Een scheve schaats van Eberhard.

In een democratie gaat het niet aan om burgers, of het nu allochtonen, ouderen of gehandicapten zijn, op straffe van uitsluiting te beoordelen op hun batig saldo voor de samenleving. Dat principe laat het kabinet hier terecht zwaarder wegen, ook al is dat niet zonder politieke risico’s.’
Dat waren de slotzinnen van een hoofdredactioneel artikel in de Volkskrant.
Eerst het lelijke Nederlands. Die zin met “op straffe van uitsluiting” betekent, meen ik, dat wie niet wil beoordelen wordt gestraft met uitsluiting en dat dit niet aangaat. Dat is waarschijnlijk niet de bedoeling van de auteur. De hoofdredacteur wil eerder beweren dat het niet aangaat dat burgers worden uitgesloten als straf voor hun negatieve kostensaldo. Die straf zou het gevolg kunnen zijn van het bekend worden van de kosten-batenanalyse voor immigranten waar Wilders het kabinet om gevraagd heeft.
Ik denk dat ik weet waarom zulk slecht Nederlands een hoofdredacteur van de Volkskrant overkomt. Eigenlijk was hij het evenmin eens met het kabinet als zijn collega Sommer. Die legt op dezelfde pagina van de krant uit waarom het antwoord van het kabinet, dat Wilders niet tegemoet wilde komen, staatsrechtelijk niet deugde. Hij deed dat in voortreffelijk Nederlands. Sommer schreef wat hij dacht in plaats van wat hij meende dat politiek correct zou zijn. Als je gedachtegang wat kronkelig is wordt je Nederlands dat vaak ook.
Nu het staatsrechtelijke aspect. De fractie Wilders stelt een vraag. De regering beschikt over de gegevens en voor zover ze die niet nauwkeurig weet mag ze die van de vragensteller schatten. De regering vindt het ongepast en doet het niet. Is dat staatsrechtelijk oké? De grondwet is op dit punt duidelijk. Art. 68Gw zegt:
De ministers en de staatssecretarissen geven de Kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door één of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de Staat.
De e.t. minister Van der Laan die namens het kabinet antwoord gaf mocht de gegevens alleen weigeren als het belang van de Staat dat meebracht. Het staatsgewoonterecht staat toe dat de regering in eerste instantie zelf beoordeelt of er sprake is van een zo zwaar wegend belang dat beantwoording achterwege kan blijven. Als de Kamer het in meerderheid daar niet mee eens zwicht de regering of treedt af.
Het is mogelijk dat de regering hier inderdaad van mening was dat beantwoording de staat belangrijke schade kon berokkenen in binnen- en buitenland, maar ze zei dat niet. Zij volstond met te zeggen dat ze de vragen onfatsoenlijk vond.
Omdat zij een Kamermeerderheid achter zich had kon zij zich dat permitteren. Staatsrechtelijk juist was het niet. In plaats van de vragensteller met een kluitje in het riet te sturen had de minister zich op het grondwetartikel horen te beroepen en uit moeten leggen wat onder omstandigheden het overwegende belang was dat beantwoording verhinderde. Over dat belang had de Kamer dan kunnen discussiëren. Maar waarschijnlijk vond de regering ook die discussie al niet in het belang van het land of van de partijen die haar in de Kamer steunden.

Advertenties
Geplaatst in allochtonen, politiek | Een reactie plaatsen

Stalin.

Stalin heeft nog steeds een slechte pers in West Europa. Door veel historici wordt hij op een lijn gesteld met Hitler. Niet alleen houdt men hem algemeen voor een slecht mens maar ook voor incompetent. Dat hij het zo lang heeft uitgehouden in de Sovjet Unie zou een gevolg zijn van zijn geweldige wreedheid, de reden waarom iedereen bang voor hem was.
Maar dat van die incompetentie is niet zo. Hij heeft in de oorlog Moskou en Leningrad weten te verdedigen, zijn Europese industrie ontmanteld en over de Oeral in veiligheid gebracht en vervolgens heeft hij bij Stalingrad en Koersk de oorlog een andere wending gegeven. Hij heeft daarbij enorme materiele steun van de Amerikanen gehad, dat is waar, maar zonder Stalin had Rusland het nooit gered en wij waarschijnlijk ook niet.
Ook is natuurlijk waar dat Stalin die legers niet zelf aanvoerde, maar hij heeft wel het Russische leger gereorganiseerd en al die bekwame jonge officieren benoemd die de veldslagen voor hem hebben gewonnen, waar met zoveel bewondering over gesproken wordt.
Het communistische systeem is minder productief dan de westerse vrije markteconomie. Maar het heeft het voordeel, omdat het van boven af kan worden aangestuurd, dat het geschikt is om een inhaalslag te maken. Dat is wat Stalin heeft gedaan. Nadat hij de macht van Lenin had overgenomen heeft hij van Rusland een industriële natie gemaakt, die met Duitsland en de VS vergelijkbaar was.
Stalin heeft met andere woorden meer voor Rusland gedaan dan waar hij hier credit voor gekregen heeft en dat hij een onaangenaam karakter had doet daar niet aan af.

Geplaatst in geschiedenis | Een reactie plaatsen

Van Baar over Kohl.

In Opinie en Debat van de Volkskrant stond een paar jaar geleden[1] een artikel van Dirk-Jan van Baar, waarin hij vooral kritiek heeft op een vijf dagen eerder verschenen artikel van Frits Bolkestein. Bolkestein memoreerde daar dat hij indertijd gewaarschuwd had voor de risico’s van de euro. Hij had de problemen waar we nu me zitten voorspeld in het slotdebat over dit onderwerp in de Tweede Kamer.
Van Baar verwijt hem nu dat hij per saldo toch voor de euro heeft gestemd. Dat is het verwijt van een dilettant. Wie een beetje economische en historische kennis heeft weet dat Nederland het zich niet kan permitteren zich monetair los te maken van Duitsland en dat bij de invoering van de euro in 1999 ook niet kon. Kohl had verstandiger moeten wezen, maar het Nederlandse kabinet kon niet anders dan meedoen toen Kohl zijn besluit nam. Dat aan Bolkestein evenveel verwijten kunnen worden gemaakt als aan Kohl en Mitterrand is domweg niet waar.
Van Baar noemt het eurobesluit onomkeerbaar, omdat een opgeven van de euro ‘onvoorspelbare en onbeheersbare krachten’ los zou maken. Wat die duistere krachten zouden zijn laat Van Baar verder in het midden. Waarschijnlijk bedoelt hij dat het uit zou kunnen draaien op een splitsing van de EU in een Zuidelijk en een Noordelijk deel.
Van Baar noemt het opmerkelijk dat de muntunie nog bestaat. Zo opmerkelijk is dat niet. Mevrouw Merkel en veel andere politici willen kost wat kost de Europese eenheid handhaven en beschouwen daarbij de organisatie van de samenwerking zoals die in Brussel tot stand is gekomen als onontbeerlijk. Ze zien daarbij over het hoofd dat de crisis een gevolg is van hun Europese politiek. De gewone mensen in de Zuidelijke landen betalen het gelag met een ongekend hoge werkloosheid en de belastingbetaler in het Noorden door hoge overdrachtsuitgaven aan overheden en banken in het Zuiden. Men hoopt nog steeds dat het Zuiden zich aan zal passen door hun overheden en hun fiscale gewoontes te veranderen, maar dat lijkt valse hoop.
Van Baar meent dat Duitsland wel vaart bij de euro. Daarmee bedoelt hij, denk ik, dat de euro dank zij de Zuidelijke landen zwakker is dan hij anders geweest zou zijn en dat de Duitse export daar baat bij heeft. Maar daarbij vergeet hij dat het voor Duitsland een vermogensverlies oplevert en dat de overdrachtsuitgaven in het Noorden volkomen onnodig de pan uit rijzen. Het Zuiden is veel meer gebaat bij een oplevende economie dan bij genadebrood. Bovendien, pas wanneer daar de economieën weer draaien kunnen ze gaan werken aan sanering van hun overheidshuishoudingen en de banken.
Het is opmerkelijk dat Van Baar zo veel bewondering heeft voor Helmut Kohl, die aantoonbaar Duitsland meer schade heeft toegebracht dan enige andere politicus sinds Adolf Hitler.

[1] 7/10/13

Geplaatst in europa, geld en economie | Een reactie plaatsen

Verbeterde versie.

Rinkeby is een stadsdeel in Stockholm, waar de Europese bevolking de afgelopen decennia grotendeels is vervangen door een Arabisch-Afrikaanse. De schrijver heeft van de zomer een bezoek gebracht aan Rinkeby en daar toen praktisch alleen nog Afrikanen en Arabieren aangetroffen. De Afrikanen leken vooral Somaliërs te zijn. Slechts drie personen die hij zag, zouden op grond van hun uiterlijk Europeanen hebben kunnen wezen.
De statistieken kloppen met deze eerste indruk: in 2016 woonden er bijna 16.000 mensen in Rinkeby. 61% werd in het buitenland geboren. Een andere 30% was wel in Zweden ter wereld gekomen, maar had een vader en moeder van buitenlandse komaf. Het aandeel buitenlanders bedroeg dus 91%. Het merendeel van de bewoners was uit Afrika afkomstig (42%), de Aziaten telden 32%.
De islamitische dominantie is onmiskenbaar in Rinkeby. Praktisch alle vrouwen zijn er volledig versluierd. Meestal is wel een gezicht te zien, maar je komt ook vrouwen in boerka tegen. Mannen dragen vaak een soort nachthemd.
Kinderen mogen in deze wijk niet in aanraking komen met “Zweedse waarden” De meeste bewoners willen ongestoord vast kunnen houden aan hun islamitische cultuur. Ook de kinderen moeten trouw blijven aan hun afkomst en zich niet aan Zweden aanpassen. Daarom wordt het doorgeven van “Zweedse waarden” op de lokale scholen van de hand gewezen. Dit kwam aan het licht tijdens een discussie die deze maand in Stockholm werd gehouden. Het ging om problemen zoals gedwongen huwelijk en “eer-onderdrukking”, een woord, dat blijkbaar onlangs in Zweden is geïntroduceerd. Eer-onderdrukking is intussen een groot probleem. De regering is van plan om in 2018 programma´s tegen de eer-onderdrukking met 100 miljoen Zweedse kronen (meer dan € 10 miljoen) te gaan subsidiëren.
Aan de discussie nam ook een voormalig directrice van een school in Rinkeby deel. Zij vertelde dat de eer-onderdrukking zou gaan toenemen. Het signaal daarvoor zou zijn dat meisjes al hidjabs zouden moeten dragen voor ze naar de basis school gingen. Verder zei ze:
Ik had veel ouders die rechtstreeks bij me kwamen en zeiden dat zij deze school niet zouden kiezen, omdat ze niet de waarden konden aanvaarden die zij ‘Zweedse waarden’ noemden. ”Rinkeby is een broeinest van buitenlander-criminaliteit”.
In Rinkeby bestaan behalve de eer-onderdrukking nog veel meer problemen. Steeds opnieuw komt het tot zwaar geweld en onlusten. Enkele van de typisch gewelddadige activiteiten zijn het bekogelen van de politie met stenen en het in brand steken van auto´s. Een politieagent had het in februari over “iedere week ernstige aanvallen op politieagenten”. Het zou de dwars zitten dat de politie probeert om hun wapens en drugs handel te verstoren. De man zou veel bewoners van Rinkeby hebben zien sterven aan drugs en geweld.
De laatste grote onlusten vonden plaats in februari van dit jaar, toen auto´s in brand werden gestoken en winkels geplunderd. Politieagenten werden bij die gelegenheid met stenen bekogeld. Eén politieagente vuurde in reactie haar pistool af, maar trof geen doel.
Het was ook in Rinkeby, waar begin maart vorig jaar een Australisch televisieteam werd aangevallen. Het team werd direct aangepakt nadat het uit de auto was gestapt. Meteen werd de politie gealarmeerd. Deze weigerde echter om het camerateam naar het centrum van Rinkeby te begeleiden om de bewoners daar niet te provoceren. Dus werd het camerateam later fysiek aangevallen en gemolesteerd.
Rinkeby staat niet alleen in Zweden en Zweden niet in Europa. Wanneer hier niet met spoed iets aan gedaan wordt, hebben we over een paar jaar overal Rinkeby ’s in Europa en zal er alleen met extreem geweld nog wat aan gedaan kunnen worden. Dom, dom, dom.

Geplaatst in zo maar wat | Een reactie plaatsen

De doodstraf.

Op 9 maart 2011 schreef ik het navolgende stukje over de doodstraf en over het taboe dat rust op iedere discussie over het onderwerp.

Sinds Patrick van Schie zijn poging deed om een discussie over de herinvoering van de doodstraf nieuw leven in te blazen is het weer stil geworden over het onderwerp. Wie op het internet zoekt vindt vrijwel alleen negatieve reacties op zijn artikel in Liberaal Reveil van februari 2005 en wie in het Reveil zelf zoekt vindt niets. De meeste van al die reacties zijn inhoudsloos. Het artikel van Marjolijn Februari in de Volkskrant is van al die taboe-uitingen het beste. Het best geschreven in elk geval. Omdat de doodstraf in Nederland al zo lang is afgeschaft en herinvoering sindsdien niet meer aan de orde is geweest[1] is het raadzaam om naar de VS te kijken als iemand een indruk wil krijgen van de ins en outs van die straf. Dat heeft bovendien het voordeel dat men op objectieve wijze wordt voorgelicht zonder dat steeds weer feitelijke en normatieve argumenten door elkaar heen blijven lopen, wat in de reacties op het artikel van Van Schie onophoudelijk gebeurde.
Of het nu komt door de gewoonte van de hoge rechtscolleges in de VS om ook dissenting opinions te publiceren, of omdat de juridische opleidingen aan de beste universiteiten van de VS zoveel beter zijn dan de Europese, het is zeker dat met afwijkende meningen over centrale juridische vraagstukken in de VS serieuzer wordt omgegaan dan hier. Over de doodstraf is hier sinds haar afschaffing niet meer gediscussieerd[2] . Dat is anders in de VS, waar zij in sommige staten nog wel en in andere niet meer bestaat.
Op 9 Maart 2000, elf jaar geleden dus, stelde de toenmalige gouverneur van Illinois, George Ryan, een staatscommissie in om te onderzoeken of en zo ja welke veranderingen er nodig waren in het rechtssysteem van zijn staat om zeker te stellen dat de doodstraf in zijn toepassing rechtvaardig, redelijk en nauwkeurig zou zijn. Voor dat hij overging tot de benoeming van de commissie had hij een moratorium ingesteld op de uitvoering van opgelegde doodstraffen.
Twee jaar later, in April 2002 bracht de commissie haar rapport uit.
De commissie kwam met een reeks van aanbevelingen die onder meer betrekking hadden op het opsporingsonderzoek in zaken die tot de doodstraf zouden kunnen leiden.
Een ervan was om alle verhoren te tapen op video en alle verklaringen van de verdachte die buiten het kader van een officieel verhoor hadden plaats gevonden binnen een dergelijk kader te doen herhalen en ook te laten tapen. Een tweede aanbeveling was om de procedures die betrekking hebben op getuigenverklaringen te herzien in het licht van recente wetenschappelijke bevindingen waaruit blijkt hoe gemakkelijk daar fouten mee kunnen worden gemaakt.
De gevallen waarin de doodstraf kon worden toegepast zouden naar het oordeel van de commissie beperkt dienen te worden tot meervoudige moorden, moorden op politieagenten en brandweerlieden[3] , op bewakingspersoneel en medegevangenen, moorden gepaard gaande met marteling en moorden met het oogmerk om de rechtsgang te belemmeren. Persoonlijk vind ik die aanbeveling te beperkt. Wie de werkzaamheid van het strafrecht serieus[4] neemt zou de doodstraf moeten overwegen in alle gevallen van meervoudige recidive, waarbij daarnaast uit bijkomende omstandigheden blijkt dat de berokken dader een misdadig leven leidt[5], maar die overweging is in de commissie niet aan de orde gekomen.
Aan de kwaliteit van het bewijs dat tot de doodstraf kon leiden dienden volgens de commissie additionele eisen te worden gesteld. Ingeval het bewijs uitsluitend of in hoofdzaak afkomstig is van een enkele ooggetuige, van een medegevangene of van een medeverdachte zou geen doodstraf mogen worden opgelegd en evenmin zou die straf behoren te worden toegepast op een geestelijk gehandicapt persoon. Onder geestelijk gehandicapt hier te verstaan iemand met een uitzonderlijk laag I.Q. Het betreft hier een categorie mensen die in Nederland zelden vrij rond loopt. Een voorlopig getuigenverhoor gericht op de betrouwbaarheid van getuigen is naar het oordeel van de commissie in elk geval nodig als er objectieve redenen zijn aan de betrouwbaarheid te twijfelen, zoals in geval van de getuigenis van medegevangenen, wanneer die als bijkomend bewijs geldt.
De officier zou pas doodstraf dienen te eisen na voorafgaand advies van een in te stellen staatscommissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van alle arrondissementen; deze commissie dient om te verzekeren dat overal in de staat gelijke regels gaan gelden.
De doodstraf zou uitsluitend dienen te worden uitgesproken als zowel de jury als de rechter in de zaak die straf op zijn plaats achten.
Elk geval waarin de doodstraf is uitgesproken zou ter bevestiging dienen te worden voorgelegd aan het Hoge Gerechtshof van de Staat ter beoordeling van de vraag of zowel de feiten als het aangevoerde bewijs de straf rechtvaardigen en of er in casu niet afgeweken wordt van het gevoerde beleid ter zake in andere gevallen.
De opleiding en toelatingseisen van rechters, advocaten en officieren in zaken waarin de doodstraf kan worden geëist zou dienen te worden verbeterd. Dat laatste is een interessant punt. Wanneer een officier van plan is de doodstraf te eisen moet hij dat verklaren bij zijn besluit tot verdere vervolging en dan hoort de rechtbank daar rekening mee te houden bij de aanwijzing van de toegevoegde raadsman.
Een kleine meerderheid van de commissie was eigenlijk voor afschaffing van de doodstraf, maar dit leidde niet tot een overeenkomstige aanbeveling, omdat de grondwet en de strafwet van Illinois in die straf voorzagen en misschien ook wel omdat niet helemaal duidelijk was of een dergelijke aanbeveling wel in het kader van de opdracht paste.
Sommige van de voorstanders van afschaffing (abolitionisten) hadden voor hun standpunt ethische motieven, het merendeel kwam tot haar standpunt vanuit de overweging dat het praktisch onmogelijk blijkt een systeem te vinden dat voldoende garanties bevat dat de doodstraf zal worden toegepast zonder willekeur of fouten, of omdat aan het toepassen van de straf zoveel tijd en energie wordt besteed, dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen [6]. Enkele leden wilden de gouverneur adviseren om het moratorium voor onbepaalde tijd te verlengen, respectievelijk de doodstraf af te schaffen als hij tot de conclusie zou komen dat de wetgevende macht de aanbevelingen van de commissie niet in substantiële mate zou wensen te implementeren. Een nog kleinere minderheid was voor handhaving van de doodstraf omdat alleen die straf in voldoende mate de afschuw van de gemeenschap voor bepaalde vreselijke vormen van misdrijf tot uiting bracht[7] . Alle leden van de commissie waren onder de indruk van de complexiteit van de problemen die met de doodstraf samenhingen.
Mede voor het geval in de toekomst opnieuw onderzoek zou dienen plaats te vinden naar de gang van zaken bij gedingen waarin de doodstraf is geëist, beval de commissie aan zoveel mogelijk gegevens te verzamelen zowel over het misdrijf als over de verdachte.
Het werk van de commissie was zorgvuldig en dat geldt ongeacht of men eens is met haar aanbevelingen, haar kritiek op onderdelen van het rechtssysteem en het systeem van straftoemeting in Illinois. De analyse geldt zonder veel wijzigingen voor andere rechtssystemen, o.a. voor Nederland. Het bestaan van de doodstraf geeft een apart cachet aan de kritiek en de aanbevelingen, maar het is duidelijk dat ook voor andere vormen van straf de gewraakte gebreken in de rechtsgang vermeden dienen te worden en dat de aanbevolen verbeteringen dringend moeten worden doorgevoerd.
De grootste bezwaren tegen de doodstraf blijken, net als in de tijd van Modderman, niet te zijn gelegen in de straf zelf, maar juist eerder in het verzet ertegen, dat een humane uitvoering lijkt te frustreren.
De overwegingen die betrekking hebben op de toelaatbaarheid van de doodstraf als zodanig zijn niet het sterkste onderdeel van het rapport en de aanbevelingen van de commissie zijn bovendien niet in alle opzichten met die overwegingen in overeenstemming. De doodstraf, zegt Van Schie, is een noodzakelijke ‘stop’ op het strafrechtsysteem. Als alle andere straffen niet werken, als een verdachte of gestrafte op geen enkele wijze beïnvloedbaar blijkt te zijn dan is de doodstraf het einde van het verhaal. Het gedrag van de gestrafte wordt daardoor definitief beïnvloed. Er is geen recidivegevaar meer na de doodstraf, de gestrafte beïnvloedt niet langer medegevangenen in negatieve zin en ook de kosten van de detentie houden op. Tegen die redenering kan men emotionele argumenten hebben en die zijn ook in grote aantallen aangevoerd, maar rationeel is er weinig tegen in te brengen, tenzij men de gevaren van het doorbreken van nog levende taboes in de beschouwingen wil betrekken.
De doodstraf, mits consequent en efficiënt toegepast, werpt haar schaduw vooruit. Voor de professionele en rationele veelpleger vormt zij een onaanvaardbaar risico en het zal de draaideurcriminaliteit op korte termijn tot een zaak van het verleden maken.
Wel moeten de risico’s die aan herinvoering verbonden zijn goed worden afgewogen tegen de voordelen. De vermindering van de eerbied voor het mensenleven dat impliciet is in de herinvoering heeft consequenties voor criminelen maar ook voor de samenleving als geheel. Het taboe tegen het nemen van een mensenleven is zeker geen zinloos taboe. Het draagt bij aan de onderlinge solidariteit die zo kenmerkend is voor de humanistische samenleving. Dat de discussie over de doodstraf überhaupt in Nederland weer gevoerd zou kunnen worden is vanwege dit taboe voorshands niet te verwachten. Dat is jammer genoeg want het gevaar voor de samenleving van het gebrekkig werkend strafstelsel dat wij nu kennen is evident.
________________________________________
[1] De doodstraffen die na de tweede wereldoorlog zijn uitgesproken in het kader van de bijzondere rechtspleging buiten beschouwing gelaten.
[2] Stevo Akkerman verweet in het Parool van 12 oktober ’07 voormalig minister Nawijn zijn behoefte aan de doodstraf voor een aantal zware misdrijven en publicist Van Schie zelfs zijn behoefte aan discussie over het onderwerp. Marjolijn Februari deed dat beter maar niet goed genoeg in een artikel in de Volkkrant van 26/2/05. Sinds Leo Polak’s De Zin der Vergelding (diss. 1921) is er voor het standpunt van de afschaffers geen nieuwe argumentatie meer gegeven
[3] Ambulance en ziekenhuispersoneel staan niet in het rijtje omdat geweld tegen deze categorieën, anders dan in Nederland, in de VS maar zelden voorkomt
[4] Meerplegers zijn per definitie degenen voor wie de afschrikwekkende werking van het strafrecht niet geldt. Door de doodstraf wordt aan het veelplegen een einde gemaakt als dat op een andere manier niet mogelijk blijkt.
[5] In de afwegingen moet men ook de mogelijkheid betrekken dat door de herinvoering van de doodstraf voor beroepscriminelen de strijd daartegen zal verharden met als consequentie een verhoogd gevaar voor politiemensen en andere opsporingsambtenaren
[6] Zie voor overeenkomstige argumenten tegen herinvoering van de doodstraf de rede van minister Modderman handelingen 2e kamer 1880. Het argument waarmee hij een Kamermeerderheid overtuigde was dat als gevolg van het verzet tegen de doodstraf er in een lange periode voorafgaande aan de afschaffing geen executies meer hadden plaats gevonden
[7] Hoewel bij gebrek aan discussie in Nederland niet met zekerheid is na te gaan wat de redenen zijn die de Nederlandse voorstanders van herinvoering er op na houden is het redelijk te veronderstellen dat ook bij hen de gedachte een hoofdrol speelt, dat in de ernst van de straf de ernst van het misdrijf tot uiting komt en dat daarnaast bij hen medeleven met de dader niet opweegt tegen hun medeleven met de slachtoffers en hun nabestaanden. Bij veel van hen heerst de overtuiging dat er in Nederland sprake is van normvervaging als gevolg van inadequate bestraffing van misdrijven.
[8] In Nederland komt men voor een toevoeging van een advocaat of mediator in aanmerking als het bruto verzamelinkomen minder is dan: 22.400 euro voor alleenstaanden; 31.700 euro voor gehuwden, eenoudergezinnen, geregistreerde partners en samenwonenden.

Vier jaar geleden kon U in de Volkskrant lezen hoe een doodstraf die was uitgesproken in de Amerikaanse staat Georgia tegen een man die eerst zijn vrouw en later een medegevangene had vermoord niet werd uitgevoerd. Twee psychiaters zijn bij die gelegenheid door hun collega’s onder druk gezet om hun oordeel te herroepen. Dat oordeel luidde dat de betrokken moordenaar bij zinnen was en geestelijk niet gehandicapt.
Volgens de progressieve collega psychologen en psychiaters is iemand met een IQ van 70 per definitie geestelijk gehandicapt.
Men zou zich kunnen afvragen of de betrokken deskundigen zich realiseren dat hiermee een flink deel van de gettobewoners in de VS tot geestelijke gehandicapten wordt geproclameerd. Niet alleen de doodstraf maar iedere straftoemeting wordt daardoor voor deze categorie zinloos. Getto’s zijn verzamelplaatsen van de minst begaafde Afro Amerikanen. De bevolkingsgroep heeft als geheel een achterstand in IQ en de gettobevolking vormt daaruit een negatieve selectie. Hoe men dan voortaan de maatschappelijke orde in dat soort buurten moet gaan handhaven is een raadsel. Via opsluiting in gesloten inrichtingen misschien? Moeten de getto’s als zodanig tot inrichtingen worden geproclameerd? Wordt dat in progressieve kringen in Amerika als een vooruitgang gezien?

Geplaatst in strafrecht | Een reactie plaatsen

Jan van Soest.

Deze man is mijn vriend. Behandelt U hem, zoals U mij heeft behandeld.
Dat stond in het briefje dat Max Pam van Harry Mulisch mee kreeg toen hij het voor het eerst met vakantie naar Cuba ging.
Op Cuba kent niemand Nederlands en veel heeft hij dus aan het briefje niet gehad. Maar ook als ze het daar wel hadden kunnen lezen had niemand meer geweten hoe men Harry Mulisch daar had behandeld. Het was goed beschouwd ook helemaal niet voor de Cubanen bedoeld maar alleen voor Max Pam. Die had uit het briefje moeten afleiden hoe zeer Harry op Cuba in aanzien stond en daar had hij dan in Nederland weer over moeten schrijven.
Dat past helemaal bij Harry, net als de formulering van het zinnetje trouwens. Dat had ook kunnen zijn: to whom it may concern, this guy Pam is okay, treat him well. Dat had ook wel niet geholpen, maar dan hadden ze op Cuba tenminste begrepen wat er werd bedoeld.
Mulisch was een middelmatige schrijver en een ondermaatse denker, die uitblonk in een land dat op dit punt in Europa in het algemeen onder de middelmaat blijft. Nederland heeft wel goede schrijvers en ook wel goede denkers, maar die worden door de publieke opinie als zodanig niet opgemerkt. Ze kiezen hier voor mensen als Mulisch en Achterhuis, die beter passen bij de middelmaat dan Hella Haasse of Willem Frederik Hermans.
Mulisch heeft heel zijn leven de grote schrijver en denker gespeeld en dat was waar de mensen op aansloegen. Als hij met zijn coterie bij Le Garage ging eten dan deed dat denken aan Parijs en de diners van de Académie. Als hij naar Cuba reisde dan was dat in zijn eigen ogen als Sartre die werd welkom geheten in Moskou.
Jan van Soest, mijn leermeester op de universiteit en een man voor wie ik grote bewondering had, had een scherp verstand maar was geen lezer. Toen ik hem opzocht in het ziekenhuis vrij kort voor hij overleed en vroeg wat ik de volgende keer voor hem mee kon brengen, toen had hij het over dat nieuwe boek van Mulisch, iets met hemel. Ik was daar zo teleurgesteld over dat ik even niet bij hem op bezoek wilde en toen opeens was hij dood. Dat is een van de dingen die ik Mulisch niet verwijten mag, maar ik doe dat intussen toch.

Geplaatst in herinneringen | Een reactie plaatsen

Stadhouders natuurlijk!

Ik was wat verbaasd dat men Weijers had uitgekozen om leiding te geven aan de voorbereidingen van de inhuldiging van koning Willem Alexander. Maar bij nader inzien past hij eigenlijk heel goed. De nieuwe koning en Weijers, ze zouden broers kunnen zijn.
Zelf ben ik republikein, d.w.z. een voorstander van Nederland als republiek en van het Oranjehuis als de leverancier van onze stadhouders, met zo nu en dan een stadhouderloos tijdperk. Maar nu we toch een koninkrijk zijn en ook weer een paar jaar een koning hebben zou ik voor een grondwetswijziging zijn. Een waardoor voortaan de Eerste Kamer zou worden gekozen door de Tweede in plaats van door de provinciale staten, die ik bij dezelfde gelegenheid zou afschaffen. Die Eerste Kamer zou dan Enquêtekamer kunnen worden. En een staatsinrichting waarbij we voortaan alleen nog koninginnen zouden kunnen hebben en geen koningen meer. Ik weet dat dit een vorm van gender discriminatie is maar die lijkt mij in het belang van het land. Willem Alexander doet het als constitutioneel vorst eigenlijk heel goed doen en loopt niemand in de weg, maar dat is gewoon boffen. Sta er eens even bij stil dat iemand als onze Beatrix koning zou zijn geweest in plaats van koningin. Behalve in tijden van oorlog of van een majeure staatkundige crisis is zoiets toch gewoon een ramp? Kan iemand zich voorstellen dat een premier Lubbers overweg zou hebben gekund met een koning van het type Beatrix? Hoe zou die zijn opgetreden tegen Balkenende als die over een van zijn kinderen had gezegd dat tegen leugenaars nu eenmaal geen kruid gewassen is ? Daar moet je niet aan denken. Wel Willem Alexander dus, maar daarna alleen nog koninginnen, of stadhouders natuurlijk.

Geplaatst in zo maar wat | Een reactie plaatsen