Problemen van ethiek.

Het centrale probleem in de ethiek is niet het verschil tussen goed en kwaad. De Engelse filosoof G.E. Moore poneerde een eeuw geleden dat we meestal heel goed[1] weten wat in concreto goed is en wat verkeerd. Intussen is die opvatting door cognitief wetenschappelijk onderzoek bevestigd.

Er zijn speciale hersencellen die oplichten als we zaken als goed of als slecht beschouwen en in verreweg de meeste gevallen blijken alle mensen het daarover eens te zijn. Er zijn wel culturele verschillen die bepalen waar ethische grenzen moeten worden getrokken, maar het belang van grensproblemen[2] wordt meestal overdreven. De werkelijke ethische problemen worden gevormd door de afweging tussen verschillende vormen van goed of van kwaad.

Vanouds doet zich dat probleem voor bij de afweging van doel en middelen. Mogen voor een goed doel slechte middelen worden gebruikt? Daarop bestaat geen algemeen antwoord, het kan soms wel en soms niet, het hangt ervan af. Bij een redelijke afweging tussen doel en middelen is er een groot grensgebied waar mensen van oordeel kunnen verschillen[3].

Dat lijkt lastig en dat is het ook, maar de moeilijkheid is niet de vraag waar precies de grens ligt waar het doel de middelen niet meer heiligt. Dat is in de meeste gevallen een triviale vraag.

De moderne wetenschap bevestigt tot op zekere hoogte onze oude neiging om ervan uit te gaan dat ethiek en esthetiek absolute categorieën zijn, die voor alle mensen en voor alle culturen gelijk zouden zijn. Natuurlijk zijn er grote verschillen in kunstvormen maar meestal hebben we weinig  moeite om iets uit een vreemde cultuur als kunst te herkennen of als mooi te waarderen[4]. Ook bestaat in alle culturen een verbod op moord, diefstal, liegen[5] etc., maar de groep waarbinnen het verbod geldt is binnen de ene cultuur beperkter dan binnen de andere. Voor zover bekend is de westerse cultuur zelfs de enige die een verbod op asociaal gedrag kent tegen iedereen, ongeacht of hij tot de eigen groep hoort of niet. Ethisch gedrag als gebod tegen een erkende vijand is uitzonderlijk. Maar ook een cultuur die in haar vijandbeeld de vrouwen en kinderen van buurlanden meeneemt, is vrij uitzonderlijk.

De belangrijkste cultureel-ethische verschillen lijken inderdaad betrekking te hebben op de omvang van de groep waarbinnen de regels geldingskracht hebben. In afnemende volgorde kan dat zijn de verzameling van al wat leeft, de mensheid, de religie of de natie, een nog kleinere geografische of etnische eenheid met als eindpunt de clan of de familie in engere zin. Niettemin zijn er wel degelijk gedragingen die binnen de ene cultuur wel en in de andere niet veroordeeld worden of waarbij de mate van veroordeling uiteenloopt, ongeacht de kring waarbinnen de veroordeling geldt. De verschillen tussen de landen in het Midden Oosten en West Europa bieden daarvoor aanschouwelijk onderwijs[6].

[1] Alleen bij tarieven boven de honderd procent worden uitgaven die fiscaal aftrekbaar zijn echt voordelig. Het misverstand dat dit ook bij lagere tarieven het geval zou zijn heeft niet alleen de fiscus maar ook de belastingbetaler en de nationale huishouding veel geld gekost.

[2] Verwarring ontstaat wel eens door de grote mate van abstractie waarmee problemen worden gepresenteerd. Het menselijk instinct voor ethiek werkt bij concrete gedragingen  en die kunnen bij een filosofische of juridische vraagstelling zo worden versluierd dat een antwoord moeilijk wordt, maar volgens primatologen, zoals onze landgenoot Frans de Waal, is het verschil tussen goed en kwaad instinctief en ouder dan de menselijke soort .

De filosoof Francis Bacon heeft in zijn Novum Organon, een late reactie op het gelijknamige werk van Aristoteles, betoogd dat veel problemen schijn zijn en het gevolg zijn van de manier waarop mensen als gevolg van hun genetische aanleg, hun cultuur, opvoeding etc. tegen de dingen aankijken. De behoefte om scherpe grenzen te trekken is daar een voorbeeld van. Zij komt niet uit de natuur zelf voort; daarin is meestal sprake van heel geleidelijke overgangen.

 

[3] maar er wel op moeten toezien dat daarbij hun eigen belangen of vooroordelen niet een overwegende rol gaan spelen.

 

[4] Moderne westerse kunst, zoals die hier ongeveer honderd jaar geleden ontstond was voor Japanners of Afrikanen vaak niet als fraai te onderkennen maar dat probleem gold voor westerlingen net zo goed.

 

[5] De tien geboden kennen geen gebod tegen het liegen als zodanig, wel tegen het afleggen van een valse getuigenis. Ook in de opsomming van de zeven christelijke deugden of de vier klassieke kardinale deugden komt eerlijkheid niet voor en liegen is niet een van de zeven hoofdzonden, zodat liegen misschien wel niet thuis hoort in de rij van algemeen verworpen menselijke gedragingen.

 

[6] Het gebruik van geweld is het meest kenmerkende voorbeeld. In West Europa is dat eigenlijk alleen toegestaan in het kader van een fysieke zelfverdediging en in het Midden Oosten als verweer tegen iedere vorm van vermeende of werkelijke rechtsaantasting.

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .