Twee nationaliteiten in Israël.

De gedachte die de laatste jaren weer opgeld deed in Europa, om een vreedzame tweestatenoplossing af te dwingen in Palestina, is helemaal niet nieuw. Vanaf 1947 is zij vaak en steeds zonder succes aan de orde gesteld. Ook in 2018 zal zij alleen aanleiding tot nieuwe vijandelijkheden geven en niet tot de vrede die men er van hoopt. De uitspraak van het Europese Hof dat de extremistische Palestijnse Hamasbeweging geschrapt moest worden van de EU-lijst waarop de terroristische groeperingen staan was weinig behulpzaam. Zij was ook veel minder verstrekkend dan de media willen doen geloven. Wat het Hof zei was dat het bewijs dat was aangevoerd voor het terroristische karakter van Hamas vrijwel uitsluitend bestond uit media rapportage en dat dit een notoir onbetrouwbaar soort bewijs is. Maar partijen kregen een paar maanden de tijd om beter bewijs aan te voeren.

Het Europees Parlement sprak zich ‘in principe’ uit voor het erkennen van een Palestijnse staat, maar ook dat is niet hetzelfde als het aanvaarden van Hamas. Misschien is het goed om nog eens te kijken naar een van de eerdere goed bedoelde pogingen om beweging te krijgen in een vreedzame twee statenoplossing

 

De Brits-Nederlandse historicus Van Oord bepleitte ooit in een artikel in het NRC-Handelsblad een oplossing voor het Palestina probleem. Die oplossing kwam hier op neer dat er in het voormalige Britse Mandaatgebied Palestina één rechtsstaat zou moeten komen waarin er plaats is voor beide nationaliteiten, de Joodse en de Arabische. Hij wilde daarbij merkwaardiger wijze kiezen voor een one man- one vote systeem, terwijl duidelijk is dat dit als gevolg van de etnische tegenstellingen in het gebied  niet met het bestaan van een rechtsstaat is te verenigen.

Hij zei verder  ook dat er twee verschillende versies van de geschiedenis van het Palestina probleem zijn, maar hij gaf een samenvatting waarin slechts een van beide versies voorkomt. Voor de volledigheid daarom hier ook de andere.

Tot 1947 was het omstreden gebied deel van het Britse mandaatgebied Palestina, waar ook Jordanië toe hoorde, dat toen nog Trans Jordanië werd genoemd. Het mandaat was door de Volkenbond aan het Verenigd Koninkrijk verstrekt na de eerste wereldoorlog. In die oorlog werd – naast Duitsland en Oostenrijk – ook Turkije door de westerse geallieerden verslagen. Als gevolg daarvan moest door de Volkenbond over de toekomst van de bevrijde gebieden van het voormalige Ottomaanse rijk worden beslist. Vóór de oorlog was Palestina  deel van de Turkse provincie Syrië geweest. Het werd bewoond door christenen, joden en moslims.

Er woonden in meerderheid christelijke en mohammedaanse Arabieren en in minderheid joden. Een deel van die joden had er altijd gewoond en een ander deel was in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw als ‘zionist’ naar Israël teruggekeerd. Deze eerste zionisten kwamen in hoofdzaak uit Midden- en Oost Europa, op de vlucht voor het daar heersende antisemitisme. De zionistische immigratie vond plaats met instemming van de toenmalige machthebbers, ook de Arabische machthebbers, die van de immigratie en de landaankoop profiteerden.

Bij het begin van de zionistische vestiging woonden de ongeveer honderdduizend Arabische bewoners van Palestina in hoofdzaak in de kuststeden en in Jeruzalem en verder in de dorpen van Galilea. De ontginning door de zionisten van de woeste gebieden op andere plaatsen in het land bracht een Arabische immigratie op gang uit de buurlanden. In 1947 waren zowel de Joden als de Arabieren in meerderheid immigranten of kinderen van immigranten. De omvang van de bevolking was gestegen van honderd duizend eind negentiende eeuw naar twee miljoen. De verdeling van de bevolkingsgroepen in 1947 was twee derden Arabisch en een derde Joods. Bij het Joodse deel hoorden toen in de praktijk nog niet de slachtoffers van de Holocaust, want die kregen van de Britten maar heel mondjesmaat immigratievergunning. Voor een klein deel  kwamen ze illegaal het land binnen.

De meerderheid van de Joodse vluchtelingen wachtte in kampen buiten het land het uitroepen van de staat Israël af.

De Volkenbond werd na de tweede wereldoorlog opgevolgd door de Verenigde Naties. De VN deden hun best om tot een vreedzame verdeling van het land tussen de twee bevolkingsgroepen te komen. In het gebied ten Oosten van de Jordaan woonden geen joden, dat kon daarom gemakkelijk aan de Hashemitische Arabische vorst Abdoellah worden toegewezen. Dat was een cliënt van de Engelsen en hij was door de Saoedi’s verdreven uit Mekka. De Engelsen vonden dat hem als compensatie Trans Jordanië toekwam. Palestina ten Westen van de Jordaan werd in het plan van de VN verdeeld tussen Arabieren en Joden, waarbij de meerderheid van de bruikbare grond aan de Arabieren werd toegewezen. Deze verdeling werd door de Arabische inwoners van Palestina en door de Arabische nabuurlanden niet aanvaard, maar Israël vond een half ei beter dan een lege dop. Het aanvaardde de verdeling  wel en riep meteen zijn onafhankelijkheid uit. Die haast hield verband met de nood van oorlogsslachtoffers die in de kampen zaten te wachten.

De onafhankelijkheidsverklaring was voor vijf nabuurlanden aanleiding om Israël aan te vallen en voor veel Arabische bewoners van het westelijk mandaatgebied om – tijdelijk – de wijk te nemen naar de buurlanden. In een kleine minderheid van de gevallen is de emigratie van Arabieren door de Joden bevorderd. De meerderheid vertrok uit vrije wil en op roep van de Arabische autoriteiten: reculer pour mieux sauter, zo te zeggen.

De godsdienstig-politieke leider van de Arabische bewoners van Palestina, de Groot Moefti van Jeruzalem, had een belangrijk aandeel in de vlucht van de Arabische bewoners. Hij spoorde de Arabieren niet alleen aan om de legers van de buurlanden niet in de weg te lopen maar riep daarbij tevens op tot het vermoorden van alle Joden. Zo luidde ook de radioboodschappen waarmee de buurlanden ten oorlog trokken.

De oorlog had geen eenduidige uitkomst: koning Abdoellah wist met behulp van het Arabische Legioen, dat onder Brits commando stond, de westelijke Jordaanoever en de oude stad van Jeruzalem in bezit te nemen. Dat gebied werd bij het koninkrijk Trans Jordanië gevoegd, dat sindsdien Jordanië heet. De rest van het mandaatgebied plus het Egyptische Gaza kwamen in handen van de nieuwe staat Israël. In de oorlog van 1967 en daarna opnieuw in 1973  probeerden de Arabische naties om dat gebied te veroveren maar het omgekeerde gebeurde: Israël veroverde in 1967 ook de rest van het westelijk mandaatgebied en wist dat in 1973 vast te houden. Het heeft sindsdien vanuit een machtspositie over de verdeling tussen Joden en Arabieren kunnen onderhandelen.

De door de VN beoogde verdeling is door de Arabische bewoners in 1947 niet aanvaard en officieel ook later niet, al heeft Arafat er nog wel eens een balletje over opgegooid. Er zijn een aantal latere VN resoluties over de verdeling van het land geweest die allemaal onuitvoerbaar zijn gebleken vanwege het erin opgenomen veiligheidsaspect. De bedoeling van alle vredesplannen was dat door partijen zou worden onderhandeld over de toekomstige status en de verdeling, waarbij steeds een voorwaarde was dat de overeen te komen grenzen van Israël  veilig en verdedigbaar zouden zijn. Daar heeft ook steeds de crux van het probleem gezeten. Veiligheid is een relatief begrip. Door de voortdurende agressie van de Arabieren is Israël nooit veilig geweest en het ziet er niet naar uit dat er gemakkelijk een vorm van verdeling kan worden gevonden waarbij de veiligheid wel kan worden gegarandeerd.

De door de VN oorspronkelijk voorgestelde verdeling ging uit van een vreedzame samenleving tussen Joden en Arabieren die er als gevolg van het optreden van de Arabieren nooit gekomen is. Ook de feitelijke grenzen die het gevolg waren van de eerste Arabisch-Joodse oorlog van 1947 waren niet veilig en dat was ook een van de twee oorzaken van de oorlogen van 1956 en 1967. Het meest Westelijke punt van het door Jordanië bezette gebied lag in 1967 maar negen kilometer van de kust van de Middellandse Zee. Volgens de Arabische leer was de Middellandse Zee de eindbestemming van alle Zionisten en die afstand was dus niet groot.

Intussen is het gebied van Gaza en de Westoever de facto vijandig gebied gebleven dat door Israël afwisselend wel en niet bezet is, maar waar het zich in elk geval alle maatregelen voorbehoud die door haar veiligheid worden vereist. Dat maakt het leven voor de Palestijnen onaangenaam en op dat punt is iedereen het wel eens: daar moet zo snel mogelijk een einde aan komen. Vanuit dat gezichtspunt was het voorstel van Van Oord als constructief te bestempelen, maar er zitten een paar haken en ogen aan.

De voorwaarde dat de staatkundige constructie een rechtsstaat zou behoren te zijn impliceert dat het geen Arabische staat zou kunnen worden, want Arabische rechtsstaten zijn er niet. Wie daar nog aan zou twijfelen moet het boek van Joris Luyendijk, Het zijn net Mensen, nog maar eens lezen.

De binationale staat zou bezwaarlijk een democratie in de gebruikelijke betekenis van dat woord kunnen worden, als de Arabieren er demografisch de overhand zouden hebben. Van Noord wees naar Zuid Afrika als voorbeeld voor een dergelijke moderne staatkundige constructie, die voor beide partijen in het Joods-Arabische conflict aanvaardbaar zou moeten zijn. Maar dat kan hij niet serieus menen.

Waar is de Arabische Mandela in wie de Joden voldoende vertrouwen zouden kunnen hebben om hem hun lot toe te vertrouwen? Gaat het trouwens zo goed in Zuid Afrika? Zou het land er niet veel beter aan toe zijn als het na afschaffing van de Apartheid onder bestuur van De Klerk c.s. zou zijn gebleven? Het ANC is tenminste zo racistisch als het vorige regime, minder competent en veel corrupter. De welvaart van de gemiddelde zwarte Zuid Afrikaan, die geen partijlid is van het ANC, is sinds de regimewisseling dramatisch achteruit gegaan. Behalve de minderheid van ANC leden zou iedereen er beter aan toe zijn als Zuid Afrika bestuurd zou worden door een verlicht despotisch regime, dat kleurenblind was en een rechtsstaat in stand zou houden.

Een voorwaarde voor het bestaan van een democratische staat is dat de etnische partijen die niet aan de macht zijn hun belangen in veilige handen weten bij de meerderheid. De etnische minderheden in Zuid Afrika hebben die zekerheid niet en de Joden zouden dat in een Arabisch-Palestijnse staat al helemaal niet hebben.

Terecht pleitte de Pakistaanse Amerikaan Fareed Zakaria in The Future of Freedom om te kiezen voor een niet democratische rechtsstaat totdat het wederzijdse vertrouwen zo zal zijn gegroeid dat van een etnische verdeling van de bevolking geen sprake meer is. Toegepast op Israël zou dat kunnen betekenen een overheid in de nieuwe binationale staat die onder leiding zou staan van de rechters van het Israëlische Hoge Gerechtshof. Die zouden zich zelf door coöptatie kunnen aanvullen totdat zij het moment gekomen achten om verkiezingen uit te schrijven. Ook voor vredelievende Palestijnen die, zoals aan Van Oord is verteld en hij aan ons doorgaf, niets anders willen dan burgerrechten, een rechtsstaat en een eigen paspoort, moet dit de betere oplossing zijn. Een overheid waarin Fatah en Hamas een rol zouden kunnen spelen kan ook aan Arabieren zo langzamerhand weinig vertrouwen meer bieden.

Dat dit voor allebei de partijen een aanvaardbare vreedzame oplossing zou zijn, lijkt een te optimistische gedachte. Zij was voor de Joden aanvaardbaar toen zij zelf een derde en de Arabieren twee derden van de bevolking vormden. De Arabieren hebben ook toen nooit een vreedzame, maar alleen een ‘rechtvaardige’ oplossing gewild, d.w.z. een oplossing zonder Joden. De onophoudelijke overmaat aan geweld van Arabische zijde heeft het aanwezige vertrouwen in de vrede bij de  meerderheid van Israëliërs intussen definitief uitgehold. Een oplossing die met deze historische factoren geen rekening mee houdt is tot mislukken gedoemd.

Het lijkt onvermijdelijk om op den duur alle Arabieren uit het gebied ten westen van de Jordaan te evacueren en een nieuwe woonplaats voor ze te creëren in het lege deel van Saoedi Arabië. Dat zal op grote weerstand stuiten bij de Arabische landen en bij de grote meerderheid van de Verenigde Naties. Maar het zou wel een oplossing zijn waardoor er uiteindelijk licht zou zijn aan de horizon en zo’n oplossing bieden de resoluties die tot nu toe zijn aangenomen niet.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .