Lodewijk XI van Frankrijk

Lodewijk XI van Frankrijk was een van de intelligentste en bekwaamste koningen uit de Franse geschiedenis, een uitzonderlijke iemand, die meer voor zijn land gedaan heeft dan praktisch alle andere regeerders, maar die als koning niet populair was bij zijn volk en evenmin later bij de geschiedschrijvers.

Zijn vader Karel VII, met wie hij slecht overweg kon, was dat wel. Karel was degene die als dauphin door Jeanne d’ Arc in Reims tot koning werd gekroond en die als de redder van Frankrijk werd gezien. Tijdens zijn regering waren de krijgskansen in de honderdjarige oorlog gekeerd. Toen Lodewijk Karel opvolgde was het vrede, of in elk geval was er wapenstilstand.

Louis was in zijn vroege jeugd als gevolg van de onzekere tijden ver van het koninklijk hof opgevoed te midden van kleine luiden. Zijn leven lang heeft hij een voorkeur gehouden voor een burgerlijke stijl van leven en toonde hij een afkeer van de pracht en praal van de Franse hoge adel. Hij was in zekere zin de anti-Lodewijk XIV. Sober op het zunige[1] af. Niet gericht op pracht en praal, niet op roem, maar op effectiviteit. Geld gebruikte hij niet voor grote paleizen en kostbare oorlogen maar liever om mensen om te kopen en zo oorlogen te vermijden.

Toen Lodewijk XI aan de macht kwam was Frankrijk nog bezig bij te komen van de gevolgen van de honderdjarige oorlog, die enorme verwoestingen in het land hebben aangericht. Zij had het volk een afkeer van Engelsen bijgebracht die nog steeds niet helemaal verdwenen is. Het was een tijd, waarin het vertrouwen in de bestaande orde zo geschokt was dat alle constitutionele veranderingen mogelijk leken en dat was iets dat Louis goed besefte. Hij heeft de welvaart in het land hersteld en de twee grootste vijanden van zijn huis en zijn land buiten gevecht gesteld.

De Franse constitutie in zijn tijd was feodaal, d.w.z. de koning oefende zijn macht uit via de hoge adel, vaak zijn eigen familieleden, aan wie grote bezittingen ter beschikking werden gesteld om hun verplichtingen te financieren. In wezen beperkte dit de macht van de koning zozeer dat van een effectief bestuur alleen iets terecht kwam, als door een groot gevaar van buiten de gezamenlijke inspanningen van de koning en zijn leenmannen op een en dezelfde vijand waren gericht. Was het vrede dan richtte de energie van ieder zich tegen zijn directe buren, of trad de adel op tegen de koning. Het definitief uitschakelen van de adel als machtsfactor is het werk geweest van Lodewijk XIV, maar Lodewijk XI heeft er het zijne aan bijgedragen. Hij heeft het opstandige Bourgogne vernietigd en Engeland als factor uit de Franse politiek geëlimineerd.

De machtigste leenman van de Franse koning was na de nederlaag van de Plantagenets de hertog van Bourgondië. Toen Louis in 1461 aan de macht kwam was Philips de Goede nog regerend hertog, al had hij de dagelijkse beslommeringen van de regering al overgelaten aan zijn zoon Karel, de graaf van Charollais. Bourgogne, het huis dat wij kennen als de verzamelaar van Nederlandse gewesten en in zekere zin als de stichters van ons land, was geparenteerd aan het Franse koningshuis. Het besteedde veel meer van zijn aandacht aan Franse affaires dan aan de zaken in Nederland. Philippe de Goede zag zich zelf als een Franse prins. Dat betekende niet noodzakelijk dat hij zich ook zag als een Frans staatsburger. Een Franse staat zoals we die tegenwoordig kennen bestond in de vijftiende eeuw nog niet, maar hij was wel al in wording.

Lodewijk XI zag in dat Bourgogne de belangrijkste tegenstander zou zijn van de Franse Koninklijke macht, omdat alleen ten koste van Frankrijk het Bourgondisch rijk als opvolger van het oude middenrijk van Lotharius levensvatbaar  zou kunnen blijven. Engeland en Bourgondië tezamen vormden een permanent bedreiging voor zijn land en zijn huis en hij heeft alles gedaan om die bedreiging uit te schakelen. In Charles le Téméraire had hij het soort vijand dat iedereen zich wensen zou. Die heeft de erfenis van zijn vader in een paar jaar tijd naar de Filistijnen geholpen en de Bourgondische positie in Frankrijk teniet gedaan alsof die er nooit geweest was. Karels dochter, Maria van Bourgondië, heeft wat er over was van de nalatenschap van Philips als bruidsschat ingebracht in haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk. De Habsburgers erfden de vijandschap van de Bourguignons met het Franse koningshuis Valois maar vormden, anders dan hun voorgangers, geen bedreiging  voor Frankrijk van binnenuit. Zij  waren vijanden van buitenaf. Voor het vestigen van een gecentraliseerde Franse Koninklijke macht waren het eigenlijk eerder bondgenoten dan vijanden. Pas na Lodewijk XI was Frankrijk een vanzelfsprekendheid en beschouwde iedereen die daar woonde zich als Fransman.

 

Louis XI.

 

De beroemde Franse middelbare school Louis le Grand is niet naar Louis XI genoemd maar naar de toch veel minder bekwame maar populairdere Lodewijk de Veertiende. Maar het was de elfde en niet de veertiende Lodewijk die Frankrijk groot heeft gemaakt.

Grote oorlogen heeft hij niet hoeven voeren, maar hij heeft zijn land machtig en rijk gemaakt.

Hij was in vrijwel alle opzichten de tegenhanger van Lodewijk XIV. Hij liet Frankrijk beter en vooral veel rijker achter dan hij het had aangetroffen. Lodewijk XIV  heeft zijn land verarmd en de kansen die de geschiedenis hem bood niet benut.

Het vertrouwen in de bestaande orde was door de oorlog zo geschokt dat alle constitutionele veranderingen mogelijk leken toen hij aan de macht kwam en dat was iets dat Louis le prudent goed besefte. Hij heeft met steun van het volk de macht van de hoge adel beknot en orde en interne vrede in het land gebracht.

De Franse constitutie was toen hij aantrad nog feodaal, d.w.z. de koning oefende zijn macht uit via de adel, vaak zijn eigen familieleden, aan wie grote bezittingen ter beschikking werden gesteld om hun verplichtingen te financieren. In wezen beperkte dit de macht van de koning zozeer dat van een effectief centraal bestuur alleen iets terecht kwam, als er een groot gevaar dreigde van buiten. Alleen dan werden de gezamenlijke inspanningen van de koning en zijn leenmannen op een en dezelfde vijand gericht. Was het vrede dan richtte de energie zich tegen de directe buren, of trad de verzamelde adel op tegen de koning.

 

De machtigste leenman van de Franse koning was na het verdwijnen van de Engelsen de hertog van Bourgondië. Toen Louis in 1461 aan de macht kwam was Philips de Goede nog hertog, al had hij de dagelijkse beslommeringen van de regering al overgelaten aan zijn zoon de graaf van Charollais, de latere Karel de Waaghals, Charles le Téméraire. Bourgogne, het huis dat in de Nederlandse geschiedenis bekend staat als de verzamelaar van Nederlandse gewesten en in zekere zin als de stichters van ons land, was geparenteerd aan het Franse koningshuis. Philippe zag zich zelf als een Franse prins. Dat betekende niet noodzakelijk hetzelfde als Frans staatsburger. Een Franse staat zoals we die tegenwoordig kennen bestond in de vijftiende eeuw nog niet, maar hij was, achteraf gezien, wel in wording.

Frankrijk was zich van zich zelf bewust geworden door de honderdjarige oorlog, maar in de ogen van zijn bewoners toch in de eerste plaats een territoir waar men min of meer dezelfde taal sprak en een koning deelde. Voor het overige waren steden en streken grotendeels autonoom. Dat was met Bourgondië nog iets meer het geval dan met andere grote hertogdommen omdat het voor het merendeel van zijn landen leenplichtig was aan de Duitse keizer i.p.v. aan de Franse koning. Frankrijk had tijdens de regering van Lodewijk Elf nog beide kanten op gekund: uiteenvallen in kleine feodale rijken zoals Duitsland of uitgroeien tot een sterke unitaire staat als Groot Brittannië. Het optreden van Lodewijk XI en van de Bourgondische hertog Karel is daarbij beslissend geweest.

 

Francia.

Geplaatst op 27 december 2009 door akasdorp

 

 

One of the interesting aspects of history is the opportunity it provides  to observe the development of ideas and the content of words. Even of words that signify something solid like a geographic area or complex like a culture or a country.

Take for instance the word France or Frankreich or Francia. This means the country of France in three different languages.

It started in the fifth or sixth century AD as the name of a confederation of German tribes in the present border area of Germany and the Low Countries. The confederation was called Franks, which stands for “the free people”.

The name got renown internationally as the result of conquests of king Chlodvig, the first of a number of French Louis’ and German Ludwigs that ruled over France and Germany during the Middle ages and in modern days.

 

Chlodvig or Clovis and his descendants, the Merovingians, ruled over an area that covered the old tribal heartland of the Franks and a part of present France. The second royal house of the Franks, the Carolingians, ruled over a much wider area, coinciding approximately with the present EU in its original form of ‘the six’’. That larger Carolinian empire was soon broken up. Initially it was divided in three and later reduced to two parts: East and West Francia.

The Franks who lived in the South Western part of the realm were assimilated by the local population and took over Latin for their day to day language as it was spoken in the former Roman  province. The Northeast continued to speak its own language, which they called “the peoples language” or Dietsch. The bastard Latin developed into French and the Dietsch is now called Deutsch or German.

 

One of the earlier Carolinian kings was one of those remarkable individuals that arrive once in every few hundred years that single-handedly appear to change the course of history. Charlemagne conquered a large part of the present Western Europe and left it with a new destiny, totally different from the way he found it. He acquired the title of Roman Emperor in the process.

 

Roman Emperor had been the title of the sovereign of the Roman civilization that covered a huge area around the Mediterranean Sea for more than a thousand years. To become emperor meant to receive recognition as the leader of that civilization. That was more than even Charlemagne could claim. It was the Roman pope that crowned him emperor for his own purposes, but the real Roman Emperor was the sovereign of Byzantium, the ruler of the Eastern Mediterranean.

 

The Pope had been the most influential of Christian prelates, due to the fact that he was the bishop of Rome, the ancient capital of the Roman Empire. The emperor Constantine the Great had moved the seat of government to the east, to Byzantium or Constantinopel at the Bosporus and the Pope had as a consequence lost much of his influence. By appointing an emperor of his own in addition to the emperor of the East, he  stood to regain some of that influence or at least to reduce  his dependence on the East.

 

For Byzantium, as it was again called at the time, this was  a minor setback. Western Europe, however, with its newfound destiny became in time a force to be reckoned with. The name of Rome still held sufficient magic to transform the position of what was in effect  a tribal chief into one of the players in the Mediterranean world. Nobody, except for the Pope and the Franks themselves recognized Charles as Roman Emperor. That title belonged in Byzantium, where an emperor reigned over a much larger and an infinitely more civilized part of the world. Western Europe, however, received recognition as Francia by Byzantium and the Arab Caliphs, the two powers of the day.

 

The southwestern Part of Francia had the contacts with Byzantium and the major Muslim Centers in the Mediterranean: Andalusia, Egypt, Syria and Mesopotamia. That part of the Carolingian world came to consider itself Francia and the Eastern part called itself das Heilige Roemische Reich Deutscher Nation or the Holy Roman Empire in Germany.

 

In the more civilized parts of the medieval world people from Western Europe were called Franks, regardless if they came from present France, Germany or elsewhere in Western Europe. They were Franks as long as they were Latin Christians that recognized the Pope as their spiritual, and the (German) emperor as their nominal secular leader. Franks they have been called in the lands of the Islam and the Greek Orthodoxy and it means much the same as Europeans.

 

De Islam en de Hoge Middeleeuwen.

Geplaatst op 19 februari 2010 door akasdorp

 

 

 

Pierre Bayle en de verdraagzaamheid

Geplaatst op 16 maart 2010 door akasdorp

 

 

 

 

oorlogen in de veertiende eeuw

Geplaatst op 27 maart 2010 door akasdorp

 

De honderdjarige oorlog begon als een dynastieke strijd tussen de koningshuizen Valois en Plantagenet om de troon van Frankrijk. Het waren beide Franse huizen. Het bezit van de Plantagenets in Frankrijk was eeuwen lang veel belangrijker dan hun Engelse bezittingen. Het omvatte oorspronkelijk praktisch het hele Zuiden en Westen van het tegenwoordige Frankrijk. Er woonden meer mensen en het bracht meer op dan hun bezit in Engeland. Bij het begin van de oorlog was van al dat oorspronkelijke Franse bezit van de Engelse koningen alleen Guyenne nog over. Maar het Engelse Hof en de adel spraken rond 1350 al driehonderd jaar Frans, ze voelden zich Frans en de oorlog was wat hun betrof een burgeroorlog, niet een Engelse veroveringsoorlog. De Franse bevolking dacht daar anders over. De Engelsen troepen spraken een vreemde taal en gedroegen zich als vijanden. In feite begonnen de inwoners van Frankrijk zich in en na de honderdjarige oorlog voor het eerst als Fransen te voelen en niet langer alleen als Vlamingen, Normandiërs, Angevijnen, Bretonnen, Gasconjers etc.

 

Vanuit Engels nationaal standpunt bekeken was de oorlog zinloos. De meeste overwinningen kostten alleen geld en leverden niets op dan wat buit voor de soldaten. Daarvoor gold de oude zegswijze zo gewonnen zo geronnen. Oorlogen zijn kapitaalvernietigingen op grote schaal.

 

Van de veldslagen uit het begin van de oorlog zijn Crécy en Maupertuis dankzij Shakespeare in het geheugen van de mensen blijven hangen, maar hebben eigenlijk alleen de vlootslag bij Sluys en de belegering en verovering van Calais enig blijvend resultaat gehad. Met die wapenfeiten vestigde Engeland voor het eerst zijn maritieme suprematie. Bij Sluys, in het tegenwoordige Zeeuws Vlaanderen werd de Franse vloot vernietigd en door de verovering van Calais had Engeland een Franse haven die zowel vanuit het Oosten als het Westen voor zeilschepen aan te varen was en die als vesting bovendien gemakkelijk te verdedigen bleek. Zij stelde de Engelse wolexport naar Vlaanderen veilig, de basis in die tijd voor de welvaart van het land. Al die andere spectaculaire veldslagen, veroveringen en strooptochten brachten  Frankrijk wel grote schade toe maar zonder een evenredig voordeel voor Engeland. Wanneer  er  nu nog animositeit bestaat tussen de beide landen dan is die tot de tijd van de honderdjarige oorlog terug te voeren. De brutale verwoestingen van de Engelsen in Frankrijk zijn alleen maar te vergelijken met de latere verwoestingen door de Fransen van het Rijnland en van Baden in Duitsland in de tijd van Richelieu en Lodewijk XIV . Er zit sindsdien een zekere parallelliteit van de nationale gevoelens van Fransen tegenover Engelsen en die van Duitsers tegenover Fransen, het soort nationale gevoelens dat pas na de wereldoorlogen iets aan het slijten lijkt..

 

Waar de honderdjarige oorlog aan doet denken is aan de twisten in de Mohammedaanse wereld, aan de burgeroorlogen in Irak bijvoorbeeld of in Afghanistan. De eerbied voor mensenlevens was nihil, maar de hoffelijkheid tussen tegenstanders kon imponerend zijn, al werd die regelmatig afgewisseld door uitbarstingen van grote wreedheid. Die hoffelijkheid, zoals bijvoorbeeld de rouwmis die in Frankrijk werd opgedragen na het overlijden van Edward III of de manier waarom de Franse koning Jean le Bon als gijzelaar in Engeland werd onthaald, was beperkt tot tegenstanders van dezelfde stand. Met boeren en burgers uit de lagere stand werd omgegaan als met het vee van de vijand.

Hoe een zo zinloze oorlog zo lang kan duren is rationeel niet goed te verklaren. Belangrijk is te weten dat dit soort oorlog niet tot Frankrijk en Engeland beperkt was. Wij hadden in diezelfde tijd Hoekse en Kabeljauwse twisten, de Schieringers en de Vetkopers en de Van Heekerens en de Bronckhorsten. Onder uiteenlopende namen kwamen in die tijd op veel plaatsen in Europa oorlogen voor van een vergelijkbaar wreed karakter. Meestal was er voor de generatielange conflicten nergens een duidelijke reden en veroorzaakten zij overal dezelfde grote schade.

De versterking van het centrale gezag dat een einde aan de oorlogen kon maken is het belangrijkste gevolg geweest..

moslim dominantie

Geplaatst op 10 april 2010 door akasdorp

 

Toen de Arabische profeet Mohammed in het begin van de zevende eeuw de Joods-Christelijke godsdienst van het Midden Oosten vernieuwde, voorzag hij in een behoefte. Egypte, Syrië en Irak hadden het helemaal gehad met Byzantium. Sinds de concilies van Nicene en Chalcedon werd hun een geloof opgelegd waar ze niets  mee hadden[1]. De voortdurende oorlogen met Iran verstoorden de handel en de door Byzantium opgelegde belastingen  putten de regio financieel uit.

Mohammed en de eerste kaliefen brachten soelaas: het geloof werd van een hoop overbodige onzin ontdaan, de rituelen en de ethische voorschriften werden begrijpelijk en voor iedereen te doen. De belastingen gingen terug naar een dragelijk niveau. De contacten tussen de Vruchtbare Halve Maan en Iran werden hersteld,  de twee beschavingsgebieden fuseerden. De handel op het verder gelegen deel van Azië bloeide op en er ontstond een ongekende vooruitgang in rijkdom, kennis en vaardigheden.

Voor het oude westelijke deel van het Romeinse rijk had de opkomst van de Islam vooreerst ernstige  gevolgen. Toen Spanje en Sicilië in Moslimhanden vielen werden de verbindingen overzee met Byzantium verbroken, de aandacht van Rome wendde zich af van de Middellandse Zee en richtte zich op het Germaanse deel van Europa dat in de zevende eeuw nog grotendeels heidens was. De achteruitgang in beschaving was de eerste (achtste)  eeuw catastrofaal, maar met de opkomst van de Karolingers kwam er weer een opbloei. De achteruitgang zette na de dood van Karel de Grote wel  weer door, maar de basis voor een latere groei was toen  gelegd. De kloosters waren gesticht en in reactie op de aanvallen van Noormannen en Hongaren ontstonden verdediging- en bestuursystemen waaruit de latere feodaliteit voortkwam.

In de achtste eeuw werd Spanje veroverd door de Moslims. De Moren zoals ze door de Latijnse Christenheid werden genoemd. Dat was een blessing in disguise. In plaats van de chaotische West Gothische rijkjes kwam in Spanje het zeer beschaafde grote Moorse rijk dat als leerschool heeft gediend voor de Middeleeuwse beschaving van West Europa. Alles wat wij bewonderen in de hoge Middeleeuwen ontstond in Spanje of elders in de Dar al Islam. De troubadours, de romantische poëzie, de riddertoernooien en  de andere ridderlijke gewoonten, de architectuur voor de kathedralen en de grote kastelen. De Islam was de beschaving van de Middeleeuwen zoals de moderne westerse beschaving dat nu is voor de rest van de wereld. De Latijnse Christenheid in de Middeleeuwen was niet meer dan een afschaduwing van de Dar al Islam. Daar vinden we veel minder van terug in de kronieken van die tijd dan we zouden verwachten, maar dat komt omdat die  kronieken werden geschreven in de kloosters. Dat waren afdelingen van de Propaganda Fide[2].

In Spanje begon drie eeuwen na de komst van de Moren de Reconquista en gepaard daaraan een opbloei van de beschaving. Vanaf de elfde eeuw zag men aan de deze  zijde van de Pyreneeën een parallelle vooruitgang van de beschaving. Ze was ontstaan in het Moorse gebied en bereikte ons via de nieuwe Christelijke koninkrijken van (vooral) Aragon/Catalonië en Castilië/Leon. Joodse kooplui voor wie Mohammedanen en Christenen lood om oud ijzer waren speelden een zekere rol als intermediair, maar dat was een rol die vaak wordt overdreven. De massale[3] invloed van de Moorse beschaving op West Europa is niet te verklaren door de activiteit van het handvol Joodse kooplui, dat hier actief was in de eerste tijd van het economisch en cultureel herstel in het Westen.[4] De directe invloed van de Christelijk/Mohammedaanse fusiebeschavingen van Spanje en Sicilië was veel belangrijker. Ook de invloed van de Kruistochten naar Palestina op de thuislanden in Europa was beperkt. Het aantal kruisvaarders dat ooit weer terugkwam uit het Heilige Land en dat in de gelegenheid was geweest om ginds wat op te steken was daarvoor te gering.

Venetië was een restant van de Byzantijnse bezittingen in Italië en had via de Adriatische zee de contacten met Byzantium  behouden. Na het herstel van West Europa in de elfde eeuw  kwam ook van die kant handel en andere input in de beschaving van  de Latijnse Christenheid. De Renaissance, die een einde maakte aan de Middeleeuwen en die de voorloper was van de Reformatie en de Verlichting, kwam vooral als gevolg van de ineenstorting van het Byzantijnse Rijk. In Byzantium was een deel van de klassieke literatuur uit de Oudheid bewaard gebleven en daarvan  kwam de restanten  naar het Westen, tezamen met een groep geleerden die konden vertalen. Ze kwamen precies op het goede moment. Het zaad uit Byzantium viel op vruchtbare bodem in de jonge stadrepublieken van Noord Italie.

Intussen was het Abassiden Kalifaat van Bagdad, dat de kern vormde van de Dar al Islam, ten onder gegaan aan de invallen van de Mongolen. Aan de dominantie van de Arabische beschaving in het Middellandse Zeegebied en Europa kwam daarmee een einde en voordat  het Turkse rijk de Islam weer een hechte basis had gegeven was de bloei van de Latijnse Christenheid te ver gevorderd om weer opnieuw door de Islam gedomineerd te kunnen worden.

[1] De goddelijkheid van Christus, en andere Hellenistische  elementen die door Paulus in het oorspronkelijke Joodse  geloof waren ingebracht stoorden niet alleen de Joden en de Mithrasaanhangers, maar ook een belangrijk deel van de Christenen in het Midden Oosten. De zuivering van het geloof door  Mohammed bracht een algemene acceptatie van het monotheïsme en een eenheid in de regio die er sinds Alexander de Grote niet meer was geweest.

[2] Voluit: Sacra Congregatio de Propaganda Fide. Officieel bestond zij in die dagen nog niet als departement van het Vaticaan en eigenlijk is de Propaganda Fide ook geen ministerie voor propaganda, maar voor de missie. Maar de  propaganda  functie bestond wel degelijk. De kerk van Rome was niet minder goed in het aanpassen  van de geschiedenis aan haar behoeften dan de latere communistische autoriteiten.

[3] Op de meest onverwachte  plekken is die invloed merkbaar. Bekend is dat de grote Middeleeuwse filosofen Thomas van Aquino  en Albertus Magnus  leerlingen  waren van de Moren, maar ook de kruistochten zelf zijn eigenlijk niet anders dan een Jihad in omgekeerde richting.

[4] Die kooplui kwamen om geld te  verdienen en deden dat niet in de eerste plaats door hun afnemers voor te lichten. Bekend is het verhaal van de relikwieënhandel, waar natuurlijk alleen aan verdiend kon worden zolang de Europeanen goedgelovig en onwetend bleven. Splinters van het heilig kruis zijn door de Joden naar West Europa gebracht in aantallen die een wonderbaarlijke vermenigvuldiging doen vermoeden.

 

 

Frankrijk en de 14e juli

 

Dat de politiek  in 1789 begonnen is bij de bestorming van de Bastille in Parijs, zoals Luuk van Middelaar in navolging van veel Fransen wil beweren is een misvatting. Niet omdat er maar zeven gevangenen in die vesting zaten en een handvol bewakers, zodat de bestorming  eigenlijk een slag in de lucht was. Maar omdat moderne democratische staatsvormen al eerder te zien waren geweest. In Amerika na de onafhankelijkheid in 1776 en in Engeland na de Glorious Revolution van 1688. De republikeinse staatsvorm in de Nederlanden dateert nog eerder, al van 1579. Zij was dan misschien geen democratie zoals we die tegenwoordig kennen maar de Republiek kende een politiek leven en een publieke ruimte die de voorwaarden zijn gebleken voor het ontstaan van een politieke democratie.

De Franse revolutie is het begin geweest van de Franse moderne politieke ontwikkeling, dat is waar. Daarnaast was zij ook het begin van het einde van Frankrijk als dominante mogendheid in Europa. Tijdens de revolutie, en onmiddellijk erna, in de tijd van Napoleon, was de inbreng van Frankrijk nog groot. Het had een grotere bevolking dan Rusland of Duitsland en een veel grotere dan Engeland. Frankrijk was de hele Middeleeuwen door en  in het begin van de Nieuwe tijd het volkrijkste en meest welvarende land van Europa geweest. Maar na de restauratie en vooral na de minirevolutie van 1848 was het afgelopen met haar  dominantie die een groot deel van de Middeleeuwen had geduurd en die zijn hoogtepunt bereikte juist vóór de revolutie. Het is niet bewijsbaar maar wel aannemelijk dat het juist de revolutie en het daaropvolgende bloedvergieten is geweest dat Frankrijk van haar centrale positie in Europa heeft beroofd.

In de tijd van Richelieu en Louis le Grand heeft Frankrijk geprobeerd haar culturele, economische  en demografische overmachtpositie te vertalen in veroveringen en een politieke hegemonie. Ondanks een reeks nederlagen  werd haar overheersende positie in die tijd niet wezenlijk aangetast. Heel Europa sprak Frans en richtte zich in cultuur en beschaafde gewoonten naar het Franse Hof. Hoezeer de beschaving van de Encyclopedisten en de Parijse salons door de revolutie heeft geleden en plaats heeft moeten maken voor de burgerlijkheid van de restauratie kan men lezen in l’Ancien Régime et la Révolution van de Tocqueville en trouwens ook al in diens veel bekendere en eerder verschenen De la démocratie en Amérique.

Rusland en Engeland maakten aan de Franse overheersende positie in Europa in de Napoleontische oorlogen een einde. Die overwinning vormden het begin van een eeuw lang Engelse dominantie. Frankrijk was  in de negentiende eeuw voor Engeland niet langer een serieuze concurrent. Dat werden eerst Rusland en later de Verenigde Staten. De humanistische en democratische samenleving waarvan de  beginselen zijn neergelegd in het Charter van de VN zijn Anglo-Amerikaans en niet Frans.. Engeland overvleugelde Frankrijk op het wereldtoneel en in alle koloniale gebieden die er toe deden. Zij nam het voortouw in de industriële revolutie. In dezelfde periode dat dit gebeurde brokkelde de macht van Frankrijk op het Europese vaste land af en werd zij ook daar overvleugeld door de nieuwe grootmacht Duitsland. Rusland consolideerde in de negentiende eeuw haar machtspositie in Oost Europa en op het al eerder veroverde gebied in Siberië. Maar ook in Rusland betekende een revolutie, die van 1917,  het einde van een veelbelovende ontwikkeling

De viering van de veertiende Juli als een feestdag heeft iets bizars. De datum  was een willekeurig gekozen beginpunt van de revolutie die Frankrijk op het verkeerde pad heeft gezet waar het pas sinds het heroptreden van Charles De Gaulle in 1958 vanaf lijkt te zijn gekomen. 1 Juni, de datum van de officiële terugkomst van De Gaulle in 1958 lijkt een betere herdenkingsdag dan de veertiende juli.

De filosofische ontwikkelingen die Van de Middelaar in zijn boek Politicide beschrijft zijn een goede illustratie van de irrelevantie van Frankrijk en haar cultuur sinds 1848. Dat komt er ook wel uit in het boek, maar de consequentie dat het de Franse revolutie is geweest die Frankrijk van haar ziel heeft beroofd durft geen inwoner of bewonderaar van dat land te trekken.

 

[1] zunig is Gronings voor extreem zuinig

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .