Symboolpolitiek.

In de Volkskrant van 19/1/13 stond een verhaal van een journaliste die een zoon had in de brugklas. Bij een onderzoek dat de politie wel vaker doet op scholen voor de kerstvakantie werd er vuurwerk in beslag genomen, 1000 euro in contanten en het knipmes van haar zoon. Die had tegen de politie verklaard dat hij dat mes had om zich te verdedigen als hij ’s avonds alleen op de fiets naar huis moest.
Ze was nogal boos op de politie, want haar kind was overstuur thuis gekomen en zijn mes was in beslag genomen. Als moeder vond ze dat een kind een zakmes hebben mocht, maar van de andere kant weet je dat dat soort klapmessen als wapen bekend staan en als wapen worden gebruikt. Als je als journaliste voldoende tijd over zou houden om je met je kind bezig te houden en met zijn school dan had je zo’n Frans mes van een bekend merk al lang ingenomen. Die zijn op alle scholen verboden.
De eerste vraag die vervolgens bij je opkomt is of het nodig is dat scholen worden gecontroleerd door een overval commando van de politie. Het antwoord lijkt me in zijn algemeenheid nee te zijn. Een agent in burger die de kluisjes afloopt samen met de conciërge lijkt me eigenlijk genoeg. En als er scholen zijn met speciale problemen waarbij dit niet voldoende is dan geef je die een speciale behandeling. Misschien was dit zo’n school maar ik denk het eigenlijk niet. Mijn vermoeden is dat er in Amsterdam maar een handvol van dat soort scholen zijn en dat op grond van de gelijkheidsgedachte dan alle scholen zo’n overbodige overval krijgen.
Het idee van wethouder Hilhorst om op alle scholen permanent een politieagent te stationeren ligt in dezelfde sfeer. Er zijn een paar scholen waar dat nodig lijkt, met name ook om de omwonenden te beschermen tegen de leerlingen en misschien ook wel de leerlingen tegen elkaar, maar op de meeste scholen is dat niet nodig. Om alleen op het Huygenscollege en een paar andere zwarte scholen een vaste politiepost in te richten mag misschien wel niet van de commissie gelijke behandeling. In elk geval wil Hilhorst het risico niet lopen dat een ex-collega zijn optreden discriminerend vindt en daarom geldt dus: één school politie- alle scholen politie.
Dit soort bureaucratische aanpak is een van de belangrijkste oorzaken dat de zaken op een paar Amsterdamse scholen zo uit de hand zijn gelopen. Als alle corrigerende aandacht zou zijn besteed aan de scholen die dat echt nodig hebben dan hadden we die problemen niet gehad.
Een Amsterdamse wethouder die er wat aan wil doen, zou beter met het ministerie van onderwijs en met collega’s in de paar andere steden waar hetzelfde probleem speelt kunnen overleggen. Samen zouden ze moeten afspreken welke wettelijke en andere voorzieningen nodig zijn om het probleem aan te pakken. Als men het eens werd over de aanpak en zekerheid had dat wat men wilde ook kon, dan zou gericht moeten worden ingegrepen waar dat nodig is en de rest zou men met rust kunnen laten. Nu gebeurt er eigenlijk al jaren niets en zo’n overval met kerstmis is in hoofdzaak symbool politiek.

Geplaatst in Amsterdam, geweld, onderwijs | 1 reactie

Deelraad binnenstad.

Zestien jaar geleden, op 25 April 200, was er in Amsterdam een referendum over de vraag of we in de binnenstad een eigen deelraad wilden hebben. De uitslag stond bij voorbaat vast. De grote meerderheid van Amsterdammers wilde geen deelraad naast de centrale stad en ik bedoel zowel de meerderheid in Amsterdam als de meerderheid in de binnenstad zelf. Tot de tegenstanders hoorden twee eerdere burgemeesters van de stad. Toch zou die nieuwe deelraad er komen. De opkomst was te laag, vond de PvdA, om hem tegen te houden.
De frustratie over het gebruik dat de overheid van de volksraadpleging maakt is groot in Amsterdam. Later zijn ze ermee opgehouden maar een tijdlang waren referenda een hype. Keer op keer werden voorstellen per referendum afgestemd en bijna even vaak deed de gemeente alsof er niets aan de hand was. De enige keer dat ik mij kan herinneren dat iets werkelijk niet doorging was het referendum over de afschaffing van de stad Amsterdam ten behoeve van een stadsgewest met de buur-gemeenten. Toen was geloof ik van tevoren gezegd dat die keer de stemmen echt zouden tellen en dat hebben ze ook gedaan. Waarschijnlijk omdat men bij de autoriteiten die het referendum organiseerden ook wel aan het voortbestaan van de stad Amsterdam gehecht was.
Het is begrijpelijk dat de meeste stemgerechtigden zich niet meer beet lieten nemen en dachten: ze bekijken het maar daar in de Stopera; als ze toch niets doen met mijn stem als kiezer, dan stem ik liever niet.

Dit blijkt ook uit de uitslagen van de gemeenteraad verkiezingen. Als daar de opkomstcriteria van de referenda zouden worden gehanteerd dan zaten we al jaren zonder gemeenteraad en zonder wethouders. Dan werden we politiek vanuit Den Haag en in de praktijk door de ambtenaren bestuurd en ik geloof waarachtig dat het de Amsterdammers niets zou kunnen schelen.
Waar ging het nu om bij de deelraad centrum? Om de verhoging van de service voor het publiek? Kwam er een stadskantoor voor de binnenstad? Kwamen er diensten binnenstad die er voor die tijd nog niet waren? Werden de wachttijden korter, of nog mooier, werd de invloed van de bewoner op zijn eigen omgeving vergroot?
Nee. Dat soort dingen waren er allemaal al. Er waren al decennia lang faciliteiten voor de binnenstad naast die voor de centrale stad en die voldeden uitstekend. Het enige nieuwe dat de deelraad bracht was een aantal politici extra die vergaderden en besloten over onderwerpen waar eerder over werd beslist door politici in de centrale stad. Het is mogelijk dat er zinnige argumenten zijn die pleiten voor zo’n deelraad maar als ze er zijn heeft niemand ze ons ooit verteld.
Burgemeesters waarschuwden dat het tot belangenconflicten ging leiden omdat te vaak het belang van Amsterdam als geheel en dat van de randgemeenten gemoeid zou zijn met wat er in de binnenstad of in Zuid gebeurde. Nog maar zelden is zo vaak, van zulke deskundige zijde en met zulke goede argumenten gewaarschuwd tegen een onwijs besluit. Niets hielp. De deelraad kwam er.
Een week voor het referendum had de toen nog nieuwe burgemeester Cohen zich voorstander verklaard van een deelraad binnenstad. Hij vond het kennelijk relatief een onbelangrijk onderwerp en wilde geen creditpunten verspelen in het college en bij de raad. Politiek gezien was dat verstandig en overeenkomstig de in Den Haag geleerde lessen. Van Thijn zou hetzelfde hebben gedaan denk ik. Patijn misschien wel niet. Dat is het verschil dat de burgerij graag ziet tussen een burgemeester en een politicus. Een burgemeester houdt zijn rug recht. Jammer van Job Cohen, toch best een aardige man. Het was een slecht begin, maar een dat heeft voorspeld hoe het met hem gaan zou als burgemeester van onze stad: de zaak bij elkaar houden maar niet optreden waar dat nodig zou zijn geweest.

Geplaatst in Amsterdam | Een reactie plaatsen

Geld is vertrouwen.

Geld is vertrouwen. Dat vertrouwen wordt gecreëerd door banken, want het zijn de banken die het geld[1] scheppen. Geld scheppen doen ze niet alleen ieder apart maar ook met zijn allen. Doordat de banken samenwerken kan het geld via een systeem van communicerende vaten naar de plek stromen waar men er het meeste behoefte aan heeft en wegvloeien van de plaats waar men er minder directe aanwendingsmogelijkheden voor heeft. Het gaat om het in stand houden van de geldcirculatie en het is duidelijk dat die in gevaar komt als het vertrouwen in te veel individuele banken verdwijnt. Het is niet alleen dat de andere banken verlies lijden als een van hen zijn schulden niet meer betaald, het is vooral dat het vertrouwen in het systeem dan een deuk oploopt.
Vanouds zijn het de overheden die toezicht houden op het geld, zowel op de individuele banken als op de geldcirculatie. Omdat de geldstroom nu een globale aangelegenheid is en we geen wereldregering hebben, is het met de controle op het geld niet best gesteld.
De individuele banken zijn vaak te groot geworden om nog door lokale overheden gecontroleerd en gegarandeerd te kunnen worden. Geen effectieve controle en geen effectieve garanties van de overheden betekent dat het vertrouwen in het geld ergens anders vandaan zal moeten komen.

De enige mogelijkheid daarvoor lijkt te zijn dat banken grotere reserves aan gaan houden. Dat is ook waar de centrale banken toe hebben besloten in een vergadering die Bazel III[2] wordt genoemd. Sindsdien moeten banken hun buffers verhogen. Onder buffers is hier te verstaan zowel meer eigen vermogen als meer liquiditeiten in verhouding tot het balanstotaal van iedere bank. Dit betekent extra kapitaal en liquiditeiten aantrekken of de balansen verkorten. Of dat voor individuele banken nodig is wordt bepaald met z.g. stress tests. De betrokken centrale bank gaat dan na hoe een bank zich houdt als het eens een maand lang allemaal tegen zit. Dan moeten de buffers voldoende zijn en als dat niet zo is moeten ze worden verhoogd.
Tegen dat besluit van de verenigde centrale banken is nogal geprotesteerd, vooral door merchant bankers in de VS. Ze zien hun omzet en hun winst dalen en wijzen erop dat de maatregelen van de controleurs de groei van de economie in gevaar brengen.
Dat laatste is zeker juist. De maatregelen houden in dat er per saldo minder kredieten kunnen worden verstrekt, zowel aan de cliënten van de bank als door de banken aan elkaar en dat betekent economische krimp.
Maar gezien de ellende die in Zuid Europa is veroorzaakt door het gebrek aan soliditeit van de banken was die krimp nodig. Persoonlijk vraag ik me af of de verhoging van de buffers voldoende zal zijn om het vertrouwen in de banken op langere termijn te herstellen. Dat vertrouwen gaat, zoals het heet te paard en komt te voet. Zowel in de competentie als in de morele kwaliteiten van bankiers is het vertrouwen zoek geraakt en dat komt niet zo maar terug.
Ik denk daarom eigenlijk dat zowel de overheidsfinanciën als de financiële soliditeit van de banken meer verbetering nodig hebben dan in Bazel III is voorzien. Dat ziet er dus niet echt goed uit maar de zaak op zijn beloop laten is erger. Beter een paar jaren krimp dan doorgaan met een systeem waar zich om de paar jaar een crisis voor zal doen.
Intussen kunnen veel onnodige gebreken die de economie bedreigen worden verholpen zonder dat dat daar echt krimp aan te pas komt. Ik denk dan in de eerste plaats aan de monetaire unie in Europa, waar de economieën van de Zuidelijke en Oostelijke landen van de EU nu zo veel van te lijden hebben. Als die eurozone wordt opgeheven of gesplitst in drie delen, zullen de Zuidelijke economieën gaan groeien in plaats van verder te krimpen.
Het loslaten van de gemeenschappelijke munt heeft voor de gemeenschappelijk markt ook duidelijke nadelen. Maar de prijs die het Zuiden nu voor het vasthouden aan de euro betaalt is domweg te groot. Voor de Noordelijke landen betekent het een continue stroom van steungelden van Noord naar Zuid. Daar staat tegenover dat de gemeenschappelijke munt zwakker is tegenover de dollar dan hij zonder de Zuidelijke landen zou zijn, wat de Noordelijke landen weer een export voordeel oplevert. Maar dat voordeel is onvoldoende. Zoals men nu ook in Brussel begint te begrijpen blijft het handhaven van de Euro in zijn bestaande vorm goed geld naar kwaad geld gooien en dat is iets waar we mee moeten stoppen.
Griekenland en haar satelliet Cyprus zijn reddeloos. De zogenaamde reddingsactie van de afgelopen jaren was een schijnredding. Cyprus en Griekenland gaan het niet halen en hoe eerder hun schuldposities worden afgebouwd, hoe beter. Maar de andere eurolanden die in de problemen zitten kunnen nog wel gered. Tenminste als het snel gebeurd want ook daar verslechtert de situatie nog steeds in plaats van te verbeteren.

[1] Geld is een gecompliceerder begrip dan ik hier suggereer, maar voor de praktijk is het een bruikbaar uitgangspunt: banken creëren het geld door krediet te geven en krediet geven is een kwestie van vertrouwen..

[2] Zie het filmpje http://vimeo.com/59895335 en Wikipedia over Bazel III

Geplaatst in geld en economie | Een reactie plaatsen

Vrijheid van godsdienst.

In Egypte had het leger de meest populaire kandidaten van de presidentsverkiezingen uitgesloten. Volkskrantverslaggever Rob Vreeken noemde dat een opsteker. De twee belangrijksten waren de islamisten, El Shater en Hazem Abu Ismail. Het parlement, waarvan de militairen de macht zo veel mogelijk beknot hebben, bestaat overwegend uit islamisten.
Erg democratisch is zo’n uitsluiting natuurlijk niet, maar dat station is voor de Volkskrant nu gepasseerd. Dat de Arabische lente een uitbarsting van democratie zou zijn geweest, houdt intussen niemand hier in het westen nog serieus vol.
De opstanden tegen de regimes van Chadaffi, Moebarak, Saleh e.t.q. waren meer een uiting van algemene onvrede dan dat ze een nieuw en beter regime aan de macht wilden brengen. Zolang de Arabische samenlevingen zelf niet deugen is de kans dat zij een regime krijgen dat wel deugt minimaal.
Goed bezien was het militaire regime van Moebarak niet eens het slechtste. Syrië en vooral de oude Assad, Irak met Saddam Hoessein en ook Chadaffi en Saleh waren allemaal beslist een paar graden erger dan Moebarak. Maar de verwachting dat een opstand tot iets beters zou leiden is in geen van die gevallen uitgekomen. Zolang het daar moslimlanden blijven moeten we vooral niet veel van ze te verwachten.

Geplaatst in Midden Oosten | Een reactie plaatsen

Met moslims kun je niks.

Moslims, christenen, joden of vrijdenkers, het maakt allemaal niet uit, vinden de meeste mensen. Bij iedere groepering vind je aardige en minder aardige exemplaren en geen van al die mensen zou je iets kwaads toe willen wensen.
Het zou er misschien niet toe moeten doen welke achtergrond de mensen hebben, maar dat doet het wel. De samenlevingen die humanistisch, protestants, katholiek, orthodox of moslim zijn vertonen wel degelijk grote verschillen. Dat zou op zich geen grote problemen hoeven op te leveren en dat doet het ook niet altijd maar soms doet het dat wel.
De problemen van tegenwoordig zijn er niet met de joden, de verschillende vormen van christendom of met de boeddhisten, ze zijn er in hoofdzaak met moslims.
De moslim samenleving in al haar varianten vertoont een verhoogde mate van onverdraagzaamheid voor etnische verschillen van iedere aard. Soennieten voor Sjiieten en Alawieten. Moslims voor christenen maar ook voor Druzen. Er zijn problemen tussen Turken en Arabieren en Koerden en omgekeerd. Al die verschillen lijden tot geweld. Het zijn de etnische verschillen waardoor in de afgelopen decennia praktisch alle Assyrische christenen verdreven zijn uit gebieden waar ze bijna twee duizend jaar hebben gewoond. Ze ontvluchtten de conflicten en/of de armoede in het moslim thuisland, waar ze als etnische minderheid gemakkelijk het slachtoffer werden van het steeds weer oplaaiende geweld.
De moslimsamenlevingen in het Midden Oosten hebben de andersdenkenden verdreven uit Irak en Syrië en maken ze het leven moeilijk in Turkije. Dat is raar, zou je zeggen omdat moslims uit diezelfde samenlevingen zo massaal naar het humanistische Europa komen, waar de etnische verschillen met de moslimwereld nog veel groter zijn.
Dat komt omdat ze als individu heel goed kunnen samenleven met anderen, alleen niet als etnisch afwijkende gemeenschap. Dat is ook de reden waarom we moslims wel als buren moeten opnemen hier, maar hun cultuur buiten de deur moeten houden. Moslim wijken in een stad zijn als haarden van Ebola, je moet ervan af en wel zo snel mogelijk.
De vraag is of dat kan en zo ja hoe dat dan moet.
Het antwoord erop is dringend en we kunnen dit soort vragen en antwoorden niet vanwege ideologische huiver of politieke correctheid voor ons uit schuiven. Dit schreef ik eerder en daar kwamen een aantal reacties op.
Jaap zei:
Het integratiepotentieel van een cultuur is m.i. sterk afhankelijk van het individualisme-collectivisme quotiënt van die cultuur. Stelt een cultuur de normen en waarden van het collectief – zoals de islam doet – expressis verbis boven die van het individu, dan is integratie ten enen male onmogelijk. Immers, een individuele keuze vervalt en de cultuur zelf kan niet kiezen.
Mensen afkomstig uit culturen (en/of religies) die de drager een startpunt bieden voor individuele ontwikkeling en niet claimen zijn eindstation te zijn, hebben in de regel minder tot geen moeite te mengen met mensen uit andere gelijkaardige culturen.
Wanneer beleidsmakers dit grote verschil tussen wij- en ik-culturen tot uitgangspunt van hun beleid zouden nemen, dan zou men inzien dat het niet-aflatende bevestigen van moslims in hun islamitische groepscultuur een averechts effect heeft. Wij en ik mengen niet.
In geval van de islam komt daar nog bij dat zij geen tegenwicht biedt aan de elementen van machismo, eer en schande zoals die in elke cultuur (latent) aanwezig zijn. Sterker nog, ze appelleert aan deze normen en roept op ze uit te dragen en toe te passen tot meerdere eer en glorie van zichzelf.
Ik antwoordde:
@Jaap.
Het is een interessant onderscheid dat je maakt tussen individualistische en collectivistische culturen. Maar is een cultuur niet per definitie collectivistisch? Een samenleving is niet maakbaar, die maakt zich zelf en overheden die haar proberen te vormen zullen altijd andere resultaten krijgen dan ze verwachten. In mijn ogen is een samenleving of cultuur een biologische entiteit. Mensen die er deel van uit maken horen samen, al zal de ene samenleving haar leden meer bewegingsvrijheid geven dan de ander. Maar multicultureel kan een samenleving niet zijn, dat lijkt me een contradictio in terminis. Dat betekent niet dat er geen ruimte zou zijn voor individuele ontwikkeling, maar dan wel binnen de parameters van de eigen cultuur.
Naar mijn mening is het grote probleem met de islam dat zij het geweld een geoorloofd overtuigingsmiddel vindt en daarom geen ruimte biedt voor democratie en de rechtsstaat.
Hierop reageerde iemand met het pseudoniem ‘toegelicht’
@ toegelicht.
Inderdaad is het hoofdprobleem van onze eigen cultuur dat we ook de onverdraagzaamheid willen verdragen. Israël heeft daar in zijn Huizingalezing tegen gewaarschuwd en ik meen dat hij gelijk heeft. Ik denk dat we er niet omheen kunnen een uitzondering te maken voor de islam wat betreft de godsdienstvrijheid. Misschien vergis ik me en is het gebrek aan verdraagzaamheid in de islam van tijdelijke aard. Zoiets kun je hopen, maar hoe lang?
Jaap zei weer:
Een klinische definitie van het begrip cultuur zou kunnen zijn: de verzameling van gemeenschappelijke gebruiken, inzichten en normen, in de ogen van een objectieve waarnemer, door de hele groep gedragen worden. Of werden, want we onderkennen ook verdwenen culturen. Je zou het de grootst gemene deler kunnen noemen.
Van een zichtbare Nederlandse cultuur is sinds de oprichting van het Koninkrijk eigenlijk nooit sprake geweest. Wel waren er cultuureilandjes, meestal op basis van religie en lokale gebruiken. Maar na de ontzuiling zijn die eilandjes opgelost binnen de landsgrenzen.
Als je vandaag de dag bovengenoemde definitie hanteert en op zoek gaat naar de Nederlandse identiteit, zoals prinses Maxima deed, dan zul je hem niet vinden. “Iek heb kezocht maar iek heb het niet kunnen vinden” zei ze na afloop. Logisch, want de grootst gemene deler van de Nederlandse identiteit is het individu. Alleen dan, wanneer je ‘individualiteit’ als cultuurkenmerk accepteert, kun je spreken van een Nederlandse (of Westerse) cultuur. Een cultuur die het individu volledige ontwikkelingsvrijheid biedt.
De islamitische traditie, ook in Nederland, gaat er prat op dat ze onveranderlijk is. “Er is maar één islam” zei Tariq Ramadan; “er bestaat niet zoiets als een liberale islam” zei Erdogan. Onveranderlijkheid is het wezenskenmerk van de islam. Daar moet binnen de gemeenschap het individu voor wijken en wordt naar buiten toe het zwaard gehanteerd, ook preventief.
Het gaat zelfs zover dat binnen de traditie van de islam, bida’ah (=innovatie) verboden is. Van een salafistische site plukte ik: “Het woord Bida’ah is gebruikt in vele ahadeeth. Sommige van deze ahadeeth verbieden ons het uitoefenen van elke Bida’ah en waarschuwen ons ervoor. Bovengenoemd heeft Profeet (saw) gezegd “. Vernieuwing staat gelijk aan afvalligheid waar in het slechtste geval de doodstraf op staat.
Niemand zal ontkennen dat de islamitische identiteit met bovenstaande definitie als cultuur omschreven kan worden. Een extreem collectivistische cultuur zelfs. Maar ik ben ook van mening dat de westerse cultuur met behulp van dezelfde begripsbepaling als cultuur erkend mag worden. Ze is in alle opzichten de tegenpool van de islamitische traditie, met name daar waar het de verhouding tussen individu en collectief betreft. Een cultuur hoeft daarom niet noodzakelijkerwijs collectivistisch van aard te zijn.
Toegelicht antwoordde:
De onverdraagzaamheid van islamitische culturen tegenover andersdenkenden signaleer je mijns inziens correct. Als wij Nederlanders gaan proberen de islamitische culturen buiten de deur te houden worden we zelf ook onverdraagzaam en intolerant. En dat is nu juist niet wat we moeten willen.
Iemand anders voegde zich in de discussie:
de^mol zei:
tolerantie t.o.v. intolerantie is geen intolerantie. Je laat Dutroux (effe een extreem voorbeeld) toch ook niet vrij loslopen omdat je anders intolerant bent?
de^mol voegde daar even later aan toe: excuse me: tolerantie t.o.v. intolerantie is geen tolerantie…
Daar stokte de discussie, waarschijnlijk ook omdat het een debat was tussen gelijkgezinden, de conservatieve lezers van mijn blog. De progressieve meerderheid in dit land onderkent het probleem zo langzamerhand ook wel, maar kan er niets mee. Verdraagzaamheid is nu eenmaal in ethisch opzicht het hoofdkenmerk van de westerse cultuur. Het verwijderen van mohammedaanse buurten uit onze steden zou een soort culturele suïcide betekenen. Het humanisme zou in zijn bestaande vorm niet overleven en wat er voor in de plaats zou komen valt niet te overzien.
Toch denk ik dat dat risico moeten nemen en het wel moeten doen. Er moet top prioriteit worden gegeven aan het verwijderen uit onze land van mohammedaanse buurten en alle andere kenmerken van de moslim cultuur. Moslim scholen, moskeeën, buurthuizen, alles waar omheen zich de moslim cultuur kan organiseren.
In andere stukjes heb ik uiteengezet waarom naar mijn mening het terugsturen naar de landen van herkomst geen optie is. We zullen voor opvang moeten zorgen in gebieden die nu nog onbewoond zijn, wat in de praktijk zal betekenen de kuststrook van Marokko en Mauritanië die aan de Atlantische Oceaan is gelegen. Dat gebied kan dan tegelijk dienen voor de opvang van de migratie stromen uit Arabië en Afrika, waarvan we ook niet kunnen verwachten dat die uit zich zelf zullen stoppen.
Maar als we dit goed doen kan het de eerste geslaagde vorm van ontwikkelingshulp worden. Hoe dan ook, het is de enige manier waarop we West Europa leefbaar kunnen houden.

Geplaatst in geloof, maatschappelijk, Midden Oosten | Een reactie plaatsen

De VS in Irak.

Voor het starten van een oorlog zijn geen twee partijen nodig, een is voldoende. Als een land of een groepering over voldoende militaire middelen beschikt om anderen onaanvaardbare schade toe te brengen en dreigt om dat te zullen doen, dan is gewapenderhand optreden een laatste redmiddel. Daar is iedere verantwoordelijke politicus het mee eens.
Oorlog dus, toen er geen ander middel was om de ontwapening van Irak te bereiken.

Er is een belangrijk verschil tussen Irak en de VS: Amerika is sinds de verovering van de Filippijnen op Spanje nooit meer ongeprovoceerd met een oorlog begonnen en is in principe een vredelievend land. Het verdient vertrouwd te worden. Irak is een paar keer ongeprovoceerd een oorlog begonnen tegen buurlanden en heeft ook tegen eigen etnische minderheden massavernietigingswapens ingezet. Het is allesbehalve een vredelievend land. Het heeft zich bovendien niet aan zijn internationale afspraken gehouden. Het kan niet vertrouwd worden

Amerika is het enige land dat in staat is vrede te handhaven. De Verenigde Naties is daar om twee reden niet toe in staat: Het beschikt niet over een doelmatig besluitvormingsmechanisme en het heeft geen eigen militaire middelen. De Verenigde Naties kunnen niemand beschermen. Dat betekent dat Amerika niet alleen de macht maar ook en verantwoordelijkheid heeft voor het handhaven van de wereldvrede.

Hoe denkt U zelf over oorlog? Hoort U tot de principiële tegenstanders, die menen dat oorlog altijd onschuldige burgers treft en dus een vorm van collectieve moord en doodslag is?

Ik zelf maak onderscheid. Ik wil bij voorkeur geen oorlog voor de deur, waar mijn familie en vrienden er slachtoffer van kunnen worden. Oorlog en het lot van burgers ver van mijn bed raken mij veel minder. Ik weet ook niet zo zeker of al die burgers onschuldig zijn. Die imam in Irak met zijn zwaard die de mensen opriep om joden te onthoofden heb ik nog op mijn netvlies staan. Die was niet onschuldig en de mensen die hem toejuichten ook niet helemaal, maar veel andere burgers in dat land ook weer wel, denk ik. Ik weet dat, maar het raakt me minder. Ook die Syrische burgers van de laatste jaren, mijn medelijden is veel abstracter dan wanneer het gaan zou om mensen uit mijn eigen westerse samenleving.

Aan de andere kant, de wereld is tegenwoordig kleiner en vooral veel zichtbaarder dan hij vroeger was en dat betekent dat “erg ver weg” er niet meer bij is. Ook in een oorlog in Irak of in Syrië zijn kennissen betrokken. Er wonen twee Irakezen hier in de buurt die een stel aardige kinderen hebben.
In Nederland leven veel Marokkanen en Turken en die waren in de Golfoorlog voor de Irakezen en tegen Amerika. In andere Europese landen is dat net zo, ook daar wonen Arabieren en andere islamieten die voor de Irakezen partij trokken, terwijl de rest van de bevolking Amerika steunde. Dat was een vorm van burgeronlust, waarvan je blij kunt zijn dat die intussen weer achter de rug is.

Toch kon ik de gedachten van President Bush wel volgen. Ik zag ook wel in dat die oorlog in het Midden Oosten onvermijdelijk was en dat het zin had, toen de kans zich voordeed, om een van de belangrijkste wapenopslagplaatsen daar op te ruimen. Dat Syrië toen buiten schot is gebleven heeft tot de burgeroorlog geleid die daar de laatste jaren zoveel slachtoffers heeft gekost.

Nederland is altijd een land van pacifisten geweest en sommige politieke partijen, zoals Groen Links ontlenen er hun bestaansrecht aan. Ik heb nog nooit iemand uit die kringen horen toegeven dat op het hoogtepunt van de koude oorlog het demonstreren voor de eenzijdige ontwapening de waarschijnlijkheid van een Wende heeft verminderd, die niettemin enige jaren later wel heeft plaats gevonden. President Reagan heeft zich van de demonstraties voor ontwapening hier en in Amerika weinig aangetrokken. Hij is doorgegaan met een nieuwe ronde bewapening die hij zag als noodzakelijk voor het handhaven van de vrede en hij heeft daarmee succes gehad: De Sovjet Unie, die een ramp is geweest voor zijn eigen inwoners en voor de rest van de wereld, legde het loodje. Ieder zinnig mens moet daar Reagan en Gorbatschov dankbaar voor zijn. Zij hebben niet emotioneel maar rationeel gehandeld en de wereld is sindsdien een stuk veiliger.

Over Bush jr. wordt in Nederland negatief gedacht, men houdt hem voor dom, wat een beetje onnozel is, want je wordt geen president van de VS als je geen kwaliteiten hebt. Ik heb trouwens niemand horen beweren dat mensen als Powell, Rice, Rumsfeld of Wolfowitz dom zijn, allemaal medewerkers die Bush zelf heeft uitgezocht. Oorlogszuchtig misschien, dom nee.
Bush was in elk geval slim genoeg om intelligente medewerkers uit te zoeken en naar hen te luisteren.
Ik had in Bush en zijn mensen meer vertrouwen dan in Chirac of in Schroeder die ik beiden voor slim en slecht hield. Ik vond het indertijd jammer van Joschka Fischer van wie ik denk dat hij een fatsoenlijk mens is die toen in zo’n moeilijke positie is terecht gekomen. Maar de Amerikanen waren beter ingelicht in de Irakoorlog en zij waren uiteindelijk verantwoordelijk. Hij niet.

Geplaatst in Amerika, oorlog | Een reactie plaatsen

Het strafrecht volgens Wiarda.

Jan Wiarda, ooit hoofdcommissaris van politie in Utrecht, pleitte in zijn afscheidsrede voor het invoeren van aparte straffen voor allochtonen. Hij deed dat omdat allochtonen vanwege hun andere culturele achtergrond ook een andere strafbeleving hebben. Voor Antillianen, Turken en Marokkanen is dat waarschijnlijk wel juist en daar zou nog aan toegevoegd kunnen worden dat zij daarnaast ook een andere appreciatie van misdrijf en strafbaarheid lijken te hebben dan de andere inwoners van ons land.
De gedachte was origineel, d.w.z. Wiarda gaf blijk over het probleem te hebben nagedacht, iets waar veel van zijn collega’s kennelijk geen tijd voor hebben. Toch leidde de uitspraak van Wiarda tot algemene verontwaardiging en dat was ook wel terecht. Het middel is waarschijnlijk erger dan de kwaal.
Andere straffen voor allochtonen dan voor autochtonen is in strijd met de rechtsgelijkheid die hoort te gelden voor alle inwoners van ons land. Wat Wiarda zei gaat rechtstreeks in tegen een basisprincipe van de rechtsstaat. Langere of hardere gevangenisstraffen voor allochtonen dan voor autochtonen voor dezelfde soort delicten, dat kan niet echt. Ons rechtssysteem en de humanistische uitgangspunten van ons bestel verdragen het niet en natuurlijk hebben we daarnaast ook domweg te weinig gevangeniscapaciteit.
Wiarda, die de drager is van een van de voortreffelijkste juridische namen in dit land, weet dat waarschijnlijk beter of net zo goed als U en ik. Dus waarschijnlijk doelde hij met zijn andere straffen op lijfstraffen die voor iedereen zouden gelden, maar sprak hij in de geruststellende overtuiging dat zij alleen of in hoofdzaak op Marokkanen en Antillianen zouden worden toegepast.
Technisch zou dat misschien kunnen, die herinvoering van lijfstraffen, voor zover ze tenminste niet wreed, onmenselijk of vernederend zouden zijn, want dan zouden ze in strijd komen met geldend verdragsrecht. Maar de gedachte aan herinvoering van lijfstraffen staat aan de andere kant zo haaks op het heersende humanistische gedachtegoed, dat dat op zich al veel van de veroorzaakte verontwaardiging verklaart.
Dat sommige allochtonen zich hier als groep slechter gedragen dan andere Nederlanders, maar ook slechter dan de gemiddelde inwoner in het land van herkomst, is een ernstig probleem. We kunnen alleen maar hopen dat het in de loop van de tijd en met verdergaande integratie goed gaat komen. Veel eraan doen kunnen we niet en ons strafsysteem aanpassen aan de aanwezigheid van mensen uit een andere cultuur zou betekenen dat we het paard achter de wagen aan het spannen zijn.
Aangezien het strafrecht de spiegel is van de cultuur zou dat een teken zijn van een definitieve verandering van onze samenleving waar we ons bij hebben neergelegd en dat zou geen verandering ten goede zijn.

Geplaatst in strafrecht | Een reactie plaatsen