Europese grondwet.

Ik vraag me af hoeveel mensen ooit het ontwerp voor de nieuwe Europese grondwet hebben gelezen, dat later in de vorm van het verdrag van Lissabon ons recht is binnengedrongen. Het telde 325 bladzijden[1] en had vier delen. Deel 1 definieerde de doeleinden van de Europese unie, haar organen en hun bevoegdheden, de procedures etc. Het tweede deel bevat  een moderne versie van de grondrechten.  Deel 3 is in hoofdzaak een samenvatting van de bepalingen uit eerdere verdragen voor zover die niet in het nieuwe verdrag werden afgeschaft; in systematisch opzicht is het een uitwerking van deel 1. Deel 4 bevatte de slotbepalingen, waaronder de regels die gevolgd moeten worden bij  toekomstige wijzigingen en aanvullingen.

De commissie heeft een niet bindende uitleg geproduceerd van de grondwet van acht en twintig pagina’s en het is dat stuk dat de meeste schrijvers gebruiken die U over het ontwerp voorlichten. Dat kan misschien ook moeilijk anders. De 325 pagina’s wettekst zijn het resultaat van moeizaam onderhandelen en ze zijn ten dele zo geredigeerd dat iedereen er in kan lezen wat hij graag wil. Zoiets is praktisch gesproken niet als een geheel te lezen en misschien ook wel niet bedoeld om helemaal te begrijpen. Omdat het Hof EU er niet om heen kan om  het verdrag lezen en uit te leggen, zullen de verdragsluitende partijen misschien nog voor verrassingen komen te staan, als ze de tekst in deze vorm gaan ratificeren, al is dat gevaar een stuk kleiner geworden sinds de lidstaten zo resoluut de macht in handen hebben genomen in de EU.

Uit mijn beschrijving heeft U wel kunnen afleiden dat het stuk niet alleen een grondwet was maar veel meer dan dat. Het was bedoeld als handboek van de Unie en verving alle verdragen die eerder waren afgesloten. We begonnen qua  oprichtingsverdrag als het ware nog een keer helemaal opnieuw.

Voor wie de moeite neemt het originele stuk wel helemaal door te nemen – en zoals gezegd zullen dat behalve een paar ambtenaren en rechters die daar niet onderuit komen maar erg weinig mensen zijn – biedt dit het grote voordeel dat je nu eens, samengevat op maar 325 pagina’s, kunt lezen waar het om gaat in de EU. Tot nog toe stond dat verspreid over duizenden pagina’s tekst zonder veel samenhang, soms moeilijk te vinden, omdat het niet alleen verdragen en richtlijnen, maar ook uitspraken van het Hof EG [2]zijn waar de definities en bindende regels worden gegeven. O, tussen haken, het voor niemand begrijpelijke onderscheid tussen de Unie en de Gemeenschap wordt in het nieuwe verdrag opgeheven, ook dat is een vooruitgang. We zullen dus, nu het verdrag is geratificeerd, voortaan over Hof EU in plaats van Hof EG kunnen spreken zonder gecorrigeerd te worden door jongere kantoorgenoten.

Het verdrag is in de eerste plaats een compromis tussen degenen die een losse confederatie en degenen die een federatie willen. Wat dat betreft is het een replay van de constitutionele discussies in de VS in de achttiende en negentiende eeuw, die, zoals U wellicht weet, werden besloten met een burgeroorlog. Federaties en confederaties zijn dingen uit het verleden. Ze passen niet meer in de moderne westerse samenleving, waar de rol van de overheid en de wisselwerking tussen overheid, bedrijfsleven en bevolking te belangrijk is geworden om plaats te bieden aan een soort dubbelslag, waarbij een nationale en een federale overheid om de voorrang strijden. Zoals gezegd hebben de regeringsleiders van de lidstaten en hun ministers er intussen voor gezorgd dat de federatie/confederatie van de baan is en vervangen door een meer probleem gerichte samenwerking

De naar het verleden gerichte staatkundige blik was naar mijn mening de essentiële misser in het hele concept van de vormgeving van de Unie en veel van haar gebreken kwamen uit deze initiële misconceptie voort. De staatkundige vormgeving was geënt op geopolitieke verhoudingen zoals die in de achttiende eeuw bestonden en ze boden geen oplossing voor de problemen van de een en twintigste eeuw.

Toen Monnet c.s. de eerste Europese verdragen bedachten in  de eerste jaren na de tweede wereldoorlog  gebeurde dat vanuit het vaste voornemen het soort Europese burgeroorlogen dat hun generatie had meegemaakt voortaan onmogelijk te maken. Een staatkundige eenheid tussen de kernlanden van Europa leek hun daarvoor  een voorwaarde en ze stelden zich daarbij een federatie voor ogen, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten van Amerika.

Dat dit een langdurig proces zou zijn wisten ze en ook dat het wat de bevolking van Europa aangaat een proces zou moeten zijn van gewenning en voldongen feiten. Die niet helemaal democratische methode was een middel dat door het doel geheiligd werd en vanuit hun tijdstip in de geschiedenis leek dat geen onredelijk standpunt.

Intussen is gebleken dat in geen enkel Europees land, zelfs niet in Duitsland de bevolking bereid is de nationale identiteit in te ruilen voor een Europese, of dat er zelfs maar een groei in die richting heeft plaats gevonden. Er is sprake geweest van wishful thinking in dit opzicht, vooral bij de politici, de journalisten en de Europese wetenschappers. Sinds 1945 is eerder het omgekeerde gebeurd: de nog bestaande regionale identiteiten, met hun aparte talen en gewoonten, die vaak over de grenzen van de nationale staten heen reikten[3], zijn in snel tempo opgegaan in de ene centrale nationale identiteit per land. Deze is daardoor sterker is geworden dan ooit tevoren. Duitsland is Duitser dan het voor de wereldoorlogen ooit geweest is en dat geldt voor alle Europese landen[4].

[1] In de door de gemeenschap op het internet gepubliceerde Engelstalige tekst.

[2] Die nieuwe eigen rechtspersoonlijkheid van de Unie, die velen in het verdrag menen te lezen was bijvoorbeeld al aan te treffen in de arresten Van Gend en Loos en  Costas/ENEL van respectievelijk 1963 en 1964.

[3] In het Noorden van Sleeswijk Holstein werd Deens gesproken. Het dialect in Roermond was hetzelfde als in Keulen en Gronings hetzelfde als Oost Fries. Nice en omgeving sprak Italiaans, evenals Corsica. In Noord Frankrijk werd Vlaams gesproken en in de Alto Adige Duits. Catalaans lijkt meer op het Frans van de Langue d’Oc dan op Spaans. De dialecten en oude restanttalen zijn aan het verdwijnen of  verdwenen en iedereen spreekt de taal van de nationale televisie.

[4] Terwijl de oude naties van Europa hechter worden en uniformer bevinden zich in alle landen van Europa twee bevolkingsgroepen die een uitzondering vormen. De eerste en grootste zijn de niet westerse allochtonen en de tweede kleinere, maar economisch belangrijkere wordt gevormd door de expats, de doorgaans hoog opgeleide allochtonen uit andere westerse landen. Ook zij zijn geen echte Europeanen, in de zin dat hun loyaliteiten wel de grenzen overschrijden, maar niet op Europa zijn gericht. Binnen de expats bestaat wel een vage vorm van Europees bewustzijn, maar die strekt zich uit tot delen van Amerika en andere landen van de westerse wereld

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .