Het Kairos document.

Jan Dirk Snel is historicus en freelance journalist in Amsterdam[1]. In Opinie van de NRC [2] vroeg hij om een zakelijke weerlegging van de kritiek op Israël. Hij meende dat de brief van de PKN aan de Israëlische ambassadeur [3] en het Kairos document dat in Bethlehem werd gepresenteerd [4] gerechtvaardigde en evenwichtige kritiek op Israël bevatten en dat de verontwaardigde reacties van joodse en Israëlische zijde onredelijk waren. ‘Ondanks de vredelievende toon werd het Kairos-document door een stortvloed van verdachtmakingen begroet’ zei hij ondermeer.

Ik wil twee dingen doen. Ik citeer een paar paragrafen uit het bedoelde document en ik zal proberen duidelijk te maken waarom de rechtsregels waarop men zich in dit document en in het boek Een Schreeuw om Recht beroept, niet door Israël aanvaard kunnen worden zolang het land zich in een oorlogstoestand bevindt. Of het Kairos document zo evenwichtig is als Snel suggereert moet U dan zelf maar beoordelen.

Citaten uit het Kairos document ( Engelse versie).
Religious liberty is severely restricted; the freedom of access to the holy places is denied under the pretext of security. Jerusalem and its holy places are out of bounds for many Christians and Muslims from the West Bank and the Gaza strip. Even Jerusalemites face restrictions during the religious feasts. Some of our Arab clergy are regularly barred from entering Jerusalem.
1.1.6 Refugees are also part of our reality. Most of them are still living in camps under difficult circumstances. They have been waiting for their right of return, generation after generation. What will be their fate?
1.1.7 And the prisoners? The thousands of prisoners languishing in Israeli prisons are part of our reality. The Israelis move heaven and earth to gain the release of one prisoner, and those thousands of Palestinian prisoners, when will they have their freedom?
1.1.8 Jerusalem is the heart of our reality. It is, at the same time, symbol of peace and sign of conflict. While the separation wall divides Palestinian neighborhoods, Jerusalem continues to be emptied of its Palestinian citizens, Christians and Muslims. Their identity cards are confiscated, which means the loss of their right to reside in Jerusalem. Their homes are demolished or expropriated. Jerusalem, city of reconciliation, has become a city of discrimination and exclusion, a source of struggle rather than peace.
1.2 Also part of this reality is the Israeli disregard of international law and international resolutions, as well as the paralysis of the Arab world and the international community in the face of this contempt. Human rights are violated and despite the various reports of local and international human rights’ organizations, the injustice continues.
1.2.1 Palestinians within the State of Israel, who have also suffered a historical injustice, although they are citizens and have the rights and obligations of citizenship, still suffer from discriminatory policies. They too are waiting to enjoy full rights and equality like all other citizens in the state.
1.3 Emigration is another element in our reality. The absence of any vision or spark of hope for peace and freedom pushes young people, both Muslim and Christian, to emigrate. Thus the land is deprived of its most important and richest resource – educated youth. The shrinking number of Christians, particularly in Palestine, is one of the dangerous consequences, both of this conflict, and of the local and international paralysis and failure to find a comprehensive solution to the problem.
1.4 In the face of this reality, Israel justifies its actions as self-defence, including occupation, collective punishment and all other forms of reprisals against the Palestinians. In our opinion, this vision is a reversal of reality. Yes, there is Palestinian resistance to the occupation. However, if there were no occupation, there would be no resistance, no fear and no insecurity. This is our understanding of the situation. Therefore, we call on the Israelis to end the occupation. Then they will see a new world in which there is no fear, no threat but rather security, justice and peace.
Mijn commentaar.
Wanneer er oorlog gevoerd wordt vallen er slachtoffers onder de burgerbevolking. Ook onder soldaten trouwens die vaak net zo min hun tegenstanders persoonlijk iets hebben aangedaan dat hun dood zou kunnen rechtvaardigen. Meestal hebben ze er niet om gevraagd om voor de oorlog te worden opgeroepen. Soms vallen de onschuldige oorlogsdoden onbedoeld, maar vaak ook niet. De geallieerde bombardementen in het laatst van de tweede wereldoorlog waren wel degelijk tegen onschuldigen gericht en kunnen om die reden heel goed terreurbombardementen worden genoemd.
Als U dat liever anders wilt bezien: in de oorlog is het begrip onschuldige gerelativeerd. Wie tot de vijand[5] behoort is q.q. niet helemaal onschuldig meer. Oorlog is anders, dan gelden de normale wetten niet of in ieder geval ze gelden niet allemaal.

Met de ethiek van de verlichting of het humanisme, zoals die door Immanuel Kant onder woorden is gebracht, staat dit op gespannen voet. Iedere overtuigde mensenrechten aanhanger voelt dat ook zo.
Oorlog wordt uitsluitend nog geoorloofd geacht bij een onmiddellijke zware bedreiging van eigen volk en vaderland of in geval van verdediging tegen al begonnen vijandelijkheden. Maar ook zulke “rechtvaardige” oorlogen, waarvan de tweede wereldoorlog aan de kant van de geallieerden een voorbeeld was, levert het soort ethische problemen op waarvoor het humanisme geen oplossing biedt.
In de tweede wereldoorlog kwamen die problemen pas achteraf aan de orde. Tijdens de oorlog heiligde het doel om de nazi’s en de Japanners te verslaan vrijwel alle gebruikte middelen. In de ogen van de geallieerden zelfs de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima en de brandbommen op Dresden[6].

Ethische regels zijn tegelijkertijd absoluut en relatief. Absoluut in de zin dat ze door individuen niet naar willekeur kunnen worden veranderd en nooit kunnen worden genegeerd. Relatief in de zin dat zij mee evolueren met de cultuur en de groep waar zij bij horen. Ook in de zin dat zij buiten toepassing kunnen blijven als andere ethische regels of zelfs niet-ethische belangen zwaarder wegen. Ethische regels dienen voor het in stand houden van een samenleving[6] en ze verdwijnen of worden aangepast als ze dat niet meer blijken te doen.
Relatief ook in de zin dat zij niet in een vacuüm kunnen worden toegepast maar uitsluitend gelden in historische situaties.
Ethische regels kunnen onder omstandigheden met elkaar botsen en dan moet er, zoals dat heet, gekozen worden voor het minste kwaad.
Voorbeelden van relativiteit in de culturele zin liggen voor het oprapen in de geschiedenis. Om dicht bij het protestantse huis te blijven: de bijbel staat vol met regels en gebeurtenissen die wij tegenwoordig als onethisch zouden aanmerken: op bevel van Jahwe was Abraham bereid het offer te brengen van zijn zoon Isaac en de Israëliërs om de verwoesting aan te richten van Palestijnse steden met het uitmoorden van de hele mannelijke bevolking.
Een voorbeeld van de relativiteit binnen onze eigen cultuur is de uitspraak van bisschop Muskens.
“Ge zult niet stelen” is de aanvaarde ethische regel, maar de e.t. bisschop van Breda vond stelen geoorloofd als een moeder voedsel nodig had voor haar hongerige kinderen. Je kinderen laten verhongeren is dan duidelijk het grotere kwaad. Dat is overigens ook een voorbeeld van de historiciteit van ethische regels: de moeder die aan het einde van de vorige eeuw in Nederland brood steelt onder het motto dat haar kinderen anders honger lijden steelt niet alleen maar liegt ook en de bisschop die zulk gedrag propageert vertoont in feite een ethiek van twijfelachtig allooi.

Een oorlogssituatie is een breuk in het normale bestaan van een samenleving. Militairen op eigen of vreemde bodem zouden niet lang overleven als zij zich aan de regels hielden die in vredestijd gelden. Terugschieten als je wordt aangevallen moet kunnen ook zonder due proces of law en als een vijand beschikt over informatie die van levensbelang is voor de eigen partij dan zal die informatie gehaald worden met middelen die in vredestijd naar de gevangenis voeren.
Het beste zou misschien zijn om de normale ethische en juridische regels tijdens een oorlog opzij te zetten en te vervangen door ethische en processuele regels die beter met de professionele eisen van een oorlogsvoering in overeenstemming kunnen worden gebracht. De onwaardige vertoning die we hier in Nederland hebben meegemaakt, toen een Nederlandse militair in Arnhem terecht stond omdat hij in een oorlogssituatie in Irak op een plunderaar had geschoten, zou ons dan bespaard zijn gebleven. Zo’n man had dan terecht kunnen staan voor een krijgsraad te velde die zorgen kan dat uitwassen worden voorkomen. Het paradoxale gevolg van het tegenwoordige systeem is nu juist dat zulke uitwassen zich eerder voordoen.[8]

Wie meent dat we een dergelijk oorlogsrecht al hebben omdat de conventies van Genève daar in zouden voorzien, die vergist zich. De conventies dienen ter bescherming van de rechten van de burgerbevolking tegen het optreden van de vijand en voorzien niet in regels van oorlogsrecht die op een uitsluitend in oorlogstijd geldende ethiek zijn gebaseerd[9].
Soldaten in oorlogssituaties houden zich aan de normale vredesrechtsregels alleen als hun leven er niet door in gevaar gebracht wordt. Dat lijkt te billijken. De kans om te sneuvelen is een ernstiger bedreiging dan de kans op een veroordeling in een proces. Als de oorlog lang genoeg duurt en er zijn voldoende soldaten bij betrokken dan doet zich nog een ander gevolg voor: de vredesregels komen niet ongeschonden uit de strijd. Door een langdurige onbestrafte schending worden de normale regels aangetast, die in vredestijd gelden, juist omdat zij in een oorlog worden genegeerd. Dit verschijnsel heeft zich in de Vietnamoorlog en bij iedere andere massale oorlog voorgedaan en niemand is daar bij gebaat.
Het zou beter zijn om speciale regels te hebben voor oorlogsomstandigheden, waarvan iedereen weet dat ze buiten werking treden zodra de oorlog is afgelopen. De bestaande contradicties waar niet alleen de ethiek onder lijdt maar ook de mensen die de oorlog moeten voeren, zouden kunnen worden vermeden. Bij het bestaan van aangepaste rechtsregels zou genocide nog steeds strafbaar zijn en het Servische optreden in Srebrenica een oorlogsmisdaad, maar dan zou de sergeant die in het oorlogsgebied op plunderaars schiet niet langer naar Nederland worden gebracht. Hij zou ter plekke worden berecht door lieden die weet hebben van de omstandigheden waaronder het ten laste gelegde heeft plaats vonden. Als zou blijken dat hij zonder noodzaak op een ongewapende had geschoten zou dat daar gemakkelijker kunnen worden bewezen en ook afweging met de noodzaak om plundering te voorkomen zou ginds beter kunnen worden gemaakt.

Voor iemand voor wie de ethiek onder alle omstandigheden als een absolute norm geldt is een dergelijke tijdelijke opschorting van regels waarschijnlijk onaanvaardbaar. Zo iemand zou misschien dan consequent horen te zijn en zich niet langer gewapenderhand moeten verdedigen. Oorlog is de ultieme arbiter tussen landen en volkeren. Dat blijft waar zolang nog niet alle landen en volkeren dat idee hebben opgegeven.

 

[1] Zie https://jandirksnel.wordpress.com/about/

[2] 9/3//10

[3] van 18/2/10

[4] op 11/10/09

[5] Het hele begrip vijand in zijn betekenis van bedreigend en niet tot de gemeenschap behorend staat op gespannen voet met de mensenrechten en het Kantiaanse universele mensheidsbegrip

[6] Voor een aantal historici zijn de atoombommen te rechtvaardigen omdat ze tenminste zoveel mensenlevens lijken te hebben gespaard als ze gekost hebben: de miljoenen doden die het gevolg zouden zijn geweest van een invasie op Honsjoe en de andere hoofdeilanden. Een rechtvaardiging voor Dresden is er eigenlijk niet.

[7] Dat ze daarvoor dienen wil nog niet zeggen dat de inhoud van de regels rechtstreeks kan worden afgeleid uit het doel. Als de ethiek een genetische grondslag heeft, wat waarschijnlijk is, dan is zij ontstaan omdat het de dragers betere huwelijks of betere overlevingskansen bood en is de samenhang met de instandhouding van de samenleving dus indirect. Genen veranderen niet snel. De culturele component van de ethiek is aan snellere verandering onderhevig. Dat is de component die ondermeer tot uiting komt in de vaststelling wie wel en wie niet tot de groep behoort tot wie de ethiek zich richt.

[8] De militairen in het oorlogsgebied erkennen de rechtmatigheid van het oordeel niet dat geveld wordt zonder kennis van de omstandigheden waaronder de ten laste gelegde feiten plaats vinden en saboteren daarom de rechtsgang. Daarvoor krijgen ze bij een krijgsraad te velde niet de gelegenheid.

[9] In wezen zouden er drie soorten oorlogsrecht horen te zijn,
a. Het recht van de Geneefse conventies ter bescherming van burgers in oorlogstijd,
b. Het klassieke oorlogsrecht zoals dat bij Hugo de Groot, in bijvoorbeeld diens de jure belli et praedi te vinden is en dat het volkerenrecht regelt zoals dat geldt tussen de landen onderling en tenslotte
c. het soort recht dat hier gepropageerd wordt om in oorlogstijd de in vredestijd geldende regels te vervangen.

 

.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .