Zwarten.

Het is een onpraktische gewoonte om mensen uit Afrika zwart te noemen om ze daarmee te onderscheiden van mensen uit andere werelddelen. In de overige tropische delen van de wereld, zoals bijvoorbeeld op Nieuw Guinea en in Australië, maar ook in Zuid India zijn de mensen vaak even donker. Soms hebben ze ook het zelfde kroezige haar. Beide lichaamskenmerken beschermen tegen een overmaat aan zon en als iemands voorouders voldoende generaties in de tropen hebben doorgebracht is een verandering in die richting geen uitzondering. Het vergt maar een kleine genetische aanpassing. Door de Afrikaanse bevolking zwart te noemen leggen we een overdreven nadruk op een oppervlakkig kenmerk en missen we de verschillen tussen de mensen, die juist in Afrika groter zijn dan in de rest van de wereld. Dat is logisch, want Afrikanen van de soort homo sapiens wonen al honderd duizenden jaren in dat werelddeel en de mensen uit de rest van de wereld stammen af van voorouders die pas zo ’n zestig duizend jaar geleden uit Afrika zijn vertrokken. Die laatsten zijn dus noodzakelijk veel nauwer verwant.

Voor een flink deel van de Afrikanen ligt de gemeenschappelijke voorvader veel verder in het verleden dan voor de rest van de mensheid, met als gevolg dat de genetische diversiteit op het Afrikaanse continent veel groter is.  Somaliërs, om maar een voorbeeld te noemen, verschillen meer van Bantoe ’s en van Bushmen dan autochtone Nederlanders van Indonesiërs.

De verschillen in Afrika lijken minder dan ze zijn doordat de Bantoe ’s zich zowel in Afrika als daarbuiten al eeuwenlang veel sneller voortplanten dan de rest van de Afrikanen en ze daardoor de dominante zwarte Afrikanen zijn geworden. Wat we buiten Afrika aan zwarte Afrikanen zien zijn nu eenmaal  in hoofdzaak Bantoe ’s.

In 1994 is The History and Geography of Human Genes verschenen, een soort genetische atlas van de hand van Cavalli Sforza, Menozzi en Piazza[1]. In dat boek is de menselijke afstamming in kaart gebracht. Dat project heeft de schrijvers 15 jaar gekost en het is waarschijnlijk intussen al weer enigszins verouderd. Maar het bevat een enorme hoeveelheid genetische gegevens, gerelateerd aan geografische en taalkundige data. In dat werk zijn de verschillen en overeenkomsten tussen mensen voor het eerst behoorlijk in kaart gebracht. Doordat de auteurs zich tot strikt wetenschappelijke en dus controleerbare kenmerken hebben beperkt, bevat de studie weinig of geen sociologische gezichtspunten. Maar het levert in principe wel het materiaal, aan de hand waarvan sociologische veronderstellingen zouden kunnen worden ontworpen en uitgewerkt, Voor zover ik weet is daar tot nu toe weinig van gekomen,

Bantoe ’s hebben een aantal fysieke en karakterologische kenmerken waardoor zij zich van andere Afrikanen en van de vroege emigranten uit Afrika onderscheiden. Het aantal uitstekende atleten van Bantoe afkomst, om een voorbeeld te noemen, is relatief zo groot dat het eigenlijk niet anders kan, dan dat daar een genetische mutatie aan ten grondslag ligt. Ook lijkt het aannemelijk dat Bantoe ’s minder aanleg hebben dan de gemiddelde Aziaat of Europeaan om deel uit te maken van grote en gecompliceerde samenlevingen.

Het probleem van de Bantoe getto’s in Noord en Zuid Amerika, dat voor het eerst uitvoerig beschreven is in het invloedrijke werk van de Zweedse socioloog  Gunnar Myrdal [2] is tot nu toe niet opgelost, al is er meer geld en energie in gestopt dan in welk ander sociologisch probleem ook in de moderne wereld. Waarschijnlijk zal men er vanuit moeten gaan dat de vraagstelling verkeerd is geweest of dat de gebruikte paradigma’s ontoereikend zijn. Maar hoe dan ook, wie geboren is in een zwart getto en door hulp of uit eigen beweging vooruit weet te komen in de wereld, verlaat het getto en gaat deel uitmaken van de wereld erbuiten. Maar intussen blijft en groeien de getto’s en worden de problemen die  ze veroorzaken niet opgelost.

Obama, de vorige president van de Verenigde Staten, heeft in zijn jonge jaren in een van de gettoprojecten in Chicago gewerkt en hij bevestigde wat zoveel enthousiaste en sociaal bewogen mensen vóór hem al hadden geconstateerd: proberen om de getto’s om te vormen is water naar zee dragen. Het is net als met de ontwikkelingshulp: hulp helpt niet.

 

[1] Princeton University Press 1994. Winnaar of the 1994 R.R. Hawkins Award.

[2] An American Dilemma: The Negro Problem and Modern DemocracyHarper & Bros,1944

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .