Een hachelijke onderneming.

De introductie van de Euro was een hachelijke onderneming indertijd, een soort vlucht naar voren. Niet vanwege de prijsstijgingen die het gevolg zijn geweest. Dat was een tijdelijk effect en ze vielen per saldo eigenlijk wel mee. Het ging om het vertrouwen in de munt. Het vertrouwen in de munt is een hoeksteen van de samenleving en het vertrouwen in de Euro moest nog worden verdiend. Als dat niet lukte, meende ik indertijd, hadden we met maatschappelijke onheil op wereldschaal te maken.

De redenen voor de invoering van de Euro hadden te maken met een gemeenschappelijk vertrouwen in de toekomst van Europa. De integratie van de Europese economieën had een nieuwe impuls nodig en een gezamenlijke munt was een krachtig symbool voor onomkeerbare Europese eenheid. Het vergemakkelijkte het afhandelen van onderlinge transacties, al moet dat effect ook weer niet worden overdreven. Voor het intra-Europese verkeer van goederen en diensten was een gemeenschappelijke munt strikt genomen niet nodig. Daarvoor waren vaste wisselkoersen voldoende geweest. Alleen, was de vraag, zouden zonder een gemeenschappelijk economisch beleid de vaste wisselkoersen op den duur te handhaven zijn? De Euro zou de lidstaten dwingen hun economische beleid op elkaar af te stemmen, dacht men en dat was eigenlijk het belangrijkste argument voor de invoering, de vlucht naar voren dus. Zou de afstemming achterwege blijven zoals later inderdaad het geval bleek te zijn, dan viel een gemeenschappelijke euro niet te handhaven. Dat was de logische conclusie.
Men heeft ter ondersteuning van een gemeenschappelijk economisch beleid een aantal maatregelen genomen, waarvan er twee essentieel waren: de bepaling van de rentevoet werd uit handen van de nationale regeringen genomen en bij het bestuur van de Europese Bank neergelegd; afgesproken werd verder dat de jaarlijkse begrotingstekorten in de lidstaten beperkt zouden blijven tot drie procent.
De eerste maatregel was een redelijk succes, ook al werkte de lage rente in een aantal landen heel verkeerd uit. Ondanks de druk van Frankrijk om de rente met name op de groei van zijn economie af te stellen heeft de bank voet bij stuk gehouden en inflatiebestrijding als belangrijkste doelstelling gehanteerd in haar rentebeleid. Voor landen die gewend waren om hun binnenlandse sociale politiek de ondersteunen met periodieke devaluaties van hun munt was dat een grote tegenvaller. In plaats daarvan kregen ze tekorten op de betalingsbalans en druk op verhoging van de belastingen.
De tweede maatregel, die de basis vormde voor de eerste, de begrotingsdiscipline, bleek niet te werken. Frankrijk had meer dan drie jaar achtereen een te groot begrotingstekort en de Europese commissie, die verantwoordelijk is voor de sancties op dit onderdeel van het beleid, durfde tegen de super lidstaat geen maatregelen te nemen of kon dat niet. Voor Duitsland gold even later hetzelfde. Dat was veel ernstiger dan het publiek en de media leken te begrijpen. De markt begreep het wel want de langjarige renten stegen, toen bleek dat van een disciplinair ingrijpen tegen de Europese grote mogendheden geen sprake zou zijn. Daarvoor is geen andere verklaring te geven dan dat het langere termijn vertrouwen in de euro een knak had gekregen. Dat dateerde allemaal nog van voor de Eurocrisis, die in wezen dus ondergronds al een tijd aan de gang was voor de brand naar buiten kwam.
Het gebrek aan vertrouwen bij de financiële wereld was terecht. Het is niet goed voor te stellen hoe een gemeenschappelijke munt en een gemeenschappelijk rentebeleid in stand kunnen blijven als het economisch beleid in de lidstaten niet op elkaar wordt afgestemd. Maar als de lidstaten zouden terugkeren naar een eigen munt is de invoering van de Euro een middel gebleken dat erger is dan de kwaal. Het verlies van de Euro zou, als we niet oppasten, aan het streven naar een verdere economische en politieke gemeenschap een einde maken en de EU reduceren tot een tolunie, een wel erg losse vorm van confederatie. Niet ondenkbaar zou zijn dat de Unie in een paar delen uiteen zou vallen, met als risico dat ook de belangrijkste verworvenheid van de EEG, de Europese vredesgemeenschap weer op losse schroeven zou komen te staan.
Dat lijkt mij in elk geval de gedachte te zijn geweest die in de hoofden van veel Europese politici speelde. Persoonlijk denk ik eigenlijk dat een splitsing van de EU in drie beter op elkaar afgestemde delen beter zou zijn dan doorgaan met het Europa van de acht en twintig. Aan oorlog in Europa geloof ik zelf niet zo.
Een terugkeer naar een eigen munt of de invoering van een of meer nieuwe regionale munten is gewoon niet te vermijden als op langere termijn de economieën uit elkaar blijven groeien. Frankrijk is een machtig land binnen de Unie. Het historische gebrek aan begrotingsdiscipline van Frankrijk en haar onvermogen om nee te zeggen tegen de vakbonden, is een gevaar gebleken voor de rest van Europa.
Het bleek onvermijdelijk dat in het kielzog van het Frankrijk van Chirac en het Duitsland van Schröder ook een aantal andere Eurolanden het met de discipline minder nauw zouden gaan nemen, zoals dat intussen in Italië en Griekenland het geval blijkt te zijn geweest. De gevolgen van de opgeblazen onroerend goed prijzen en de dreigende deconfiture van de banken zijn daar bij gekomen en tezamen hebben zij acht jaar geleden de acute crisis gecreëerd.
De euro leek even een reddingsboei te zijn tijdens de bankencrisis in 2008. Het lot van IJsland had veel meer kleine landen kunnen treffen als die toen hun nationale munt nog hadden gehad. Dit onderstreepte het belang van de handhaving van de euro en van de daarbij behorende economische coördinatie. Maar het bleek uitstel van executie. De Bank in Frankfurt beschikt niet over de middelen om op eigen houtje de discipline te handhaven. De commissie in Brussel mist de durf en haar e.t. voorzitter ook het talent om tegen de grote lidstaten op te treden. Barroso en Juncker zijn uitgekozen op hun vermogen om de grote lidstaten te vriend te houden en veel meer deden zij dan ook niet. In plaats van een nieuwe grondwet in te voeren of het verdrag van Lissabon te sluiten, maatregelen die toch geen oplossing brachten voor de meest dringende problemen, had men er beter aan gedaan om de economische samenwerking en coördinatie opnieuw en nu beter te organiseren. Want als het alsnog fout loopt met de euro en men neemt dan niet acuut de juiste maatregelen om de EU te reorganiseren, dan is de ellende echt niet meer te overzien.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .