Lotharingen.

Een van de belangrijkste politieke ontwikkelingen in de geschiedenis van Europa was het niet tot stand komen van een middenrijk tussen Duitsland en Frankrijk. Twee keer was het er op een haar na. Een keer onder de naam Lotharingen, na de verdeling van de het rijk van Karel de Grote onder zijn drie kleinzonen. Lotharius was de oudste en hij koos het middelste van de drie delen, het deel dat naar hem werd genoemd. Maar hij kwam snel te overlijden en ook zijn onmiddellijke opvolger ging vroeg dood. Zijn rijk werd toen tussen Frankrijk en Duitsland verdeeld, maar dat en hoe dit gebeurde was min of meer toeval.

Het duurde tot de veertiende eeuw en de Franse koningszoon Philippe le Hardi tot er iets kwam dat op dat rijk van Lotharius leek: het Bourgondische rijk. Het kerngebied van Bourgogne, rond Dijon, was een leen van de Franse kroon. Philippe le Bon, de  kleinzoon van Le Hardi,  heeft het oorspronkelijke Bourgondische gebied uitgebreid met een aantal Duitse lenen waaronder Frans en Nederlands sprekende provincies in de Lage Landen.

De Lage Landen waren in die tijd het welvarendste deel van West Europa. Dat gold vooral voor de zuidelijke provincies Vlaanderen en Brabant. Maar in iets mindere mate gold het ook wel voor Holland, waar Dordrecht, Gouda en Haarlem toen de belangrijkste plaatsen waren en niet Amsterdam. Het Bourgondische Hof in Leuven en Brussel was het culturele centrum van dit deel van Europa. Het lidmaatschap van de Orde van het Gulden Vlies was een bewijs van erkenning en er werd door de Europese hoge adel om gevochten.

Had Philippe le Bon een zoon gehad die meer op hem leek dan op zijn moeder, dan had dat Bourgondische rijk van de Noordzee tot aan de grens met Zwitserland geconsolideerd kunnen worden en de geschiedenis van Europa zou een andere loop hebben genomen.

Nederland zou niet hebben bestaan maar was een van de Noordelijke provincies geworden van een overwegend Frans sprekend koninkrijk. De Bourgondische vorsten waren hertogen, maar binnen hun rijk lagen gebieden waar vroeger koningen geheerst hadden en die titel was vanzelf wel naar ze toe gekomen als het goed verlopen was met hun rijk. Veel gebieden die nu tot Duitsland horen zouden dan misschien bij dat Middenrijk zijn gevoegd. Het Noorden en Westen van Duitsland had in die tijd meer affiniteit met Nederland en Frankrijk dan met Pruisen en met de Duitse gebieden in het Oosten. Het Duitse rijk vertoonde eeuwen lang überhaupt heel weinig samenhang en is pas in de negentiende eeuw door Bismarck c.s. tot een natie aaneengesmeed.

Dat had heel anders kunnen lopen als er een rijk en machtig verwant gebied geweest was in het westen. Als de Franse onderdelen niet door Louis XI zouden zijn heroverd maar bij Bourgondië waren gebleven dan waren misschien wel meer gebieden uit Frankrijk gevolgd. Hoe Europa er dan uitgezien zou hebben valt niet zeggen, maar anders, dat is zeker. En veel gescheeld heeft het allemaal niet.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .