De kabouters in de motor.

De Papoea’s in  Nieuw Guinea dachten in de vorige eeuw dat vliegtuigen hun door de goden werden gestuurd. Die vliegtuigen zaten vol zaken die ze graag wilden hebben maar helaas ging het merendeel van wat erin zat naar de blanken, met wie ze sowieso niet erg veel op hadden. Zo waren de goden nu eenmaal. Dat wisten ze wel, het goede komt altijd tezamen met het slechte en nooit alleen.

Over de Landrovers die ze in de bush zagen rondrijden hadden ze ook een theorie. Onder de motorkap zaten kabouters die de kar duwden. Benzine was het drankje dat ze dronken en als ze eten nodig hadden kregen ze olie. Zolang ze vliegtuigen alleen uit de verte zagen en Landrovers maar zo nu en dan, waren dit bevredigende theorieën die de nieuwe verschijnselen succesvol verklaarden.

Wij lachen daar een beetje om maar eigenlijk is ons lachen een beetje dom. Theorieën hoeven niet waar te zijn en zijn dat vaak ook niet. Ze moeten een verklaring geven voor wat er in de praktijk gebeurt en een handvat voor effectief gedrag. Goden die nooit precies doen wat je vraagt komen vaak van pas als verklaring, vooral als er nog geen wetenschap ter beschikking staat of men de wetenschap niet begrijpt. Kabouters die van benzine en olie leven zijn een veel rationelere verklaring voor een voertuig waaraan niet zichtbaar geduwd of getrokken wordt dan het perpetuum mobile.

De evolutie heeft ons opgezadeld met een behoefte om voor veel voorkomende verschijnselen in de samenleving een gemeenschappelijke verklaring te hebben. Die verklaring hoeft niet juist te zijn als hij maar werkt. Werkt hij min of meer, dan wordt hij door iedereen aanvaard, net zolang tot hij duidelijk niet meer werkt. Voor kleinere en weinig voorkomende inconsistenties worden intussen ad hoc verklaringen gezocht en daarin blijken we nogal  goedgelovig in te zijn. Wij net zo goed als de Papoea’s.

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .