Ideeën uit het Europese Parlement.

Het wereldbankenstelsel en om te beginnen de Europese banken moeten dringend worden gereorganiseerd. In een artikel in de Volkskrant[1] wordt in het kader van dit onderwerp verwezen naar de Japanse bankenproblematiek, die dat land een economische stagnatie van twintig jaar heeft opgeleverd. Dat is zowat het enige verstandige dat in dit artikel was aan te treffen. Voor het overige weerspiegelde het de opvattingen van een Brusselse bureaucratie die ons met een eurocrisis had opgezadeld en geen idee had hoe we er weer uit moesten komen.
Terecht denkt Merkel dat de Bankenunie en het Noodfonds te weinig waren en te laat. Zoals de zaken er voor stonden was dat geld gooien in een bodemloze put. De Europese banken voort laten bestaan in hun tegenwoordige omvang en vorm is een onverantwoord risico. Er zal een maximale omvang voor banken moeten komen en een voorgeschreven vorm van organisatie en verslaglegging zodat ze eerst weer controleerbaar worden. Pas daarna heeft een bankenunie zin. Zoals de banken nu zijn is er geen beginnen aan. En het noodfonds is een factor tien te klein. Dan maar liever helemaal niets, want zoals nu, dat is weggegooid geld.
Idem dito met het probleem Griekenland. Dat land is failliet. Het gaat zijn schulden nooit terug betalen en de bezuinigingen daar maken het erger in plaats van beter. De Griekse overheid is helemaal niet in staat om zinnig te bezuinigen. Daarvoor mist ze het inzicht in de eigen organisatie en financiën. Wat de Troika onder leiding van Brussel deed was pappen en nat houden, in de hoop dat het allemaal wel weer over zou waaien. Dat ging het niet doen. Zolang de Zuidelijke landen economieën hebben die, als ze op volle toeren draaien, 30% achter blijven bij het Noorden kunnen ze onmogelijk met het Noorden een economische eenheid vormen.
Hollande heeft er ooit voor gepleit dat Duitsland zijn economie zou gaan opzadelen met dezelfde soort problemen die Frankrijk had, dan zouden de twee economieën vanzelf naar elkaar toe groeien. Tegen die logica viel niets in te brengen. Die klopte helemaal, maar dat is in wezen de reden waarom de EU in zijn bestaande vorm nooit zal gaan werken.
En zolang daar niets verandert zal er van herstel geen sprake zijn. Verandering in de richting van federalisering gaat niet lukken. Dus moet men met de verschillen tussen de landen rekening houden en daar zijn organisatie op aanpassen. Alleen, die simpele waarheid is vloeken in de Brusselse kerk. Het is waar dat het verlies van de euro als eenheidsmunt erger is dan wanneer we er nooit aan waren begonnen. Maar zo doorgaan is gewoon sadistisch. Dat kun je de mensen in het Zuiden niet aandoen. Natuurlijk loop je de kans dat de Unie dan zal opsplitsen in een Noordelijk en een Zuidelijk deel en dat met name Frankrijk daar het slachtoffer van dreigt te worden. Maar dat is dan ook het probleem waar we ons mee bezig zouden horen te houden en niet met de vraag hoe we de euro in zijn tegenwoordige vorm overeind kunnen houden. Niet als dat ten koste van permanente werkloosheid in de Zuidelijke lidstaten moet gaan.
Wat dan wel? Nu, Eerst die eenheidsstaat in wording aftuigen die de oorzaak is van alle ellende. Parlement weg, commissie weg. Een reeks doelgerichte organisaties als gemeenschappelijk bankentoezicht, de ECB, het Hof in Luxemburg etc. die zich met specifieke probleemgebieden bezig houden. Samenwerking waar het nuttig is en dan op vrijwillige basis. Iedereen die het probleem deelt kan meedoen aan de oplossing ervan. Turkije bijvoorbeeld wel aan een gemeenschappelijke Europees immigratiebeleid en aan een Douane Unie, maar niet aan een defensiegemeenschap als die er straks komt en bijvoorbeeld ook niet aan Interpol of aan het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens[2]. Turkije kan dan op dezelfde voet worden behandeld als Rusland, dat ook een Aziatische staat is met belangen in Europa.
De bankencrisis en de eurocrisis hebben verschillende oorzaken en vragen om verschillende oplossingen. Het is wel zo dat de bankencrisis het oplossen van de eurocrisis bemoeilijkt, net als de afhankelijkheid van ons geldsysteem van de financiële markten. Geld is te belangrijk om het aan oncontroleerbare krachten van de vrije markt over te laten en dat zou voorlopig het belangrijkste onderwerp horen te zijn op de vergaderingen van de G 20. Brussel is naïef als men daar denkt het op eigen houtje te kunnen redden.
[1] Van 19/7/13
[2] Het EVRM verdrag is bedoeld voor landen waar de mensenrechten daadwerkelijk worden gerespecteerd. Alleen in die landen worden haar uitspraken nageleefd en door de overheid afgedwongen. Wanneer je even doordenkt kom je al snel tot de conclusie dat het Hof in Straatsburg daarom eigenlijk zinloos is en beter afgeschaft zou kunnen worden. Het levert de facto niet meer respect op voor de mensenrechten maar alleen meer bureaucratie.

Geplaatst in europa, geld en economie | Een reactie plaatsen

De diversiteit bij de overheid.

We hebben een diversiteitsbeleid bij de politie en de bewakingsdiensten en ook bij het leger. Onder diversiteit te verstaan meer allochtonen, wat statistisch wil zeggen meer criminelen.
Dat is de reden waarom we van de week die heibel hadden over een corrupte bewaker van Wilders en waarom er toen meteen allerlei berichten kwamen dat zulke dingen wel vaker voorkomen. Niet de veiligheid van de te beschermen personen staat in dit beleid op de eerste plaats, maar het gevoel bij de betrokken ambtenaren dat hun geen discriminatie moet kunnen worden verweten. Niet discrimineren wil zeggen meer allochtonen op kwetsbare posten, ongeacht hun integriteit of bekwaamheid.
‘Tenslotte zijn er zijn ook corrupte autochtone agenten’, zei Liesbeth Huyzer, die sinds kort korpschef is van de politie en verantwoordelijk voor het minder wit maken van de blauwe dienst.
Een paar opmerkingen over Huyzer en haar corps. In de eerste plaats lijkt het me onzin om een vrouw te benoemen tot hoofd van een militaire of politionele organisatie. Dat is een van die uitingen van positieve discriminatie waarmee de organisatie van zo’n dienst wordt ondermijnd. Er is bij de politie bovendien al voldoende mis om er geen extra problemen bovenop te gaan stapelen. Vrouwen in het leger of bij de politie zijn in principe onzin, net als mannen die voor de kinderen en het huishouden gaan zorgen. Wie meent dat er geen wezenlijke verschillen meer zijn tussen de seksen is van Lotje getikt.
Een vrouw als hoofd van de politie is al even stom als Marokkanen in de beveiliging van Wilders. Het mooie is natuurlijk dat zoiets dan ook meteen wordt aangetoond. ‘Tenslotte zijn er ook corrupte autochtone agenten’ zei Liesbeth, waarmee ze meteen bewees dat ze geen idee heeft waarom we die bewaking van Wilders c.s. hebben. Als we over twee en een halve week een rechtse meerderheid krijgen in de Tweede Kamer, dan zullen dit soort gevaarlijk wezens uit politie en leger worden verwijderd, mogen we hopen.
Een land zonder discriminatie is een ijdele hoop, zolang de gediscrimineerde bevolkingsgroep zich van de rest van het land onderscheidt door een sterk verhoogd niveau van criminaliteit en door andere asociale eigenschappen. Het doet er niet toe hoe je zoiets dan noemt, maar de afkeuring van die bevolkingsgroep door de rest wordt dan onvermijdelijk.
Ik denk dat we straks, als we er wat aan gaan doen, weer overal de progressieve tegenwerping zullen horen, dat lang niet alle Marokkanen misdadig zijn en dat er ook Nederlandsche vervroegde schoolverlaters zijn die geen baan kunnen vinden en hun leven lang van een uitkering leven.
We hebben nu eenmaal moeite om in groepen te denken en in subculturen. Ook als het voor iedereen intussen absoluut duidelijk is dat de Marokkaanse gemeenschap in Nederland het haar leden onmogelijk maakt om de hier heersende normen en waarden over te nemen, dan nog durft de Nederlandsche elite daar niet de consequentie uit te trekken dat we van die Marokkanen af moeten, dat ze Nederland weer uit moeten en wel hoe sneller hoe beter.
Hoe, dat is een andere kwestie en een ingewikkelde, maar dat, daar kan zo langzamerhand geen twijfel meer over zijn. Wie niet integreert moet weg. Ook al meent men in progressieve kring dat vreemde en misdadige culturen hier evenveel recht van verblijf hebben als het oude Nederland van rust en orde. De grote meerderheid van Nederland is dat niet met Kuzu c.s. eens en wil dat er wat aan gebeurt.
En als dat straks eenmaal achter de rug is en al die allochtonen wijken zijn weer verdwenen uit Nederland, dan zullen we eens goed moeten bekijken hoe een overheid zo kon falen dat het oude Nederland in een paar decennia kon veranderen in een land waar geweld en criminaliteit een normale zaak geworden is. Dat is een overheid die met wortel en tak van de aardbodem hoort te verdwijnen om te worden vervangen door iets waar de bevolking wel op kan vertrouwen.

Geplaatst in maatschappelijk, Nederland | Een reactie plaatsen

Misverstanden uit Sevenum.

Twan Huys is een van de presentatoren van Nieuwsuur. Hij komt uit Sevenum, een dorp in Noord Limburg, in de buurt van Venray en dat hoor je ook nog wel een beetje aan zijn stem, maar nauwelijks toch. Hij heeft erg zijn best gedaan om dat accent kwijt te raken.
Gisteren had hij een discussie met 50 plus Kamerlid Henk Krol over diens plan om de AOW leeftijd weer terug te brengen naar 65 jaar en over de manier waarop dat gefinancierd zou moeten worden. Wat je in zo’n discussie moet doen is de AOW en reguliere pensioenen uit elkaar houden en eraan vast houden dat mensen tot aan de ingangsdatum mee betalen aan de AOW en dat ze erna de ontvangende partij zijn. Iedere verhoging van de leeftijd telt dus dubbel op. Je betaalt jaren langer mee en je krijgt jaren minder pensioen. Wanneer mensen gemiddeld ouder worden en er gemiddeld meer ouderen in de nationale leeftijdsopbouw zitten, is er dus helemaal geen alternatief voor verhoging van de ingangsleeftijd. Dat maakt zo’n discussie betrekkelijk simpel, maar mensen uit Noord Limburg zijn notoir wat minder slim dan in de rest van het land.
Zoals Krol tijdens die discussie een paar keer opmerkte, moet er verschil worden gemaakt tussen de AOW en het reguliere pensioen, maar hij zelf en Toine Huys haalden die twee braaf door elkaar.
Ik zeg het nog maar eens. AOW is een overdracht van de werkende naar de niet langer werkende mens en pensioen is een uitkering uit vermogen dat door de pensioengerechtigde zelf is opgebouwd, tezamen met zijn werkgever. Voor het reguliere pensioen maakt het in principe niet uit hoe de leeftijdsopbouw is in het land maar voor de AOW wel.
Maar pensioen en AOW worden in de praktijk vaak aan elkaar geknoopt, in de zin dat er contractueel wordt vastgelegd dat ze tegelijk ingaan of dat de hoogte van het reguliere pensioen berekend wordt als een bedrag bovenop de AOW. Dat maakt discussies gemakkelijk verwarrend, als je niet uitkijkt, maar je zou zeggen dat je een presentator van zo’n programma een paar uur les kunt geven over zo ’n onderwerp en dat hij dan in staat zou moeten zijn er iets zinnigs over te zeggen. Nee dus. Krol kwam er niet uit maar Huys nog veel minder. Het is misschien discriminerend maar we zouden er toch eens over moeten denken geen mensen uit Sevenum of Meterik meer op posten te benoemen als presentator bij een veel bekeken tv programma.

Geplaatst in geld en economie, onzin | Een reactie plaatsen

De Gucht en Europa

De bijlage Opinie en debat van de NRC van 1 en 2 september vier jaar geleden ging over Europa. De kwaliteit van de bijdragen varieerde nogal. Een van de minder goede verhalen vond ik dat van de Belgische eurocommissaris Karel de Gucht. Dat was een pagina vol beweringen zonder een enkel overtuigend argument. Als hij zoiets in een verkiezingsdebat hier zou hebben beweerd zou de fractieleider van de PvdA om de andere zin geroepen hebben: daar doet U het weer! Zijn feiten waren onjuist, zijn argumenten waren niet steekhoudend en zijn beweringen op los zand gebouwd. Om niet beschuldigd te worden van diezelfde fout, ga ik er hier nu wat dieper op in.
De Europese Akte van 1987, waarvan De Gucht zegt dat zij het Europese project weer wind in de zeilen gaf, deed twee belangrijke dingen: zij nam een aantal handelsbeperkingen weg en verlegde het accent van de Commissie naar de Raad van Regeringsleiders. Daarop is later in het Verdrag van Maastricht voortgeborduurd en zonder dat was er waarschijnlijk al geen EU meer geweest. Anders dan De Gucht beweerde, hadden die twee besluiten weinig te maken met de dip in de beurskoersen van 1987. De versterkte machtspositie van de Raad tegenover de Commissie was een juridische bevestiging van wat zich in de praktijk ontwikkeld had: ook met de twaalf leden die de Europese organisatie toen had was de commissie al te groot geworden om nog effectief op te kunnen treden.
Die rol werd nu overgenomen door een paar grote landen, met name door Duitsland en Frankrijk, die iedere vergadering van de Raad jaren lang gezamenlijk voorkookten[1]. De Euro als Europese munt was de prijs die Kohl moest betalen aan Mitterrand voor zijn overhaaste hereniging van Duitsland. Een formalisering van de zich ontwikkelende gewoonte om inter-Europese transacties in D-marken af te rekenen was het betere alternatief geweest, maar een alternatief dat door Frankrijk werd afgewezen als in strijd met haar waardigheid.
De crisis in Griekenland had met de D-Mark in plaats van de euro kunnen worden opgelost door een devaluatie van de Griekse drachme. Haar schulden in D-Marken waren er niet door veranderd en een faillissement was evenmin te vermijden geweest als nu. Maar waarschijnlijk waren haar schulden nooit zo hoog opgelopen en had men de onvermijdelijkheid van een sanering veel eerder ingezien. Hoe dan ook, de Griekse, Italiaanse en Spaanse werklozen zouden intussen al lang weer aan het werk zijn geweest zonder euro. Een grondige hervorming van het Griekse staatsbestel en haar economie had kunnen worden doorgevoerd als onderdeel van de hulp bij een sanering, die nu steeds opnieuw wordt uitgesteld.
Dat Griekenland of een van de andere landen de rest ‘vliegen af had kunnen vangen’ door devaluaties tegenover de D-Mark, zoals De Gucht meent, is een slag in de lucht. Dat werd wel beweerd bij het tot stand komen van het Verdrag van Maastricht maar onjuistheden worden niet minder onjuist als zij in commissie worden gedebiteerd. Wat het gevolg is van een koersaanpassing t.o.v. de D-Mark heeft Nederland in 1983 ondervonden. Wij hebben toen de koers van de gulden 2% verlaagd tegen over de D-Mark en daar een decennium lang hogere interest voor betaald. Niemand zal sindsdien meer lichtvaardig devalueren. Maar de mogelijkheid daartoe als een economie ernstig uit haar evenwicht is geraakt is een godsend.
Devaluatie is noodzakelijk als een land lang genoeg meer heeft uitgegeven dan het verdiend heeft. De gemeenschappelijk munt heeft dat probleem niet opgelost. Dat hoopte men wel, maar dat bleek niet zo te zijn. In Brussel werd indertijd beweerd dat notoire zondaars als Griekenland en Italië hun economisch beleid wel moesten aanpassen na de invoering van de euro, maar het tegendeel is gebleken. Ze passen net aan en zadelen de anderen op met de gevolgen.
Dat een Europese Unie zonder gemeenschappelijk munt op de wereldmarkt zwakker staat is juist, maar de D-Mark vervulde die functie tot tevredenheid van iedereen, behalve dan van Brussel en Parijs. De Bundesbank en de Duitse regering hebben altijd beter op de eigen munt gepast dan de Europese autoriteiten op de euro. Niemand heeft bij het Verdrag van Maastricht voorzien dat de speculaties van de financiële markten zich niet rechtstreeks tegen de euro maar tegen de leningen in euro’s van de zwakke landen zouden richten. Ook die markten zelf niet. De zwakke landen werden eerst in staat gesteld om vrijwel onbeperkt tegen ‘Duitse tarieven’ te lenen en pas toen men in de gaten kreeg dat Griekenland nooit meer in staat zou zijn om alles terug te betalen was de beer los. Men zag toen snel dat er nog een paar andere landen waren die in de problemen konden raken en dat vooruitzicht heeft Griekenland de chantagepositie gegeven waardoor we er nog steeds honderden miljarden naar toe sturen terwijl toch iedereeen duidelijk is dat we dat geld in een bodemloze put aan het storten zijn[2]. De schulden van het land verminderen helemaal niet, integendeel die worden van maand tot maand groter.
De stelling dat de Unie stabieler zou worden door naast een gemeenschappelijke munt ook een gemeenschappelijke regering neer te zetten in Brussel is een gotspe. Zolang de bevolking van de lidstaten naar de eigen regering kijkt en haar verantwoordelijk houden voor het nationale welzijn, heeft een Brusselse regering geen legitimiteit. De kans dat de Unie uiteen zou vallen door pogingen tot verdergaande eenwording is veel groter dan dat de samenwerking er door bevorderd zou worden. De Gucht meent dat Brussel legitimiteit heeft omdat de lidstaten de verdragen ondertekend hebben die het ‘Europese Parlement’ en de Commissie hun bevoegdheden hebben gegeven. Legitimiteit is niet iets dat bij verdrag in het leven kan worden geroepen. Een regering is alleen legitiem als haar gezag vrijwillig door de bevolking wordt aanvaard en dat is met Brussel niet het geval. Democratie is een al even complex begrip als legitimiteit. Maar dat de Commissie en het Parlement niet een uitdrukking vormen van de Europese volkswil blijkt wel uit de ontbrekende interesse in Europese verkiezingen. Dat wordt nog gecamoufleerd doordat men de Europaverkiezingen in veel landen laat samenvallen met veel interessantere nationale of lokale volksraadplegingen.
De Gucht’s artikel is een schoolvoorbeeld van het wishful thinking dat de toename in getal en de complexiteit van de Unie sinds de tachtiger jaren heeft begeleid. In plaats van de samenwerking te bevorderen verliest men zich in Brussel in bespiegelingen over de toekomstige macht van Europa. Men beschouwt zich daar graag als het Washington van dit continent, terwijl men helemaal niet in staat is om een gemeenschappelijke taal of cultuur in Europa in het leven te roepen, wat eerste voorwaarden zijn voor een geslaagde staatsvorming. De Gucht beroept zich voor zijn claim op Europese democratie op een parlement zonder macht, dat zich braaf samen met al zijn documentatie iedere maand vier dagen naar Straatsburg laat vervoeren en weer terug naar Brussel, alleen omdat Frankrijk dat ooit bedongen heeft als prijs voor haar medewerking.
Wat De Gucht in feite zei is dat de onevenwichtige Europese constructie die we hebben beter is dan helemaal geen samenwerking, alsof dat het alternatief zou zijn. Samenwerking op allerlei terreinen is in het belang van iedereen in Europa en die zou er zonder Brussel ook wel gekomen zijn en waarschijnlijk veel effectiever.
Hij beweerde dat de ontsporing van de bankensector in de Zuidelijke landen alleen verhinderd is door ingrijpen van Brussel. Dat is domweg niet waar. Het zijn Frankfurt en de Raad die de Zuidelijke landen en hun banken overeind gehouden hebben en de rol van de Commissie en het Parlement was een bijrol.
Dat de bezwaren tegen Brussel tegenstrijdig zijn, zoals De Gucht beweert is op zich wel juist, maar dat komt omdat Brussel nu eenmaal een vat vol tegenstrijdigheden is waar werkelijk niemand zich in kan vinden. Het handjevol invloedrijke politici en journalisten niet, die naar een verenigd Europa streven, maar ook de grote meerderheid niet, die wel samenwerking wil maar geen betutteling vanuit Brussel.
Het is wishful thinking om te menen dat het Brussels-Straatsburger parlement het op een na machtigste parlement in de wereld is. Het Duitse parlement is machtiger, de Franse en Engelse parlementen zijn machtiger en zelfs de parlementen van de kleinere landen zijn machtiger. Als Brussel een besluit neemt dat Duitsland niet bevalt wordt het niet uitgevoerd. Duitsland houdt de koorden van de beurs en de militaire macht in Europa ligt niet in handen van de EU maar in eerste instantie bij de Franse president en de Britse prime minister. Voor zover hun plannen tenminste de goedkeuring hebben van de Amerikaanse president. De militaire macht in Europa berust immers in wezen bij de NATO, die veel meer een voorbeeld is van een geslaagde samenwerking dan de EU.
De Gucht vermeldde als voorbeeld van het democratische gehalte van Brussel het feit dat negentien parlementen van lidstaten zich met succes verzet hadden tegen een Europese regeling van het stakingsrecht. Het feit dat praktisch niemand dit in Nederland heeft opgemerkt en dat de kranten en de TV er nauwelijks aandacht aan hebben besteed, bewijst dat het met dat democratische gehalte niet mee valt. Democratie houdt minimaal in dat wat een regering doet door de bevolking wordt opgemerkt. Alleen dan kan er van goedkeuring of afkeuring sprake zijn.
Dat Brussel geen monopolie heeft op bureaucratie is natuurlijk juist. De lidstaten kunnen er ook wat van. Maar hun wetgevers hebben legitimiteit en zijn democratisch gekozen. Brussel opereert in een democratisch luchtledig. De Gucht verwijt de burgers van Europa dat ze zich te weinig voor Brussel interesseren maar het verwijt hoort omgekeerd te zijn: hoe lang kan deze steen om onze nek nog de voortgang in de Europese samenwerking belemmeren? Zolang Brussel blijft bestaan zal er geen schot komen in de verbetering van de interne handel, zal de juridisch-financiële en verkeerstechnische infrastructuur niet wezenlijk verbeteren en zal de interesse van de bevolking voor de samenwerking minimaal blijven. En dat is jammer.

[1] Dat lijkt sinds de komst van Hollande als premier niet meer zo goed te functioneren.
[2] D’66 fractieleider Pechtold geldt als de meest uitgesproken voorstander van Brussel in Den Haag. Tijdens een verkiezingsdiscussie met aanhangers van Wilders lukte het hem niet één overtuigend argument te verzinnen waarom landen als Nederland en Duitsland de rekening zouden moeten betalen voor het Griekse wanbeheer van de eigen economie en overheidshuishouding.

Geplaatst in europa | Een reactie plaatsen

Haffner s Duitsland

Sebastian Haffner, de nom de plume van Raymund Pretzel, is geboren als Pruis, heeft in Berlijn rechten gestudeerd inclusief de daarbij in Duitsland gebruikelijke promotie, en heeft de oorlogsjaren als vluchteling voor de nazi’s in Engeland doorgebracht.
Gedeeltelijk omdat hij, net als ooit Julius Caesar, weigerde om toe te geven aan politieke druk en te scheiden van zijn vrouw, maar vooral ook omdat hij met het regime van Hitler helemaal niets had. Als jurist kon hij in Engeland de kost niet verdienen en dat deed hij daarom als journalist bij de Observer en bij een Duitstalige krant die in de oorlogsjaren in Londen werd uitgegeven.
Deze ervaringen, de vlucht uit Duitsland en de journalistiek, hebben zijn leven getekend. Na de oorlog ging hij terug naar Duitsland en schreef daar eerst nog voor de Observer, maar later voor Die Welt en voor Stern. Haffner had, meer nog dan Willie Brandt, een perfect verleden. Hij had steeds op het juiste moment de juiste politieke beslissingen genomen en kon zich in het burgerlijke naoorlogse Duitsland daarom meer permitteren dan de meeste andere Duitsers. Zijn Anmerkungen zu Hitler was de eerste historisch-politieke Hitlerbiografie die de figuur van deze oorlogsmisdadiger ontmythologiseerde. Zijn beschouwingen over het nazisme geven een beter inzicht in het fenomeen dan de bibliotheken vol geleerdheid die sindsdien over het onderwerp zijn geschreven.
Haffner is een academische en erudiete journalist, dat wil zeggen hij analyseert goed, is op de hoogte van zijn onderwerp, maar schrijft snel en houdt steeds in het oog dat de lezer moet worden vastgehouden. De twee grote persoonlijkheden van de tweede wereldoorlog en het interbellum. Winston Churchill en Adolf Hitler interesseerden hem mateloos en wat hij over hen te vertellen heeft is altijd de moeite waard.
Ergens merkt hij op dat de twee ondanks de enorme verschillen in afkomst in hun levensloop zo veel gemeen hebben dat ze zouden passen in de vitae parallellae, waar de klassieken zo dol op waren. Een uitgever heeft eens naast elkaar gezet wat hij over de twee heeft gepubliceerd en daarin is de gelijkenis inderdaad treffend.
Haffner is het soort historicus waar we er te weinig van hebben: een die op grond van zijn grote eruditie en levenservaring zin kan geven aan wat hij meemaakt en ziet, zonder zich daarbij in de details van zijn eigen specialisme te verliezen. Een historicus in de stijl van Thucydides, die sine ira et studio te werk gaat. Sine ira et studio betekent natuurlijk niet zonder emoties: Hij had een hartgrondige hekel aan Hitler en alles waar die man voor stond. Hij had een even grote bewondering voor Churchill. Maar nog zijn afkeer, noch zijn bewondering maakte hem blind. De feiten die hij aandraagt zijn controleerbaar en kunnen door anderen worden gebruikt om andere conclusies te bereiken; ze zijn dus niet eenzijdig geselecteerd omdat ze in zijn redenering passen. Dat en zijn elegante stijl maken hem zo prettig leesbaar.

Geplaatst in geschiedenis, politiek | Een reactie plaatsen

Essayisten.

Karel van het Reve is misschien wel de beste Nederlandse essayist sinds Busken Huet en een van onze beste schrijvers überhaupt. Hij schrijft goed Nederlands, ook los van de inhoud, maar de inhoud is altijd interessant. Ik heb hem eigenlijk hoger dan Busken Huet of Bakhuizen van den Brink, de coryfeeën van een eerdere eeuw .
Hij schreef niet alleen op een manier[1] waar ik jaloers op kan worden maar deed dat met een eruditie die nog maar weinig mensen lijken te hebben. Als ik bij hem ergens kritiek op heb dan is dat op een zekere intellectuele luiheid, die samenhangt met zijn enorme productie. Die luiheid kon wel eens meebrengen dat hij vragen stelde, die wel schrander waren, maar die al honderd jaar eerder waren beantwoord. Hij had dan niet de moeite genomen het even uit te zoeken.
In Een Dag uit het Leven van de Reuzenkoeskoes, kunt U kritiek op de evolutietheorie van Darwin aantreffen, die ook in de tijd van het verschijnen van de Origin of Species al geuit werd en weerlegd. Dat weet hij dan niet, maar hij zoekt het ook niet op voor hij begint te schrijven en dat is jammer. Maar wie ben ik om me te beklagen, zo ben ik zelf ook.
Bij het lezen van Van het Reve begrijp je waarom noten verplicht zijn in een dissertatie. Wie wetenschap wil bedrijven hoort zich op de hoogte te stellen van wat anderen over zijn onderwerp hebben geschreven en daar hoor je dan stelling tegenover te nemen[2]. Nu waren strikt genomen de meeste onderwerpen waar Van het Reve over publiceerde niet ‘zijn onderwerpen’, in de zin dat ze buiten zijn strikte vakterrein lagen. Het was meestal gewoon eruditie, waar hij uit putte. Maar juist omdat hij er met zoveel verstand over schreef was het mooi geweest als hij meer research gedaan had[3]. Maar goed, een mens kan niet alles willen.

[1] Veertig jaar geleden werkte ik samen met een Engelse jurist , die geïnteresseerd was in de Nederlandse taal. Ik noemde tegenover hem toen als een van de kwaliteiten van goed Nederlands dat het gemakkelijk in het Engels kon worden vertaald. Bij die gelegenheid heb ik ter plekke een fles wijn verdiend door een willekeurig door hem aangewezen stukje van Van het Reve in twintig minuten à vue te vertalen.
[2] Toen ik nog op de universiteit werkte was een van mijn taken om maandelijks uittreksels te maken van de belangrijkste proefschriften die op ons vakgebied waren verschenen. Bij dat werk heb ik geleerd dat de plicht om noten te produceren ook heel anders kan worden opgevat dan als middel om je op de hoogte stellen van de stand van de wetenschap. Veel promovendi bleken als volgt te werk te gaan: ze keken wat er in de handboeken over hun onderwerp gezegd werd en dat zochten ze op en dat lazen ze.. Deze vindplaatsen leverden verwijzingen op, die ze ook lazen. De noten uit deze laatste lectuur werden vaak zonder nadere recherche overgenomen als noten in hun proefschrift. Dat de derde fase niet meer gelezen werd bleek wanneer je zelf wel die moeite wel nam. Dan kon er regelmatig heel iets anders te staan dan de promovendus had verwacht. Dat promovendi zulke dingen doen is misschien te verwachten, als men de eis stelt dat de helft van hun tekst uit noten bestaat. Maar dat promotoren dat dan nniet zien, heb ik altijd vreemd gevonden.
[3] Een studie maken van onderwerpen die je interesseren en bij elkaar halen wat anderen er over hebben geschreven is tegenwoordig veel gemakkelijker dan vroeger. Je kon in de zestiger jaren een dag doorbrengen op de UB voor het uitzoeken van wat er geschreven was over één enkele bewering. Dat is iets wat je tegenwoordig vaak in een kwartiertje kunt vinden op het internet. In het Bureau van Voskuil wordt fraai geschreven over de verloren tijd die dat kostte op de UB.

Geplaatst in literatuur | Een reactie plaatsen

Politieke rechtspraak?

Wilders was slecht te spreken over de beslissing van de Britse regering hem niet in Engeland toe te laten en over de uitspraak van het Hof Amsterdam in de zaak Wilders 1, waarin het OM bevolen werd hem te vervolgen. In Nederland zowel als in Engeland wonen veel moslims, die Wilders met geweld bedreigen. Wilders stelt zich op tegen de aanwezigheid van een moslimcultuur in Europa, omdat hij meent dat de Nederlandse en nu ook de Britse autoriteiten zwichten voor het geweld en bedreiging met geweld die met deze cultuur samenhangen. De twee beslissingen, de een in Nederland en de ander in Engeland hebben een zelfde achtergrond. De overheden willen rust in de tent en durven niet de maatregelen nemen die in het belang van de samenleving nodig zijn. Heeft hij gelijk?
De politieautoriteiten in Limburg meenden dat de toename van het aantal gewapende overvallen in de provincie voor meer dan 90% te wijten is aan allochtonen. Heel precies over welk soort allochtonen het dan gaat is de politie niet, maar aannemelijk is dat het in de overgrote meerderheid gaat om moslim jongeren. Daar zijn er meer van in Limburg dan van Antillianen. Het was aan winkeliers verboden de camera’s naar buiten te richten, zodat de aspirant overvallers geïdentificeerd zouden kunnen worden voor ze hun bivakmutsen of integraalhelmen opzetten. Voor zover we cijfers hebben blijken de rovers landelijk onmiskenbaar vaak Antillianen en moslims te zijn. Het is redelijk om aan te nemen dat de spectaculaire toename van de geweldscriminaliteit in Limburg voor een substantieel gedeelte aan moslims is toe te rekenen .
Amerika en een aantal Europese landen willen niet met Hamas praten omdat Hamas een islamitisch-terroristische organisatie is. Een terroristische organisatie richt haar bommen en wapens tegen onschuldigen met het oogmerk daardoor de tegenstanders die ze niet rechtstreeks kunnen raken onder druk te zetten. Het is zoiets als gewelddadige afpersing in het normale criminele verkeer. Hamas heeft de kinderen van Gaza ( de meeste inwoners van Gaza zijn kinderen) doelbewust in levensgevaar gebracht door onschuldige joodse burgers met raketten te beschieten. Gevolg was de aanval van Israël op het deel van Gaza, waar de raketten vandaan kwamen.
Het is de bedoeling van Wilders om situaties als in Gaza in Nederland te voorkomen. Hij meent dat het daarvoor nodig is moslimgeweld in een vroeg stadium aan te pakken, voor men hier gaat menen dat dit soort geweld gewoon is en erbij hoort. Het is zijn overtuiging dat de koran de moslims tot terroristische daden aanzet, respectievelijk dat het moslimgeloof onvoldoende waarborgen tegen het geweld bevat van een cultuur die misschien ook zonder deze godsdienst al gewelddadig was. Hij meent dat hij kan aantonen dat de koran in de islam een veel belangrijker rol speelt dan de bijbel in het christendom. Hij meent dat het boek gewelddaden legitimeert, met name tegen niet-moslims. Hij staat daarin niet alleen. Veel moslimkenners zijn hem in die opvatting voorgegaan. Zo moeilijk is het trouwens niet: neem een betrouwbare vertaling in het Nederlands of in een van de moderne talen, lees het boek en oordeel zelf. Dat verder Hamas, Al Qaeda en Hezbollah, maar ook de terroristen in Tsjetsjenië en Kasjmir tegelijk moslims en terroristen zijn, dat kan volgens Wilders c.s. niet allemaal toeval zijn. De Pakistaan Ahmed die in het Britse Hogerhuis gedreigd heeft de straat te mobiliseren tegen de komst van Wilders is typerend voor de situatie die in Engeland is ontstaan sinds de komst van grote groepen moslims in dat land. Van een land waar de politie ongewapend door de straten kon lopen wordt het langzaam maar zeker een derde wereld land.
Het valt te betwijfelen of de raadsheren van het Amsterdamse Hof die de uitspraak in de zaak Wilders hebben gedaan de koran hebben gelezen, laat staan dat zij op die basis een vergelijking met Mein Kampf hebben kunnen maken. Als gevolg van de uitspraak van een andere Amsterdamse rechter tegen een marktkoopman van het Waterlooplein is dat laatste boek in Nederland alleen onder de toonbank verkrijgbaar en raadsheren in Hoven kopen geen illegale boeken.
De rechters van het Hof moeten daarom, nu zij zich aan de wet houden wel afgaan op wat de publieke opinie er over te zeggen heeft. Als het Amsterdamse Hof dus niettemin meende dat een vergelijking tussen koran en Mein Kampf uitsluitend beledigend was voor het eerste boek dan hebben ze dat van horen zeggen. Wilders zegt beide gelezen te hebben.
De grootste Europese dichter uit de Middeleeuwen, Dante Alighieri plaatste Mohammed in de achtste van de negen cirkels van de hel en niet zonder reden. De vrijheid van godsdienst, die in onze grondwet en in een aantal internationale verdragen is vastgelegd, heeft betrekking op verdraagzame godsdiensten. Dat blijkt alleen al uit het feit dat al die verschillende gelovigen hun vrijheid tegelijk moeten kunnen genieten. Ooit waren er godsdiensten zoals de godsdienst van de Azteken in het oude Mexico die mensenoffers vroegen. Het is moeilijk voorstelbaar dat ook aan hen vrij baan behoort te worden gegeven. Waarom dan vrijheid voor een godsdienst die aan haar gelovigen toestaat om van het leven van kleine kinderen pokerchips te maken in een politiek spel?
Is om bovenstaande redenen de uitspraak van het Amsterdamse Hof in het proces Wilders 1 te zien als een politieke uitspraak? Of het een evenwichtige en goed gemotiveerde uitspraak is, moet iedereen zelf maar beoordelen die het arrest leest. Wilders heeft in elk geval gelijk dat de islam in Nederland het geweldniveau en de haat tussen burgers heeft verhoogd en het niveau van de publieke discussies heeft verlaagd. Kijk alleen maar naar de onbekommerdheid waarmee Van Bommel, Van Agt en Duisenberg het geweld tegen joden konden bagatelliseren en vergoelijken. Dat moslims zich beledigd voelen als openlijk kritiek wordt gegeven op hun boek en hun imams zal ongetwijfeld juist zijn, maar wat over die onderwerpen gezegd wordt door Wilders c.s. pretendeert de waarheid te zijn. Er is in de ogen van veel inwoners van Nederland een openbaar belang mee gemoeid om het te zeggen. Er is een ander openbaar belang mee gemoeid om het publiekelijk en met argumenten te kunnen weerleggen.
Er is geen grondwetsbepaling of internationaal verdrag waarbij de ethische gelijkwaardigheid van godsdiensten wordt geponeerd. Die bepalingen roepen op om alle godsdiensten te tolereren, maar binnen de beperkingen van de wet. Het moet mogelijk zijn om vast te stellen zonder iemand daarmee in strafrechtelijke zin te beledigen dat de islam de wereld geen goed doet en als zodanig in strijd is met het recht van beschaafde landen. Het moet mogelijk zijn, zoals Wilders bepleit, om de wet in deze zin aan te scherpen om moslim uitwassen te beperken. Wie zulke dingen zegt als politicus moet natuurlijk wel met argumenten komen. Wilders meent dat hij dat doet en wie meent dat hij ongelijk heeft moet met hem in de debat gaan. Een Hof dat meent dat een politiek debat overbodig is omdat het zelf wel weet wat politiek juist of onjuist is overschrijdt duidelijk zijn bevoegdheden.
Cynici zullen nu zeggen dat Wilders van het Hof een forum had gekregen om zijn opvattingen publiekelijk uit te dragen Men ziet dan over het hoofd dat het strafrecht in de samenleving een andere functie heeft dan het dienen van het vrije woord. Als het strafrecht een doel heeft, wat veel criminologen betwijfelen, dan dient het om belangrijke normen in de samenleving publiekelijk te handhaven. Toen het Hof het OM gebood om te vervolgen impliceerde het dat Wilders iets boosaardigs had gedaan. Daarmee werd het toch al gevaarlijk hoge niveau van agressie tegen Wilders verder gelegitimeerd. Fortuijn waarschuwde, toen hij nog leefde, dat de demonisering die men zich tegen hem veroorloofde zijn leven in gevaar bracht. Iets soortgelijks zou Wilders tegen de eerste strafkamer van het Amsterdamse Hof kunnen zeggen, maar zijn eerbied voor de wet en het recht weerhield hem om dat te doen.
Het Hof is in de zaak Wilders duidelijk buiten zijn boekje gegaan. Het heeft de scheiding der machten uit het oog verloren en als motivering gegeven van zijn uitspraak dat haat zaaien nu eenmaal haat zaaien is en beledigen beledigen. Voor het overige bestaat die hele lange uitspraak uit beperkt relevante opsommingen en beschouwingen. Een behoorlijke afweging van de rechten van vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst wordt niet gemaakt. De publieke functie van beide rechten blijft buiten beschouwing.
Tenslotte, wat voor argumenten hebben we nu nog tegen een Britse minister van Binnenlandse Zaken die aan een Nederlands parlementslid de toegang tot Groot Brittannië ontzegt als hij q.q. daar op bezoek komt, op uitnodiging van een collega parlementariër voor het voeren van een publiek debat?

Geplaatst in geloof, maatschappelijk, recht, strafrecht | Een reactie plaatsen