Desperaat maar onvermijdelijk.

Het woord allochtoon is van Griekse oorsprong en letterlijk betekent het iemand die hier niet thuis hoort, iemand van vreemde komaf. In de praktijk gebruiken we het woord uitsluitend voor niet-westerse allochtonen, voor vreemde mensen met een kleurtje. Maar meer in het bijzonder dan weer voor mensen van niet-westerse komaf die samen klitten en onder andere daarom niet in staat blijken om te integreren in de Nederlandse samenleving.
Veel van dit soort allochtonen werken niet. Ze leven van uitkeringen, vaak ook aangevuld met de opbrengst van roof en andere soorten misdrijf.
Een paar bussen vol met dit soort allochtonen was op weg naar Dokkum om daar de intocht van Sinterklaas te versjteren. Een aantal burgers van de stad had zich opgemaakt om die bussen tegen te houden, iets wat in eerste instantie door de burgemeester van de stad werd verboden. Ze was bang dat daar heibel van zou komen. Dat daar heibel van ging komen, daar had ze natuurlijk gelijk in, maar het had wat meer voor de hand gelegen om dan liever die bussen maar niet in Dokkum toe te laten. Gelukkig is dat ook wat uiteindelijk is gebeurd.
Wat niemand tot zich door wil laten dringen is dat we deze soort allochtonen niet alleen niet in Dokkum maar ook in de rest van Nederland niet hebben moeten en dat het hoog tijd wordt dat we een methode verzinnen om ze het land weer uit te werken.
Het zijn allemaal mensen die hier ongevraagd naar toe zijn gekomen en intussen zijn het ook al afstammelingen van die mensen. Hun bijdrage aan onze samenleving is nul tot negatief en we zijn ze daarom liever kwijt dan rijk. De vraag die ons bezig zou horen te houden is, maar hoe dan? Hoe kunnen we het zo doen dat de wel geïntegreerde buitenlanders er niet het slachtoffer van worden en dat het middel niet erger wordt dan de kwaal?
Daarvoor zal het in de eerste plaats nodig blijken dat we een nieuw soort strafrecht verzinnen dat toegepast kan worden op groepen. Hele flats in Amsterdam Noord en de Bijlmer moeten als crimineel kunnen worden aangemerkt, net als sommige wijken in Amsterdam West. Ook in Rotterdam , Den Haag en Utrecht komen dat soort wijken voor en intussen ook al in een reeks kleinere steden. De mensen uit die criminele flats en wijken moeten worden overgebracht naar een verzamelplaats, liefst ergens aan het water. Delfzijl lijkt heel geschikt. Van daaruit kunnen ze dan per boot naar het buitenland worden vervoerd.
In Delfzijl moet men er alle tijd voor nemen om de goed geïntegreerde allochtonen die zich ongetwijfeld ook onder de gedetineerden zullen bevinden te scheiden van de rest en die weer te laten gaan. Ook hoort men ze te helpen bij het vinden van nieuwe huisvesting en van werk. Wat overblijft zijn dan de groepscriminelen en die horen het land uit te worden gezet.
We moeten ervan uit gaan dat de landen van oorsprong ze niet terug willen nemen. Dat beteken dat we ergens in een leeg gebied een nieuwe woonplaats voor ze zullen moeten creëren, die ze in staat stelt om te overleven en voor zich zelf te zorgen. Dat is een zo duur project dat Nederland zich dat niet op eigen houtje kan veroorloven. Maar het probleem van de ongewenste immigranten is niet alleen een Nederlands, het is een Europees probleem. De oplossing zal dan ook samen met andere EU landen moeten worden gefinancierd en de ongewenste allochtonen uit al die landen zullen naar het zelfde project moeten worden toegestuurd.
Het is niet uit te sluiten dat tegen deze verwijdering gewelddadig verzet zal worden gepleegd. Daar moet men dan op voorbereid zijn. Dat houdt onder meer in dat politie en leger zullen moeten bestaan uit mensen waar men honderd procent van op aan kan en die niet door familie of vrienden gedwongen kunnen worden partij te kiezen tegen de Nederlandse overheid.
We hebben hier anders dan in de VS geen recht op wapenbezit maar dat neemt niet weg dat er veel wapens in omloop zijn, waaronder vooral veel messen. Daar moet een einde aankomen. Het moet mogelijk worden iedereen op het bezit van wapens te fouilleren, iets wat met de moderne technieken een stuk minder aanstoot gevend kan gebeuren dan vroeger.
Het is duidelijk dat er een groot aantal voorbereidingen moet worden getroffen voor het project met enige kant op succes kan worden gestart. Om te beginnen zal het nodig zijn een meerderheid voor het idee te vinden in Nederland en in de andere landen die met hetzelfde probleem worden geconfronteerd
Misschien is het daarom goed om dit project parallel te laten lopen met een Europees project om de immigratie uit Afrika en de Arabische landen te stoppen. Er bestaat meen ik al een meerderheid die de migranten uit die streken op wil vangen in kampen in het Midden Oosten en geld uit wil trekken om de toestanden in die kampen te verbeteren.
Als we in plaats daarvan eens een mega opvang plek zouden creëren bijvoorbeeld in het grensgebied van Marokko en Mauritanië ergens aan de kust. Voor die landen betekent dat een economische boost en die zullen er daarom zeker aan willen meewerken. Als de faciliteiten voor de migranten daar eenmaal aanwezig zijn is het uitvoeren van het plan voor delinquenten meteen een stuk minder kostbaar en wordt de logistiek gemakkelijker.
Het is duidelijk dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking nu nog niet voor een dergelijk plan zou stemmen en dat we er ook onze bondgenoten niet voor mee zouden krijgen. Het moet eerst nog veel erger worden voor dit soort desperate ideeën een kans krijgen. Maar wie ziet wat de groeicijfers zijn van de bevolking in de landen waar onze immigranten vandaan komen, kan er niet aan twijfelen dat de toestand over enkele tientallen jaren desperaat genoeg zal zijn om te kiezen voor een oplossing die in elk geval nog halverwege humaan te noemen is. Het punt is alleen dat zoiets erg veel voorbereiding vergt en dat we daarmee niet zo lang zullen kunnen wachten.

Advertenties
Geplaatst in allochtonen, europa, Nederland | Een reactie plaatsen

Extreem-rechts

Weet U wat uiterst rechts is? Zijn dat kwajongens die op motorfietsen rijden met swastika’s of hebben we het dan over driehonderd antidemocraten in Nederland, die verdeeld zijn over zes en twintig verschillende partijtjes?
Extreem-rechts is anti-democratisch, nationalistisch, racistisch, xenofoob en gelooft in een sterke staat, volgens de Nederlandse politicoloog Cas Mudde. Neonazi’s vormen een categorie van klassiek extreem-rechts, net als mensen die teruggrijpen op het Italiaanse fascisme. Onder de noemer extreem-rechts vallen ook ‘moderne’ groepen die niet een specifieke ideologie aanhangen, maar wel onderscheid maken tussen ‘vreemd’ en ‘eigen’ op basis van etniciteit of cultuur. Denk aan de Identitaire Beweging, die sterk islamofoob is maar niet antisemitisch, volgens De Lange. Uit een rapport dat in juni 2017 nog is bijgewerkt, blijkt dat er in ieder geval 26 extreem-rechtse groeperingen in Nederland actief zijn. Ze organiseren acties en demonstraties of zijn actief op sociale media. Zwart Front is de enige groep die zich nadrukkelijk als fascistisch profileert. Ze hebben vijf actieve leden. Het aantal actieve neonazi’s is aanzienlijk groter, verenigd in ongeveer tien organisaties zoals Blood & Honour Nederland. De extreem-rechtse, neonazistische Nederlandse Volksunie haalde 1.154 stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014, toen de partij in drie steden meedeed. Ook zijn er relatief nieuwe groeperingen als Brabant Zeeland Tegen Vluchtelingen, die focussen op thema’s als Zwarte Piet, ‘islamisering’ en vluchtelingen. Het blijkt dat ongeveer 190 mensen bij een extreem-rechtse groepering zijn aangesloten. Van negen groepen is het aantal actieve aanhangers niet bekend. Het is daarom niet ondenkbaar dat er driehonderd actieve extreem-rechtse Nederlanders zijn. Hoewel exacte cijfers ontbreken, zijn er meerdere schattingen die uitgaan van 200 à 300 extreem-rechtse mensen in Nederland die hun ideeën actief uitdragen.
Hoe dan ook, om je daar druk over te maken is volkomen onzin.

Geplaatst in Nederland, politiek | Een reactie plaatsen

Een goede investering.

De idee om Europa te federaliseren is verouderd. In het Europa van de zes had het misschien gekund en in Nederland vond men zo’n federatie vroeger zelfs beter dan een Europe des patries. Ik denk dat we dit verkeerd zagen, maar hoe dan ook, die tijd is voorbij. In Brussel hecht men er nog wel aan, vooral vanwege al de instituten die ze daar om dat idee hebben heen gebouwd, zoals het Europese parlement en de departementen van de Commissie. Maar met 28 lidstaten en nog meer in de wacht is het niet langer te verwezenlijken. Europa is in alle opzichten te divers om centraal vanuit één punt geregeerd te worden. De nationale overheden, die verantwoording schuldig zijn aan hun bevolking laten het niet toe. Dat blijkt.
Wat dan wel. We zitten in praktisch alle Europese landen met een verouderde overheid. Het is onmogelijk om die te vervangen door een gezamenlijke nieuwe overheid in Brussel, maar wat wel mogelijk zou zijn is het opzetten van volkomen nieuwe overheden op regionaal niveau. Hier en daar zouden bestuurlijke regio’s de oude landsgrenzen kunnen overschrijden, maar als regel gaat het om bestaande regio’s met voldoende culturele en economische cohesie binnen de oude landsgrenzen. Als die eenmaal functioneren kan in een aantal jaren tijd de oude nationale bureaucratie worden afgebouwd. Daarbij zal blijken dat veel van wat de tegenwoordige overheid doet overbodig is of veel efficiënter gedaan kan worden door de nieuwe overheden. Die zullen daardoor zowel goedkoper als beter worden, waardoor de belastingen omlaag kunnen als de oude overheden eenmaal zijn opgeruimd. De economie zal er een enorme boost van krijgen.
Werken de nieuwe regionale overheden en hun regeringen eenmaal naar wens, dan zal blijken dat er behoefte ontstaat aan een aantal overheidsdiensten op Europees niveau. Buitenlandse zaken kan beter centraal. Bankentoezicht moet op Europees niveau komen net als het toezicht op andere grensoverschrijdende bedrijven waar grote publieke belangen mee gemoeid zijn. Ook defensie kan beter Europees dan regionaal. Supranationale samenwerking op milieugebied is nodig en zo zijn er nog wel een aantal functies te bedenken. De Europese centrale overheidsfunctie ontstaat na de regionalisatie doordat er behoefte aan is, in plaats van dat die de mensen door de strot moet worden geduwd.
Hoe die supra overheid er precies uit gaat zien hoeven we nu nog niet te bedenken. Dat zien we vanzelf wel als de regionalisatie achter de rug is. Die nieuwe regionale overheden en regeringen zullen niet alleen moderner en efficiënter zijn maar dichter bij de mensen staan en daardoor democratischer worden. Eigenlijk is er niets op tegen, als we eenmaal tot de conclusie zijn gekomen dat het verbeteren van de bestaande overheden niet gaat lukken. Dat proberen we nu al sinds de zeventiger jaren en het resultaat is steeds meer regelgeving en steeds meer bureaucratie. Helemaal opnieuw beginnen lijkt de enig haalbare oplossing en regionalisatie de begaanbare weg.
Ik denk dat er een jaar of twintig mee gemoeid zou zijn, waarvan de eerste vijf besteed zou moeten worden aan een zorgvuldige planning van de regiobesturen. Ik denk dat we de planning zouden moeten overlaten aan een groep van een paar honderd erg deskundige lieden die we uit het bedrijfsleven halen. Deze mensen zullen aanzienlijk hoger gehonoreerd moeten worden dan de minister president en de bevoegdheid moeten krijgen om overal onderzoek te doen en mensen in te huren. Als de opzet van de nieuwe overheid en de afbraak van de bestaande honderd miljard gaat kosten moeten we niet schrikken. Dat komt er dubbel en dwars weer uit. En de kennis die we er mee opdoen zal een goede investering blijken te zijn.

Geplaatst in europa, toekomst | Een reactie plaatsen

Greenpeace.

De directeur van Greenpeace Nederland meende dat wat de publieke opinie voor waar houdt als feit hoort te gelden. Dat we ons niet door controleerbare feiten moeten laten overtuigen of door de argumenten van wetenschappers, maar door het gezag van de publieke opinie. In wezen zijn we daarmee terug in de tijd van vóór Galilei.
Misschien bedoelde ze het wel anders maar zo zei ze het toch in de Volkskrant[1].
En ze is niet de enige. Het zijn niet alleen de directeuren van ngo’s als Greenpeace, die methodisch met de waarheid knoeien. Veel van onze ‘algemeen erkende’ wetenschappers kunnen het niet laten om rekening te houden met wat hun uitspraken doen met de publieke opinie. Als ze weten dat de waarheid ongewenste gevolgen heeft dan zijn zij er regelmatig toe te verleiden om de waarheid onder de pet te houden. Dan publiceren ze wat in de publieke opinie gunstig uitwerkt.
Een dergelijke publicatie veroorzaakte eind 2009 nogal wat rumoer in Engeland en men mag aannemen dat het hier om het topje van een ijsberg ging. Het is waarschijnlijk dat veel vaker gepubliceerd wordt als wetenschappelijke waarheid wat selectief verzameld is en wat wordt verdraaid met het oog op de maatschappelijke gevolgen.
De belangrijkste oorzaak voor dit verschijnsel ligt niet bij de wetenschappelijke wereld maar bij de pers en de public relation organisaties die vooral uit het wetenschappelijke aanbod oppikken wat past in hun redactionele beleid.
Hiermee wil niet gezegd zijn dat de opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen een wetenschappelijk sprookje zou zijn. Ondanks de koude winters die we zo nu en dan in Europa meemaken, lijdt het weinig twijfel dat de opwarming reëel is en dat broeikasgassen tenminste een van de oorzaken daarvan zijn. Maar de feiten en argumenten die worden gepubliceerd om dat te onderbouwen zijn niet allemaal even sterk. Als we kijken naar de poppenkast in Kopenhagen in 2010 dan is de weerzin die sommigen voelen tegen de milieufanaten niet helemaal onbegrijpelijk.
Van de andere kant is het dringend nodig dat de publieke opinie ontvankelijk wordt voor overheidsmaatregelen die, omdat zij geld kosten wat ongemakkelijk zijn voor de mensen. Het is duidelijk dat Greenpeace en andere milieuorganisaties voor de ontvankelijkheid van het publiek voor milieumaatregelen meer gedaan hebben dan postbus 51.
Verantwortungsethisch moeten we het bestaan van dit soort organisaties wel tolereren al is er gesinnungsethisch veel tegen hun bestaan aan te voeren. Zij zijn eenzijdig, houden geen rekening met andere belangen, nemen het vaak niet zo nauw met de waarheid en hebben incidenteel, zoals met het afzinken van de Brent Spar, een averechts effect met hun acties. Van de andere kant, als je de milieusituatie in westerse landen vergelijkt met die in het voormalige Oostblok of met autocratische landen op andere plaatsen in de wereld, dan is de situatie hier een stuk beter. Als ik overheid was zou ik Green Peace daarom zijn gang laten gaan, maar wel een goed oogje in het zeil houden. Al werkt wat ze doen per saldo wel goed uit, ze deugen eigenlijk niet zo erg.
[1] van 8/1/10.

Geplaatst in zo maar wat | Een reactie plaatsen

Bureaucratie, positief en negatief.

Bureaucratie is een begrip met meer dan een betekenis. Het staat onder meer voor een heel belangrijk verschijnsel. Het wordt gebruikt voor alle gedrag van overheden en andere grote organisaties dat voortvloeit uit regels en niet is gericht op de concrete nieuwe problemen waarmee de organisatie wordt geconfronteerd, maar meer om ‘gelijke gevallen’ ‘gelijk’ te behandelen. Bureaucratie leidt op den duur onvermijdelijk tot slecht bestuur en ontevredenheid bij de bevolking.
Regels kunnen onmogelijk alle gevallen dekken waarvoor ze zijn ontworpen. Soms is dat ook niet zo erg omdat onbedoelde gevolgen niet van voldoende gewicht zijn om je over op te winden. Maar vaak ook leidt het toepassen van regels tot heel ongewenste gevolgen en zijn de gevallen waarop ze van toepassing worden verklaard zo ongelijk dat gelijke behandeling als onduldbaar onrechtvaardig wordt ervaren. Dat noemen we dan bureaucratie in een andere betekenis, maar er zou een beter woord voor bedacht moeten worden. Voorbeelden van de gevolgen ervan zijn er te over en wie er over wil lezen verwijs ik naar de rubrieken overheid en organisaties op mijn site.
Veel bureaucratie in die laatste betekenis kan worden vermeden doordat we aan degenen die regels moeten toepassen een zekere beleidsvrijheid laten. De uitvoerende ambtenaar of functionaris kan dan zien wat de gevolgen zouden zijn van een letterlijk toepassing en de regel zo interpreteren dat de uitkomst de rechtvaardigheid dient en ook de oorspronkelijke bedoeling van de wet. Vroeger deed men dat in de belastingdienst en het werkte in de meeste gevallen heel behoorlijk. Maar die beleidsvrijheid, waarvoor de Duitsers het mooie woord Freises Ermessen hebben uitgevonden, kan tot ongelijkheid in de uitvoering, tot vriendjespolitiek en in het ergste geval tot corruptie leiden. Ook wordt de toepassing van regels vaak noodgedwongen overgelaten aan mensen die het overzicht missen dat nodig is om te bepalen wat een redelijke interpretatie is of een rechtvaardige uitkomst.
Regelgeving heeft daarom een ingebouwd zelfversterkend effect. Wanneer een bestaande regel in de praktijk niet goed blijkt te werken heeft de regelmaker niet de neiging om meer bevoegdheden te geven aan de uitvoerder maar om een nieuwe en speciale regel te maken voor de gevallen waar de oudere regel niet werkte. Die regel heeft dan ook weer onvoorziene en ongewenste gevolgen en lokt op haar beurt weer nieuwe regels uit en dat leidt tot een eindeloze regressie.
Het is duidelijk dat aan het proces van groei naar grotere complexiteit van de regelgeving een natuurlijk einde komt en waarschijnlijk zijn we daar in Nederland intussen betrekkelijk dicht bij. Als niemand het geheel meer kan overzien en de oplossing voor concrete gevallen door de uitvoerders niet meer uit de regelgeving zelf kan worden afgeleid, dan komt steeds meer op het bordje van de rechter terecht of gaan deskundigen van overheid en burger in overleg beslissen wat in concreto moet gebeuren. Het aantal rechters en deskundigen wordt uitgebreid, maar langzamer dan de toename van de werkdruk. Het terrein waarop ze werkzaam zijn wordt uitgebreid, ook het aantal zaken neemt toe en hun kwaliteit neemt dan langs twee verschillende routes af: ze raken overwerkt en het selectieproces dat vroeger heel zorgvuldig en effectief was laat meer mensen door die ongeschikt zijn voor hun vak.
Als mensen hun vertrouwen gaan verliezen in de regelgeving dan wordt er geknaagd aan de wortels van de rechtstaat. De rechtstaat is een voorwaarde voor een democratische samenleving en voor burgerlijke vrede. Er is, als je het allemaal doordenkt, daarom geen alternatief voor een bekwaam en betrouwbaar ambtenarenapparaat inclusief rechters en voor heldere regels die beperkt in aantal zijn. Aan de stabiele nieuwe regering, die we hopelijk krijgen als de grote politieke verschuivingen van de laatste jaren eindelijk zullen zijn uitgewerkt, zou ik het volgende willen aanraden:
Schaf alle bestaande regelgeving af per een datum die voldoende ruim in de toekomst ligt. Zeg 15 of 20 jaar. Kijk daarvoor naar de manier waarop Napoleon dat gedaan heeft in de slipstream van de Franse revolutie; die manier werkte. Besteed de tussenliggende tijd aan het maken van studies welke regelgeving nodig is en welke overbodig en voer alleen essentiële regelgeving opnieuw in na ommekomst van de vervaldatum.
Arrangeer een nieuwe ambtenarenopleiding naar voorbeeld van de Franse grandes écoles en zorg ook voor de benodigde classes préparatoires. Trek de nodige fondsen uit voor de financiering hiervan, bijvoorbeeld voor het aantrekken van buitenlandse docenten, want dat zal nodig blijken. Zorg dat de nieuwe ambtenaren klaar staan als de nieuwe regelgeving moet worden uitgevoerd.
Gebruik de majeure operatie die hier voor nodig zal blijken ook om de rest van het onderwijs aan te passen aan de eisen van de nieuwe tijd. Schaf de leerplicht af en vervang die door een leerrecht. Geef scholen het recht iedereen van de opleidingen te verwijderen die het leerproces van anderen verstoort. Zorg voor een competente opvang van delinquente leerlingen. De winst die in het reguliere onderwijs wordt behaald zal ruim voldoende blijken voor het financieren van een aparte opleiding voor degenen die zich daar niet wensen aan te passen.
Een en ander zal leiden tot een samenleving die niet meer gericht zal zijn op de noden van de minstbedeelden, maar die zullen er niettemin van profiteren. Een goed besturende overheid en een konkurrenzfähige samenleving is precies wat we nodig zullen blijken te hebben als de problemen van een wereldoverbevolking en uitputting van energie en grondstoffen straks aan de deur kloppen. Een welfare state als we in de tweede helft van de vorige eeuw hebben opgebouwd is niet overeind te houden in een wereld van toenemend gebrek en van open grenzen. We zullen moeten delen met de rest van de wereld of we willen of niet. En dat kunnen we beter door het scheppen van meer kansen en productie dan door het verdelen van een kleiner wordende taart tussen steeds meer mensen.

Geplaatst in overheid, zo maar wat | Een reactie plaatsen

De moslim dominantie.

Toen de Arabische profeet Mohammed in het begin van de zevende eeuw de joods-christelijke godsdienst van het Midden Oosten vernieuwde, voorzag hij in een behoefte. Egypte, Syrië en Irak hadden het helemaal gehad met Byzantium. Sinds de concilies van Nicene en Chalcedon werd hun een geloof opgelegd waar ze niets meer mee hadden[1]. De voortdurende oorlogen met Iran verstoorden de handel en de door Byzantium geëiste belastingen putten de regio financieel uit.
Mohammed en de eerste kaliefen brachten soelaas: het geloof werd van een hoop overbodige onzin ontdaan, de rituelen en de ethische voorschriften werden begrijpelijker en voor iedereen te doen. De belastingen gingen terug naar een dragelijk niveau. De contacten tussen de Vruchtbare Halve Maan en Iran werden hersteld, de twee beschavingsgebieden fuseerden na verloop van tijd. De handel op het verder gelegen deel van Azië bloeide op en er ontstond een ongekende vooruitgang in rijkdom, kennis en vaardigheden.
Voor het oude westelijke deel van het Romeinse rijk had de opkomst van de Islam in eerste aanleg negatieve gevolgen. Toen Spanje en Sicilië in moslimhanden vielen werden de verbindingen overzee met Byzantium verbroken en de aandacht van Rome wendde zich af van de Middellandse Zee en richtte zich op het Germaanse deel van Europa dat in de zevende eeuw nog grotendeels heidens was. De achteruitgang in beschaving was de eerste tijd catastrofaal, maar met de opkomst van de Karolingers kwam er weer een opbloei. De achteruitgang zette na de dood van Karel de Grote wel weer door, maar de basis voor een latere groei was toen gelegd. De kloosters waren gesticht en in reactie op de aanvallen van Noormannen en Hongaren ontstonden verdediging- en bestuurssystemen waaruit de latere feodaliteit voortkwam.
In de achtste eeuw werd Spanje veroverd door de moslims. De Moren zoals ze in de Latijnse christenheid werden genoemd. Dat was een blessing in disguise. In plaats van de chaotische West Gothische rijkjes kwam in Spanje het veel beschaafdere grote Moorse rijk dat als leerschool heeft gediend voor de beschaving van West Europa in de Hoge Middeleeuwen. Alles wat wij bewonderen in de die tijd ontstond in Spanje of op andere plaatsen in de Dar al Islam. De troubadours, de romantische poëzie, de riddertoernooien en de andere ridderlijke gewoonten, de architectuur voor de kathedralen en de grote kastelen. De islam was de centrale beschaving van de middeleeuwen zoals de moderne westerse beschaving dat tegenwoordig is voor de rest van de wereld. De Latijnse bechaving in de middeleeuwen was niet meer dan een afschaduwing van de Dar al Islam. Daar vinden we veel minder van terug in de kronieken van die tijd dan we zouden verwachten, maar dat komt omdat die kronieken werden geschreven in de kloosters. Dat waren afdelingen van de Propaganda Fide[2].
In Spanje begon drie eeuwen na de komst van de Moren de Reconquista en daaraan ging gepaard een opbloei van de beschaving. Vanaf de elfde eeuw zag men aan deze zijde van de Pyreneeën een parallelle vooruitgang. Ze was ontstaan in het Moorse gebied en bereikte ons via de nieuwe Christelijke koninkrijken van (vooral) Aragon/Catalonië en Castilië/Leon. Joodse kooplui, voor wie mohammedanen en christenen lood om oud ijzer waren, speelden een zekere rol als intermediair, maar dat was een rol die vaak wordt overdreven. De massale[3] invloed van de Moorse beschaving op West Europa is niet goed te verklaren door de activiteit van het handvol joodse kooplui, dat hier actief was in de eerste tijd van het economisch en cultureel herstel in het Westen.[4] De directe invloed van de christelijk/mohammedaanse fusiebeschavingen van Spanje en Sicilië moet veel belangrijker zijn geweest.
De invloed van de Kruistochten naar Palestina op de thuislanden in Europa was daarentegen noodzakelijk beperkt. Het aantal kruisvaarders dat ooit weer terugkwam uit het Heilige Land en dat in de gelegenheid was geweest om daar ginds wat op te steken, was daarvoor te gering.
Venetië was een restant van de Byzantijnse bezittingen in Italië en had via de Adriatische zee de contacten met Byzantium behouden. Na het herstel van West Europa in de elfde eeuw kwam ook van die kant handel en andere input in de beschaving van de westerse christenheid. De Renaissance, die een einde maakte aan de middeleeuwen en die de voorloper was van de Reformatie en de Verlichting, kwam vooral als gevolg van de ineenstorting van het Byzantijnse Rijk. In Byzantium was een deel van de klassieke literatuur uit de Oudheid bewaard gebleven en daarvan kwamen de restanten naar het westen, tezamen met een groep geleerden die ze konden vertalen. Ze kwamen precies op het goede moment. Het zaad uit Byzantium viel op vruchtbare bodem in de jonge stadrepublieken van Noord Italië.

Intussen was het Abassiden Kalifaat van Bagdad, dat de kern vormde van de Dar al Islam, ten onder gegaan aan de invallen van de Mongolen. Aan de dominantie van de Arabische beschaving in het Middellandse Zeegebied en Europa kwam daarmee een einde en voordat het Turkse rijk de Islam weer een hechte basis had gegeven was de bloei van de Latijnse christenheid te ver gevorderd om opnieuw door de islam gedomineerd te kunnen worden.

[1] De goddelijkheid van Christus, en andere Hellenistische elementen die door Paulus in het oorspronkelijke joodse geloof zijn ingebracht stoorden niet alleen de joden en de Mithrasaanhang, maar ook een belangrijk deel van de christenen in het Midden Oosten. De zuivering van het geloof door Mohammed bracht een algemene acceptatie van het monotheïsme en een eenheid in de regio die er sinds Alexander de Grote niet meer was geweest.
[2] Voluit: Sacra Congregatio de Propaganda Fide. Officieel bestond zij in die dagen nog niet als departement van het Vaticaan en eigenlijk is de Propaganda Fide ook geen ministerie voor propaganda, maar voor de missie. Maar de propaganda functie bestond wel degelijk. De kerk van Rome was niet minder goed in het aanpassen van de geschiedenis aan haar behoeften dan de latere communistische autoriteiten.
[3] Op de meest onverwachte plekken is die invloed merkbaar. Bekend is dat de grote middeleeuwse filosofen Thomas van Aquino en Albertus Magnus leerlingen waren van de Moren, maar ook de kruistochten zelf zijn eigenlijk niet anders dan een Jihad in omgekeerde richting.
[4] Die kooplui kwamen om geld te verdienen en deden dat niet in de eerste plaats door hun afnemers voor te lichten. Bekend is het verhaal van de relikwieënhandel, waar natuurlijk alleen aan verdiend kon worden zolang de Europeanen goedgelovig en onwetend bleven. Splinters van het heilig kruis zijn door de Joden naar West Europa gebracht in aantallen die een wonderbaarlijke vermenigvuldiging doen vermoeden.

Geplaatst in europa, geloof, geschiedenis | Een reactie plaatsen

De Economist had gelijk.

In The Economist van 5 Oktober 2013 stond een heel leesbaar stuk over wat er mis was met banken en wat men er aan probeerde te doen. In Amerika bereidde men zich toen al voor op de het volgende debacle en in Europa probeerde men de banken wat grotere buffers aan te praten. Daar kwam het ongeveer op neer en dat was niet genoeg.
Het moet toch mogelijk zijn om geld te verdienen met het in- en uitlenen van geld en met het verzekeren van de risico’s die banken daarbij lopen, zou je zeggen. Kleine banken en verzekeraars die hun debiteuren risico’s indekken lijken een beter systeem dan grote banken die op overheden leunen.
Dat zou het bankieren goedkoper maken omdat het dan zo veel kleinschaliger kan. Als de overheden onder ogen zien dat de risico’s van het geldverkeer uiteindelijk toch bij hen terecht komen, dan moet het efficiënter voor ze zijn om die risico’s te herverzekeren dan er mee geconfronteerd te worden bij een bankencrisis. Dan kan men de risico’s beperken door een beter toezicht en dan zijn ze al minder door de schaalverkleining.
Als banken eenmaal kleiner en beter beheersbaar worden concurreren ze de onbeheersbare kolossen wel uit de markt. Als ik overheid was zou dat mijn lange termijn project zijn en intussen zou ik de grote banken het leven zo onaangenaam mogelijk maken.

Geplaatst in Amerika, europa, geld en economie | Een reactie plaatsen