Augustinus van Hippo

.Belijdenissen boek 11. ‘Wat is eigenlijk tijd ?

Als niemand het me vraagt, weet ik het. Maar als iemand het me vraagt, weet ik het niet ! Wel weet ik, dat als er niets gebeurt, er geen verleden zou zijn; en als er niets zou gebeuren, er ook geen toekomst zou zijn. En als er helemaal niets zou zijn, dan was er ook geen heden. Hoe komt het, dat er twee tijden zijn: verleden en toekomst, terwijl het verleden niet meer bestaat en de toekomst nog niet bestaat?’

Augustinus van Hippo meende dat de toekomst nog niet en het verleden niet meer bestond en eigenlijk bestond ook het heden niet. Het heden zag hij als een Planck seconde, als een punt op een lijn die loopt van verleden naar toekomst. Een punt heeft geen extensie en bestaat daarom niet echt. Tijd is een onwerkelijk begrip, d.w.z. het commune begrip dat Augustinus had en wij als niet-natuurkundigen met hem delen is zeker onjuist. Hoe we tijd wel zouden moeten begrijpen weten we niet[1].
Dat we in het nu leven en een verleden hebben weten we wel[2], al hebben we geen goed begrip van tijd, maar dat er een toekomst is, is pure inductie[3].
Jezus van Nazareth riep zijn volgelingen op om zich op het komende rijk voor te bereiden, want de toekomst kan ieder moment afgelopen zijn, weg en verdwenen. Dat is een lucide gedachte, die niet onjuist wordt omdat nu al twee duizend jaar de zaak gewoon is doorgegaan.

Wat de man zeggen wilde is dat de toekomst onzeker is. ‘Ge kent dag noch uur’. Dat is niet alleen waar voor wat betreft de duur van de toekomst. Ook de inhoud is onzeker.
Steeds als toekomst verleden is geworden, stellen wij het geheugen bij. We zijn niet goed in staat te onthouden wat we vroeger ooit allemaal over de toekomst gedacht hebben, dat wil dus zeggen wat we voor ons zelf gekozen hadden uit het oneindig aantal mogelijkheden die er in het verleden nog waren en die in getal steeds minder werden naar mate die toekomst dichterbij kwam. Vast staat dat het altijd anders is geworden dan we ons hadden voorgesteld en dat we dat vergeten. Het aantal mogelijke toekomstige gebeurtenissen valt van oneindig terug tot één op het moment dat de toekomst door de tijd wordt ingehaald. Op dat moment is fantasie werkelijkheid geworden, maar natuurlijk meteen ook geen toekomst meer.

[1] Einstein heeft tijd gedefinieerd als een dimensie in een tijd-ruimte-continuüm, een opvatting die wiskundig op een elegante wijze is te beschrijven, maar die ons commune begrip nog steeds te boven gaat.
[2] De evolutieleer, de basis van het huidige mens- en wereldbeeld vooronderstelt een verleden en een kosmologische geschiedenis.
[3] Zie Hume voor wat de bewijskracht van inductieve redeneringen aangaat.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .