Hitler en de VS.

Toen De Tocqueville in de dertiger jaren van de negentiende eeuw zijn La Democratie en Amérique schreef, bestond er nog geen democratie in de rest van de wereld. Amerika zelf was nog geen vijftig jaar een zelfstandige staat. De grote immigratie moest nog komen, net als de grote trek van het Oosten van de VS naar het toen nog wilde Westen.

Wat iedereen, die het boek leest, opvalt is dat de VS en hun democratie zoals wij die hebben leren kennen in de tweede helft van de vorige eeuw al anderhalve eeuw eerder bleken te bestaan. Wij veramerikaniseren nu, dat wil zeggen, Europa en de rest van de wereld hebben democratie, mensenrechten en de gelijkheid van alle burgers met de daarbij behorende samenleving van Amerika overgenomen.

Dat proces is in Europa niet zonder horten of stoten gegaan. De Tocqueville zelf, met zijn aristocratische achtergrond, zag de bezwaren helder: De middelmaat regeert en voor excellentie is geen ruimte. Dat wil zeggen, excellentie is een noodzaak voor verdere vooruitgang van de samenleving, maar de publieke erkenning ervoor blijft uit; de excellentie werkt in het verborgen en haar resultaten bereiken de samenleving via de achterdeur[1].

In het Duitsland van de negentiende eeuw, dat een soortgelijke bloei en groei doormaakte als de Verenigde Staten, was er geen democratie. Wel was er een eigen variant van de verlichting en hadden ze er een rechtsstaat, maar de samenleving bleef er hiërarchisch, d.w.z. ondemocratisch. De staat was in het keizerlijke Duitsland niet een middel om de burgers hun rechten te verschaffen, maar vormde een doel op zich. De Duitsers waren onder Wilhelm II onderdanen en geen burgers.

Bij Hitler en de nationaal socialisten kwam er een vorm van  gelijkheid van iedereen onder de leider, ongeveer zoals die onder Stalin in de Sovjet Unie bestond, maar nog steeds geen democratie: Het Duitse volk, ook voor zover dat buiten de staatsgrenzen leefde in Oostenrijk en Oost Europa, nam bij Hitler de plaats in van de staat als het subject van politiek handelen. Het werd daarbij niet vertegenwoordigd door een parlement of een gekozen president, maar door een leider, die zich zelf als zodanig had opgeworpen, i.c. door Hitler zelf.

Maar het “Alle Menschen werden Brüder”, de tekst van het slotkoor uit Beethovens negende symfonie, is wel degelijk ook een Duitse gedachte. Hij stamt van Schiller en indirect van Immanuel Kant, die de ethiek van de verlichting formuleerde en filosofisch onderbouwde. In Duitsland zelf werd daar nooit een politieke vorm aan gegeven[2], dat gebeurde in Amerika. De fraternité van de Franse revolutie eindigde met de guillotine en aan de Duitse Brüder was geen beter lot beschoren. Und kannst du nicht mein Bruder sein so schläg ich dich den Schädel ein, dat werd het onder Hitler. De Duitse variant van de verlichting en de industriële revolutie eindigde in Auschwitz en Treblinka. De democratie zoals wij die nu kennen stamt uit Amerika.

 

[1] Zoals de taalkunst het overheersende element was in de Griekse beschaving en de muziek in Europa in de korte periode tussen de Middeleeuwen en de industriële revolutie, zo zijn de natuurwetenschappen dat nu. De meest talentvolle mensen werken op dat terrein en de Nobelprijzen zijn de enige vorm van publieke erkenning voor de grote prestaties die daar geleverd worden. Van wat in de wetenschap gebeurt dringt maar weinig door tot het grote publiek en ook de vertegenwoordigers van dat publiek, de media en de politici, zijn slecht op de hoogte. Toch zou de techniek die de industriële samenleving draaiende houdt zonder wetenschap ondenkbaar zijn.

[2] In 1848 heeft het er even naar uitgezien, dat ook in Duitsland de parlementaire democratie het zou winnen van de nieuwe autoritaire staat, maar het parlement van Frankfurt bleek niet opgewassen tegen Bismarck en diens Pruisische staat.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .