De grafrede van Pericles.

De opstellers van de nieuwe Europese grondwet, die per referendum in Nederland en Frankrijk werd verworpen, begonnen hun preambule met een citaat uit een grafrede van Pericles. U kunt hem vinden in boek 2 van de Peloponnesische oorlog van Thucydides. Wat daar bij Thucydides staat is dat in Athene de wetten zijn gericht op de meerderheid[1] en niet op de minderheid en daarom heet het systeem democratie en niet oligarchie. “Iedereen”, gaat het dan verder, “is in Athene gelijk voor de wet en wie wat kan betekenen voor zijn stad wordt niet genegeerd omdat hij van een te geringe komaf zou zijn”.

Dat is heel wat anders dan de vertaling die de preambule  oorspronkelijk presenteerde: “onze grondwet wordt democratisch genoemd omdat de macht niet in handen is van een minderheid maar van de grootst mogelijke meerderheid”. Dat is misschien ook wel zo, maar dat staat er niet. Thucydides zoekt het democratische in de belangen die worden verdedigd en niet in de vraag door wie de macht wordt uitgeoefend.

Die preambule deed verder niet veel in het ontwerp voor de Europese grondwet. Het citaat onderstreepte de claim van de grondwetscommissie dat onze cultuur stamt uit de dubbele wortel van klassieke oudheid en christendom, maar wat die oudheid betreft leveren de opstellers  hier dus niet het bewijs dat ze er veel van opgestoken hebben. Later is het citaat geruisloos verdwenen, misschien omdat iemand de commissie die het stuk had opgesteld behulpzaam was geweest met een goede vertaling.

Democratie was sowieso in de oudheid een heel ander begrip dan in de moderne tijd. De Atheense soort democratie, een regering per volksvergadering is buiten de korte periode in Athene, waarin Pericles zo’n belangrijke rol speelde, nooit ergens populair geweest. Grote Atheense filosofen en schrijvers, zoals Socrates, Plato, Xenophon en Thucydides zelf waren verklaarde tegenstanders, althans van de regeringsvorm waarbij het volk het rechtstreeks voor het zeggen had. Tegen de idee dat de wet er is voor iedereen en niet alleen voor de heersers, de idee waar Pericles op doelt en die wij de rechtsstaatsidee zouden noemen, bestond geen bezwaar.

De Romeinse republiek, waar de humanisten uit de Renaissance naar verwijzen, als ze het over de oudheid hebben, was geen democratie. In de volksvergadering was maar een deel van het volk vertegenwoordigd. Die vertegenwoordiging was bovendien allesbehalve representatief. De volksvergadering had wel een deel van zeggenschap, maar geen uitvoerende macht.

De republiek had een systeem van checks en balances dat gericht was op het welzijn van de staat, niet van een specifiek deel van de bevolking, ook niet op het welzijn van de meerderheid van de bevolking. De gedachte dat alle mensen een gelijkwaardig waren bestond al helemaal niet. Mensen hadden aanzien (auctoritas) en macht (potestas) naarmate ze meer betekenis hadden voor de samenleving, maar het was de samenleving zelf waar het om ging. Om Roma dus en niet om de toevallige groep burgers die daar op enig moment de overhand had.

De Romeinse republiek is in politiek opzicht lange tijd een groot succes geweest, meer dan een van de Griekse stadstaten, maar ook in Hellas gold dat de polis zelf het hart was van de samenleving en niet de groep die daar de meerderheid vormde van de bewoners of die het op een bepaald moment voor het zeggen had. Die meerderheid was trouwens slaaf en had helemaal niets te vertellen, ook niet in het democratische Athene.

 

 

 

[1] pleionas, “op de velen” betekent dat eigenlijk en oligous, “op de weinigen”.

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .