Slaven en Surinamers.

Een paar jaar geleden schreef ik een stukje over Surinamers en slavenhouders. Ik schreef daarin dat ik al die  verwijten aan het adres van blanke Nederlanders wat onterecht vond. De dag erna kreeg ik prompt een reactie van een mij onbekende Surinaamse, die zei van gemengd Indiaanse, Javaanse, Indische en Creoolse afkomst te zijn. Zij had mijn stukje gelezen en had het gevoel dat er iets niet helemaal klopte maar ze wist niet wat. Ze vroeg of ik het haar kon vertellen. 

Als U in boeken leest over uw blanke voorouders die de slaven haalden uit Afrika en ze dan transporteerden van de Goudkust, eerst naar Curaçao en later naar Suriname, dan  bedoelen de schrijvers niet de hier geboren voorouders. Zoals U weet is het grootste deel van de voorouders van de  mensen die nu in Nederland leven, uit het buitenland afkomstig. Ook autochtonen zijn als het ware allochtonen. Wat men bedoelt is dat de samenleving in Nederland vanaf ongeveer het begin van de opstand tegen Spanje met de slavenhandel van doen had. Het was een van de belangrijkste bronnen van inkomsten van de West-Indische Compagnie. Die compagnie was samen met de Oost-Indische Compagnie de eerste vennootschap op aandelen, dus de eigenaren waren voor een groot deel anoniem. De bestuurders niet. Dat waren wel degelijk Nederlanders, maar het waren er niet veel.

De WIC is voor ongeveer 5% van de totale slavenhandel uit Afrika verantwoordelijk geweest die liep via de Noord Atlantische route. We praten dan over ongeveer 600.000 zwarte mensen, in grote meerderheid Bantoe´s uit West Afrika.

Tot begin achttiende eeuw liep de Nederlandse handel via Curaçao, dat voor de kust van Zuid Amerika lag. De handel vond plaats volgens de regels van het Asiento de Negros, het handelscontract dat de WIC had met Spanje. Spanje was oorspronkelijk eigenaar van heel Zuid Amerika met uitzondering van Brazilië. Toen dat contract beëindigd werd verplaatste de handel zich naar Suriname en de toen nog aanwezige andere Nederlandse bezittingen in Zuid Amerika.

Nederland als samenleving is dus wel degelijk betrokken geweest bij de handel in de slaven voorouders van de tegenwoordige bewoners van de Antillen en Suriname. Dat er in Nederland zelf geen slaven waren en dat de afkeer van die handel altijd groot geweest is hier, doet daar niet aan af. Dat de voorouders van die Curaçaoënaars en Surinamers, voor zover  blank, praktisch allemaal slavenhouders of handelaren waren is zeker waar. Maar die vaders maakten op dat  moment deel uit van de westerse samenleving, terwijl de kinderen  van zwarte slavinnen weer slaven werden, ongeacht wie de vader was. Die kinderen maakten dus vanaf hun geboorte deel uit van de samenleving die als de directe ‘voorouder’ van het tegenwoordige Suriname en Curaçao kan worden gezien. Zo zat het dus. Het is een kwestie van woordgebruik. Onder voorouders moet hier worden verstaan de Nederlandse, c.q. de Surinaamse samenleving in een vroegere periode.

Over de slavenhandel valt verder veel meer te zeggen dan men kan lezen in de meeste schoolboekjes of kan horen in de jaarlijkse speeches in het Oosterpark. Wat men niet vaak hoort bijvoorbeeld, is dat de W.I.C. niet op slavenjacht ging in Afrika. Ze zaten daar in Ghana in hun fort Elmina te wachten tot de Afrikanen hun de slaven aanleverden. Slaven waren de buit in de continue oorlogen die op dat continent plaats vonden tussen Afrikaanse stammen onderling. Voordat  de West Europeanen zich in de slavenhandel mengden, liep die via de trans-Sahara route vanuit Timboektoe, of door de Soedan en langs de Nijl. Ook wel via de Afrikaanse Oostkust. Die eerdere handel was veel kleiner in omvang. Ze bestond aan de andere kant al sinds de grijze oudheid.

Door het ontstaan van de trans-Atlantische handel bleven er vrij plotseling veel meer krijgsgevangenen in leven. Dat is ook de reden dat het transport van al die slaven uit Afrika niet tot een zichtbare dip in de bevolking daar heeft geleid. Voor die tijd waren de meeste krijgsgevangenen voor de overwinnaars waardeloos en werden ze om het leven gebracht. Men mag aannemen dat een deel van de oorlogen sindsdien gevoerd weren om slaven te maken, nu dat zo profijtelijk werd, maar hoe groot dat verschil was weten we niet.

De grote vruchtbaarheid van Bantoe vrouwen is de natuurlijke pendant van het grote aantal Bantoe´s dat altijd om het leven kwam voor ze in staat waren om voor nageslacht te zorgen. Wanneer eeuwen lang het grootse deel van de jonge mensen de reproductieleeftijd niet haalt, worden de genen voor een grote natuurlijke vruchtbaarheid dominant in de gene pool. Komt men in een regio veel grote gezinnen tegen, dan is er altijd sprake geweest van hoge sterftecijfers bij de voorouders.

De belangrijkste doodsoorzaken in Afrika bezuiden de Sahara waren niet honger, natuurrampen of ziekten maar was het voortdurende onderling geweld. Bij het te betreuren lot van al die Afrikaanse slaven moet men dus in overweging nemen dat het alternatief niet erg veel beter was geweest.

Dat doet niet af aan het onmenselijke karakter van de slavenhandel als zodanig. Per saldo treft daarvoor het ernstigste historische verwijt de Afrikanen die de slaven maakten en verhandelden en de Arabieren die heel lang de slavenhandel hebben gedomineerd. Engeland en ook Denemarken schaften de slavenhandel al vroeg in de negentiende eeuw af. In de VS was de afschaffing in 1862 het gevolg van een bloedige burgeroorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten. Engeland heeft met haar vloot de Atlantische slaventransporten onmogelijk gemaakt.

Men moet de Angelsaksische landen  de eer geven die hun toekomt. Zij zijn het geweest die aan die onmenselijke toestand een einde hebben gemaakt. De verwijten die over de slavenhandel en de slavenhouderij aan de West Europeanen worden gemaakt kunnen met meer reden aan het adres van de Afrikanen en Arabieren worden gericht en de verdiende lof voor het abolitionisme blijft vaak achterwege. Alles bij elkaar is de hele morele discussie trouwens zinloos want van de nu in Nederland levende mensen heeft niemand persoonlijk iets met het onderwerp van doen gehad. De discussie is historisch en dient op basis van feiten en niet van mythes gevoerd te worden.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .