Studieloon.

Zestig jaar geleden, in mijn studententijd, speelde het onderwerp studieloon. De meeste studenten hadden  een maandgeld van hun ouders of ze hadden een beurs of een renteloos voorschot om in hun levensonderhoud te voorzien en de studiekosten te betalen. Het was toen progressief om dat te vervangen door een vast bedrag voor iedereen, zodat studeren ook een soort beroep werd en de studenten vakbeweging echt kon gaan staken als dat nodig was.

Onze hoogleraar economie J.E. Andriessen, de latere minister, vond het onderwerp interessant en op zijn privatissimum maakten we met zijn alleen een budget dat als uitgangspunt kon dienen voor een redelijk maandloon. Op zes honderd gulden per maand kwamen we uit, het equivalent van  €280,- nu.

Toen moest nog gecheckt worden hoe het in de werkelijkheid ging. We waren met een man of zestien m/v en we spraken af onze uitgaven twee maanden op te schrijven. Bovendien zou iedereen nog vier mensen  in zijn omgeving vragen hetzelfde te doen. Dan hadden we tachtig keer twee stel maanduitgaven en daar moest het mee kunnen, dachten we.

Wat bleek? Die zes honderd gulden had ons allemaal een redelijk minimum geleken, behalve dan voor ons zelf. Maar wij waren dan ook afwijkend van de norm, dachten we. Wat er uit het onderzoek kwam was dat praktisch iedereen afweek van de norm. Drie of vier personen hadden die zes honderd gulden of zelfs nog meer, maar de rest had minder. De een had minder kledingkosten dan gebudgetteerd, want kreeg de kleren van zijn oudere broer. De ander betaalde ver onder de marktprijs voor zijn kamer. De derde zat in een dispuut waar ze samen kookten en dat was goedkoper dan de mensa. De vierde had de reiskosten niet, want zijn ouders woonden in Amsterdam. Zo had iedereen wel wat en we deden het gemiddeld met vierhonderd al was zes honderd beslist heel redelijk geweest en had iedereen ook wel een deel van die gebudgetteerde kosten. Alleen, niemand had ze allemaal tegelijk. Hij kon ze niet hebben want hij had er het geld niet voor en hij verzon dus iets om toch rond te kunnen komen.

Daar kunnen een paar opmerkelijke economische lessen uit worden getrokken. Of Andriessen dat voorzien had en ons zelf tot conclusies wilde laten komen weet ik niet. Het zou best kunnen, want zo slim was hij wel. Dit waren de lessen.

De praktijk produceert altijd oplossingen waar een beleidsmedewerker nooit aan zou hebben gedacht. Dat is les 1. De dingen kunnen altijd goedkoper als het moet. Dat is les 2. En voer nooit een beleid in voor je het in de praktijk hebt uitgetest. Dat is les 3.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .