De vragen van Wilders.

Vier jaar geleden stelde Wilders vragen in de Kamer over de nationale kosten van de allochtonen in dit land. De regering weigerde toen antwoord te geven en Wilders heeft het onderzoeksbureau Nyfer opdracht gegeven het voor hem uit te zoeken. Terwijl in verkiezingsdebatten anders niemand serieus met Wilders debatteert deed Dr. Siebers, de Tilburgse geleerde, dat in dit geval wel.

Wilders had op grond van het onderzoek beweerd dat de migranten Nederland 7,2 miljard euro per jaar kosten. Netto dan. De meeste mensen hebben weinig gevoel voor getallen en vinden 7,2 miljard erg veel. Niet veel minder bijvoorbeeld dan 72 miljard, wat een veel waarschijnlijker orde van grootte is voor de jaarlijkse kosten van de immigratie. Maar Nyfer en Wilders hadden zich heel verstandig gehouden aan wat calculeerbaar en controleerbaar is. Siebers deed het anders en ging  daarbij naar mijn mening behoorlijk de fout in.

Hij wees erop dat 7,2 miljard misschien het bedrag is dat immigranten aan de schatkist kosten, maar dat je de schatkist niet gelijk kunt stellen aan de samenleving. Die opmerking is zeker juist maar hij dient niet verward te worden met de gedachte dat de 7,2 miljard alleen de uitgavenkant betreft. Inkomsten en uitgaven van de schatkist waren voor de berekening gesaldeerd. De premie- en belastingopbrengsten, afkomstig van allochtonen, zijn met andere woorden van de sociale uitkeringen, de kosten van criminaliteit etc. afgetrokken.

Maar ondanks de 7,2 miljard, zegt Siebers, kun je als samenleving voordelen hebben van de aanwezigheid van allochtonen. Het bruto nationaal product, d.w.z. de ‘omzet’ van Nederland is volgens hem groter door hun aanwezigheid. Cohen schijnt ook eens iets dergelijk gezegd te hebben gezegd en als het waar is toont het aan dat de mensen gelijk hebben die zeggen dat Cohen als premier een onverantwoord risico zou zijn geweest voor het land.

Het bruto nationaal product zou groter zijn als gevolg van de aanwezigheid van immigranten als er ook maar één immigrant één euro hier verdiende. De kosten van hun aanwezigheid zouden dan nog veel groter zijn dan nu al het geval is. We zouden dan honderden miljarden rijker worden als ze vertrokken, maar het nationaal product zou daardoor nog steeds die ene euro kleiner worden.

Dat de Nederlandse samenleving er op vooruit gaat alleen omdat er hier meer mensen wonen van wie sommigen een inkomen produceren is, met andere woorden, duidelijke onzin. Het gaat wel degelijk om hun toegevoegde waarde en de belastingopbrengst minus de overheidskosten zijn daar een benadering van, al is de negatieve toegevoegde waarde van de immigratie waarschijnlijk een heel stuk hoger dan die 7,2 miljard.

Nyfer gaat er van uit dat de immigranten bijdragen aan de BTW in verhouding tot hun inkomsten en Siebers denkt dat dit een onderschatting inhoudt. De immigranten verdienen gemiddeld een stuk minder, maar, schijnt Siebers te denken, ze eten evenveel. Dus moet hun aandeel in de BTW naar verhouding groter zijn. Maar BTW wordt niet alleen geheven over voedingsmiddelen en die vallen bovendien juist onder een verlaagd tarief. Maar los daarvan, het zou alleen voor een deel waar zijn wat Siebers beweert, als de immigranten relatief een groter deel van hun inkomen zouden consumeren dan de autochtonen. Het omgekeerde lijkt eerder het geval. Een substantieel deel van het inkomen van immigranten gaat immers terug naar het land van herkomst, voor de ondersteuning van behoeftige familieleden of voor investeringen ter plaatse. Er zijn berekeningen waaruit zou moeten blijken dat deze geldstroom de ontwikkelingshulp uit de westerse landen fors overtreft.

Men moet hier naar mijn mening niet negatief tegenover staan. Het is zeker beter dat wij op deze manier bijdragen aan het in leven houden van de mensen in de ontwikkelingslanden dan door geld te geven aan hun regeringen of aan ngo’s als Cordaid, Warchild of Oxfam Novib. De kans dat het bij de juiste personen  terecht komt is veel groter. Maar hoe dan ook, het is onjuist om zonder nader onderzoek maar aan te nemen dat de consumptiequote bij immigranten hoger zou liggen dan bij de autochtonen.

Waar Siebers wel weer gelijk in had, is dat een nauwkeurige afbakening van de begrippen die in dit soort discussies worden gehanteerd, niet mogelijk lijkt te zijn. Neem alleen al het begrip allochtoon of immigrant, of westers en niet westers. Voor veel statistieken geldt wie hier geboren is als autochtoon. In de praktijk is het meer een cultureel begrip dan een kwestie van inschrijving in het bevolkingsregister. Al te belangrijk is dat verschil nu ook weer niet. In bijzondere gevallen kan het moeilijk zijn om vast te stellen of we met een autochtoon of met een niet- westerse allochtoon te maken hebben, maar dat verhindert ons niet om zinnige dingen over de twee bevolkingscategorieën te beweren.

We moeten er wel voor oppassen om de begrippen blind toe te passen en we zouden er bijvoorbeeld geen wetgeving op moeten baseren. Daarvoor moeten we met veel duidelijker begrippen werken. Dan moeten we liever gebruik maken van het soort fraaie ambtelijke omschrijvingen als ‘iemand die beschikt over de Marokkaanse nationaliteit’ en nog liever over ‘een Nederlandse ingezetene die beschikt over de Marokkaanse, Ghanese’( etc.) ‘nationaliteit, die gedurende de afgelopen vijf jaar gemiddeld een lager inkomen in Nederland heeft genoten dan het wettelijk minimum, anders dan op grond van een uitkering, dan wel iemand die op de gronden vermeld in de bijlage met een dergelijke ingezetene gelijk gesteld kan worden’. Zoiets.

Siebers haalt in zijn stuk een voorbeeld aan voor zijn stelling dat we het onderscheid tussen allochtonen en autochtonen niet langer zouden moeten maken. Hij had een studie gemaakt van de allochtonen bij de belastingdienst. Hij constateerde dat die allochtone ambtenaren heel nuttig zijn bij het achterhalen van de manieren waarop in allochtone kring de daar fungerende kleine ondernemers de belastingen ontduiken. De voordelen van deze inbreng van de allochtone belastinggaarder worden in de berekening van Nyfer verwaarloosd volgens hem. Ik zou er op willen wijzen dat de belastingontduiking die ondanks deze inspanningen plaats vindt evenmin is meegenomen in de berekening en ook niet de negatieve gevolgen van de concurrentievervalsing die de ontduiking veroorzaakt voor de inkomsten van legitieme ondernemers.

Dat de berekening van Nyfer geen nauwkeurig beeld geeft van de kosten van de allochtonen voor de samenleving is juist. Het is een minimumberekening. Het betreft een absolute ondergrens. De werkelijke kosten voor de samenleving zijn waarschijnlijk een factor groter. Siebers voert voor zijn kritiek op Wilders en op de berekening van Nyfer geen deugdelijke gronden aan. De PvdA zou zich daarom op hem en zijn publicaties liever niet moeten beroepen. Ze doet dat ook de laatste jaren niet meer, geloof ik.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .