De wapens die er niet waren

Dat wapens voor massale vernietiging in Irak niet aanwezig bleken te zijn, was een verrassing voor de geallieerden na het einde van tweede Golfoorlog. Ze hadden daar op zijn minst opslagplaatsen van chemische en bacteriologische wapens denken te vinden. Die waren er ook wel, maar het aanwezige materiaal was onbruikbaar en voor een deel ook nooit bruikbaar geweest. Atoomwapens waren er niet.

Dat president Bush sr. en prime minister Blair verrast waren is evident, maar waar was die eerdere zekerheid op gebaseerd, dat men de wapens daar aan zou treffen? Veel is er niet over naar buiten gekomen, maar aan te nemen valt dat men over betrouwbare inlichtingen beschikte en dat die inlichtingen niettemin achteraf niet bleken te kloppen.

Een waarschijnlijk klinkend verhaal dat ik in de VS gehoord heb, is dat men bronnen had in de buurt Saddam Hoessein en dat de president van Irak er zelf er van overtuigd is geweest dat hij over de wapens beschikte. Dat hij met andere woorden door zijn ondergeschikten is voorgelogen.

De Nederlanders konden moeilijk anders dan aannemen wat de Amerikanen en Engelsen hun vertelden toen die onze medewerking vroegen bij het uitschakelen van het gevaar dat Saddam Hoessein vormde voor Israël en andere bondgenoten in het Midden Oosten.

De PvdA, in de persoon van haar toenmalige partijleider Bos, eiste een onderzoek en stelde daarmee achteraf niet alleen de geloofwaardigheid van de Amerikaanse president, maar ook die van zijn coalitiegenoot Balkenende in twijfel. Dat onderzoek is er uiteindelijk ook gekomen en werd de belangrijkste oorzaak van de val van Balkenende IV. Het onderzoek werd verricht door een voormalige president van de Hoge Raad, Willibrord Davids, die daarin werd bijgestaan een paar andere vooraanstaande Nederlanders[1]. Het onderzoek heeft niets van enig belang opgeleverd behalve dat de PvdA met haar ministers als Koenders een tijd lang niet meer als een betrouwbare partner gold. Men heeft daar pas na het optreden van Diederik Samsom als de nieuwe partijleider weer het gevoel gekregen dat daar iemand zat op wiens woord men af kon gaan. Aan Bos en Balkenende heeft de affaire Irak de politieke kop gekost. Al is er niemand die twijfelt aan de intelligentie en het politieke inzicht van Wouter Bos, het odium van onbetrouwbaarheid is aan hem blijven kleven en Balkenende heeft de reputatie behouden dat je een loopje met hem nemen kunt.

[1] Een nogal uiteenlopend gezelschap:

  1. Monica den Boer, sociologe, wetenschappelijk decaan aan de Nederlandse Politieacademie en Bijzonder hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  2. Cees Fasseur, historicus en hoogleraar in Leiden.
  3. Tim Koopmans, de enige grote jurist van het stel.
  4. Nico Schrijver, een mensenrechten predikant.
  5. Marjan Schwegman, een specialiste vrouwengeschiedenis en
  6. Peter van Walsum, een van onze beste diplomaten.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .