Het saneren van banken.

Zes jaar geleden publiceerde de econoom Rens van Tilburg in de Volkskrant een artikel, dat voor veel lezers misschien niet gemakkelijk te lezen is geweest. Misschien dat hij om die reden er een wat rare vergelijking met de wedstrijd PSV-Feyenoord doorheen mixte. Maar het ging dus eigenlijk over de bancaire wetgeving die de Amerikaanse president toen had ingediend bij het Congres.
Wat van Tilburg erover zei is dat verbetering van het toezicht op banken niet echt met wetgeving kan, omdat wetgeving uit haar aard steeds ingewikkelder wordt als gevolg van een dynamisch proces. In de fiscale wetgeving is daar ervaring mee opgedaan. Dieter Brüll, fiscalist aan de UvA en in Tilburg, had dat zestig jaar geleden al onderkend. De ingewikkeldheid van wetgeving is een functie van het belang dat daar mee is gemoeid en van de tijd dat zij bestaat. Is de belastingdruk zwaar dan ontwijkt men de gevolgen van de wetgeving. Dat leidt tot verbeterde en ingewikkelder wetgeving en tot nieuwe ontwijkingen en dan komt men terecht in een eindeloze spiraal.
Iets dergelijks gebeurt nu met de wetgeving die bedoeld was om de banken in het gareel te krijgen. Het probleem was en is dat banken kunnen speculeren. Als het goed afloopt mogen ze de winst houden. Loopt het slecht af en komen ze in de problemen, dan springt de overheid bij. De reden voor die hulp aan de banken is dat we ons niet kunnen veroorloven de geldcirculatie in het ongerede te laten raken. Er hoeft immers maar één grote bank tussenuit te vallen, zoals Lehman Brothers in 2008 en het systeem komt tot stilstand. Zonder geldcirculatie geen economie, daar komt het, kort samengevat, op neer.
Wat Van Tilburg  zei is dat wetgeving voor het banktoezicht om de door Brüll genoemde reden niet ging helpen. Wat hij niet zei en wat we toch wel graag zouden willen weten, is hoe het dan wel moet. Hij zei wel iets over een toezichthouder met voldoende armslag die gevrijwaard zou worden van claims en over duidelijke principes, maar waarschuwde een paar zinnen verder al weer over het gevaar van misbruik dat daar mee samenhing.
Nederland zou de toon kunnen zetten, suggereerde hij dan nog, maar het is duidelijk dat bij het toezicht op de grote internationale banken Nederland niet het voortouw nemen kan. Toezicht op banken die internationaal opereren zal internationaal moeten zijn en de resultante van samenwerking tussen de belangrijkste financiële regio’s. Amerika is de belangrijkste regio, dan komt Europa, dan Japan en China en tenslotte zijn er India, Brazilië en nog een handvol opkomende economieën en natuurlijk de olielanden, die veel geld te beleggen hebben.
Haal die bij elkaar en ontwerp een internationaal systeem van controle. Een van de eerste dingen die men daarbij merken zal is dat de financiële wereld eerst controleerbaar gemaakt zal moeten worden voor men een effectief controlesysteem kan ontwerpen. Dat betekent dat we alle grote banken zullen moeten opsplitsen in overzichtelijke kleinere. Dat lijkt me een issue te zijn waarop een democratische kandidaat in de VS de presidentsverkiezingen zou kunnen winnen. De grote banken zijn mogelijk de minst populaire instellingen van de westerse wereld.
De banken aanpakken kan, met andere woorden, waarschijnlijk wel als men het belang daarvan maar inziet en internationaal samenwerkt. Regels maken is niet voldoende, het geldsysteem moet worden gesaneerd. Een lastige klus en een die men niet alleen aan de monetaire deskundigen kan overlaten. Daar moeten de politieke bazen van de grote mogendheden aan te pas komen.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .