Aantjes.

Dit gaat over een zaak van een tijd geleden. Aantjes was toen nog fractieleider van het CDA. Hij viel minister Verdonk aan vanwege een uit het land gezette allochtoon. Daar wil ik het dadelijk over hebben, maar ter inleiding eerst nog even iets anders.

HP De Tijd had indertijd een nieuwe rubriek: het uitzoeken van de ergste Nederlander ever. De onnozele boer Koekoek stond op de lijst van de kandidaten maar ook bijvoorbeeld een professor Steinmetz, van wie zelfs van mijn vooroorlogse  generatie niemand meer iets wist. Dat bleek een soort A.A.J. van Doorn te zijn van een eeuw geleden. Op een gegeven moment kwam er een tussenstand. In de rubriek historici bleek Lou de Jong toen de ergste Nederlander te zijn. Toevallig las ik ergens anders een toelichting bij die kandidaatstelling. Hij heeft die uitverkiezing te danken aan de affaire Aantjes.

Voor wie de achtergrond niet kent: Aantjes was een AR politicus, die tot de z.g. loyalisten behoorden, een wat cynische term voor een aantal politici uit A.R. kring die het kabinet van hun partij- en geloofsgenoot Biesheuvel ten val brachten. Later maakten ze hun katholieke partijgenoot Van Agt het regeren in de praktijk onmogelijk, na eerder het socialistische  kabinet Den Uyl in het zadel te hebben geholpen. Dat zou op zich reden hebben kunnen zijn om Aantjes of diens vriend Boersma in de categorie van erge Nederlanders een plaats te geven, maar het was niet de reden waarom hij door Lou de Jong aan de kaak werd gesteld.

Aantjes is in de oorlog fout geweest. Hij was lid van de Germaanse SS, een naziorganisatie en had zich eerder al op de middelbare school als aanhanger van het nieuwe regime gemanifesteerd[2]. Na de oorlog gold het lidmaatschap van de Nederlandse afdeling van de SS als ernstig heulen met de vijand en iemand met zoiets op zijn kerfstok kon een openbare functie wel vergeten. Aantjes was om die reden chantabel en werd door partijgenoten die ervan wisten weggehouden uit hoge en verantwoordelijke functies. Hij was een talentvolle man en werd daarom een paar keer gepolst om  minister te worden, maar iedere keer wees hij de uitnodiging van de hand. Niemand begreep dat indertijd, of liever gezegd, alleen zijn naaste omgeving begreep het, die van zijn oorlogsverleden op de hoogte was.

Veel mensen vonden ten tijde van het incident dat de gevolgen voor Aantjes wel buitengewoon zwaar waren. Hij had per slot, voor zover we weten, in zijn hoedanigheid van SS’er nooit iets gedaan dat als een oorlogsmisdaad kon worden aangemerkt.

Lou de Jong, die een rechtvaardig mens was, heeft zelf wel eens iets in die richting geopperd. Ten onrechte, meen ik, want dat werd prompt verkeerd begrepen, als een soort schuldbekentenis. Aantjes was een vooraanstaand politicus die zich doelbewust en in strijd met het landsbelang in een onmogelijke positie had begeven. Niet door zijn oorlogsverleden, maar door het feit dat hij als politicus een geschiedenis te verbergen had. Dat was de werkelijke fout waar het om ging.

Lou de Jong had als oorlogshistoricus gelijk dat hij het verleden van Aantjes onthulde. Hij had het misschien niet moeten doen met een speciaal daaraan gewijde persconferentie. Hij had in elk geval de fouten in de weergave, die hem door zijn zegsman Dolk in de mond werden gelegd, moeten vermijden. Maar Aantjes had ongelijk met het verborgen houden van zijn verleden en helemaal met het kiezen van een politieke carrière. De protestantse publieke opinie tenslotte was werkelijk van God los door het Lou de Jong kwalijk te nemen dat hij aan het licht bracht wat Aantjes verborgen had willen houden.

Paste het Aantjes om na zoveel jaren anderen – en in dit geval dus Rita Verdonk – de maat te nemen? Als hij goede argumenten had gehad, dan had hij die aan het publiek mogen voorleggen. Hij had geen spreekverbod. Minister Verdonk verweerde zich in het openbaar tegen onvolledige en onzorgvuldige berichtgeving en deed dat met nogal forse middelen. Zoals Aantjes terecht zei, horen middelen en doel met elkaar in balans te zijn. Maar het doel, eenzijdige en dus misleidende berichtgeving te corrigeren kon zij uitsluitend bereiken met middelen die de aandacht trokken. Het uitgezette allochtone meisje had fraude gepleegd om in Nederland te kunnen terugkeren voor het doen van haar eindexamen. Over die fraude ging de rechtszaak niet, dus kon Verdonk niet het verwijt worden gemaakt dat zij zich uitliet over een zaak die onder de rechter was. Wel vond ik met Aantjes het woordgebruik van Verdonk nogal zwaar en stigmatiserend gezien het grote belang van het meisje en de bureaucratische manier waarop haar zaak was afgehandeld. Dat is iets waar Verdonk formeel de verantwoordelijkheid voor had, maar die materieel voortvloeide uit de manier waarop onze overheid is georganiseerd. Voor het bureaucratisch functioneren van de overheid draagt Aantjes op de keeper beschouwd meer verantwoordelijkheid dan de gemiddelde Nederlander. Mag hij dan de minister uitnodigen om op te stappen?

Ja, dat mag hij, vind ik, maar het getuigt onder de omstandigheden niet van goede smaak en de minister heeft er zich terecht niet veel van aangetrokken.

In 2011 kwam Günter Grass in het nieuws door zijn kritiek op Israël. In zijn gedicht Ein Held unserer Tagen bezingt hij de Israëliër Mordechai Vanunu, die veroordeeld is tot achttien jaar gevangenisstraf  wegens spionage,  waarvan hij er elf heeft moeten uitzitten. Hij heeft in 1986 het geheime atoomprogramma van Israël openbaar gemaakt en daardoor Iran een legitimatie gegeven om met haar eigen programma door te gaan.

Grass is niet de eerste en zal ook wel niet de laatste zijn met een rechts verleden dat nogal contrasteert met zijn linkse heden. Aantjes had in Nederland een soortgelijke carrière aan de linker kant van het politiek-sociale spectrum, terwijl hij in zijn jonge jaren aan de nationaal socialistische kant heeft gestaan. Radicaal links, gewoon links en radicaal rechts, het verschil is vaak kleiner  dan men denkt. Tussen de opvattingen van Kautsky en Lenin was helemaal niet zo veel verschil en tussen de praktijken van Stalin en Hitler ook niet.

De SS-er Grass was nog een kind in de oorlog. Zijn enthousiasme voor een radicale en misdadige beweging kan hem niet de rest van zijn leven worden nagehouden. Maar daar gaat het niet om.

Zijn vijandige houding tegenover Israël en zijn gebrek aan kennis van de verhoudingen in het Midden Oosten maken hem tegen de achtergrond van zijn nationaal socialistische verleden tot een probleem en een embarrassment in Duitsland. Der Spiegel wijdde er een artikel aan. Blij is men kennelijk ook in zijn vaderland niet met de oud SS’er.

De meesten van de jonge nazi’s en de zevenhonderd duizend SS-ers uit 1945 hebben later een eerzaam beroep gekozen, ver weg van de publiciteit en niemand zal hen nu nog willen dwingen een verleden op te rakelen waar ze zelf afstand van genomen hebben.

Wie wel de openbaarheid kiest, zoals Willem Aantjes, die zal zich moeten verantwoorden. Als zulke mensen verantwoording proberen te ontlopen vallen ze vroeg of laat door de mand, al is het maar de mand van het eigen geweten.

Zo ging het ook met Günter Grass. Hij heeft zijn oorlogsverleden verborgen gehouden en bracht het veel later pas ter sprake, vlak voordat zijn autobiografie anders tot moeilijk te beantwoorden vragen zou leiden. Dat was in elk geval verstandig. Objectief valt hem misschien ook minder te verwijten dan Aantjes. Hij heeft, net als Aantjes, nooit bewijsbaar op iemand geschoten of nationaalsocialistische Unfug bedreven. Grass was als Duitser bovendien niet iemand die heulde met de vijand. Hij is nog net op tijd zelf met zijn verleden voor de dag gekomen. Wat Aantjes en Grass beiden te verwijten valt is het preken in een parochie waarin ze niet thuis hoorden, waar ze al die tijd onder een valse vlag hebben geopereerd. Voor wie toch al niet van preken houdt in welke vorm dan ook, maakt de hypocrisie in beide gevallen het onverteerbare verschil. Je kunt er niet trots op zijn een landgenoot te wezen van Aantjes en Duitsers denken nu hetzelfde over Günter Grass.

Trouw, het  lijfblad van mensen als Aantjes en Doekle Terpstra, vond in een redactioneel artikel dat het verzwijgen van het oorlogsverleden van de man vergelijkbaar was met het opgeven van een schuilnaam, zoals Hirsi Ali dat deed bij haar asielaanvrage in Nederland.

De feiten over Aantjes die de krant in haar artikel vermeldde waren juist en ook vrij volledig. Voor wie oud genoeg is om de oorlog nog te hebben meegemaakt is daarom duidelijk dat de vergelijking tussen de twee politici absurd was. De vraag bij Aantjes was of we bij hem met een landverrader van doen hadden. Dat was hij per saldo waarschijnlijk niet, al meenden veel mensen van wel, maar het had er tegen aangehangen en in de oorlog had hij de verkeerde kant gekozen.

De mislukte terugkeer van Aantjes op het publieke toneel, als éminence grise, was een onsmakelijke vertoning. Maar dat hij het aandurfde en steun ervoor ondervond in eigen kring, bewijst maar weer eens hoe kort de memorie van de mensen is. Aantjes maakte de enige dodelijke fout die een politicus nooit mag maken, hij heeft het publiek jarenlang, zijn hele carrière lang, stelselmatig voorgelogen. Hiermee bedoel ik niet het draaien met woorden dat iedere politicus doet en waar hij trouwens ook een meester in was. Ik bedoel dat hij bewust verzweeg dat hij in de oorlog fout geweest was en daarom door zijn eigen partij uit hoge ambten werd geweerd.

Hij werd op zijn middelbare school voor een NSB-er of tenminste voor een sympathisant gehouden, ondermeer omdat hij openlijk met Volk en Vaderland liep. Hij heeft dienst genomen in een relatief onschuldige tak van de SS, naar hij zegt om uit Duitsland weg te komen, waar hij vrijwillig werkte in de Arbeitseinzatz. Een ongeloofwaardig verhaal. Toen hij als gevolg daarvan onder pressie kwam om dienst te nemen in de Waffen SS [3] en naar het front in Rusland te worden gestuurd, vluchtte hij, werd gearresteerd en kwam in het Duitse gevangenkamp Port Natal terecht. Hij is daar tot bewaker (Kapo) in het kamp aangesteld. Het is niet aan de orde dat hij zich tegenover aanwijsbare personen in die functie heeft misdragen. Hij heeft als Kapo, voor zover wij weten, geen oorlogsmisdaden bedreven, maar hij heeft het niet te verwaarlozen risico gelopen dat hij tot dergelijk gedrag zou zijn gedwongen. Bij zijn lotgenoten in het kamp stond hij bekend als iemand met Duitse sympathieën.

Dit is alles bij elkaar een jeugdzonde waar een mens voor uit kan komen en vervolgens mee kan leven. Maar het is onwijs om vervolgens een politieke carrière te kiezen, wat de meeste mensen in zijn positie en van zijn leeftijd dan ook niet hebben gedaan. Het diskwalificeert op zich zelf iemand in mijn ogen niet ethisch of maatschappelijk voor de rest van zijn leven, in elk geval niet helemaal.

Wat iemand wel voorgoed politiek onmogelijk zou horen te maken is dat hij zijn verleden verzwijgt en in zo’n chantabele positie kiest voor een openbare functie. Zijn partijgenoten hadden gelijk dat ze hem verboden minister te worden en hij had ongelijk zich in een positie te begeven waarin hij zich dat moest laten welgevallen. Ik had een kantoorgenoot, een man met veel talent en een ambitie voor de buitenlandse dienst. Zijn Duitse vader had hem toen hij zestien was aangemeld bij de SS, waar hij nooit dienst heeft gedaan, maar hij zag van een ambtelijke carrière af en terecht. Men begeeft zich niet vrijwillig in een situatie waarin men chantabel kan worden. Ook dat SS lidmaatschap en dat venten met Volk en Vaderland van Aantjes was een jeugdzonde. Daar kan een mens voor uit komen en vervolgens mee leven.

Waarschijnlijk meende Aantjes dat hij door zich daarin te schikken  zijn leven lang boete gedaan heeft voor zijn vroege misstap. Dat zou dan een misvatting  zijn geweest. Het is menselijk om fouten te maken maar het is in strijd met de menselijke waardigheid om onnodig met zo’n zwaard van Damocles boven je hoofd te leven. Hij was zijn hele politieke leven chantabel en daarom een gevaar voor zich zelf en voor de publieke zaak. Je eigen waardigheid geweld aandoen is niet minder erg dan het schenden  van de waardigheid van een ander.

Lou de Jong, een historicus en een bij uitstek fatsoenlijk mens, heeft Aantjes publiekelijk aan de schandpaal genageld en heeft achteraf gezegd dat hij van de manier waarop wel eens spijt gehad heeft. Dat laatste vind ik nog steeds ten onrechte. De fouten die bij de onthulling van Aantjes verleden werden gemaakt maakte De Jong in commissie en zijn hem niet al te zwaar aan te rekenen. Ze waren trouwens van ondergeschikt belang. Zijn verontwaardiging, die ik mij nog heel goed herinner was oprecht. Zij paste bij het openbaar worden van de onwaarachtigheid van een zo vooraanstaand politicus als Aantjes in zijn tijd geweest is.

 

[1] In Engeland en Zweden, maar ook in de VS met haar Boston moordenaars.

[2] Onder meer door zich publiekelijk en provocatief als lezer van Volk en Vaderland te manifesteren. Tijdens de oorlog bestond het volgende spotliedje waarmee  op mensen als Aantjes werd gedoeld:

Op de hoek van de straat staat een NSB-er. ’t Is geen man, ’t is geen vrouw, ’t is een farizeeër. Met de krant in de hand staat hij daar te venten. Hij verkoopt zijn Vaderland voor vijf losse centen.”

[3] Waarschijnlijk was het niet de Waffen SS zelf maar de Nederlandse Landstorm, die onder commando stond van de Waffen SS. Een dergelijke oproep hadden ook alle andere leden van de Germaanse SS gekregen.

 

 

 

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .