Filosofen.

Filosofie is niet zozeer het bestuderen wat andere filosofen ooit gezegd hebben, al is dat soms wel eens de moeite waard. Filosoferen is zelf nadenken over problemen die jou en anderen bezig houden. Een filosofieopleiding hoort iemand bij te brengen hoe  hij dat op een gedisciplineerde manier kan doen. Sine ira et studio, zoals Tacitus zei, d.w.z. zonder vooringenomenheid en woede.

Wanneer hij in een oorlog partij kiest, wat menselijk is, dan bewijst een filosoof er beide partijen een dienst mee zijn emoties en zijn verstand gescheiden te houden zodat op basis van de door hem aangevoerde feiten mensen die een andere politieke keuze maken toch met hem kunnen blijven discussiëren.

Toen mijn jongste zoon rechten ging studeren deed hij er op mijn advies filosofie bij. Op mijn kantoor hadden we in de tachtiger jaren al de ervaring dat afgestudeerde juristen de Nederlandse taal onvoldoende beheersten, wat in ons vak een behoorlijke handicap is. De filosofieopleiding op de universiteit van Amsterdam bestond indertijd voor een belangrijk deel uit het schrijven van essaytjes en dus uit het formuleren van gedachten in helder Nederlands, wat in wezen het werk is van een jurist. In de juridische opleiding gebeurde dat niet.

In Trouw[1] stond ooit een artikel van een filosoof over het Midden Oosten conflict, dat in voortreffelijk Nederlands geschreven was. Aan hem was die opleiding goed besteed geweest. Hij liet geen twijfel over de vraag aan welke kant hij stond in dat conflict, aan de verkeerde namelijk. Daarbij bleek ook waarom een jurist aan niet met een filosofieopleiding kan volstaan. Wie als jurist een standpunt goed wil kunnen verdedigen, moet om te beginnen kennis nemen van de feiten en  zich zelf niets wijs maken over de merites van de zaak die hij wil verdedigen.

Dr. Florin, de filosoof in kwestie, meende dat de Nederlandse media over de oorlog tussen Israël en de Libanon bericht hadden  door een Israëlische bril, met name ook omdat bij iedere kritiek op Israël “mitsen en maren” werden toegevoegd.

Ik ben het met hem eens dat al die geconditioneerde kritiek een irriterende gewoonte is. Als in een oorlog een doel van een der partijen verkeerd is of als een middel niet deugt dan behoort dat gezegd te kunnen  worden ook al doet de tegenstander precies hetzelfde. Het ene kwaad wist het andere niet uit. Maar los van deze veronderstelde poging tot evenwichtigheid van de Nederlandse media, wat zijn de feiten?

80% Van de Nederlanders stond volgens een enquête in de Libanon oorlog achter de Libanon, het hoogste percentage in de EU. Een televisiereportage over Hezbollah strijders die, in strijd met de vierde Geneefse conventie, burgers en beschermde plaatsen misbruikten voor hun oorlogvoering, (artikel 14 van dat verdrag) was wel op de Duitse televisie te zien maar niet op de Nederlandse.

Israël deed ook in die oorlog zijn best om burgers te sparen. Voor het Libanese Hezbollah zijn zowel slachtoffers onder de eigen burgers als bij de burgers van de tegenstander bij uitstek de te gebruiken middelen in de strijd.

Of het gebruik van clusterbommen door Israël past bij het beleid burgers te sparen kan betwijfeld worden en die twijfel wordt ook in Israël zelf luid gehoord. Kritiek op de door Hezbollah gebuikte methoden uit Libanon of andere Arabische landen blijft  hier altijd achterwege.

Florin meende dat het er niet goed voor stond met de democratie in Israël en gaf daarvoor als argument dat men zo weinig hoorde van de Israëlische Arabieren, terwijl die daar  toch 20% van de bevolking uitmaken.

Ik weet niet waar Florin naar kijkt of welke kranten hij leest, maar ik heb het Israëlisch Arabische standpunt praktisch dagelijks te horen gekregen tijdens de oorlog, uit hun eigen mond en, voor zover ik dat beoordelen kon, ongefilterd. Ik hoorde met name toen meer van deze bevolkingsgroep dan ooit in vredestijd het geval was en dat gebeurt waarschijnlijk omdat Haifa hun belangrijkste woonplaats is. Het was tegelijk ook het belangrijkste doelwit van Hezbollah.

Onder democratie verstaat Florin niet uitsluitend de politieke democratie, met volksvertegenwoordiging en vrije verkiezingen, maar ook de mensenrechten en andere normen en waarden die de Europese beschaving kenmerken. In dat verband moet zijn verwijt aan Israël worden gelezen, waar terroristen als krijgsgevangenen worden behandeld en zonder proces gevangen blijven, zolang het terrorisme voortduurt.

Persoonlijk meen ik dat het een leemte is in het internationale recht dat er naast oorlogsrecht geen recht bestaat dat van toepassing is wanneer een land of samenleving bedreigt wordt door terrorisme. Zoals George W. Bush ooit zei toen de Europese regeringsleiders het nog met hem eens waren, terrorisme is een vorm van oorlog, maar een oorlog zonder regels. Zou er een internationaal erkende procedure zijn, waarin vastgesteld kan worden of een land door terrorisme wordt bedreigd en zo ja welke maatregelen dan ter bestrijding geoorloofd zijn, dan zouden niet alle vormen van terrorisme bestrijding meer over een kam worden geschoren. Israël zou met recht en reden zijn recht op bestaan kunnen blijven verdedigen tegen de terreur die uit omringende landen tegen haar wordt georganiseerd. Noem een internationaal erkende periode van terreurbestrijding de staat van terreur en geef ons regels voor zo’n periode.

Het is duidelijk dat de afweging tussen bij de bestrijding van terrorisme gebruikte middelen en de eisen van de burgerlijke rechtsbescherming andere zal zijn dan in vredestijd. De volkenrechtsgeleerden die menen dat de vredesregels onder terreuromstandigheden onverkort kunnen worden toegepast veroorzaken juist een erosie van het recht. Het gevolg ervan is dat niet alleen in een staat van terreur, maar ook in meer normale tijden de rechtstaat schade lijdt. Niet het gevangen houden van terroristen zonder due proces of law is verkeerd, maar de law in kwestie, die voor de uitzonderingssituatie geen eigen regels kent.

Wie met begrip voor de voortdurende geweldsdreiging naar Israël kijkt zal zich verbazen over de mate waarin de regels van de rechtstaat in dat land overeind zijn gebleven.

In tegenstelling tot de opvatting van Florin vind ik dat de kritiek van de Nederlandse media op Israël vaak veel te hard is.

Praktisch niemand verwijt  Libanon aan de andere kant dat het voor en na de terugtrekking van Israël uit de bufferzone heeft nagelaten om de Hezbollah en andere milities te ontwapenen. Men meende misschien  terecht dat de militaire macht van het land daarvoor onvoldoende was, maar het had anderen om hulp kunnen vragen. Onmacht om zelf op te kunnen treden is onvoldoende reden om een internationale verplichting niet na te komen. Libanon als staat is verantwoordelijk voor wat op haar grondgebied gebeurt en hoort haar geweldsmonopolie daar te handhaven.

Daarom is niet alleen Hezbollah agressor, maar is de Libanon volkenrechtelijk de partij die deze oorlog is begonnen. De verantwoordelijkheid voor de burgerdoden ligt bij de agressor, tenzij de verdedigende partij bewust burgers tot haar doelen kiest. Naar Nederlands civiel recht zou men ook van een bewuste agressie tegen burgers kunnen spreken in geval van een geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat er burgerslachtoffers vallen, maar dat is een rechtsregel die in het oorlogsrecht niet bestaat. Dat zou ook niet kunnen. Een regering en een leger in oorlogstijd hebben in verband met de veiligheid van de eigen troepen en burgers verantwoordelijkheden die zij in vredestijd niet hebben. Bovendien moeten in oorlogsomstandigheden beslissingen worden genomen onder een druk die in vredestijd niet bestaat. Bij een afweging tussen wat militair geboden en ten aanzien van burgers  toelaatbaar is gelden daarom andere marges. Naar mijn mening schiet de beschouwing van Florin over de Libanees Israëlische oorlog onder meer om die reden te kort. Bij de recente Gaza oorlog deed zich opnieuw zo’n situatie voor. Israël heeft zich daar naar mijn mening keurig gedragen al waren er een of twee incidenten die in dat kader onverklaarbaar leken. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of dat ongelukken waren of crimineel gedrag.

 

[1] van 9/8/06

 

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

De bankencrisis.

De parlementaire commissie, die onder leiding van het SP Kamerlid De Wit de verantwoordelijkheden voor de financiële crisis onderzocht, had een onmogelijke taak. De voorzitter en de leden van de commissie hadden te weinig verstand van de werking van het systeem om de juiste vragen te kunnen stellen en bovendien, de crisis was niet van Nederlandse makelij. Zij was vooral komen overwaaien uit het buitenland. Zonder de buitenlandse aspecten erin te betrekken was zij eigenlijk niet te begrijpen, al bleef er nog genoeg over waar de Nederlandse actoren op aan te spreken waren.

Wat de commissie had kunnen doen en niet gedaan heeft is onderzoeken waarom sommige banken redelijk goed uit de crisis zijn gekomen en andere helemaal niet. Het is duidelijk dat de banken er niet mee weg kunnen komen door de handen in de lucht te steken en te roepen dat het hun ook maar overkomen is. In Nederland verging het de Rabobank een stuk beter dan ING en vooral beter dan de ABN Amro, waarbij het zicht op de laatste bank natuurlijk wel verduisterd werd door de perikelen  rond de catastrofale overname.

Er zijn banken die het een stuk beter hebben gedaan dan deze twee en dat was geen toeval. In Amerika  heeft Goldman Sachs, zoals achteraf gebleken is, dik geld aan de crisis verdiend. Dat kon dus ook, al is gebleken dat ze dat vooral gedaan heeft door andere banken beentje te lichten.

De Rabo deed het relatief beter met geoorloofde methoden, n.l. door niet of niet in dezelfde mate risico’s  te lopen als de rest. Het zou interessant zijn geweest om te onderzoeken of de coöperatieve structuur van die bank daar iets mee te maken heeft gehad. Als dat zo geweest zou zijn, dan had misschien internationaal een discussie kunnen worden gevoerd of het niet beter zou zijn om systeembanken van de beurs te halen. Een van de conclusies van de commissie was dat de invloed van de aandeelhouders een van de oorzaken van de crisis is geweest. Dat wijst wel in die richting, al bleek een duidelijke motivering voor die conclusie achterwege.

Goldman Sachs nam behoorlijke risico’s maar was scherper in haar risico management omdat ze daar wel precies snapten hoe het werkte. Of het netjes was wat ze deden valt te betwijfelen, maar dat ze daar geld hebben verdiend ten koste van de ABN Amro pleit niet voor de bancaire bekwaamheid van het Nederlandse management.

De kritiek van de commissie bleef erg aan de oppervlakte, vond ik.  Die richtte zich vooral op wat de commissieleden hadden begrepen van de ingewikkelde materie en vooral dus op wat ze in de kranten hadden kunnen lezen. Toch waren er omissies die ook tegen deze achtergrond niet helemaal begrijpelijk waren.  Bos en Wellink kregen  kritiek omdat zij de ABN Amro hadden laten overnemen. Dat hadden ze gedaan bij gebrek aan juridische middelen om de overname tegen te houden, verklaarden zij voor de commissie. De commissie was een andere juridische mening toegedaan. Het lijkt mogelijk daar een lange en interessante discussie  te voeren, maar het is wel typisch Nederlands om een belangrijk politiek vraagstuk zo te juridiseren. Ook zonder juridische wapens waren Zijlstra en Holtrop heel goed in staat om banken te laten doen wat zij nodig vonden. Een soortgelijk juridisering van een politiek probleem vond plaats rond de steun van Nederland aan Amerika in de Irak kwestie en dat was even zeer ten onrechte.

Bos kwam er mee weg dat hij zonder duidelijke redenen de Nederlandse spaarders van Icesave met saldi tussen de veertig en de honderdduizend euro uit de wind gehouden heeft. Dat ging  ten koste van de Nederlandse belastingbetaler.  Misschien omdat de meerderheid van de commissieleden daar in de Kamer mee ingestemd had?

Het is een van de duidelijk gebreken van enquêtes en onderzoekscommissies: het parlement draagt zelf een deel van de verantwoordelijkheid voor de politieke ongelukken die het onderzoekt en heeft de neiging om daar tijdens het onderzoek omheen te lopen. Het was misschien beter om de Eerste Kamer om te vormen tot een enquête- en onderzoekskamer en haar van haar taken in het gewone politieke bedrijf te ontlasten. Haar bijdrage aan het parlementaire werk is in de praktijk weinig productief en heeft vooral een vertragend karakter. Aan de kwaliteit van de wetgeving draagt het niet of nauwelijks  bij. Een professionele onderzoekskamer in plaats van de tegenwoordige Eerste Kamer zou beslist een vooruitgang zijn.

De commissie concludeerde dat  ‘het spatten van de woningmarktzeepbel de aanleiding is geweest voor de crisis, maar dat de oorzaken lagen in het handels- en monetair beleid. Bij globalisering en liberalisering vooral en omdat er steeds meer kredieten werden verstrekt waarvan de risico’s werden verhandeld.’

Dat wisten we allemaal, maar het zou nuttig geweest zijn als er wat feiten boven water waren gekomen die aanknopingspunten boden voor een verbeterd beleid van overheid en toezichthouders. De conclusies en aanbevelingen bleven te algemeen. Neem de volgende conclusies:

CPB en DNB hebben ontwikkelingen onvoldoende onderkend en onderschat; financiële instellingen hebben risico’s in het stelsel structureel onderschat en/of niet onderkend; raden van bestuur hadden moeten ingrijpen, maar negeerden de risico’s, al dan niet gestimuleerd door eigen bonussen of aandelenpakketten; een cultuur- en gedragsverandering is nodig.

Een open deur intrappen, lijkt me dat. CPB en DNB kunnen met hun tweetjes niet het westerse banksysteem hervormen en ook de raden van bestuur zitten op een rijdende trein. Die moeten ieder kwartaal behoorlijke cijfers produceren anders krijgen ze ruzie met hun aandeelhouders, of liever gezegd met de analisten waar de financiële instellingen op blind vaten. Die verzekeraars en andere grote beleggers zijn de grootste aandeelhouders.

De banken met al die moderne producten en de traders en hun computers zijn niet meer controleerbaar, niet door hun eigen besturen en niet door de toezichthouders. Ze zullen eerst controleerbaar moeten worden gemaakt en het is duidelijk dat dit alleen in internationale samenwerking kan.

Dat een internationale reorganisatie van het bank- en geldwezen dringend nodig is, dat had de conclusie van de commissie horen te zijn, liefst met argumenten en voorbeelden hoe en waar het fout gelopen is en weer fout gaat lopen in de toekomst. Dat hadden we mogen verwachten, maar dat hebben we niet gekregen.

 

 

Geplaatst in geld en economie | Een reactie plaatsen

Westers terrorisme, dat valt wel mee.

Er wordt vaak gezegd:  neem de oorzaken van het terrorisme weg en je zult zien, dan verdwijnt het van zelf. Maar daarmee wordt ten onrechte gesuggereerd dat zulke oorzaken enkelvoudig zijn. Men doet het voorkomen of er zoiets simpels van te maken is als het enkele gevolg van één enkele oorzaak.

We menen dan meestal ook dat de oorzaak de armoede is, of de onderdrukking of de slechtheid van koloniale en imperialistische uitbuiters. Daarom is het zo goed om te constateren dat deze zogenaamde oorzaken in de ene regio wel en in de andere niet tot terrorisme aanleiding geven en dat er culturen zijn, waar door de geschiedenis heen het terrorisme endemisch is geweest.

De bekendste en grootste daarvan is de islam. Islam en geweld gaan al sinds mensenheugenis hand in hand. Dat komt niet omdat de koran nu bij uitstek geweld zou prediken. In dat opzicht is dat boek niet veel slechter of minder goed dan het oude testament, een godsdienstig geschrift dat in een soortgelijke omgeving tot stand is gekomen. Beide, Koran en O.T. , zijn een mengelmoes van vrede en oorlog, van ethische gedragsvoorschriften tegenover medegelovigen en etnische meedogenloosheid tegenover heidenen en afvalligen.

Mohammed en zijn vroege volgelingen zagen het geweld als een noodzakelijk kwaad en zeker niet als iets dat op zich zelf nastrevenswaardig was. Vrede is de groet bij Arabieren zowel als bij joden, iets wat er overigens op wijst dat oorlog er niet ongewoon moet zijn geweest. Men moet bij de beoordeling van de Joodse en Arabische cultuur niet alleen kijken naar de voorschriften van de heilige boeken maar naar het geheel van de twee culturen, zoals die mede onder invloed ervan tot stand gekomen zijn.

Het probleem met het O.T. en vooral met de Koran is dat ze de natuurlijke neiging van mensen om geweld te gebruiken tegen degenen die niet tot de eigen groep behoren onvoldoende in toom weten te houden. Een belangrijk aspect van iedere vorm van cultuur is het uitbannen van geweld, met uitzondering van geweld door een wettige overheid op grond van rechtsregels. Het moderne jodendom onderscheidt zich in dit opzicht niet erg van het christendom, maar de islam schiet hopeloos  te kort. Het christendom en in haar voetspoor de moderne postchristelijke samenleving is in dit opzicht succesvoller geweest dan al haar voorgangers en ook dan de co-existerende restculturen die je in de wereld nu nog aantreft.

De tegenwerpingen die men tegen deze theorie kan aanvoeren zijn legio. Het christendom heeft de kruistochten en de godsdienstoorlogen gehad en de postchristelijke moderne tijd de wereldoorlogen. In feite is het westen de meest oorlogszuchtige cultuur ever geweest zeggen sommigen. Kijk maar naar de Amerikanen in Irak en de Israëli’s op de Westbank en in Gaza.

Dat is een vorm van optisch bedrog. Het westen is gewelddadig en oorlogszuchtig geweest, gemeten aan haar eigen idealen en gezien door haar eigen bril, maar niet gemeten aan het geweld dat gangbaar is geweest in de geschiedenis. De Amerikanen en Israëli’s zijn goede voorbeelden. Zij zijn in feite heel terughoudend in het gebruik van geweld. In verhouding tot de geweldsmiddelen die hun ter beschikking staan is het aantal burgerslachtoffers bij de vijand minimaal. Bij de Arabieren is dat andersom.

Relatieve vreedzaamheid is in overeenstemming met de Westers culturele uitgangspunten, maar het is de vraag of die vreedzaamheid in het kader van terreurbestrijding wel effectief is. Cultuurverandering vindt niet plaats zonder shockwerking. De Amerikaanse voorzichtige operaties in Irak en Afghanistan, de chirurgische ingrepen van Israël tegen Hamas, veroorzaken geen shock bij hun aanhangers. Ze laten de armoede, werkeloosheid en uitzichtloosheid in stand die allemaal aan de vijand worden toegeschreven en die de voedingsbodem zijn voor verder geweld.

Als Amerika en Israël de westerse idealen in het Midden Oosten ingang willen doen vinden dan zal een ander soort therapie nodig zijn. Een die vergelijkbaar is met de manier waarop Japan en Duitsland binnen de kring van de westerse humanistische beschaving zijn teruggebracht.

Geplaatst in Amerika, europa, geweld | Een reactie plaatsen

Scotland the brave.

Schotland heeft vier jaar geleden tegen onafhankelijkheid gestemd en met een behoorlijke meerderheid. Prima denk je dan, de mensen zijn verstandiger dan de politici. Ook verstandiger dan de media trouwens, want een zinnig artikel over het onderwerp heb ik niet gelezen indertijd en ook op de TV waren  vooral mensen te zien die om de totaal verkeerde redenen een standpunt pro of contra innamen. De enige die ik over deze affaire zinnige dingen heb horen beweren was Gordon Brown. Van mij had  die man weer premier van Groot Brittannië mogen worden.

Schotland overleeft helemaal niet zelfstandig, dus die zelfstandigheid was er sowieso niet gekomen. Als de stemmers voor onafhankelijkheid hadden gewonnen dan was er wat veranderd in Edinburgh en Westminster, maar niets of maar heel weinig in het leven van alle dag. Een ja stem was dus ook een nee stem geweest, alleen een wat ingewikkelde, die een hoop geld gekost zou hebben.

De economie en het dagelijks leven van Schotland zijn helemaal verweven met die van Engeland en van de andere administratieve onderdelen van Groot Brittannië. Er is ook niemand die dat anders wil, als hij even stil zou staan bij wat dat zou betekenen. Er wonen een paar miljoen Schotten in een land dat bijna twee en een half keer zo groot is als Nederland. Als je de onbewoonbare delen er vanaf trekt zal het ongeveer even groot zijn. Maar de verbindingen zijn er slechter en ze missen de gunstige ligging van ons land. Ze denken dat ze rijk zijn vanwege de oliewinning op hun deel van de Noordzee, maar ook daar verkijken ze zich op. De oliemaatschappijen zitten niet in Schotland en als de Schotten menen dat ze die dwingen kunnen, als minilandje, dan komen ze van een koude kermis thuis.

Veel van de voorzieningen in Schotland worden vanuit Westminster betaald en als ze dat allemaal zelf zouden moeten gaan doen bleef er weinig over van de belastingen die ze dachten te gaan heffen.

Nee, de Schotten  mogen blij zijn dat die onzin achter de rug is en dat het allemaal goed is afgelopen. Maar de onverantwoordelijke mensen die het probleem aan de orde hebben gesteld en die beter hadden moeten weten, daar zou nog eens duchtig mee moeten worden gesproken.

Geplaatst in Engeland, onzin | Een reactie plaatsen

Truijens en Grunberg.

Aleid Truijens schreef in de Volkskrant van 21/9/11, over de kinderen in Engeland en Amerika die ongelukkiger zouden zijn dan op het continent van Europa, omdat ze hun ouders minder vaak zien. Dat ze daar gemiddeld meer telefoontjes en ander speelgoed hebben schijnt niet te helpen.

Misschien omdat iedereen al over die Engelse en Amerikaanse kinderen gelezen had ging ze meteen door over een reis die zij en haar gezin in Amerika hadden gemaakt en hoe je in Amerika met eigen ogen kon zien hoe ongelukkig de kinderen daar waren.

Ik dacht toen even dat we gingen horen over kinderen die met I-pads op hun knieën maar zonder pa of ma in de parken zaten, of die in hun eentje aan het winkelen waren in een van die malls die je overal in Amerika ziet. Maar nee, het ging om kinderarbeid en gewone armoede,  waarvoor ze ook naar Brazilië of naar Afrika had kunnen gaan. Ik kwam in die tijd nogal eens in Amerika en ik kan haar verzekeren dat het daar met die kinderarbeid en die armoede best meeviel. Die was er groter dan in Nederland waar de verdeling van het inkomen egaler is dan in de VS, maar Nederland en de Scandinavische landen zijn op dat punt wereldwijd de grote uitzondering, niet Amerika.

Op de voorpagina van dezelfde krant las ik bij Arnon Grunberg dat Roosevelt met zijn New Deal de verzorgingsstaat had ingevoerd en daarmee het kapitalisme had gered.

Door even te googelen had Grunberg kunnen weten dat de New Deal helemaal geen verzorgingsstaat inhield en zeker het kapitalisme niet heeft gered, wat Grunberg dan ook met kapitalisme mag bedoelen. De New Deal werd door de Supreme Court grotendeels ongrondwettig verklaard en is in de oorlog geruisloos afgeschaft omdat hij als economisch stimuleringsprogramma nooit gewerkt had. Maar de oorlog zelf bleek dat wel te doen. De Amerikaanse economie, die door de grote depressie in het ongerede was geraakt is er door de tweede wereldoorlog weer bovenop gekomen, niks New Deal dus. Die heeft wel een paar spectaculaire economische projecten opgeleverd zoals de Tennessee Valley en tot een stel hoognodige regulerende maatregelen geleid in de  landbouw en in de financiële wereld. Maar de welfare state is een uitvinding van de Britten en dateert van na de tweede wereldoorlog. Dat de welfare state verder een soort opium is van het volk, waardoor de mensen geen hooligans meer worden en van de straat gehouden worden, zoals Grunberg beweert, dat is in strijd met de ervaring van alledag. Voor de oorlog hoorde je hier eigenlijk niet van hooliganism, dat is eerder een product van de welvaartstaat dan dat het erdoor verholpen zou worden.

Maar het opzienbarendste artikel in dat nummer vond ik het betoog van een Twentse econoom die het eigen vermogen van de Nederlandse overheid  had uitgerekend en daarbij op een tekort van ongeveer 17 miljard kwam. Dat vond hij klein. Waar praten we over? vroeg hij zich daarom af.

Zou die econoom menen dat de miljoenennota een soort jaarrekening is van de overheid, dacht ik toen, met een balans en een winst en verliesrekening in plaats van een  staat van baten en lasten? Zou hij niet weten dat de overheid niet doet aan vervangingswaarden en aan afschrijving en dat het vermogen minus de schulden van de overheid aanzienlijk veel groter is dan het bedrag dat hij berekend heeft, omdat we bij onze overheid de gewoonte hebben alle investeringen als uitgaven te boeken?

Trouwens ook dat veel grotere vermogen doet er niet toe, zoals we nu in Griekenland kunnen zien. Griekenland heeft net zulke  vermogensbestanddelen als Nederland die in de praktijk blijken onverkoopbaar te zijn en niets op te brengen, maar eerder te kosten. Waar het om gaat zijn inkomsten en uitgaven en onder de uitgaven vallen de rente en aflossing op de staatsschuld. Dat eigen vermogen van Griekenland doet er niets toe en dat van Nederland dus ook niet. Toekomstige rechten en verplichtingen doen er wel toe omdat die vertaald kunnen worden in inkomsten en uitgaven, in cash flow dus.

Onze minister van Financiën denkt al sinds jaar en dag uitsluitend in cash flow termen, iets wat goede ondernemers tegenwoordig ook meestal doen. Een faillissement komt op het moment dat je niet meer aan je opeisbare verplichtingen kunt voldoen. Daar gaat het om. Het eigen vermogen is de contante waarde van alle toekomstige inkomsten en uitgaven, maar je hebt er niks aan, want je leeft nu.

Zouden ze dat allemaal niet weten in Twente? dacht ik. Dan is Harry Janssen[1] daar zeker met pensioen.

 

[1] Harry Janssen gaf daar les in economie en ik ken hem uit mijn kinderjaren, omdat hij bij mij in de buurt woonde en we vroeger op straat speelden samen.

Geplaatst in Amerika, geld en economie, Nederland | Een reactie plaatsen

De verdwenen elite.

Anet Bleich beklaagde zich in de Volkskrant een paar jaar geleden[1] over het verschijnsel dat de babyboomers, waar zij zelf toe hoort, het bepalen van de agenda nu overlaten aan een minderheid van ‘vastberaden nationalisten en populisten’. Tot de agenda vaststellers hoorde zestien jaar geleden al ene Cees van Lotringen die in het FD op 20 juli 2002 het verschijnsel Pim Fortuijn aan de orde stelde.

Zijn betoog kwam, kort samengevat, hier op neer: Het verschijnsel Pim Fortuyn en het televisieprogramma Big Brother zijn twee bewijzen voor dezelfde stelling: de huidige Nederlandse elite verkeert in een crisis, is haar leidende rol kwijt en maakt een knieval voor de massamens. De term elite is hier op te vatten als bij José Ortega y Gasset in diens La rebelion de las masas.

Deze stelling van Van Lotringen had op het eerste gezicht iets contradictoirs. Een elite bestaat immers bij de gratie van de erkenning door degenen die zij beoogt te leiden en houdt op te bestaan zodra haar leiding niet meer wordt aanvaard.

Wat wel vaker gebeurt is dat elites worden afgelost zonder dat zij dat meteen zelf in de gaten hebben. Dat de samenleving een chaos wordt en dat iedereen op eigen houtje leeft zonder personen tegen wie men opkijkt en als voorbeelden aanvaardt, zoiets komt eigenlijk niet voor. Of komt in elk geval niet voor zolang een samenleving in stand blijft.

Er bestaat in Nederland, zoals in iedere samenleving, een publiek domein, dat tegenwoordig wordt beheerst door de massamedia, waarin politici, kunstenaars, entertainers en andere interessante mensen gezamenlijk een toneel opvoeren, waar de bevolking, de consument van de massamedia, de toeschouwer van is. Dat is waar zij de voorbeelden vandaan haalt voor haar manier van leven.

De deelnemers aan het gebeuren, de bekende Nederlanders en de sterren van het media spektakel zijn de kern van de elite van Nederland. Wim Kok en Paul de Leeuw hoorden daar in 2002 toe. Mensen die grote invloed op de buis-actoren hebben, zoals de echtgenoten van Paul de Leeuw of ex-premier Kok kunnen vanwege die invloed ook tot een soort secundaire elite gerekend worden. Hetzelfde geldt voor de invloedrijke ondernemers, kunstenaars en vrije beroepers die zelf niet figureren in de kranten en op de televisie, maar die deel uit maken van het milieu van degenen die dat wel doen. Zij zijn de afgeleide elite.

Wie niet hoort tot de primaire elite, omdat maar weinig mensen zijn boeken lezen of er door beïnvloed worden is bijvoorbeeld Joost Zwagerman. Dat is geen schande en het is ook niet echt erg. Harry Mulisch werd indertijd wel veel gelezen en had wel invloed. Dat was pas erg. Tot de primaire elite hoor je niet omdat je politicus bent of omdat je lid bent van de Kring. Tot die elite behoor je omdat je een voorbeeldfunctie hebt, doordat er naar je geluisterd wordt, door het publiek of door andere leden van de elite, zodat je mee bepaalt welke regels en waarden er gelden in de samenleving.

De progressieve sociaal-democratische elite die Nederland sinds de jaren zestig vijftig jaar lang heeft geleid, heeft geen oplossing weten te vinden voor een aantal problemen, waarvan de miljoenen immigratie het belangrijkste is. Maar ook de tekortkomingen in de zorg, het onderwijs en de veiligheid hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van Pim Fortuijn en later van Geert Wilders. Beiden zijn leiders van ‘tegenpartijen’ die hun aanhang meer te danken hebben aan de fouten van hun tegenstanders dan aan hun eigen verdiensten of programma’s.

De sociaal-democratische elite staat nu op het punt om afgelost te worden. In de politiek waarschijnlijk eerder dan in de media. Maar de media zelf lijken te worden afgelost door het berichtenverkeer en de you tube filmpjes op het internet.

Tot de heersende elite behoren als groep allang niet meer de Nederlandse romanschrijvers en andere beoefenaars van de kunsten die in een vorige eeuw met grote k werden geschreven. Sportmensen, popsterren, modeontwerpers en  hun catwalkers, televisiesterren en regisseurs zijn tegenwoordig belangrijk, maar romanschrijvers zijn dat niet meer.

Van Lotringen was bang dat de hoofdrolspeler in Big Brother een cultuurbepalende figuur zou zijn geworden maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Om leidinggevend te zijn in je eigen hoek van het publieke domein is een zekere permanentie nodig en een netwerk van anderen die zich naar je richten en die daarmee jouw eminentie bepalen. De figuren uit Big Brother waren te vluchtig.

De Nederlandse bevolking leest gemiddeld nog wel wat kranten en tijdschriften maar verder eigenlijk weinig meer en al helemaal geen Nederlandse schrijvers. Daar heeft men de tijd niet voor. De elite en in haar voetspoor de Nederlandse bevolking is in cultureel opzicht vooral internationaal geïnteresseerd en de Nederlandse literaire wereld speelt in eigen land een tweede viool.

De vitaliteit van het Nederlandse publieke domein zou worden bepaald door het succes van een vertaling als die van Finnegan ’s Wake, zei Van Lotringen, maar ik zou niet weten waarom. Hij had meer gelijk toen hij opmerkte dat niemand op die vertaling zat te wachten. In de eerste plaats is, als je toch iets van Joyce wilt lezen, Ulysses veel interessanter; in de tweede plaats is iemand, die de energie op kan brengen om Finnegan’s Wake uit te lezen ook wel in staat om dat in de originele taal te doen. Het publiceren van een vertaling heeft onder die omstandigheden iets narcistisch en overbodigs. Wie niet goed thuis is in de Engelse literatuur zou sowieso geen Joyce moeten lezen en eigenlijk moet je om hem te begrijpen ook nog katholiek zijn geweest. Het lijkt me zoiets als naar Schönberg te luisteren terwijl je nooit eerder klassieke muziek hebt gehoord.

Van Ortega heb ik alles wat hij geschreven heeft en dat in het Engels of Nederlands is vertaald wel in mijn boekenkast staan. Maar ik beschouw het als een jeugdzonde. Over de opstand der horden had honderd jaar eerder De Tocqueville al veel interessanter en met meer inzicht geschreven. Als autoriteit hoort Ortega thuis in de periode tussen de wereldoorlogen, maar hier en nu niet meer, niet in de een en twintigste eeuw. De elite als een klasse die haar invloed ontleende aan haar geboorterecht, is verdwenen en nieuwe elites hebben lang geleden haar plaats ingenomen. Ortega zag dat niet, hij meende dat met het verdwijnen van de elite die hij gekend had de samenleving stuurloos was geworden. Wij zouden intussen beter moeten weten.

 

[1] 8/10/11

 

 

Geplaatst in literatuur | Een reactie plaatsen

Heldring en de Dordtse vertaling.

Jérôme Heldring, was een geleerd en erudiet man. Hij kende als goed opgevoede vooroorlogse Nederlander de bijbel in de Statenvertaling. Maar hij was, zover ik weet, geen hebraïst, wat Martin Buber wel is.

Buber vertaalde Spreuken 29:18 in zijn “Verdeutschung” van de Schrift als volgt:

“Wo keine Schauung ist wird ein Volk zügellos, aber glücklich es, hütets die Weisung!

Heldring maakte bezwaar tegen een vertaling die Balkenende gebruikte: “zonder visie verwildert het volk”, wat toch dicht kwam bij de vertaling van Buber.

Schauung is immers zoveel als visie of inzicht en klopt wel met de vertaling van Balkenende. De term Schauung wordt ook gebruikt voor de visioenen van de profeet Ezechiël, die men kan tegenkomen bij Däniken en andere sf schrijvers en die daarom tegenwoordig tot de meer populaire bijbelcitaten behoren. Heldring zou, meen ik, evenmin als Balkendende willen pleiten voor visioenen als datgene wat het volk afhoudt van verwildering.

De Dordtse vertaling van Spreuken, waar Heldring zich op beroept, is in dit en in andere opzichten wel eens wat minder nauwkeurig, hetgeen Balkenende als VU pupil misschien beter bekend is dan de Leienaar Heldring.

Balkenende citeerde ook de Franse schrijver en politicus Charles Alexis Clérel de Tocqueville, uit diens hoofdwerk De la démocratie en Amérique. Hij deed dat weliswaar met de verkeerde datum, maar verder toch vrij nauwkeurig. Het mos maiorum, of moeurs zoals de Franse verlichting haar noemde, staat voor richtinggevende ideeën en basis van het recht en dat klopt heus wel.

Alexis is de Orthodox christelijke vorm van Alex en een naam van Byzantijnse Caesars en Russische Tsaren. Voor een Franse minister van buitenlandse zaken zeker minder gebruikelijk dan Alex; de vergissing van Balkenende is daarom wel begrijpelijk en het is wat pietluttig om hem daarover lastig te vallen.

In het tweede hoofdstuk van het eerste deel van De la démocratie en Amérique II zet de Tocqueville uiteen wat volgens hem de functie van “les croyances” is in de Amerikaanse samenleving, te weten om alle neuzen dezelfde kant op te zetten en de mensen werk te besparen.

Hij zegt ondermeer: “un homme qui entreprendrait d’examiner tout par lui même ne pourrait accorder que peu de temps et d’attention a chaque chose. Iets aannemen op gezag van een ander is een vorm van slavernij, maar een “servitude salutaire”.

Wat de religie betreft: “si l’on regarde de très près, on verra que la religion elle même y (in Amerika) règne bien moins comme doctrine que comme opinion commune

Anders dan Heldring, die zelf naar ik meen niet uitzonderlijk godsdienstig was, vermoed ik dat de Tocqueville er niet de oppervlakkige Churchilliaanse opvatting van het Christelijk geloof op na hield, die zo fraai wordt door Dostojevsky in de mond wordt gelegd van de Grootinquisiteur: goed voor anderen en goed voor de samenleving. Hij ziet het geloof eerder als onderdeel van de publieke opinie, die in een democratie, anders dan in een aristocratische samenleving de arbiter is van alle maatschappelijke vraagstukken, een hoogst moderne opvatting.

Terugkerend naar Balkendende en diens pogingen om normen en waarden te doen herleven in de samenleving: het erkennen van de noodzaak van normen en moeurs op het gezag van de bijbel of van verlichte geesten is iets anders dan ze bij wet of regeringsdecreet weer in te voeren als ze eenmaal verdwenen zijn. Dat is niet weggelegd voor seculiere regeerders, maar een taak voor profeten.

Geplaatst in geloof, zo maar wat | Een reactie plaatsen