Fiscale ethiek.

Iedere beroepsgroep heeft zijn eigen regels, die soms flink kunnen afwijken van wat in andere groepen behoorlijk wordt gevonden of wat in de samenleving in haar algemeenheid als norm geldt.

De voorbesprekingen in de aannemerij golden tot voor kort binnen die beroepsgroep niet als onbehoorlijk en zijn lange tijd ook wettelijk geoorloofd geweest. In de handel tussen kooplieden onderling geldt dat de koper zelf maar op moet letten, caveat emptor! Als hij geen garanties heeft gevraagd en niet goed gekeken heeft dan moet hij op de blaren zitten als er iets niet in orde blijkt.

In de fiscale wereld was het vroeger de gewoonte dat adviseurs niets deden dat in het eigen land wettelijk verboden was. Dat kon meebrengen dat ze cliënten, die ze om die reden in Nederland niet konden helpen naar een buitenlandse adviseur stuurden zodat er in elk geval professionele begeleiding was. Geen Nederlandse adviseur zat er mee om een advies te geven waarvan hij op zijn vingers kon natellen dat de Italiaanse of Franse fiscus er mee bedrogen zou worden, zolang het maar binnen de Nederlandse perken bleef. Met de buurlanden, Duitsland, België Engeland was men gemiddeld wat voorzichtiger, maar dat was vooral een kwestie van persoonlijk smaak. Principieel lag de grens bij hetgeen in het thuisland geoorloofd was. Het internationale fiscale beroep organiseerde gezamenlijk de internationale belastingontduiking, daar kwam het toch op neer, maar verschoonde daarbij de eigen fiscus. Dat men daar tegenwoordig onder invloed van de EG wetgeving wat anders over begint te denken komt omdat men ook in het eigen land last kan krijgen met benadeling van de fiscus elders. Maar de uitbreiding van het ethisch verantwoordelijkheidsgevoel kan toch als winst worden beschouwd.

Een ethische grondslag van het vak, anders dan het vermijden van wetsovertredingen waarvoor je in de gevangenis kon raken, was er eigenlijk niet. Het benadelen van de fiscus werd in elk geval niet immoreel gevonden en dat kon ook niet echt. Zolang je er je beroep van maakt om de fiscus te benadelen met legale middelen is het logisch om alleen de wet als maatstaf te nemen voor wat geoorloofd is. Het verschil tussen wat we mag en wat niet is niet ethisch maar professioneel. In de praktijk kwam daarom vanouds het verschil tussen ontduiken en ontgaan voor een cliënt vaak neer op het hebben van een bekwame of een minder bekwame adviseur. Meestal kon hem het verschil ethisch met de beste wil van de wereld niet worden uitgelegd. Daarvoor is het belastingrecht te moeilijk en zijn de verschillen te subtiel.

Dat het benadelen van de fiscus niet als slecht werd ervaren vond mede zijn oorzaak in de toen nog hoge tarieven en in de algemeen gevoelde overtuiging dat de middelen door de overheid slordig en met weinig respect voor de belastingbetaler werden besteed. In Nederland kon de inkomstenbelasting tezamen met de vermogensbelasting oplopen tot 80% van het belastbaar inkomen. In Engeland was het toptarief voor bepaalde soorten inkomsten in de tijd van het kabinet Wilson 98% en in Italië en Zweden was het een tijd lang theoretisch mogelijk om meer dan 100% verschuldigd te worden[1]. Italiaanse moraaltheologen leerden in die tijd dat belastingontduiking binnen zekere grenzen geoorloofd was omdat met ontduiking immers bij de tariefstelling rekening werd gehouden. In Nederland waar deze theorie niet werd aangehangen, waren er andere ethische aberraties. Bij ons vatte men in de hoogtijdagen van het socialisme de democratische gedachte zo op, dat een onredelijke heffing van een minderheid, mits gesteund door een meerderheid, geoorloofd was[2] zolang de legale vormen maar in acht werden genomen. De belastingmoraal die toen ontstond was daar de tegenhanger van.

Juist vanwege het ontbreken van een deugdelijke fiscale moraliteit ontstond een internationaal netwerk van adviseurs, banken en trustkantoren dat kon beschikken over de knapste koppen op juridisch en fiscaal terrein. De constructies die binnen dat netwerk met algemeen goedvinden werden bedacht voor het ontgaan van belasting door met name de familiebedrijven konden vrijwel ongewijzigd voor andere doeleinden worden aangewend. Bijvoorbeeld voor het benadelen van de aandeelhouders als de firma naar de beurs ging, zoals bij Parmalat of voor het witten van zwart geld en het wegsluizen van door misdaad verkregen gelden.

De terroristische aanslagen in Amerika en andere landen worden gefinancierd met geld dat met deze technieken ter beschikking wordt gesteld. Veel mensen die in het belasting vak zijn opgeleid met geen andere moraal dan het buiten bereik blijven van de eigen autoriteiten zien er geen been in om de opgedane kennis voor zwaardere delicten aan te wenden, zolang ook dan maar blijft gelden dat zij zelf geen risico lopen.

Toen in het begin van de zeventiger jaren het Watergate schandaal ontstond was een van de issues daarbij het witten van illegaal geworven campagnebijdragen door de het comité voor de herverkiezing van de president. De voorzitter van dat comité was een compagnon van het oude advocatenkantoor van Nixon, minister van justitie Mitchell. De moraliteit of het gebrek daar aan bij het comité week niet af van de moraliteit op het betrokken advocatenkantoor.

Uit dit soort voorbeelden blijkt hoe gevaarlijk het is om het normbesef te laten verslappen in een onderdeel van de samenleving. Het is met moraliteitsgebrek als met minderwaardig geld: het kwade drijft het goede uit de markt. Bederf gaat gemakkelijk maar herstel is een moeizaam proces.

 

[1] Alleen bij tarieven boven de honderd procent worden uitgaven die fiscaal aftrekbaar zijn echt voordelig. Het misverstand dat dit ook bij lagere tarieven het geval zou zijn heeft niet alleen de fiscus maar ook de belastingbetaler en de nationale huishouding veel geld gekost.

[2] Van den Tempel, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, leerde dat het streven naar een rechtvaardige verdeling van de belastingdruk geen zin had zolang de maatschappij zelf niet rechtvaardig was. Belastingen die op zich zelf onredelijk waren als middel om een rechtvaardige en socialistische samenleving te bereiken achtte hij daarom geoorloofd en geboden.

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .