Den Hartogh,Ter Heide e.a.

Het volgende trof ik aan toen ik op het internet opzocht wat ze aan filosofie doen tegenwoordig in Leiden.

‘Sociale normen, in de zin van ‘formele en informele regels van het intermenselijk verkeer’ (p. 143) – en in die zin zeer ruim opgevat, want, zo legt Verbeek uit, daaronder vallen niet alleen bijvoorbeeld gewoonten en tradities, maar ook bijvoorbeeld wetten en de regels van de (smalle) moraal – worden door Den Hartogh geanalyseerd als ‘(…) patronen van wederkerige verwachtingen over elkaars gedrag, die als eigenschap hebben dat het voor een ieder individueel redelijk is om zich naar dit patroon te voegen’ (p. 143). Het blijken dergelijke patronen te zijn, die door Den Hartogh worden aangeduid als conventies.

Deze typering van Den Hartoghs conventietheorie roept bij ons onmiddellijk herinneringen op aan gedachten van de rechtsfilosoof J. ter Heide (1923–1988), die in zijn zogeheten ‘functionele rechtsleer’ een op het recht betrokken ‘speltheorie’ van het menselijk gedrag ontwikkelde, volgens welke mensen op elkaar inspelen op basis van een patroon van wederzijdse verwachtingen (het ‘speelveld’ of interactiesysteem). De vraag dringt zich op of Den Hartogh mogelijk is geïnspireerd door ideeën van Ter Heide. De voorliggende bundel verschaft op dit punt helaas geen informatie. In het gehele boek wordt nergens ingegaan op de achtergronden en herkomst van Den Hartoghs leer van het conventionalisme, die zich toch niet als een creatio ex nihilo zal hebben aangediend. Verbeeks betoog kan worden gezien als een nuttige leidraad voor een goed begrip van de overige bijdragen in de bundel. De redactie had er onzes inziens goed aan gedaan dit verhelderende stuk als eerste bijdrage in de bundel op te nemen en niet als de op één na laatste.

Lelijk Nederlands, om daar mee te beginnen.

Die functionele rechtsleer is niet van Jack ter Heide en die hele idee van het conventionalisme is een veel te ingewikkelde manier om de relatie te beschrijven tussen individuen en de samenleving waar ze deel van uitmaken. Ook dat ‘onzes inziens’ wordt dan misschien wel goed gekeurd door die vereniging voor de Nederlandse taal maar het staat toch wel erg mal, vind ik. Waarschijnlijk opgezocht en gezien dat ons inziens minder goed is volgens die vereniging maar in zulke gevallen gebruik je je eigen oor.

 

[1] In : Peter Rijpkema, Gijs van Donselaar, Bruno Verbeek, Henri Wijsbek. Opstellen voor Govert den Hartogh ter gelegenheid van zijn emeritaat.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .