De Jodenvervolging en de eerste wereldoorlog

De twintigste eeuw heeft twee trauma’s nagelaten in de westerse samenleving. De eerste is de Eerste Wereldoorlog, met zijn onvoorstelbare slachtpartijen. De tweede is de bureaucratisch uitgevoerde moord op zes miljoen Joden door het beschaafde Duitsland met behulp van minder beschaafde Polen en Oekraïners.

Het aantal slachtoffers van het communisme in Europa is veel groter geweest dan van de eerste wereldoorlog en de Holocaust tezamen. Het aantal doden als gevolg van de Spaanse griep na de eerste wereldoorlog was al groter dan het aantal gesneuvelden, maar de trauma’s van Passchendaele en Auschwitz graven dieper.

Een epidemie overkomt je en ook een revolutie overkomt je min of meer. Bovendien, Rusland werd niet als een erg beschaafd land gezien, maar Duitsland en de geallieerden uit de eerste wereldoorlog wel. De zinloze slachtingen van Ludendorf, Haig en Foch waren Europees en ze waren man made. Het was allemaal  van een niet voorstelbare stupiditeit. Zonder industriële revolutie en een moderne beschaving zouden zulke slachtingen niet mogelijk zijn geweest, niet op deze schaal.

De executie van Joodse burgers in gaskamers was een industriële en logistieke productie die alleen een hoog ontwikkeld land in zo korte tijd had kunnen organiseren. Het getuigde van een boosaardigheid waarvan vóór 1933 niemand vermoed had dat zij in het beschaafde Europa nog bestond.

Die twee trauma’s hebben de vitaliteit uit de Europese beschaving gehaald en de wanhoop die als gevolg daarvan bezit nam van de Europeanen verklaart de krampachtige en blinde aanhang aan de humanistische beginselen, die we ondermeer  terug vinden in de houding tegenover ons eigen koloniale verleden. Hieruit komt ook de weigering voort om te erkennen dat in de wereld buiten Europa en buiten de Engelssprekende landen van overzee aan de beginselen van democratie en mensenrechten alleen maar lippendienst wordt bewezen.

We kijken met eerbied naar de VN, waar toch aan de lopende band resoluties worden aangenomen die met de eigen beginselen van die organisatie in strijd zijn. De Raad voor de Mensenrechten, in zekere zin het belangrijkste orgaan van de UN, bestaat voor een deel uit naties die in eigen land de mensenrechten met voeten treden[1]. Antizionisme is een vorm van racisme die bij de VN hoogtij viert. Continu worden resoluties aangenomen die het enige land in het Midden Oosten veroordelen waar de humanistische  beginselen wel in de praktijk worden gebracht.

Dat het trauma van de Holocaust langs zo’n indirecte weg de oorzaak kan zijn voor de populariteit in de derde wereld van een gewelddadige en inhumane samenleving als die van de Palestijnen en van andere Arabieren, is een schrijnend symptoom van de ziekte die de Europese beschaving heeft aangetast.

 

 

 

[1] Onder andere Angola, Nigeria, Burkina Faso, Cuba en Venezuela

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .