Banken en overheden.

Overal waar in Oost Europa en Azië de laatste decennia landen tot welvaart zijn gekomen, is dat door de invoering van de ondernemingsgewijze productie en door de afschaffing van socialistische economieën. Maar het hebben van een markteconomie zonder inzicht in de werking van de markt en zonder mogelijkheden om in te grijpen als dingen echt uit de hand dreigen te lopen, is een onverantwoord risico.

Inzicht in de werking van de markten zouden we kunnen vinden in de wetenschap van de economie. Maar steeds opnieuw blijkt dat er geen modellen zijn waar we blind op kunnen varen. En een effectief internationaal toezicht is er niet. De bankencrisis van tien jaar geleden is een voorbeeld. De financiële markten opereren  internationaal en het toezicht is nationaal of op zijn best regionaal. Effectief toezicht zou een samenwerking op wereldschaal nodig maken en een vorm van geldverkeer dat doorzichtig genoeg is om gecontroleerd te worden. Aan beide voorwaarden wordt niet voldaan.

Toch is het goed om te bedenken dat het betere hier de vijand is van het goede. Ook wat het toezicht  betreft zou men zich dienen te beperken tot wat haalbaar en werkzaam is. Een internationale financiële autoriteit zou een samenwerking moeten zijn tussen een aantal grote en betrouwbare centrale banken.  Vijf of zes van de belangrijkste economische regio’s zou waarschijnlijk voldoende zijn, zolang  zij maar door de achterliggende regeringen onvoorwaardelijk worden gesteund. Te denken valt aan de VS, , de Europese Centrale Bank in Frankfurt, China, de Banken  van Engeland en van Japan en mogelijk aan een nieuw op te zetten centrale bank van de Aziatische ‘kleine tijgers”. Rusland en de Golfstaten zijn voor deze vorm van samenwerking onvoldoende bewerktuigd en misschien ook  niet voldoende betrouwbaar. Brazilië is economisch te klein en te instabiel.

Het bevorderen van een grotere doorzichtigheid van de markt betekent in hoofdzaak twee dingen: het afslanken van de systeembanken tot een niveau waarop zij voor hun eigen bestuur en voor toezichthouders weer begrijpelijk worden en het afschaffen van producten die het algemeen belang meer schade dan voordeel brengen. Het is duidelijk dat dit alleen kan wanneer internationaal de overheden hun steun zouden geven en daarom is ook duidelijk dat de internationale samenwerking voldoende belangrijke overheden moet omvatten om de rest mee te kunnen krijgen.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .