Eidos.

Volgens de Griekse filosoof Plato kon wat veranderlijk en vergankelijk was nooit ‘echt’ zijn. De vorm van een boom was eeuwig volgens hem, maar een concrete boom sterft af en is daarom minder echt dan de vorm. Zo ’n vorm noemt hij eidos of idee

In de dialogen, zoals bijvoorbeeld in Phaedo, Phaedrus of de Republiek, spreekt hij in nogal poëtische en mystieke termen over de vormen die bij hem het aanzien krijgen van heilige wezens[2]. Het zijn die verpersoonlijkte vormen die het Platonisme zo geschikt hebben gemaakt om het Christendom zijn mystieke karakter te geven. Maar in wezen berust de hele ideeënleer van Plato op een misverstand.

Het verhaal van Achilles en de schildpad[3] stamt uit dezelfde tijd en bevat een soortgelijk misverstand.  De Grieken hadden een ontoereikend begrip van tijd[4] en van historiciteit. Dat tijd een dimensie is van alles dat werkelijk is en dat niets bestaat buiten de historiciteit leek bij Heracliet als notie door te breken maar het maakte geen school. Plato vervormde het panta rhei in πάντα χωρεῖ καὶ οὐδὲν μένει, met de betekenis dat alles vergaat en niets bestendig is, in het omgekeerde dus van de idee dat alleen processen werkelijk zijn en bestendigheid schijn is..

Het concept dat abstracties met eeuwigheidswaarde niets anders zijn dan modellen die door onze hersens worden geproduceerd om de wereld hanteerbaar te maken stamt in zijn vroegste vorm van Francis Bacon en werd pas goed uitgewerkt in de wetenschap van de negentiende en twintigste eeuw.

Beide woorden zijn afgeleid van de Indo-Europese wortel ‘weid’, die zien betekent. Vgl eidos bij Homerus als uiterlijk of voorkomen. Bij Plato zelf hebben de twee woorden nog niet de betekenis van idee of abstractie die ze bij ons hebben gekregen

Aristoteles moest hier niets van hebben maar zijn kritiek op Plato, die zijn leermeester was geweest, bleef altijd hoffelijk en feitelijk, zodat nogal wat bewonderaars van beiden helemaal niet door hadden dat het kritiek was..

De gedachte was dat de snelvoetige Achilles de schildpad nooit kon inhalen, tenminste niet als de schildpad een voorsprong had en ze gelijk van start gingen. Steeds als Achilles op het punt gekomen was waar de schildpad was toen het verschil werd opgenomen, was de schildpad een eindje verder. Als Achilles dat eindje had afgelegd was de schildpad weer, maar nu een kleiner eindje verder en zo ging dat door. De voorsprong werd wel kleiner maar verdween nooit helemaal.  De verklaring van deze paradox is gelegen in een ontoereikend begrip van beweging en van tijd. Met een beetje algebra kan men precies het punt berekenen waar A . de schildpad  inhaalt, als afstanden en snelheden zijn gegeven.

Vergelijk  oor het begrip tijd het beroemde aforisme van Augustinus van Hippo die de tijd  begreep, zei hij, zolang niemand hem maar vroeg wat het voorstelde.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, zo maar wat. Bookmark de permalink .