Clinton, gelukkig geen president.

Het is denkbaar dat Trump geen president van de VS zou zijn geworden als Monica Lewinsky in plaats van Hillary Clinton zijn tegenstander was geweest.
Dit waren de verkiezingen van wie is de ergste. Trump is al behoorlijk erg, maar zo erg als de Clintons toch kennelijk niet.
De Whitewater affaire in Arkansas heeft de opvolger van Clinton als gouverneur in het gevang doen belanden en van Gabe Crawford, een goede vriend van de familie, staat vast dat hij nauwe banden onderhield met de onderwereld ter plaatse. Bill Clinton en zijn moeder werden mishandeld door zijn stiefvader, maar werden weer in bescherming genomen door een broer van die stiefvader, die er onder meer voor heeft weten te zorgen dat Bill niet op hoefde te komen voor militaire dienst in Vietnam.
Het staat vast dat de Clintons veel geld geïnvesteerd en verloren hebben in het Whitewater onroerend goed project, samen met Jim and Susan McDougal en dat de bank van de McDougals, die het project gefinancierd heeft failliet is gegaan. Vorderingen op de Clintons zijn daarbij niet boven water gekomen, maar de vermoedens dat dit niet kosher gegaan kan zijn, zijn altijd overeind gebleven. Er heeft een aanklacht tegen ze bij de FBI gelegen, maar die heeft er niets mee gedaan. Een onderzoek van de U.S. Securities and Exchange Commission resulteerde in veroordelingen tegen de McDougals maar de Clintons ontsprongen de dans.
David Hale een bankier uit Arkansas heeft getuigd dat hij door Bill Clinton onder druk gezet is om op een ongeoorloofde manier 300.000 dollar te lenen aan Susan McDougal, maar die beschuldiging werd niet geloofd omdat hij er bij het oorspronkelijke FBI onderzoek zijn mond over gehouden had.
Bij alle onderzoeken naar deze affaire kwam naar voren dat de Clintons erin gemoeid zijn geweest, maar steeds waren er naar de mening van de vervolgende autoriteiten onvoldoende aanwijzingen voor een stafrechtelijke vervolging. Jim Guy Tucker, Clintons opvolger als gouverneur is dus wel vervolgd en veroordeeld. Susan MacDougal heeft 18 maanden vast gezeten en kreeg van Clinton aan het einde van diens termijn als president een pardon voor de rest van haar straf.
Dan speelt er nog de affaire rond Vince Foster[1] die zelfmoord zou hebben gepleegd en uit wiens kantoor binnen een paar uur erna de papieren zijn weggehaald die op de Whitewater affaire betrekking hadden.
Het bovenstaande is het resultaat van een uurtje zoeken op het internet en ik denk niet dat er een president van de VS te vinden is, als U het bijzondere geval van Richard Nixon buiten beschouwing laat, waar zoveel affaires omheen gespeeld hebben als rond Bill Clinton. De rol van Hillary daarbij is er vooral een geweest van cover up en reparatie. Aan te nemen valt dat die inspanningen grotendeels succesvol zijn geweest.
Haar laatste uitglijder is geweest dat ze alle officiële e-mail correspondentie als minister van buitenlandse zaken via haar persoonlijk e-mail adres heeft laten lopen, zodat ze de publicatie van de inhoud kon controleren.
Als ze verstandig geweest was, dan had ze die kandidatuur voor het presidentschap laten lopen. Ze heeft werkelijk geluk gehad dat ze niet gekozen is. Was dat wel gebeurd dan had het niet anders gekund of er was weer van alles naar boven gekomen en daar hadden de VS en de Clinton family geen van beiden belang bij gehad.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hillary Clinton deed haar best.

Hillary Rodham is op 26 oktober 1947 in Chicago geboren maar groeide op in Park Ridge, een forensenstadje ten zuiden van Chicago, bekend om de beeldschone architectuur van Frank Lloyd Wright.
Ze studeerde aan Wellesley College, een deftige school voor jonge dames in de buurt van Boston. Na haar Bachelors ging ze in 1969 rechten studeren aan de Yale Law school in New Haven, Connecticut. Ze specialiseerde zich daar in het kinderrecht en ze deed vrijwilligerswerk bij New Haven Legal Services, een vorm van sociale advocatuur. In het kader daarvan werkte ze ook bij het Yale Child Center.
In november 1973 publiceerde ze haar scriptie “Children under the law” in de Harvard Educational Review en pleitte daarin voor het vastleggen van meer wettelijke rechten van kinderen.
In Yale leerde ze Bill Clinton kennen. In de zomer van 1971 ging ze werken bij een klein advocatenkantoor in Oakland. Oakland is een middelgrote stad in de buurt van San Francisco in Californië.
In het voorjaar van 1973 studeerde ze af. Ze zette haar werk voort bij het Children’s Defense Center in Cambridge, Mass. Ze deed haar bar examinations in Arkansas en in Washington DC.
Clinton werd lid van de commissie die de mogelijkheden onderzocht om de e.t. president Richard Nixon af te zetten na het Watergate-schandaal, maar zoals bekend heef die de eer aan zich zelf gehouden.
In 1974 besloot het echtpaar Clinton om naar Arkansas te verhuizen en zich daar in Fayetteville te vestigen. Hillary gaf er les in strafvordering en strafadvocatuur.
Toen haar man Bill Clinton minister van Justitie in Arkansas werd, verhuisde het paar naar Little Rock, de hoofdstad van Arkansas. Hillary trad in dienst van Rose Law Firm, waar ze vervolgens vijftien jaar gewerkt heeft. Dit kantoor heeft vooral grote zakelijke cliënten in Arkansas; Ze was daar een tijd lang de enige vrouwelijke jurist. Toen ze in 1979 first lady van Arkansas was, werd ze eerste vrouwelijke partner van het kantoor. In 1980 werd ze gevraagd om managing partner te worden maar dat weigerde ze wegens tijdgebrek.
In de tachtiger jaren speelde de Whitewater-affaire, een web van dubieuze onroerend goed transacties in Arkansas, die Bill en Hillary Clinton is blijven achtervolgen ook toen het echtpaar zijn intrek had genomen in het Witte Huis. Rond de presidentsverkiezingen van 1992 kon de affaire door Clintons campagnestaf nog met succes worden afgedaan als een onbeduidende kwestie, maar weggaan deed zij niet.
Toen Bill Clinton president werd en zij First Lady werd ze voorzitter van een werkgroep die moest adviseren over de hervorming van de zorgverzekeringen waardoor de minder bedeelden in Amerika een betere kans op medische verzorging moesten krijgen. Het plan was een door werkgevers te betalen zorgverzekering, maar het voorstel haalde het niet in het congres.
Hillary Clinton schreef een autobiografie, Living History, over deze periode waaruit blijkt hoe kwaad ze zich heeft gemaakt over het voortdurend opnieuw aan de orde stellen van de Whitewater-affaire en ook hoe zij zich gekwetst voelde door de Monica Lewinsky affaire. Toch bleef zij haar man steeds steunen.
In november 2000 veroverde Hillary Clinton de Senaatszetel voor New York en zes jaar later werd ze herkozen. In beide campagnes en in de Senaat liet ze zich kennen als een ‘main stream American’. Ze steunde in 2003 de aanval van de VS op Irak. Maar het wantrouwen dat het fatsoenlijke deel van Amerika tegen haar koesterde bleef overeind. Later liet ze weten de inval in Irak fout beoordeeld te hebben.
Op 20 januari 2007 kondigde Hillary Clinton aan dat ze belangstelling had voor het Amerikaanse presidentschap. Ze wilde graag de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten worden en de eerste voormalige first lady die zelf ook president werd.
Zij was de belangrijkste favoriet voor de kandidatuur van de Democratische Partij voor 2008, met Barack Obama als haar belangrijkste rivaal.
De eerste uitslagen waren wisselend, maar op Super Tuesday won Clinton in een reeks grote staten zoals Californië, New York, New Jersey en Massachusetts. Obama won toen in meer van de kleinere staten. Obama won de volgende elf voorverkiezingen, maar op 4 maart won Clinton de voorverkiezing in Ohio, Rhode Island en Texas en op 22 april de primary in Pennsylvania met bijna tien procentpunten verschil. Daardoor bleef ze in de race en verzamelde bovendien binnen 24 uur tijd tien miljoen dollar aan donaties om haar campagne door te kunnen zetten.
Uiteindelijk, bij de laatste primaries, op 3 juni, kreeg Obama zoveel gedelegeerden achter zich dat hem de Democratische kandidatuur niet meer kon ontgaan. Daarom kondigde Hillary Clinton officieel aan dat ze haar strijd om het kandidaatschap staakte, waarbij ze haar volledige steun aan Obama uitsprak.
Op 21 november van dat jaar maakte de New York Times bekend dat Hillary Clinton instemde met het verzoek van Barack Obama om tijdens zijn presidentschap minister van Buitenlandse Zaken te worden. Op 1 december maakte Obama de benoeming officieel bekend. Clinton noemde terreur, het milieu en de slechte economie als speerpunten voor haar beleid. Op 21 januari 2009 werd ze officieel benoemd, legde de eed af en trad tegelijk af als senator.
De Egyptische rellen in 2011 en de uitbraak van de Arabische Lente waren de belangrijkste gebeurtenissen tijdens Clintons ministerschap. Eerst steunde de VS Hosni Moebarak nog, maar men veranderde snel van standpunt en riep op tot een ordelijke overgang naar een democratische staat. Toen er vervolgens rellen uitbraken in verschillende andere Arabische landen, trad Clinton op als een van de belangrijkste woordvoerders van de Amerikaanse regering. Ze gaf toe dat haar beleid niet erg consistent was. Het regime in Libië werd eerst gesteund maar later veranderde Clinton van mening en pleitte voor een militaire interventie in dat land.
In december 2011 hield ze een speech voor de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties waarin zij stelde dat de Verenigde Staten zich hard zouden maken voor de rechten van homo’s en dat het “nooit als misdaad zou mogen worden beschouwd om homo te zijn”. In diezelfde maand bezocht zij Birma en ontmoette daar de leiders van het land maar ook oppositieleider Aung San Suu Kyi.
Een aanval van islamitische extremisten op het Amerikaanse consulaat in Benghazi op 11 september 2011, waarbij de Amerikaanse ambassadeur Christopher Stevens werd gedood, kwam als een complete verrassing. Er kwamen in de Verenigde Staten veel vragen over de beveiliging van het consulaat. Clinton liet weten zich verantwoordelijk te voelen voor het gebeuren. Een onderzoekscommissie oordeelde dat de State Department tekort was geschoten bij het waarborgen van de veiligheid. Functionarissen van Buitenlandse Zaken hadden verzoeken uit Libië om meer bewakers en betere veiligheidsmaatregelen genegeerd. Men nam Buitenlandse Zaken bovendien kwalijk dat veiligheidsprocedures niet werden aangepast aan de verslechterende veiligheidssituatie in het land.
Op 17 maart 2012 maakte Clinton bekend geen tweede termijn op Buitenlandse Zaken te willen dienen als Obama in 2012 herkozen zou worden. Op 15 december 2012, kort voor het einde van haar termijn, viel Clinton flauw en liep een hersenschudding op. Die val werd toegeschreven aan oververmoeidheid. Op 1 februari 2013 werd ze opgevolgd door John Kerry.
In 2014 publiceerde Clinton onder de titel Cruciale Keuzes haar memoires als minister van Buitenlandse Zaken.
Clinton kreeg veel kritiek voor het feit dat ze de Irakoorlog eerst vol overtuiging steunde, maar later die steun weer introk. Veel Amerikanen vonden dat slecht leiderschap. Ze noemde de oorlog eerst ‘onze oorlog’ maar later de ‘George W. Bush’ oorlog’.
In maart 2015 werd bekend dat Clinton als minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten haar privé e-mailserver had gebruikt voor haar officiële e-mailverkeer. Duizenden van deze e-mails werden door het State Department, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, als “classified” aangemerkt.
In januari 2016 werd een reeks e-mails vrijgegeven. Die betroffen correspondentie tussen Clinton en de vroegere directeur voor beleidsplanning , waaruit onder andere bleek dat zij zich afvroeg hoe ze het beste om kon gaan met premier Benjamin Netanyahu van Israël.
Na haar aftreden als minister van Buitenlandse Zaken liet Clinton lang in het midden of ze zich kandidaat zou stellen voor de presidentsverkiezingen. Maar op 12 april 2015 maakte ze officieel bekend dat ze zich kandidaat stelde voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016.
Ze werd in de progressieve media lang gezien als de kandidaat die zo goed als zeker de Democratische nominatie zou halen. Vicepresident Joe Biden leek de enige andere kansrijke kandidaat. In oktober 2015 maakte die echter bekend dat hij zich niet kandidaat zou stellen. Ook andere, minder bekende politici, zoals Lincoln Chafee en Jim Webb trokken zich rond die tijd terug. Tegen het einde van 2015 bleven alleen Hillary Clinton, Bernie Sanders en Martin O ’Malley nog over. In de aanloop naar de eerste voorverkiezingen in februari 2016 steeg Bernie Sanders in de peilingen en werd de strijd competitiever dan oorspronkelijk was verwacht. Bij de eerste voorverkiezingen op 1 februari 2016 in Iowa eindigde Hillary Clinton als eerste met een voorsprong van 0,2 procent op Bernie Sanders. O’ Malley trok zich toen terug.
In september 2016 moest zij haar campagne onderbreken, nadat ze bij een herdenking van 11 september 2001 onwel was geworden. Ze bleek longontsteking te hebben .
Op 9 november 2016 werd duidelijk dat Clinton de verkiezingen. tegen haar Republikeinse opponent Donald Trump verloren had. Volgens de verkiezingsuitslagen zou ze 232 kiesmannen achter zich krijgen, maar bij de stemming in het kiescollege in december 2016 bleken het er uiteindelijk maar 228 te zijn, omdat vier kiesmannen uit de staat Washington haar in de steek lieten.
Dat was het einde van de politieke carrière van Hillary Clinton. Ze heeft zich haar hele leven lang ingespannen, eerst voor haar man Bill en daarna voor zich zelf. Bill was lui, maar intelligent en charmant. Zij was dat allemaal niet. In geen van de functies die ze bekleed heeft is ze ooit een groot succes geweest, maar aan haar ijver en toewijding heef dat niet gelegen.

Geplaatst in Amerika, politiek | Een reactie plaatsen

Rusland en de NATO.

Drie jaar geleden veroverde Rusland de Krim en daarna steunde het een opstand in de Oost Oekraïne, wat samen een soort mini koude oorlog met het westen heeft veroorzaakt.
De sancties die een gevolg waren hebben Rusland veel schade berokkend, maar per saldo toch minder schade dan het inzakken van de prijzen voor olie en gas. Militair hebben ze geen veranderingen teweeg gebracht. Rusland steunt nog steeds de opstandelingen die over meer en betere oorlogsvoorraden blijken te beschikken dan de Oekraïense regering.
De NAVO had al een paar jaar eerder moeten besluiten orde op zaken te stellen en heeft dat niet gedaan. Niet orde op zaken in de Oekraïne, want dat is geen bondgenoot, maar orde op zaken in het bondgenootschap zelf. De Oekraïne is niet het enige Europese land dat aan Rusland grenst en een aantal ervan zijn wel leden van de NAVO. Die leden moeten we tegen Rusland kunnen verdedigen en bij de tegenwoordige stand van de bewapening in Europa kunnen we dat niet. We zijn daarvoor afhankelijk van Amerika en dat is te ver weg.
We hadden moeten besluiten om de NAVO te beperken tot westerse landen en het budget voor bewapening moeten verhogen van 2 tot 4% van BNP. Dat is nog steeds minder dan de VS, maar het zou het Europese deel van de NAVO op termijn een bewapening hebben gegeven die tegen die van Rusland opgewassen is. Niet met de bedoeling om oorlog te gaan voeren, integendeel. Si vis pacem para bellum. Een beter uitgeruste NATO zou Rusland afhouden van aanvallen op de Baltische landen en op Polen. Het zou überhaupt de onderhandelingen met Rusland gemakkelijker maken. Bovendien hebben we dat land straks nodig voor gezamenlijke effectieve acties tegen het moslim terrorisme in het Midden Oosten en elders in de wereld.
Het mooie van een nieuwe bewapening en een uitbreiding van de Europese troepenmacht is dat het een benodigde economische stimulans zou geven. Wie de economische geschiedenis van de VS bekijkt ziet dat daar de crisis van 1929 pas is opgelost toen men zich herbewapende om weerwoord te kunnen bieden aan Hitler Duitsland. Iets dergelijks zou nu een godsend betekenen voor de zuidelijke Europese landen, die hard toe zijn aan een economische opleving.

Geplaatst in Amerika, europa, Rusland | Een reactie plaatsen

Trump.

Met mensen aan wie je spontaan een hekel hebt moet je voorzichtiger zijn dan met mensen die je op het eerste gezicht al mag. Dat is een vorm van zelfbescherming. Veel Amerikanen – en Nederlanders trouwens ook – hebben een onbeheerste hekel aan Donald Trump. Dan hoor je juist twee keer na te denken voor je iets negatiefs over die man zegt of schrijft.
Zo was dat indertijd met Nixon ook. Die man kon geen goed doen. Watergate was een reëel schandaal. Het was een inbraak in het hoofdkwartier van de democraten om illegaal informatie te verkrijgen die in de verkiezingen tegen ze gebruikt kon worden. Er is ook nog iets geweest met donaties voor de verkiezingen die via het buitenland liepen. Dus brandschoon was Nixon niet. Maar dat was helemaal aan het einde van zijn carrière en die hekel was er van het begin af aan. En toch, als je een lijst maakt van de Amerikaanse presidenten van na de tweede wereldoorlog aan de hand van hun prestaties, dan scoort Nixon als een van de besten. Daar heeft hij nooit de credit voor gekregen die hem toekwam.
Ik ben bang dat het nu met Trump net zo gaat. Alles wat hij in de ogen van de pers verkeerd doet wordt opgeblazen. Ook als hij de NATO leden hier in Europa terechte verwijten maakt dat ze hun verplichtingen niet nakomen wordt dat niet aan de 23 leden verweten die in gebreke blijven, maar dan krijgt Trump het voor zijn kiezen dat hij zulke dingen niet wat beleefder zeggen kan. Ik hoorde een van aanwezige ministers of presidenten zeggen dat ze bij hem nu gestopt waren met bezuinigingen op het defensiebudget en een ander dat een plotselinge verhoging geen zin heeft als je geen goede plannen hebt hoe het extra geld te spenderen. Maar dat zijn geen van beide valide argumenten. Je kunt nu geld reserveren om dat in volgende jaren uit te geven als de plannen er wel zijn. En stoppen met verdere bezuinigingen is onvoldoende. Die twee percent is een vaste afspraak en wie minder voor de NATO reserveert, handelt in strijd met zijn verdragsverplichtingen. Trump heeft dus gelijk, maar ook al had hij dat niet, dan was er geen reden geweest om minder beleefd tegenover hem te zijn dat tegen zijn voorganger Obama. Dat was wel een aardige man met een innemend gezin, maar dat horen de kwaliteiten niet te zijn waarop een president beoordeeld wordt. Beleefdheid tegenover je machtigste bondgenoot is niet alleen verstandig, maar ook welgemanierd.

Geplaatst in Amerika, politiek | Een reactie plaatsen

Hersenen, taal en groepsvorming.

De hersenen van mensen wijken nogal af van die van mensapen, zowel wat hun omvang als wat de bouw betreft.
Zes miljoen jaar geleden hadden we een gemeenschappelijke voorvader met de chimpansee en drie miljoen jaar geleden nog had de Australopithecus een brein dat in omvang ongeveer gelijk was aan dat van een mensaap. Er was toen al wel een belangrijk verschil in lichaamsbouw en leefwijze: de Australopithecus liep rechtop en leefde op de savannah, niet in het oerwoud. Dat betekent dat hij in groepen moet hebben geleefd die groot genoeg waren en voldoende gecoördineerd om zich tegen steppe roofdieren staande te houden. Bij gebrek aan bomen om in te vluchten of snelheid om weg te komen en zonder voldoende kracht en lichaamswapens om zich individueel tegen roofdieren te weren hadden onze voorouders een samenleving nodig om te kunnen overleven[1].
Een miljoen jaar later ontstond Homo Habilis met een brein dat vijftig procent groter was dan Australopithecus en weer een miljoen jaar later Homo Erectus, die een hersenpan had die twee keer zo groot was als die van een mensaap en een Australopithecus. Homo Sapiens, onze eigen mensensoort, heeft ruim drie keer de herseninhoud van een chimpansee en die laatste groeischeut heeft pas een paar honderd duizend jaar geleden plaats gevonden. Denkkracht is onder meer afhankelijk van het aantal verbindingen tussen de hersencellen. Een dergelijke groei van de inhoud betekent een exponentieel grotere groei van het aantal verbindingen. Dat houdt in dat er een sterke evolutionaire druk moet hebben gestaan op de toename van de denkkracht. Waarschijnlijk is er daarbij sprake geweest van een mechanisme dat zich zelf versterkt: de groei van de hersenen staat de mensen beter in staat om iets te doen en dat betere doen stelt op zijn beurt weer hogere eisen aan de hersenen[2].
Anders gezegd: onder druk van een wijziging van het milieu verandert een orgaan (de hersenen) en met de verandering brengt de mens een verandering in het milieu tot stand, die een nadere aanpassing van het orgaan vraagt. Dat is een groeiproces dat zich zelf in stand houdt.
De snelle groei van de hersenen is een fenomeen dat nogal wat biologen en paleontologen heeft bezig gehouden en waar uiteenlopende verklaringen voor zijn gegeven. Sommigen zoeken die in het ontstaan en in de toenemende complexiteit van werktuigen. Anderen denken dat het gebruik van taal de oorzaak is. Deze laatste geleerden lijken de logica aan hun kant te hebben, want de werktuigen zijn gedurende de evolutie lang heel beperkt en primitief gebleven. De toename van de complexiteit van de stenen werktuigen is aanzienlijk langzamer gegaan dan de toename van de hersencapaciteit en eigenlijk pas goed van de grond gekomen sinds het ontstaan van Homo Sapiens Sapiens. Zij kan onmogelijk de grote hersengroei verklaren van Australopithecus naar Homo Habilis. Het lijkt meer voor de hand te liggen dat de verandering in leefwijze van de hominiden, het recht oplopen, het leven in betrekkelijk grote groepen op open vlaktes een beslissende rol moet hebben gespeeld in hun evolutie. Taal lijkt ook daarom een goede kandidaat omdat door de rechte houding een anatomische aanpassing van het strottenhoofd noodzakelijk werd, die voor de ontwikkeling van een gesproken taal een noodzakelijke voorwaarde lijkt te zijn. Het ontbreken van de juiste vorm van het strottenhoofd is immers een van de redenen waarom het spreken van een taal aan chimpansees niet te leren is, terwijl met gebarentaal wel een beperkt resultaat te bereiken is[3].
De gesproken taal en het nieuwe strottenhoofd onderscheiden de mensen wezenlijk van chimpansees, het gebruik van primitieve werktuigen doet dat niet. De taal is een belangrijke vorm van communicatie binnen een groep, maar ook de chimpansees vormen groepen en ook die groepen hebben een interne communicatie, die voor zover we dat kunnen bekijken al miljoenen jaren bevredigend functioneert. Op die vorm van communicatie lijkt geen vergelijkbare evolutionaire druk te staan. Wat is het verschil?
De diverse takken van wetenschap, de Paleontologen, de taalwetenschappers en neurologen proberen die vraag te beantwoorden, ieder op zijn eigen manier. Voorlopig lijkt de meest belovende hypothese dat de menselijke taal abstracte ideeën produceert, die voor andere doeleinden kunnen worden aangewend dan voor het communiceren van onmiddellijke behoeften: de menselijke samenleving, het nieuwe fenomeen dat als gevolg van de taal op de wereld is verschenen, geeft de beslissende evolutionaire voorsprong aan onze soort en de talen zijn als het ware het zenuwstelsel van dit organisme.
________________________________________
[1] Adriaan Kortlandt, de Amsterdamse bioloog, heeft naar aanleiding van zijn veldwerk met chimpansees de zogenaamde dehumaniseringshypothese ontwikkeld. De idee houdt in dat chimpansees en wellicht dus ook onze gemeenschappelijke voorouder al wapengebruik (stokken en stenen) kenden en zich daarmee tegen panters en andere kleinere roofdieren konden verdedigen. Doordat de chimpansee van de Savannah verdreven is zou in de gedachte van Kortlandt wapengebruik weer in onbruik zijn geraakt, maar met chimpanseeproeven heeft hij aangetoond dat het instinct ervoor is blijven bestaan.
[2] Vgl. de toename van het aantal bytes in computers en de toename van eisen die de programmering stelt aan het computer systeem.
[3] Zie ondermeer R en B Gardner (1977), lezing op het 15de internationale ethologencongres in Bielefeld

Geplaatst in maatschappelijk, wetenschap en filosofie | Een reactie plaatsen

Genieën maken fouten.

Genieën maken hun fouten, net als andere mensen. Maar ze maker er minder en ze weten over het algemeen de gevolgen beter te beperken. Waar een genie vooral beter in is dan andere mensen is in het inschatten van situaties en in het maken van intuïtieve[1] kansberekeningen. Ik wil er iets meer over zeggen en beperk me daarbij tot militaire genieën omdat we van dat soort mensen nu eenmaal het meeste weten.
Wanneer een risico slecht afloopt dan geldt het achteraf als een fout, maar dat kan best ten onrechte zijn. Of een risico onverantwoord en dus een fout is, is een kwestie van afwegen van de omvang van de mogelijke nadelen tegen de beoogde voordelen en verder van kansberekening. Weegt het mogelijke voordeel niet op tegen de potentiële nadelen of is de kans op een goede afloop te klein dan is het nemen van het risico een fout. Heeft men de kansen goed berekend en is het voordeel van een geslaagde operatie groot in verhouding tot de gevolgen van een slechte afloop, dan kan een operatie toch nog verkeerd aflopen. Dat is dan geen fout, dat is pech. Maar de goede afloop is meestal niet alleen een kwestie van toeval. Degene die het risico neemt is vaak in staat door zijn eigen gedrag de uitkomst te beïnvloeden, Dat is dan weer iets waar genieën een stuk beter in zijn dan normale mensen.
Van genieën die bekend staan vanwege het nemen van grote en onverantwoorde risico’s die goed afliepen heet het meestal dat zij geluk hebben. Caesar was zo iemand. Zijn overtocht naar Epirus (Albanië) toen hij achter Pompeius aantrok was een volkomen onverantwoord risico. Zonder de troepen van Marcus Antonius was hij daar in de minderheid tegenover een bekwame tegenstander met een grote en wel verdiende reputatie. Ook met een geslaagde overtocht kon hij in Albanië niet veel uitrichten en liep hij een behoorlijke kans te worden verslagen. Daarnaast had Pompeius een duidelijk maritiem overwicht, wat de kans op een veilige overtocht niet groot maakte en een eventuele terugtocht praktisch afsneed. Een echte fout dus, die gecamoufleerd werd doordat Caesar veilig wist te landen en een slag met Pompeius wist te vermijden tot Marcus Antonius zich een half jaar later bij hem voegde. Pharsalus was een briljante overwinning maar strategisch had die slag nooit plaats mogen vinden.
Van Alexander is de terugtocht uit India naar Perzië, langs de onherbergzame kust van de Ichtyophagen een erkende misslag. Napoleon maakte zijn eerste fouten niet in zijn Russische veldtocht. Fouten had hij ook aan het begin van zijn carrière in de Italiaanse veldtocht al gemaakt en geen kleintjes. Die waren allemaal goed afgelopen omdat de Oostenrijkers nog grotere fouten maakten en dat minder vlug in de gaten hadden dan hij. De veldtocht naar Egypte eindigde in een ramp, waar hij persoonlijk met een hoop geluk aan ontsnapt is. Ook zijn geniale tegenstander, de Engelsman Nelson, maakte rare fouten. Bij Tenerife verloor hij een slag en bijna zijn leven voor een relatief onbelangrijke prijs.
Fouten maken doen ze allemaal, ook als die goed aflopen en daarom niet als fouten de geschiedenisboeken ingaan. Juist bij de fouten blijkt overigens meestal de kwaliteit van het genie: hij spant zich dan bijzonder in voor een goede afloop en vaak met een onverdiend succes. Niet altijd loopt het trouwens goed af. Belisarius gold als een militair genie die bijna alle veldtochten die hij ondernam met succes beëindigd heeft. Behalve tegen de Oost Gothen in Italië, daar lukte het niet. Narses, een veel minder begaafd tacticus en een lichamelijk gehandicapt persoon die per draagstoel op het slagveld verscheen, lukte het wel, door een betere organisatie van zijn leger en door geen veldslagen aan te gaan die hij niet winnen kon. Soms helpt het wanneer iemand geen reputatie van genie heeft op te houden.
[1] maar niet altijd. Een heel begaafde bèta als Ronald Plasterk is intuïtief juist niet minder sterk, zoals hij heeft laten zien bij zijn optreden in de AIVD affaire en eerder al bij de strijd om het fractievoorzitterschap van de PvdA.

Geplaatst in geschiedenis | Een reactie plaatsen

Terug van zeventien naar vijf miljoen

De problemen waar Nederland mee te maken heeft, als gevolg van de massale immigratie van moslims en andere niet westerse allochtonen, kunnen niet met halve maatregelen worden opgelost.
Nederland moet, als het iets aan deze invasie wil doen, een deelstaat van de Bondsrepubliek worden of het aantal inwoners drastisch beperken tot het in overeenstemming is met de veertig duizend vierkante kilometer waar het land over beschikken kan. Worden we Duitsers, dan kunnen we ons zelf voortaan als Randstad Nederland beschouwen en hoeven we met een groen hart en andere milieu eisen alleen nog maar op nationaal Duitse schaal rekening te houden. Dan wordt er in Berlijn voor ons milieu gezorgd. Willen we Nederlanders blijven dan moeten we iets doen aan het aantal inwoners.
Als we de bevolking van Frankrijk als norm zouden nemen, dan komen we voor Nederland op vijf miljoen inwoners uit als een redelijk aantal. Dat is tussen een derde en een vierde van het aantal dat we nu hebben. Eigenlijk is dat nog wat veel, maar vijf miljoen kan wel.
Het probleem is wie je kwijt zou willen. Een economisch principe dat vaak gebruikt wordt in zulke gevallen is het lifo-systeem. Last In First Out. Betekent dit dat we de laatstgeborenen zouden moeten euthaniseren? Ik denk het niet. In de eerste plaats zou je de ouders daar nooit voor mee krijgen, maar bovendien zou het tot een heel ongewenste demografische opbouw van het land leiden. First In First Out dan. Dat lijkt beter omdat het tot een vermindering van de oudere autochtonen zou leiden en daar hebben we er eigenlijk teveel van. Bovendien, daarbij zouden zowel bezuinigingen op de gezondheidszorg als vrijwillige emigratie een rol kunnen spelen en dat zijn relatief humane middelen. Maar ook daar zou je de handen van de kiezers niet voor op elkaar krijgen. Die zijn immers zelf binnenkort in meerderheid oud en autochtoon.
Het bevolkingsprobleem is een dynamisch, niet een statisch begrip. Het probleem is niet alleen de zeventien miljoen van dit moment maar ook de kinderen die ze in de toekomst nog gaan krijgen. De bestaande geboortecijfers wijzen uit dat de niet-westerse allochtonen met afstand de meeste nakomelingen hebben. Het snijden in die bevolkingsgroep zet dus duidelijk de meeste zoden aan de dijk. Onze koning Willem III, de betovergrootvader van Willem Alexander was voorstander van zo’n oplossing, in een tijd dat het probleem veel minder groot was dan tegenwoordig. Hij beschouwde katholieken als allochtoon in plaats van de moslims, maar het probleem was toch soortgelijk.
Hoe zou het anders moeten? Als er een referendum over werd gehouden zou, gezien de groeiende aanhang van Wilders en de SP, wel een meerderheid kunnen worden gevonden voor de remigratie van allochtonen, maar de bestuursrechter in Nederland en het Hof EHRM in Straatsburg zouden er waarschijnlijk een stokje voor steken. De internationale verdragen zouden een uitzetting van specifiek deze bevolkingsgroep als discriminatoir bestempelen. Eerst de verdragen opzeggen dus en voor de zekerheid ook maar het bestuursrecht afschaffen.
De Grondwet veranderen hoeft niet, want als een wet strijdt met de grondwet, dan geldt hij toch. Dat is nu eenmaal Nederlands staatsrecht. Maar onder de verdragen valt wel het EU verdrag, dat sinds kort het Verdrag van Lissabon heet. Als we dat verdrag opzeggen zullen we toch eerst een associatieverdrag met de andere EU landen moeten uit onderhandelen willen we niet in een economische chaos terechtkomen.
Rechtstreeks de allochtonen uitzetten zou om deze en andere redenen niet goed kunnen, denk ik, maar via indirecte wegen moet er toch wel iets mogelijk zijn. Om te beginnen zou het aantal woningen en de overige infrastructuur in Nederland kunnen worden teruggebracht tot een die passen zou bij vijf miljoen inwoners. Dat kan waarschijnlijk wel met behulp van de Europese milieuwetgeving en tegen de achtergrond van de dreiging van de klimaatverandering. Al Gore pleitte er al voor en veel mensen beschouwen wat hij zegt als verstandig. We beschikken in de Randstad over veel woningbouwcoöperaties met ervaring op het gebied van afbraak en uitzetting.
Verder zouden alle sociale uitkeringen moeten worden afgeschaft, inclusief de kinderbijslag. Dat zou een hard gelag zijn voor de kleine christelijke partijen en voor de SP en de PVV, van wie de aanhang erg op de sociale wetgeving gesteld is, maar voor wat hoort wat. Voor daklozen zouden kampen kunnen worden ingericht buiten onze grenzen, bijvoorbeeld in de Sahara of ergens anders in de derde wereld, voor zover de woninglozen niet bij familie of vrienden kunnen worden ondergebracht. Vrienden en familie zouden ook financieel moeten zorgen voor de verwante uitkeringstrekkers die van de maatregelen de dupe zouden worden in het kader van de participatiemaatschappij die we nu hebben. Met name de aanhangers van het CDA, met hun gevoel voor solidariteit en soevereiniteit in eigen kring, zou zo’n maatregel eigenlijk moeten aanspreken. Dat er een paar obdachlosen tussen wal en schip zullen vallen is onvermijdelijk en het is goed ons te realiseren dat dit een pijnlijke prijs is die we moeten betalen. De kerken zijn ervoor om in te grijpen waar dat nodig zal blijken.
Zou dit allemaal voldoende zoden aan de dijk zetten en zijn de nadelen ervan niet groter dan de voordelen? Er zouden zeker heel wat problemen bij komen kijken, maar misschien toch geen onoverkomelijke.
In bepaalde bedrijfstakken zou de negatieve bevolkingsgroei tot een onderbezetting leiden, maar die kan betrekkelijk gemakkelijk worden opgevangen door verdergaande mechanisatie, door gastarbeiders uit de nieuwe EU landen en natuurlijk ook door outsourcing in het Verre Oosten. De besparingen op de uitkeringen en de verhoogde bedrijfswinsten zouden waarschijnlijk voldoende zijn voor het financieren van de hele operatie. Anderhalf miljoen allochtonen is natuurlijk lang niet voldoende voor de gewenste bevolkingsafname, maar dan schiet de demografie te hulp. Zonder allochtonen hebben we geen groeiende bevolking meer, maar een krimpende. Een generatie lang zal de pensioengerechtigde leeftijd moeten stijgen en avondwerken voor jeugdigen verplicht worden, maar daarna wordt alles weer normaal en komen we hopelijk blijvend op een Frans soort bevolkingscijfer uit. Het kan dus wel, maar willen we het ook?

Geplaatst in allochtonen, Nederland | 1 reactie