Hitlers gedachtegoed.

Joachim Fest en Sebastian Haffner zijn Duitse schrijvers met een onberispelijk oorlogsverleden. Zij hebben het beeld van  Hitler gecorrigeerd alsof  hij ‘een domme huisschilder’ was, die door een gril van het noodlot aan het hoofd kwam te staan van een van de meest competente staten van de westerse samenleving.

Hitler was een evil genius, maar een genius. Onder zijn leiding presteerde Duitsland aanzienlijk beter dan onder het regime van zijn twee voorgangers, de Weimar Republiek en Wilhelm II. Beter, niet in de zin van het eindresultaat, de Duitse nederlaag en beter al helemaal niet in ethische zin, maar beter in de zin van organisatorische, militaire en industriële prestaties.

Het waren in Duitsland echt niet alleen de mislukkelingen en de Spiessbürger, die zich vol enthousiasme achter zijn regime schaarden, maar ook de filosofen en de kunstenaars. Het was eind dertiger jaren praktisch het hele Duitse volk en daartoe hoorden onder meer Martin Heidegger en Herbert von Karajan, om maar twee namen te noemen van mensen die ook na de oorlog een grote reputatie hebben behouden. Zij allen dachten dat de overwinning van Duitsland onvermijdelijk was en verheugden zich in dat vooruitzicht.

Hitler had ook anders dan vaak beweerd wordt een heel consistent wereldbeeld met wortels die teruggaan tot diep in het midden van de negentiende eeuw.

Hitler was een sociaal darwinist uit de school van Spencer, Gobineau en Chamberlain. Hij verwierp het toen nog dominante wereldbeeld van Kant en Schiller. Hij moest niets hebben van het Alle Menschen werden Brüder en hij verwierp ook de wereldsamenleving met haar global economy, die deze eeuw zo onder de kritiek is komen te staan van de Protestantse kerk in Nederland.

Hij zag een Kantiaanse wereldsamenleving waarin zonder oorlog of concurrentie werd samengewerkt stranden op de overbevolking en hij achtte haar in strijd met de wetten van de natuur. De mens heeft geen andere natuurlijke vijand dan zich zelf en zonder concurrentie tussen de samenlevingen zouden ze alle ten onder gaan. Homo homini lupus zegt het Latijnse spreekwoord en hij had zich vast voorgenomen de wolf te zijn die de Duitse samenleving naar de overwinning en dominantie zou voeren ten kosten van de samenlevingen die hij als minder vitaal[2] en krachtig beschouwde.

De innerlijke tegenstrijdigheid van het liberale wereldbeeld van democratie en mensenrechten was hem duidelijk. Kolonialisme en andere vormen van westerse suprematie pasten daar niet in. Hij bleef er lang van overtuigd dat de grootste koloniale mogendheid ter wereld dat tijdig in zou zien en zich tot zijn wereldbeeld zou bekeren. Hij zag in dat Engelands eigen belangen meebrachten dat het Duitsland zou steunen in haar voornemen een hegemonie te vestigen op het Eurasische continent. Alleen een samenwerking tussen Duitsland en Engeland kon Amerika of Rusland afhouden van de wereldhegemonie en alleen een vervanging van de democratie door een rationelere filosofie kon in zijn ogen op den duur de overmacht van Europa garanderen.

Hij zag eerder dan zijn volgelingen dat Duitsland de oorlog, die hij als onvermijdelijk zag, ook kon verliezen. Ook dat was een denkbare uitkomst omdat die onzekerheid  nu eenmaal de manier is waarop de natuur haar werk doet. Zou Amerika de strijd winnen dan was daarmee vastgesteld dat haar systeem het betere was. Die gedachte is Hegeliaans. Niet proberen was verzaken. Helden nemen risico’s en Hitler beschouwde zich als een held in de traditie van Karel de Grote en Frederik de Grote van Pruisen. Nog tijdens zijn leven moest de beslissing vallen over het lot der volkeren en hij had daarbij het Duitse lot in handen

Vanuit die visie moet zijn tweeslachtigheid tegenover Groot Brittannië worden gezien bij Duinkerken en wordt de missie van zijn rechterhand Rudolf Hess begrijpelijker. Dat hij daadwerkelijk deelgenoten had voor zijn opvattingen in Engeland en dat die voor kwamen in de hoogste kringen van de Britse samenleving, dat staat wel vast. Zonder Churchill hadden zij misschien de wapenstilstand met Duitsland wel hebben kunnen doorzetten, waar Hitler op rekende. Zijn oorlogsverklaring aan Amerika was geen wanhoopsdaad maar een logisch uitvloeisel van zijn wereldvisie en zijn bondgenootschap met Japan een verstandshuwelijk, zoals zijn eerdere bondgenootschap met Stalin.

Hitler was een pure machiavellist. Ethiek was in zijn ogen dienstbaar aan de eigen samenleving en had geen functie in de strijd tussen de volkeren. De joden waren een volk dat hij bewonderde en haatte, maar van wie het lot in zijn ogen onverbrekelijk verbonden was met de Kantiaanse wereldsamenleving waar hij van af wilde. Joden konden niet anders dan de hegemonie van Duitsland bestrijden en dat deden ze ook. Zij maakten in zijn ogen geen onderdeel uit van een van de naties in Europa of elders in de wereld. Zij maakten gebruik van de faciliteiten van alle landen en hadden loyaliteit tegenover niemand[3]. Een wereldsamenleving waarin geen enkele natie boven de anderen verheven was, moest wel het ideaal zijn van de Joden en een voorwaarde voor de onderhuidse dominantie van dit volk zonder land. Hun vernietiging was voor hem voorwaarde voor de overwinning van zijn wereldvisie en van zijn eigen Duitse natie.

De destructiebevelen die hij aan het einde van de oorlog gaf en die door Speer en anderen gesaboteerd werden omdat zij een wederopstanding van Duitsland na de oorlog zouden bemoeilijken, waren een laatste consequentie van deze visie. Zijn eigen zelfmoord was een erkenning van de nederlaag van zijn denkbeelden en een bevestiging ervan.

 

[1] Als Spießbürger oder Spießer werden in abwertender Weise Personen bezeichnet, die sich durch geistige Unbeweglichkeit, ausgeprägte Konformität mit gesellschaftlichen Normen, Abneigung gegen Veränderungen der gewohnten Lebensumgebung und ein starkes Bedürfnis nach sozialer Sicherheit hervortun.(Wikipedia).

[2] Die gedachte was in het interbellum vrij algemeen. Het élan vital van Bergson en de boeken van Hemingway bevatten soortgelijke ideeën. Als nazi’s en fascisten iets gemeen hadden was het in hoofdzaak deze van het humanisme afwijkende maatschappijopvatting.

[3] Het tragische van deze opvatting is dat er misschien nooit een land is geweest waar joden zich zo mee hebben vereenzelvigd als met Duitsland. De idee dat de Duitse joden als groep geen loyaliteit hadden tegenover Duitsland wordt niet gesteund door historische feiten. De idee moet afkomstig zijn uit het Habsburgse rijk waarin Hitler was geboren en opgegroeid. Daar had iedere etniciteit zijn eigen loyaliteit en zelfs de Duitssprekenden vereenzelvigden zich niet langer onvoorwaardelijk met de monarchie.

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .