Een reorganisatie van de overheid.

Bestuursrechtsgeleerde De Vries uit Leiden schreef in de NRC dat in Nederland een omgekeerde democratie is ontstaan. Het is niet langer een elite die leiding geeft aan de bevolking maar de lager opgeleiden uit de bevolking die de toon zetten en een elite die volgt. Hij ziet dat als de verwezenlijking van een vorm van directe democratie die de representatieve democratie sinds Fortuijn lijkt te hebben vervangen. Dat blijkt bij politieke calamiteiten, als de moord op Fortuijn en op Van Gogh en bij de uitslag van het grondwet referendum. De Vries lijkt deze ontwikkeling niet als een vooruitgang te zien, maar zegt ook niet hoe de representatieve democratie die we hier sinds de negentiende eeuw gekend hebben weer hersteld zou kunnen worden.

Pieter de Rooy schreef op dezelfde pagina van de krant dat naar zijn mening het volk juist niet wil besturen maar alleen goed bestuurd wil worden. Met een verwijzing naar het verleden, toen in Nederland ook eens een grondwet bij referendum werd verworpen, suggereert hij dat we hier misschien met een blessing in disguise te maken kunnen hebben, het zou nog best eens goed af kunnen lopen.

Pieter de Rooy heeft naar mijn mening op beide punten gelijk. Het wantrouwen dat nu een paar maal zo massaal tot uiting kwam is een gevolg van het gevoel dat in Nederland overheerst, dat we sinds de zestiger jaren slecht worden bestuurd en dat ook Brussel er niet echt in slaagt de Europese problemen op te lossen. Nederland met haar afbraak van het onderwijs en desorganisatie in de zorg is extreem, maar overal in Europa blijken de negentiende-eeuwse staatsinrichtingen niet langer opgewassen tegen de problemen van de een en twintigste eeuw. Het is bovendien juist wat hij zegt, dat de Europese grondwet niet alleen nog langer is dan de Nederlandse uit 1797 maar tenminste even onleesbaar.

Als J.A.A. van Doorn, in Trouw van dezelfde dag, suggereerde dat de ja stemmers de inhoud van de grondwet zwaar hebben laten wegen dan kunnen we alleen maar concluderen dat dit soort hoger opgeleiden het stuk slecht gelezen of slecht begrepen hebben. Het enthousiasme dat hij over het tweede deel had bijvoorbeeld, het deel met de grondrechten, was volkomen misplaatst. Niemand heeft behoefte aan nog een internationaal verdrag over de grondrechten naast het Europese verdrag voor de rechten van de mens en het UN grondrechtenverdrag. Het is een juridische misser als die rechten straks door een Hof in Luxemburg gehandhaafd zouden gaan worden in concurrentie met het Hof voor de mensenrechten in Straatsburg. Dezelfde mensen die zo tevreden waren over de gele kaart die Nederland kon uitdelen als het subsidiariteitsbeginsel zou worden aangetast hebben geen oog voor de mogelijkheid dat het Nederlandse beleid op terreinen als euthanasie, abortus en drugsgebruik door datzelfde Hof EU opzij zou kunnen worden gezet, wegens strijd met de mensenrechten.

Een verdrag dat door niemand in zijn geheel gelezen of begrepen kan worden is een bron van onverwachte en ongewenste ontwikkelingen en het argument dat veel ervan al in eerdere verdragen stond is een onvolkomen argument. De context is nieuw en dat maakt ook de betekenis nieuw. De noodzaak om een onwerkzame Brusselse machine aan te passen aan overhaast tot stand gekomen uitbreidingen is geen excuus voor broddelwerk. Als de nee-stemmen in het referendum tot gevolg zouden hebben dat er een betere grondwet kwam, dan was dat inderdaad een blessing in disguise geweest. Maar het verdrag van Lissabon wijst niet in die richting.

Met de kleine reparaties in de verworpen grondwet meende de Brusselse Eurocraten een reële basis te hebben gevonden voor de samenwerking tussen ( toen nog ) 25 Europese landen, maar het is evident dat dit niet het geval is geweest. Een nieuwe bestuurslaag plaatsen boven een aantal slecht functionerende nationale bureaucratieën is geen oplossing voor de bestaande problemen, het creëert een nieuw probleem. De grondwetscommissie had er goed aan gedaan om niet voort te bouwen op de bestaande gebrekkige organisatie in Brussel, maar een analyse te maken van de problemen in dit werelddeel en vast te stellen welke daarvan de hoogste prioriteit hebben. Hun taak was het om daar een oplossing voor te bedenken. De instituten moeten voortvloeien uit de problemen waarvoor de Europese samenwerking nodig wordt geacht. Worden instituten gemaakt op grond van historische modellen, zonder dat iemand zich schijnt af te vragen waar die in een moderne wereld nog voor dienen, dan los je niets op, dan worden de instituten zelf tot een probleem.

Dat is precies wat er in Europa is gebeurd. Vergelijk de tijd die de laatste jaren besteed is aan de verruiming van de  bevoegdheden van het Europese parlement met de tijd die besteed is aan het tot stand brengen van een Europese infrastructuur. Een juridische, financiële en communicatie infrastructuur is wezenlijk voor het functioneren van de markt en voor de welvaart. Een Europees parlement is irrelevant gebleken voor de controle van het Hof EG en de Raad van ministers, de twee enige Europese organen die er toe doen. De Europese Rekenkamer heeft in al de jaren van haar bestaan nog nooit een goedkeurende verklaring kunnen geven aan de Europese jaarrekening. Over goed functioneren gesproken!

Het komt niet alleen door hun Europese ergernis dat mensen zo massaal nee hebben gestemd. Die komt ook voort uit het feit dat ze de bijna vijfhonderd bladzijden grondwet niet hebben willen lezen en de toelichting niet konden begrijpen, Het is zeker ook een uiting van nationaal onbehagen. Omdat de Nederlandse bestuurlijke elite zo uitgesproken voor een ja was gaf zij het volk de gelegenheid om met een nee zijn mening over die elite tot uiting te brengen.

Geen van de twee schrijvers duidde aan waar het Nederlands establishment  gefaald heeft, maar een lijst van mislukkingen is niet zo moeilijk te maken. Ik volsta met twee voorbeelden.

In dezelfde tijd dat de grondwet werd verworpen, werd in de Eerste Kamer de zoveelste wijziging behandeld in de zorgwetgeving, opnieuw ingegeven door de uit de hand lopende kosten. Terecht waren de huisartsen in opstand gekomen tegen de ingreep van de overheid op hun medische vrijheid van handelen. Maar nog beter zou het zijn als de zorgwereld in haar geheel de overheid duidelijk zou maken dat op basis van het huidige systeem de zorg geen toekomst heeft. Er is geen natuurlijke grens aan de kosten van een zorg die voor iedereen op gelijke wijze toegankelijk is. Zo’n systeem vraagt om een vorm van distributie en dus om wachtlijsten of om weigering van medisch noodzakelijke verstrekkingen en verrichtingen. Het vraagt vooral ook om een eindeloze bureaucratie. Het bizarre is, dat met de indrukwekkende hoeveelheid geld die in de Nederlandse zorg wordt uitgegeven een voortreffelijke zorg mogelijk zou moeten zijn. Aan de bekwaamheid van het medisch personeel ligt het niet. Als er medische fouten worden gemaakt, wat in toenemende mate voor schijnt te komen, dan is dat eerder een gevolg van een gebrek aan organisatie en een falende moraal dan van een gebrek aan medische kennis of bekwaamheid bij de artsen. Met alle morele bezwaren die ons establishment tegen de gezondheidszorg van onze buren heeft, moeten we toch constateren dat het daar allemaal beter werkt.

Wat de reden is dat Nederland een eigen slechter en duurder zorgsysteem moet hebben dan de ons omringende landen kan niet worden uitgelegd aan iemand die onze morele preoccupaties mist. De reden is ideologisch, logisch is zij in elk geval niet.

Het onderwijs verkeert in een staat van desorganisatie. Iedereen erkent het, maar een duidelijk plan tot verbetering is er niet. In de zorg en bijvoorbeeld ook in het justitionele apparaat is er voldoende geld beschikbaar, maar moet men twijfelen of het aan de zaken wordt uitgegeven die de hoogste prioriteit hebben. Het onderwijs komt daarbij ook nog eens geld te kort. Toch is het ook daar in de eerste plaats een kwestie van een verkeerde organisatie. Worden er onderzoeken gedaan door buitenstaanders dan is dat altijd het hoofdpunt in hun commentaar.

Een Kamerlid van de SP, Agnes Kant, zei indertijd dat het in de zorg ontbrak aan voldoende ervaren en goed opgeleid verplegend personeel. Dat is zeker een juiste waarneming, maar waar zijn die ervaren krachten gebleven die we vroeger wel hadden? Mark Rutte, toen nog staatssecretaris van onderwijs, wist het antwoord. Zijn zus en veel anderen met haar hebben genoeg van de drie lagen management die boven ze werden geplaatst en die worden betaald uit fondsen waar ook hun salaris uit moest komen. Ze had een hekel aan alle vergaderingen en het invullen van formulieren, waar de helft van haar tijd mee heen ging, terwijl om haar heen op collega’s werd bezuinigd maar niet op managers. Zij moest harder werken voor minder geld en in steeds minder aantrekkelijke omstandigheden. Zij en al die anderen vertrokken liever naar andere banen met minder stress die beter werden betaald of concentreerden zich op hun kinderen en hun huishouding.

Met een verbeterde organisatie, die we in het buitenland zo zouden kunnen afkijken, staat de zorg in een paar jaar weer op de rails, maar het onderwijs, dat is veel ernstiger. Dat is nu voor een volledige generatie verknoeid. De leerkrachten zijn onvoldoende opgeleid en gedemoraliseerd. De door de scholen zelf afgenomen examens zijn onbetrouwbaar als indicatie voor het kennisniveau van de leerlingen. Er heerst geen discipline en de  aangeboden leerstof blijkt voor een aanzienlijk deel van de leerlingen oninteressant. Absenteïsme en geweld zijn vooral in de grote steden normale verschijnselen geworden.

Dit lijkt me de weg waarlangs op termijn het onderwijs verbeterd kan worden:

  1. Voer voor leraren een staatsexamen in met voldoende hoge eisen, aangepast per schooltype. Voorzie in nieuwe verbeterde opleidingen, die door dit examenniveau noodzakelijk zullen worden. Pas de honoreringen aan de gestelde hogere eisen aan.
  2. Pas de leerplichtwet aan, zodat het verwijderen van leerlingen die het onderwijs aan anderen bemoeilijken mogelijk wordt. Zorg dat dit voor scholen geen financiële consequenties heeft. Zorg voor een opvang van delinquente leerlingen. Maak aparte scholen voor de leerlingen die het normale onderwijs niet kunnen volgen. Berust er in dat het beter is goed onderwijs te hebben voor zeventig procent van de bevolking dan slecht onderwijs voor iedereen. Neem dat risico, maar wees niet verbaasd als ook het onderwijs voor de onwillige of onvoldoende begaafde leerlingen blijkt te verbeteren.
  3. Schaf het ministerie van onderwijs af en vervang dit door een ZBO met uitgebreide bevoegdheden en een duidelijke opdracht. Hou daar controle op de besteding van het budget, breng bestuur en management niet in de verleiding zich zelf te verrijken.
  4. Beperk de omvang van scholen en klassen zodanig dat met één managementlaag per school kan worden volstaan. Schaf het onbegrijpelijke locatiesysteem af en concentreer al het management dat niet in de individuele scholen kan worden opgebracht in het ZBO.

 

De bevolking houdt het landsbestuur verantwoordelijk voor de teloorgang van het onderwijs en de desorganisatie op andere terreinen en zij doet dat terecht. Het utopisme dat bijna vijftig jaar lang hoogtij heeft gevierd in de Nederlandse samenleving, heeft de blik op de werkelijkheid verduisterd en de aandacht afgeleid van de groeiende problemen op allerlei plaatsen in de samenleving. Nu is de wal bezig het schip te keren en dat is een blessing in disguise.

Wat voor Nederland in het klein geldt, geldt voor Europa in het groot. Niemand wacht op een nieuwe en zinloze politiek-bestuurlijke bureaucratie in Brussel. We willen samenwerking tussen de Europese landen op de terreinen waar die samenwerking zin heeft en een organisatie die probleemgericht is in plaats van megalomaan.

Persoonlijk denk ik dat de samenwerking beter tot haar recht zou komen als de EU in drie delen werd gesplitst waarbij met de verschillen in cultuur en welvaart beter rekening zou kunnen worden gehouden dan nu het geval is. Ze zouden dan ieder hun eigen munt en economische organisatie kunnen krijgen. Ik verwacht overigens niet dat het daar van komt. Duitsland zit daarvoor nog te veel vast aan zijn verleden en het zuiden en oosten van de EU zouden bang zijn voordelen kwijt te raken die ze in de tegenwoordige organisatie genieten. Maar voor het economisch functioneren van de drie delen van Europa zou het zeker een vooruitgang zijn.

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.