Gelijkheid.

Oudere bijstandtrekkers mogen niet langer dan een maand uit het land weg van de regering, omdat anders gediscrimineerd zou worden tegen jonge bijstandsmoeders. De PvdA constateert dat dit een schandaal is, maar realiseert zich niet dat zij daar zelf de oorzaak van is. Omdat de PvdA de richtingbepalende politieke groepering is geweest in de tweede helft van de vorige eeuw, is zij hoofdverantwoordelijk voor de overheid die toen tot stand gekomen is en die onveranderd blijft voortbestaan, ongeacht de kleur van het kabinet. Het is niet het kabinet dat vaststelt dat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen bijstandsmoeders en zestig jarigen, die niet meer aan de slag kunnen. Het is de overheid en het zijn de wetten.

We hebben een bureaucratische overheid, die zich verantwoordelijk voelt voor het wel en wee van de burgers, die zij allen gelijk wenst te behandelen. Het middel waarmee de overheid haar beleid tot uitvoering brengt is  de regelgeving[1]. Om alle regels in gelijke mate op alle burgers van toepassing te kunnen maken moeten de verschillen tussen de burgers en de verschillen in hun problemen en omstandigheden zo veel mogelijk worden beperkt. Het gelijkheidsbeginsel vraagt om een gelijke behandeling in gelijke gevallen. Omdat het aantal gevallen waarop een bureaucratisch apparaat kan reageren beperkt is[2] dienen noodzakelijk eerst ongelijke gevallen “gelijk” gemaakt te worden. Dan pas kan de wet erop van toepassing worden verklaard. De burger is het daar niet mee eens. Hij ziet zijn eigen problemen als uniek en vaak zijn ze dat ook wel. De behandeling door middel van regelgeving doet hem daarom noodzakelijk te kort. De rechtstaat heeft ingebouwde nadelen en gelijkheid is lang niet altijd prettig.

Dit is een van de oorzaken van ontevredenheid van de burger. De autonome groei van het aantal regels is een tweede.

Per 1 juli 2006 golden nieuwe regels voor de werknemersverklaring. Een verklaring, die de werkgever voortaan in moet dienen vóór een werknemer zijn werkzaamheden aanvangt. Op overtreding stond een boete van €1134,-.

Volgens een rapport van Deloitte reageerden maar 152 van de 400 ondernemers die zij over dit onderwerp vragen stelden en wist 76% van degenen die wel antwoordden niet precies waar het over ging.

Dit is niet uniek. Het aantal regels is zo groot dat iedere burger in dat bos de weg kwijt raakt en de meesten het al lang hebben opgegeven. Al gaat het er alleen om, om de regels te kennen die op hen zelf van toepassing zijn.

Op de website van de SVB staat een overzicht van de formulieren die deze instantie eist van degenen die met de sociale verzekering hebben te maken en al bij de eerste aanblik duizelt het je. Het aantal verplichtingen uit hoofde van informatieverstrekking aan de overheid is voor de gemiddelde MKB ondernemer zo groot geworden dat zij niet meer na te komen zijn. Zij vormen een van de belangrijkste belemmeringen voor het ontstaan van nieuwe bedrijven en drijven daarnaast vele van hen in de illegaliteit[1].

Het is beleid van de huidige en een aantal vorige regeringen geweest om de hoeveelheid regelgeving terug te dringen, maar het succes daarvan is beperkt gebleven. Dat kan ook niet anders. Als regelgeving het beleidsinstrument bij uitstek is dan kan ook het terugdringen alleen plaats vinden door middel van nieuwe regelgeving en eindigt iedere poging daartoe in een vicieuze cirkel.

De bestaande regelgeving is het hoofdonderdeel van het instrumentarium van bureaucratische instituten, die met de uitvoering zijn belast. Deze beschouwen het als behorend tot hun patrimonium en verzetten zich tegen veranderingen die hun van buitenaf worden opgelegd.

Iedere nieuwe regel krijgt zijn plaats in een bestaand veld van regelgeving en heeft mede daarom een andere uitwerking in de praktijk dan er in theorie voor was bedacht.

Om de uitvoering mogelijk te maken en het hoofd te bieden aan de niet verwachte gevolgen ontstaan voortdurend aanpassingen, hetzij door de rechter, hetzij door de wetgever of door de uitvoerende instantie[3] zelf. Van de voorspelbaarheid en rechtszekerheid, die een van de voordelen van regeren door middel van wetgeving zou behoren te zijn, komt daardoor minder terecht al naargelang de hoeveelheid regelgeving groter en hun uitwerking gecompliceerder wordt.

De regelgeving als middel van bestuur van de samenleving, die toch het kenmerk is van de democratische rechtstaat, dreigt in haar eigen groei te verstikken.

 

 

[1] Zouden we het anders doen en ieder geval afzonderlijk willen beoordelen op de eigen merites, dan zouden we individuele ambtenaren de macht moeten geven om naar eigen inzicht te handelen. Dat zou noodzakelijk tot verschil in behandeling en dus tot rechtsongelijkheid leiden. Wie rechtsgelijkheid wil krijgt bureaucratie, dat kan niet anders.

[2] Kenmerkend voor een bureaucratisch apparaat is dat haar werkzaamheid door regels wordt bepaald en dat eigen initiatief van individuen daarbij geen dominante rol kan spelen. Regels kunnen alleen worden gemaakt voor voorzienbare gevallen en het aantal daarvan is uiteraard beperkt.

[3] Zie bijvoorbeeld De economische potenties van het immigrantenondernemerschap in Amsterdam, een gemeentelijke publicatie uit 1997.

 

 

 

 

 

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .