstaande gegevens volgt:P(Z)=0,01 (kans dat iemand de ziekte heeft)
P(+|Z)= 0,70 (de kans op een positieve uitslag als de ziekte aanwezig is)
P(-|niet Z)=0,80 (de kans op een negatieve uitslag als de ziekte afwezig is)
Met de regel van Bayes kunnen we nu berekenen:
. P( Z+1
Dus zelfs bij een positieve uitslag van de test is de kans dat de onderzochte persoon de ziekte heeft maar iets meer dan drie procent. De “reumatest” is in deze situatie nagenoeg onbruikbaar.
[2] Rampen kunnen worden gedefinieerd als onaanvaardbare risico’s.
[3] Tenerife was zo’n voorbeeld, al is niet uit te sluiten dat het aantal onafhankelijk opererende veiligheidssystemen daar kleiner was dan op de grote vliegvelden in de wereld.

Geplaatst in wetenschap en filosofie, zo maar wat | Een reactie plaatsen

Richard Wagner.

Ik las ergens, in het programma van het Muziektheater voor Tannhäuser of in een van die CD boekjes, die je bij de albums krijgt, dat de Meistersinger als een verbeterde uitgaaf van Tannhäuser moet worden gezien. Ik kan niet begrijpen wat de schrijver daar mee kan hebben bedoeld. Die opera’s zijn allebei van Wagner en er komt in allebei een zangwedstrijd voor. Verder zijn er, voor zover ik kan zien, geen overeenkomsten.
Muzikaal is de Meistersinger een stuk interessanter, ook qua tekst geloof ik, al heb ik de gewoonte om bij Wagner niet naar de tekst te kijken en alleen maar te luisteren en naar het toneel te kijken als ik in het theater zit..
Dat libretto zit best knap in elkaar, dat is mijn punt niet. Wagner deed alles zelf, ook het schrijven van zijn teksten. Ik heb het libretto van de Ring ooit een keer helemaal doorgelezen en dat is zeker vakwerk. Hij maakt als het ware zijn eigen taal, waarvoor hij archaïsch Duitse woorden en zinswendingen gebruikt. Soms verzint hij die, maar dan zo dat hun betekenis meteen uit het verband duidelijk is. Dat geeft hem een taalmeesterschap, die misschien niet helemaal uniek[1] is, maar hem bij zijn componeren toch wel erg van pas moet zijn gekomen.

De werelden die Wagner met zijn opera’s creëerde spreken mij niet aan. De mensen zijn mij bijna zonder uitzondering antipathiek en van hun ideeën en idealen moet ik weinig hebben. Die ideeën hebben bovendien nooit een vervolg gekregen, behalve dan bij een stel halve garen in de nazi tijd. Maar zijn muzikale betekenis is groot. Hij is de eerste echte vernieuwer na Beethoven. Zonder hem geen Mahler of Shostakowitch bijvoorbeeld. Ik vind hem als musicus veel interessanter dan Brahms. Zijn koren en orkestraties zijn over het algemeen prachtig en al heeft hij de reputaties moeilijk zingbare rollen te schrijven, toch geeft zijn muziek de gelegenheid om heel goed te zingen.
Ik heb er ook wel dingen tegen. Zijn gewoonte bijvoorbeeld om een paar banale deuntjes te verwerken die je voor weken door het hoofd blijven spoken. Het Tannhäuser thema zelf bijvoorbeeld of dat lied van de pelgrims uit dezelfde opera. Het koor van de matrozen uit de Holländer is misschien wel het beste voorbeeld. Dat doet hij puur voor de Bühne en het doet afbreuk aan de mooie muziek die hij ook maakt.
In de Ring lijden die Walküre en Siegfried aan dat zelfde euvel is daarom is in de Ring de Götterdämmerung mijn favoriet.

Ik heb gemerkt dat je van dit soort ergernissen het minste last hebt als je geen libretto bij de hand neemt, je ogen dicht doet en gewoon gaat luisteren. In het theater kun je je dat niet permitteren, want je kunt er bij in slaap vallen en dat is iets dat je tegenover je omgeving niet kunt maken. Maar in mijn schommelstoel thuis doe ik dat en het is heerlijk.

[1] Homerus, Shakespeare en ook Marten Luther gingen hem voor. Ook die dichters zetten de taal naar hun eigen hand, maar anders dan bij deze voorgangers heeft de taal van Wagner geen school gemaakt, zij is vrijwel meteen fossiel geworden.

Geplaatst in Muziek | Een reactie plaatsen

Stoetels.

Herinnert U zich die brand in Moerdijk van een paar jaar geleden?
Weet U nog dat de brandweer tegen twaalven begon te blussen met schuim en dat toen binnen drie kwartier het sein brand meester kon worden gegeven? Dan denk ik spontaan: wel laat van die commandant om op dat idee te komen.
Mijn vrouw niet. Die denkt meteen: er is vast een goede reden geweest waarom ze dat niet eerder hebben gedaan. Bijvoorbeeld omdat dan het gevaar dat er vergif in het milieu kwam veel groter zou zijn geweest. Natuurlijk heeft zo’n man een protocol, meent zij, waarin alle efficiënte methoden van brandbestrijding voorkomen en ze zijn daar dagelijks bezig met dat te oefenen, dus zoiets loopt gewoon goed.
Ik denk het niet, al moet ik toegeven dat het voor de hand ligt dat het gaat zoals mijn vrouw denkt en dat mijn wantrouwen alleen maar gebaseerd is op de ervaringen die ik in mijn werkzame leven met andere overheidsinstellingen dan de brandweer heb opgedaan.
Neem de IT bij de overheid. Iemand heeft uitgerekend dat als overal waar dat kon bij de overheid dezelfde IT systemen zouden worden gebruikt dat we dan gemakkelijk met tachtig duizend ambtenaren minder af zouden kunnen en heel veel kosten minder zouden hebben. Ik geloof zoiets blindelings. Twee familieleden zijn in de IT branche werkzaam en allebei bevestigen zij desgevraagd de achterlijkheid van de overheid op dit gebied. Niet alleen in Nederland overigens, want een ervan woont en werkt in Amerika.
De IT is de belangrijkste technische vernieuwing sinds de elektriciteit en het is opvallend hoe traag en inefficiënt men gebruik maakt van de nieuwe mogelijkheden die erdoor geboden worden. Niet alleen bij de overheid maar ook bij grote delen van het bedrijfsleven. In het bankwezen is de IT met afstand het belangrijkste investeringsgoed. Niet alleen voor administratieve doeleinden maar bijvoorbeeld ook de beleggingsprogramma’s waar men voor zich zelf en de clientèle mee werkt zijn essentieel geworden voor het effectenverkeer en voor de eigen beleggingen van de banken. De derivatenhandel is volledig een computeraangelegenheid en als zodanig een van de belangrijkste oorzaken van de geldcrisis.
Van het IT systeem hangt het overleven van een bank af. Je kunt eigenlijk niet bankieren als je die IT competentie niet hebt maar ze doen het allemaal toch. In de Raden van Bestuur zit niemand die zijn IT beheerst.
Ze laten dat over aan jonge ondergeschikten die ze dan vervolgens afrekenen op heel andere zaken dan een gezond management van de bank. Ook in de rest van het bedrijfsleven is een grondige kennis van dit nieuwe bedrijfsmiddel onvoldoende aanwezig. In de nieuwe economieën in Azië is men voorlijker en dat verklaart veel van de snelheid van de inhaalslag die men daar aan het maken is.

Geplaatst in geld en economie, Organisaties, zo maar wat | Een reactie plaatsen

Filosofie aan de Erasmus universiteit

Wim van Binsbergen, hoogleraar interculturele filosofie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, verwerkte in zijn oratie de navolgende opmerkelijke passage:
“Wat houdt het in wanneer iemand respect claimt voor zijn eigen cultuur? Ik stel de volgende omschrijving voor: In een concrete interactie doet iemand, ter bekrachtiging van zijn claim op schaarse hulpbronnen (zoals prestige, stemrecht, verblijfsrecht, toegang tot de markt van huisvesting, onderwijs, werkgelegenheid, de mensenrechten omschreven in de mensenrechtencatalogi), een uitdrukkelijk beroep op de gedachte (reeds door de publieke opinie, en door bureaucratische en politieke praktijken en regelgeving, geprivilegieerd) dat hij, niet door vrije keuze, maar naar diepste wezen en in totaliteit, een specifieke menselijke zijnsvorm vertegenwoordigt, die hij niettemin deelt met slechts een klein gedeelte van de mensheid, op grond van historische verbondenheid, en tot uitdrukking komend in specifieke aangeleerde praktijken (bijv. spreken van een gemeenschappelijke taal). Totaliteit, essentialisme, pluralisme, de definitie en ordening van de publieke ruimte als multicultureel, politieke strategie, performativiteit gaan op verrassende wijze hand in hand in de respect claim.” [1]
Ik verzeker U dat ik aan het citaat niets heb veranderd of toegevoegd. Ik heb het gevonden op de internetsite van de faculteit van letteren en wijsbegeerte in Rotterdam en waarschijnlijk kunt U het ook in Uw eigen Universiteitsbibliotheek wel aantreffen, maar wat betekent het?
Zoals het er staat betekent het naar mijn mening niets. Het is slecht en onbegrijpelijk Nederlands. Wat Van Binsbergen heeft willen zeggen komt volgens mij ongeveer hier op neer:
Als iemand claimt dat hij lid is van een separate cultuur dan doet hij dat in de praktijk meestal omdat hij daar rechten aan ontleent en dan bedoelt hij waarschijnlijk het volgende: “Ik ben lid van een aparte historische leefgemeenschap die zich onder meer kenmerkt door een eigen taal en die op essentiële onderdelen anders is dan de rest van de mensheid. Dat anders zijn is voor buitenstaanders niet toegankelijk en dient op mijn woord en dat van mijn cultuurgenoten te worden aanvaard.
Uit de rest van de oratie blijkt dat de door Van Binsbergen gebruikte definitie samenhangt met een begrippenpaar dat in de voorgaande decennia opgeld deed in de culturele antropologie. Het is komen overwaaien uit de linguïstiek en het zijn de twee begrippen emic en etic. Met etic wordt ongeveer bedoeld de analytische en kwantitatieve wijze van benadering van de natuurwetenschap, terwijl onder emic min of meer wordt verstaan een holistische wijze van benaderen vanuit het begrippenapparaat van de te onderzoeken cultuur.
De argumenten die voor emic als wetenschappelijke methode worden aangevoerd vertonen een opvallende gelijkenis met de argumenten voor homeopathie en andere paranormale geneeswijzen. Een van de voorbeelden die Van Binsbergen geeft van verschijnselen die vanuit de emic heel anders worden benaderd dan vanuit de etic is de hekserij. Vanuit een westers oogpunt bestaat hekserij niet maar in andere culturen kan dat best anders zijn.
Op mij, als volkomen buitenstaander in de culturele antropologie, geeft het de indruk dat emic geen wetenschappelijke term is maar een aspect van de publieke opinie. In iedere gemeenschap, ook in die van de interculturele filosofen, bestaan denkbeelden die niet noodzakelijk waar zijn of een feitelijke basis hebben, maar die voor het functioneren van de gemeenschap van belang zijn en om die reden door iedereen worden aanvaard. De mensenrechten horen daar in onze samenleving toe en meer in het algemeen alles wat onze voormalige premier Balkenende verstond onder normen en waarden. Die zijn niet waar of onwaar maar als het goed is voelen we ze als een verlengstuk van ons zelf. Wie zich er niet aan houdt voelt zich schuldig en wordt door de rest van de samenleving met de nek aangekeken. In die hoek moeten we emic zoeken, denk ik.
Filosofie betekende vroeger het begrijpen van de wereld om je heen te beginnen met je zelf. Zo stond het ooit geschreven bij de ingang van de tempel van Delphi[2] en zo vond Socrates dat het moest worden opgevat. Tegenwoordig is het een vak dat bestaat uit het leren en doceren van wat andere mensen hebben gedacht en vooral uit het aanleren van de speciale terminologie die daarbij wordt gehanteerd. Met het begrijpen van de wereld heeft het niet zo veel meer van doen. Filosofie lijkt een doel op zich geworden en houdt zich met zich zelf bezig.

[1] Dit lijkt me overigens iets voor San, om zijn tanden eens in te zetten. San is liefhebber van wetenschap.
[2] Gnoothi seauton stond er, wat betekent ken U zelf.

Geplaatst in onzin, wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

Norm afwijkend gedrag van Nederlanders en Marokkanen.

In de rubriek ingezonden stukken van de Volkskrant speelde een discussie over de vraag of we de Marokkaanse gemeenschap in Nederland wel aansprakelijk konden houden voor gewapende overvallen en andere gewelddaden, als we ons als Nederlanders ook niet verantwoordelijk voelen voor het norm afwijkend gedrag van Heleen Mees – Nijkamp in New York.
Dat is natuurlijk een weinig voor de hand liggende vergelijking, zoals meteen al door een van de brievenschrijver werd opgemerkt, maar waar komt zoiets vandaan? Hoe komt iemand op het idee dat twee zulke heel verschillende zaken onder een noemer zouden zijn te brengen?
Van Schijndel zei daarover: we zijn allemaal individuen. Zoiets als een Marokkaanse gemeenschap bestaat dus eigenlijk niet[1]. Maar ook dan is een privé ruzie tussen Nijkamp en haar oudere minnaar niet te vergelijken met de criminaliteit van 60% van Marokkaanse jongens uit Nieuw West en een lager, maar ook nog fors percentage Marokkaanse meiden.
Alleen al dit soort enorme getallen geeft aan dat het wel iets te maken heeft met de Marokkaanse en de Nederlandse gemeenschappen en misschien ook wel met de interactie tussen die twee.
Marokkanen verschillen individueel helemaal niet zo veel van Nederlanders. Als ze deel uitmaken van de reguliere Nederlandse gemeenschap, hun school afmaken en een baan hebben waar ze met andere Nederlanders leven of als ze je buur zijn in een gewone Nederlandse wijk, is het percentage prettige en minder prettige buren bij Marokkanen niet veel anders dan bij autochtone Nederlanders of immigranten uit de buurlanden.
Die mijnheer Van Schijndel uit Utrecht, die vond dat gemeenschappen niet bestaan en we daarom alleen individuen kunnen aankijken op wat ze persoonlijk doen, moet eens even doordenken over wat hij zegt. Hij is een racist, als hij meent dat het allemaal genetische aanleg is, waardoor de Marokkanen en de Antilianen zich zo onderscheiden van zijn Utrechtse buren. Of misschien meent hij net als San dat het alleen een kwestie is van armoede en achterstelling?
Nu denk ik persoonlijk dat het grotere geweld in zwarte gemeenschappen overal op de wereld te opvallend is om alleen aan culturele factoren toe te schrijven en in die zin ben ik dus ook een racist. Maar het verschil tussen Hindoestanen en Pakistanen, vooral als ze in het buitenland wonen, is veel te groot om dat aan genetische verschillen te kunnen wijten. Die zijn er domweg niet. Het kan niet anders of hun cultuur en geloof spelen er een rol in. Dat de criminaliteit in Marokko, of je het nu over Rabat hebt of over het Riftgebergte, veel kleiner is dan onder Marokkanen in Nederland, wijst erop dat het niet alleen de Marokkaanse cultuur is, maar ook de manier waarop wij hier in Nederland op die cultuur reageren. Waarschijnlijk zouden we een speciaal strafrecht en ordeningsrecht alleen voor Marokkanen en andere moslims moeten hebben, maar zoiets is nu eenmaal in strijd met humanistische uitgangspunten.
Marokkanen en Pakistanen delen een geloof, dat geweld en criminaliteit wel veroordeelt maar minder sterk dan humanisme en het christendom dat doen. In hun thuislanden is de reactie van de overheid op antisociaal gedrag veel directer en harder dan in Nederland. Daarom zie je ook dat, als die overheid het om een of ander reden af laat weten, het oplaaiend geweld in moslimlanden meteen in chaos en burgeroorlog ontaardt. Vrede omdat je daar de voorkeur aan geeft boven geweld en conflict is een onbekend verschijnsel in de moslim wereld. Wat er aan vrede is, wordt afgedwongen met geweld.
Hier in Nederland en in andere Europese landen hebben we moslim wijken laten ontstaan waar de islamitische cultuur kon worden voortgezet met behulp van schotelantennes, moskeeën en haat imams, zonder de sterke repressie die men in het midden oosten van overheidszijde gewend is. Het optreden van de Nederlandse justitie en van de jeugdzorg wordt door moslims met minachting bekeken, terwijl de imams het morele verval van de westerse samenleving aan de kaak stellen en daarmee onder hun gelovigen de haat en verachting jegens Nederlanders aanwakkeren.
Als we iets aan de Marokkaanse criminaliteit willen doen zullen we ons dit horen te realiseren. Iedereen die zich met het onderwerp bezig houdt krijgt het verwijt dat hij niet met een oplossing komt. Maar als Wilders dan voorstelt ‘minder Marokkanen’, dan doen 5000 medelanders op aanwijzing van het O.M. aangifte wegens haat en discriminatie!
Nu heeft ieder land wel vijf duizend idioten, daarin is Nederland heus geen uitzondering, maar iedereen, ook Wilders, ziet wel in dat de middelen om het aantal Marokkanen te beperken gelimiteerd zijn. Bovendien willen we veel Marokkanen helemaal niet kwijt, we willen alleen van het geweld en de criminaliteit en van Marokkaanse wijken af. Dat zal zeker maatregelen nodig maken die met de bestaande wet en regelgeving niet te verwezenlijken zijn. Ik vind daarom dat we voor het vinden van een oplossing zouden moeten beginnen met die discussie. Wat moet er in de wet veranderen om ons in staat te stellen van moslimcriminaliteit af te komen.
We kunnen er maar het beste van uitgaan dat de immigratie van een paar miljoen niet westerse allochtonen onomkeerbaar is en dat we onze overheid en wetgeving dus aan zullen moeten passen aan hun aanwezigheid. Het integreren van de nieuwe Nederlanders heeft hogere prioriteit dan het bewaren van een op het individu gerichte strafwetgeving die tegen groepscriminaliteit niet gewapend blijkt te zijn.

[1] Een dergelijk idee kunt U ook aantreffen bij San, een Turkse Nederlander met wie ik op deze site een paar keer van mening heb verschild. Was het maar zo! Als er geen etniciteiten op aarde waren hadden we heel wat problemen minder.

Geplaatst in geloof, maatschappelijk, Midden Oosten, Nederland | 2 reacties

Zeeman en Roth.

Iemand vond in de krant dat boekbespreker Michael Zeeman het soort persoon was dat meteen in de gaten had als je Odysseus en Oedipus door elkaar haalde en die je daar dan ook direct een mail over stuurde (?!)
Dat was de reden denk ik waarom ik die man altijd heb overgeslagen. Meestal leest mijn vrouw wat ik niet lees en omgekeerd, maar dat was met Zeeman ook niet zo. Die lazen we geen van twee. Mensen mails sturen als je ze op een foutje hebt betrapt, dat is het soort reacties dat je je zelf zo vroeg mogelijk af moet leren. Wel vond ik in hetzelfde stukje over Zeeman de opmerking interessant dat hij Hongaars zou hebben gesproken en dat hij ook veel in dat land kwam. Er was toch ook een bekende Hongaar die een van zijn necrologieën schreef? György Konrád?
Waarom duikt daar nu niemand in, Zeeman in Hongarije, in plaats van ons te laten weten hoe erudiet de overledene was en hoe well connected hij is geweest? Hongarije is een echt interessant land. Het heeft een eigen cultuur en er zijn reeksen belangrijke mensen vandaan gekomen en heen gegaan. Maria van Hongarije bijvoorbeeld, de zuster van onze eigen Karel V, was getrouwd met Lajos II van Bohemen en Hongarije, die in de slag bij Mohacs zijn land verloor aan de Turken. Over haar bruidschat, die haar broer Ferdinand niet meer uit wilde betalen toen ze eenmaal weduwe was geworden, is een van de meest boeiende juridische procedures gevoerd uit die interessante tijd tussen Middeleeuwen en Verlichting. De grote Viglius van Aytta heeft er een belangrijke rol in heeft gespeeld. Hongarije werd van de Turken bevrijd, al dan niet behulp van Maria’s bruidsschat, maar in elk geval door de Habsburgers. Onder hun leiding heeft het land zich daarna snel ontwikkeld.
Vooral in de muziek, in de wis en natuurkunde en andere abstracte wetenschappen stond Hongarije vooraan in Europa in de vorige eeuw. Het heeft meer grote schrijvers voortgebracht dan landen met een veel ruimer taalgebied. Ooit was het zelf een groot en belangrijk rijk, maar tegenwoordig heeft het de omvang van de Benelux en maar 9,5 mio inwoners. Er wonen nog eens 2,5 mio Hongaren in de buurlanden, vooral in Roemenië, Slowakije en Servië. Waarschijnlijk waren het er oorspronkelijk nog wel meer, maar is een deel intussen in die andere landen geïntegreerd of naar Amerika en West Europa verhuisd. Hongarije is gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog zou je kunnen zeggen.
Dat het land na 1918 zo gedecimeerd is, is geen toeval. Samen met Oostenrijk domineerde het de Donau monarchie en de Hongaren waren in de Slavische landen erger gehaat dan het Duitssprekende Oostenrijk. De nederlaag gaf al die andere naties hun kans. Van Oostenrijk en Hongarije bleven alleen de kernen over, de hoofdsteden Wenen en Boedapest met ommelanden.
Als Hongarije zo’n interessant en belangrijk land was, dan was dat niet in de laatste plaats vanwege de Hongaarse joden. Niet geliefd bij Hitler en bij de rest van de Habsburgse Duitsers, maar wel ver boven het gemiddelde begaafd. Veel ervan zijn in Amerika terecht gekomen en de grootvader van Philip Roth is er een van.
Het interview van Zeeman met Roth uit 2000 is bij gelegenheid van het overlijden van Zeeman door de VPRO opnieuw uitgezonden. Het was opvallend omdat Zeeman er eigenlijk nauwelijks een rol in speelde, zijn Hongaars er ook helemaal niet heeft kwijt gekund, want Roth vond zich zelf wel jood maar geen Hongaar.
De schrijver nam het heft in handen in het interview en hield het stevig vast. We hebben van de dagen, die Zeeman met hem moet hebben doorgebracht, een uur of zo gezien. Kamera, geluid en regie waren allemaal prima, maar Zeeman werd behandeld als de aangever in wat in wezen een one man show was. Soms poneerde hij een stelling die dan door Philip Roth van tafel werd geveegd, soms met die onnavolgbare Angelsaksische beleefdheid, waardoor Nederlanders niet eens merken dat ze worden tegengesproken, maar soms ook nogal abrupt.
Roth heeft een meer dan voortreffelijke beheersing van de Engelse taal, mondeling zo goed als in zijn geschriften, maar hij is een tamelijk onevenwichtige persoonlijkheid. In een ander interview, aan een landgenoot, dat op het internet te vinden is vertelde hij dat hij Al Gore als president had willen zien, ondanks diens maffe film over het milieu. Volgens Roth was de verkiezing van Bush in 2000 frauduleus geweest vanwege een vervalste uitslag in Florida.
Dat is een uitweiding, even, maar interessant omdat het iets zegt over Roth. Voor zijn opvatting vindt hij steun bij een reeks van Nederlandse journalisten en politici, maar niet bij het Federale Hoge Gerechtshof in Washington. Anders dan hij scheen te denken vindt hij die steun ook niet bij het Supreme Court van de staat Florida. Dat wilde een hertelling, niet omdat er fraude was gepleegd maar omdat er fouten waren gemaakt, iets wat bij elke verkiezing gebeurt en meestal de uitslag niet wezenlijk beïnvloedt. Zoals later is gebleken, omdat de NYT op eigen houtje een hertelling deed, had dat ook in dit geval niets opgeleverd, behalve dan dat meer mensen overtuigd waren geweest dat Bush de verkiezingen ook echt gewonnen had.
Onder die mensen was Philip Roth niet te rekenen, die Bush jr. voor een boef houdt vanwege de Irakoorlog en die daarom geen goed woord over de man wil horen.
Dat Philip Roth een linkse liberal is en er merkwaardige juridische opvattingen op na houdt wil niet zeggen dat hij een slechte schrijver zou zijn. Dat hij door de Washington Post, de New York Times en de New York Review of Books voor een groot schrijver gehouden wordt wil aan de andere kant ook niet zeggen dat hij wel een goed schrijver zou zijn. Iedereen moet hem zelf maar lezen en oordelen. Ik vind hem beter dan Zeeman maar dat zegt niet veel. Ik heb tot nu toe nog nooit een van zijn boeken helemaal uit kunnen lezen. Maar misschien lukt het met Everyman. Dat is niet zo dik, zag ik.

Geplaatst in literatuur | Een reactie plaatsen

Integratie en discriminatie.

Een Nederlands Turkse voorman uit Rotterdam ging bij Nieuwsuur in discussie met een Nederlandse nieuwslezer uit Noord Limburg. Ik vond de Turk het in die discussie beter doen dan de Limburger. Niet omdat ik het met hem eens was maar omdat hij zinniger argumenteerde en beter begreep wat zijn opponent bedoelde.
De Turk vond de wrijvingen tussen oude en nieuwe Nederlanders erbij horen en meende dat je niet kon verwachten dat alles meteen op rolletjes ging lopen als je een paar miljoen nieuwe mensen met een andere cultuur je land binnen liet. En die mensen hadden recht op het behoud van die eigen cultuur. Trouwens dat ze zich aan het thuisland vastklampten kon je helemaal niet tegen houden met die schotelantennes van tegenwoordig. Huys vond dat er hier discriminatie verdedigd werd en dat dat niet aanging, waarmee hij liet zien dat hij niet begreep wat zijn opponent bedoelde.
Persoonlijk begreep ik die Turk best maar ik denk dat hij het verkeerd ziet als hij meent dat we hier net als in Turkije verschillende etniciteiten naast elkaar moeten laten voortbestaan. Misschien heeft hij gelijk dat het al een gepasseerd station is, maar dan vind ik nog steeds dat we alles moeten doen om te proberen daar een eind aan te maken, desnoods door Turken en andere moslims het land weer uit te werken.
Dat klinkt gek uit mijn mond, realiseer ik me, want ik heb eigenlijk niets tegen Turken. Ik vind ze de beste allochtonen die we hier hebben. Veel beter dan het soort vreemdelingen die menen dat ze het recht hebben om jonge meisjes in elkaar te slaan die zich als Zwarte Piet hebben verkleed.
Maar etnische conflicten als tussen Turken en Koerden wil ik hier niet en de geschiedenis leert dat die op den duur praktisch overal voorkomen waar je binnen één territoir meer etniciteiten in stand laat zonder integratie.
De idee dat dat nu anders zou zijn omdat we in een moderne en geglobaliseerde wereld leven lijkt mij een misverstand. Het voormalige Joegoslavië is een recent voorbeeld. Een paar generaties lang hadden de etniciteiten daar in vrede met elkaar geleefd maar er was na het wegvallen van de politiestaat van Tito maar heel weinig nodig om een burgeroorlog uit te laten breken. Dat was in de negentiger jaren en toen waren er ook al schotelantennes en tv beelden.
Nee, ik ben het eigenlijk helemaal met Asscher eens dat we alles moeten doen om de vreemdelingen hier te integreren en dat betekent dat we met zijn allen één cultuur hebben en geen verschillende culturen die langs elkaar heel leven. Ik begrijp verder heel goed dat dat aanpassingen vraagt in de kleding en de godsdienst van de moslim immigranten en dat daar grote weerstand tegen bestaat.
Maar dat men aan allochtone kant niet begrijpt dat dit de enige manier is waarop aan de discriminatie waar over geklaagd wordt een einde te maken, vind ik ook weer onbegrijpelijk. Ik vind het voor de hand liggend dat je bij voorkeur mensen in dienst neemt die begrijpen wat je tegen ze zegt en die zich op dezelfde manier gedragen als je andere werknemers. Hoe vlugger ze zich aanpassen hoe beter het voor iedereen loopt. Dat dit een proces is waar ook aan de kant van de autochtonen aanpassingen gevraagd worden is onvermijdelijk. Ik vind het van wijsheid getuigen wanneer een sociale dienst een uit huis geplaatst Turks kind niet onder brengt bij een lesbisch stel. Je kunt wel vinden dat er niet gediscrimineerd moet worden op seksuele voorkeur en zo staat het ook in onze grondwet maar homofobie is niet iets wat mensen op commando los kunnen laten. Homo acceptatie is voor Nederlanders een proces van gewenning geweest en die gewenning moet je de moslims ook gunnen.
Dat is wat minister Asscher voor ogen staat, als ik hem goed begrijp, terwijl hij aan de andere kant integratie als een noodzakelijkheid blijft zien. Daar moeten we hem met zijn allen in steunen, vind ik.
Maar dat is iets wat je ook aan alle kanten om je heen ziet gebeuren. Toch blijft het daarbij onvermijdelijk dat van dertig verschillende soorten allochtonen op dit terrein meer gevraagd wordt dan van de oude Nederlanders. Als ze dat perse niet willen dan moeten buitenlanders thuis blijven of terug gaan naar waar ze vandaan komen.

Geplaatst in discriminatie en bureaucratie, geloof, Midden Oosten, Nederland | Een reactie plaatsen