Judas.

De monotheïstische godsdiensten verlaten zich in ethische vraagstukken op hun heilige geschriften en op de uitleg van degenen die met godsdienstige gezag zijn bekleed. Dat is niet altijd zonder risico. Wie zich in het bezit meent van de waarheid ziet zich graag ontslagen van de plicht om door eigen onderzoek nieuwe inzichten te verkrijgen of om tenminste zijn opvattingen kritisch te bekijken.

Neem het artikel van de godsdienstige ethica, Monic Slingerland, in Trouw van 11/4/06 en het eerdere hoofdredactionele artikel in dezelfde krant van 8/4/06 . Eerst maar dat hoofdartikel. Ik vat het puntsgewijs samen:

Het verschil tussen heldendom en verraad is vaak flinterdun; dat is een stelling die in de oorlogsjaren bewaarheid werd. De burgemeester die niet aftrad onder het Duitse bewind en in stilte veel goeds deed was een voorbeeld van held en verrader tegelijk. Weinreb is een ander voorbeeld of althans iemand van wie het erg veel moeite heeft gekost om uit te maken wat hij was.

Judas Iscarioth wordt zonder voorbehoud veroordeeld terwijl de schrift toch veel vragen over hem oproept. Hij staat te boek als de man die zijn meester voor dertig zilverlingen verried, maar er valt meer over hem te zeggen. Zonder Judas immers geen heilsgeschiedenis; zijn verraad was verplicht en wellicht handelde hij daarom niet uit vrije wil. Het verraad van Judas verschilt maar gradueel van het verraad van Petrus vindt Trouw: driemaal voor het kraaien van de haan. De een had spijt en pleegde zelfmoord, de ander had spijt en werd volgens de voorspelling van Jezus de steenrots waarop de kerk werd gebouwd[1]. Van Judas zegt Jezus dat hij beter niet geboren had kunnen worden, maar Petrus wordt ook door ongelovigen nog herdacht met het Erbarme dich uit de Matthäuspassion. Judas is in het aan hem gewijde Gnostische evangelie een held, omdat hij het aandurfde om Jezus aan de Joodse autoriteiten over te leveren, zodat de heilsgeschiedenis zich kon voltrekken. De algemene veroordeling van het verraad van Judas is wel gemakzuchtig. Tot zover Trouw.

Monic Slingerland beperkte zich tot het geval Judas zelf en wijdde er geen algemene ethische beschouwingen aan. Maar zij kwam tot de conclusie dat Judas vanuit een hemels standpunt bezien een held is, dat met andere woorden zijn gedrag ethisch als juist moet worden aangemerkt. Ik ga ervan uit dat de tweede publicatie in het verlengde van de eerste is geconcipieerd.

Wat Trouw hier over de tweede wereldoorlog te beweren heeft, snijdt geen hout. In het algemeen was het in de oorlog helemaal niet zo moeilijk om vast te stellen of we met een goede vaderlander of met een verrader te maken hadden. In een enkel geval was het lastiger omdat niet alle feiten bekend waren of omdat iemand zowel goede als slechte daden op zijn kerfstok had. Die grensgevallen hebben later buiten proportie veel aandacht gekregen maar, zoals zo vaak met grensproblemen, ze zijn meer opvallend dan interessant. Foute burgemeesters die toch half of helemaal goed waren zijn grote uitzonderingen geweest en Weinreb was niet alleen een verrader maar ook een oplichter. Eigenlijk kan alleen van Hirschfeld en een paar van de andere staatssecretarissen gezegd worden dat ze in de oorlog tegelijk in het belang van de Nederlandse samenleving en van de bezetter hebben gewerkt.

Het is niet zo interessant om exacte grenzen te trekken tussen de categorieën helden en verrader. Het gaat in de ethiek om het kwalificeren van menselijke gedragingen en niet om het categoriseren van mensen. Of mensen goed of slecht zijn is misschien een godsdienstig probleem, het is geen onderdeel van de ethiek. Die beperkt zich tot waarneembaar menselijk gedrag. De meeste gevallen van ethisch relevant goed en slecht gedrag bevinden zich ver over de grens tussen het goede en het slechte en dat is ook het geval met het verraad van Judas Iscarioth.

Volgens Trouw en het Judasevangelie moest Judas zijn meester wel verraden, want anders had het heilsplan van God zich niet kunnen voltrekken. Dat is geen nieuw inzicht dat aan de recent gevonden fragmenten van het Judasevangelie is ontleend. Dat het verraad van Judas door Jezus was voorzien en als onafwendbaar werd geaccepteerd staat ook in de synoptische evangeliën. Dat er daarom van vrije wil van Judas geen sprake zou zijn geweest, zoals Trouw suggereert, is niet een dwingende conclusie. De gnostici trekken die conclusie dan ook niet, maar beweren juist dat het een opzettelijke goede daad was, bedoeld om Jezus te verlossen van zijn sterfelijke omhulsel.

Dat deze opvatting ethisch in orde zou zijn kunnen Trouw en Slingerland niet serieus menen. Dat is pervers. Het vermoorden van andere mensen om hen of ons daarmee het eeuwige heil deelachtig te laten worden is nooit christelijke doctrine geweest, gelukkig maar.

De vergelijking die Trouw maakte tussen het gedrag van Judas en Petrus en de suggestie dat hun verraad ethisch op hetzelfde niveau stond, is grotesk. Dat wordt misschien duidelijker als men zich even van de godsdienstige context los maakt en uitsluitend kijkt naar de feiten [2]. De angstleugen dat je niet tot iemands gevolg behoort is een daad van een andere categorie dan tegen betaling van dertig zilverlingen iemand aan zijn vijanden overleveren.

Ethiek is tegenwoordig een zelfstandig onderdeel van de filosofie in plaats van onderdeel van de theologie. Dat neemt niet weg dat de humanistische ethiek van de christelijke is afgeleid en dat Jezus van Nazareth vanuit humanistisch oogpunt moet worden beschouwd als een ethisch docent van grote begaafdheid. Zijn leer, die in hoofdzaak in de Bergrede en de parabels is terug te vinden, is altijd direct gericht op het kwalificeren van menselijk handelen. Veroordelen van mensen doet hij alleen bij hoge uitzondering. Als regel  veroordeelt hij alleen wat mensen verkeerd doen. Maar van Judas zegt hij dat het beter zou zijn geweest als hij nooit geboren was. Hoe is dat te rijmen met de opvattingen in Trouw? De andere uitzondering maakt hij voor degenen die kinderen tot hun slachtoffer maken: het zou beter zijn als hun een molensteen om de hals zou worden gebonden en zij in de zee zouden worden gegooid.

Het theologische probleem dat God het kwaad in de wereld toelaat en soms gebruikt om het goede tot stand te brengen, is niet begonnen met het Judasevangelie. Dat het kwaad daarom niet meer van het goede zou zijn te onderscheiden, is echt onzin. Trouw bewandelde daarmee de paden van hele oude ketterijen.

 

[1] Mijn vermoeden is altijd geweest dat die steenrots passage er later ingeslopen is, nadat eenmaal de paus als bisschop van Rome en hoofd van de kerk werd erkend.

[2]  Hierbij wordt uitgegaan van de feiten zoals ze in de bijbel, inclusief het Judasevangelie, worden meegedeeld. Het Judasevangelie geeft er wel een andere interpretatie en kent aan Judas een ander motief toe voor zijn daad, maar dat zijn geen nieuwe feiten.

 

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .