Kinderlokkers.

De Valkenburg affaire, waarbij het optreden van het OM twee mannen het leven heeft gekost en waarbij vervolgens de rechtbank aan een aantal één dag gevangenis plus een taakstraf gaf, was nieuws.

Advocaat Smeets publiceerde op 31/7/15 in de Volkskrant een algemene kritiek op het optreden van het OM in Nederland tegen pedofilie. d.w.z. tegen seks van meerderjarigen met onvolwassenen. Dat vond ik niet zo’n erg goed artikel, maar wat ik weer wel goed aan vond is dat hij het soort pedofilie waar hij het over heeft in elk geval goed omschrijft: niet seks met kleuters maar met geslachtsrijpe jonge mensen. In Valkenburg ging het om een zestienjarige prostitué aan wie niet te zien was dat zij jonger was dan de achttien jaar, die ze had aangegeven.

Wat me ook wel beviel in het artikel van Smeets is dat hij het mobiliseren van de publieke opinie van de hand wijst in dit soort zaken, al was dat natuurlijk precies wat hij met zijn artikel zelf ook weer deed.

Maar er zaten een paar juridische punten in dat artikel waar ik kritiek op heb.  Dat was bijvoorbeeld zijn veroordeling van het intrekken van een cassatie beroep door het OM in een zaak waarin een lokpuber was gebruikt. Lokpubers zijn een nieuw middel. En er zijn andere landen waar lokpubers wel worden toegestaan. Het ligt voor de hand dat het OM eerst bekijkt of het hier ook kan.

Dat een partij die een zaak verliest maar vast beroep instelt, in verband met de korte beroepstermijn, om vervolgens later te beslissen of men er mee door zal gaan of niet, dat is een heel gebruikelijke gang van zaken. Het is nogal goedkoop om daaruit te concluderen dat het OM van te voren al wist dat zijn zaak kansloos was.

Ook is het ongebruikelijk om daar dan een persconferentie over te geven, dus dat verwijt van ‘in alle stilte’ slaat ook nergens op. Datzelfde geldt dan nog voor de veronderstelling dat een kritische blik van de Hoge Raad kennelijk ongewenst was. Wat Smeets daar aan het doen was, was het houden van een goedkoop pleidooi en dan bovendien nog als de zaak al achter de rug is. Dat is een nutteloze bezigheid. Hij kan zich beter beperken tot de feiten en de juridisch relevante kanten van de zaken waar hij het over heeft.

Dat het ministerie van justitie een wetswijziging wil  als men daar meent dat de bestaande wetgeving te kort schiet is niet alleen geoorloofd, dat is wenselijk. Wanneer Smeets wil beweren dat het onrechtmatig zou zijn om bestaande wetgeving te veranderen, ben ik bang dat weinig mensen hem meer zullen kunnen volgen en zeker niet de juristen onder ons. Of de nieuwe wetgeving gewenst is of niet bepaalt de wetgever en dat is in dit land regering en parlement gezamenlijk. Persoonlijk zie ik het bezwaar tegen lokpubers niet zo, maar in elk geval hebben we Kamerleden die daar over gaan. Om die dan populistisch te noemen vind ik nogal suggestief.

Smeets legt verband tussen de Valkenburg zaak en die andere zaak waarbij een man van veertig een meisje van twaalf of dertien verleidt tot seksueel verkeer door zich voor te doen als een jongen van een paar jaar ouder dan zij zelf. Het OM had in dat verband laten weten het te betreuren dat ‘poging tot grooming’ niet strafbaar was. Smeets kwalificeert dat als een poging tot een poging en meent dat iedere jurist moet begrijpen dat dit niet kan.

Maar het O.M heeft hier ongetwijfeld bedoeld een poging om de minderjarige aan het ouderlijk gezag te onttrekken en dat is dus helemaal geen poging tot een poging. En het mag waar zijn dat voor een veroordeling tot grooming nodig is dat er een seks afspraak is gemaakt, dat lijkt me dan af te hangen van je definitie van het begrip. Grooming is nu eenmaal geen juridische term.

Als Smeets probeert wat meer helderheid in deze nieuwe vorm van criminaliteit te brengen dan zou hij om te beginnen zelf een zuiverder woordgebruik moeten hanteren. Het kan wel zijn dat dit ook geldt voor het OM, maar dan is het hier toch de pot die de ketel iets aan het verwijten is.

Het pleidooi van Smeets voor een grotere vrijheid voor kinderlokkers in de rechtsstaat Nederland lijkt mij in zijn algemeenheid niet iets te zijn waar hij bij het publiek hoog mee zal scoren. Als hij meent dat in de Valkenburgzaak het OM zijn boekje te buiten is gegaan, dan had hij zich beter tot die zaak kunnen beperken en betere argumenten kunnen gebruiken om zijn gelijk aan te tonen.

Zijn stelling dat de moderne communicatiemiddelen, zoals het internet, geen impact zouden hebben op ons strafrecht is in elk geval onjuist. Wat je ook vindt van het optreden van het OM in specifieke zaken, dat men daar probeert het strafrecht aan moderne ontwikkelingen aan te passen, verdient lof.

De column van hoofdredacteur Remarque van de Volkskrant over dezelfde Valkenburg zaak was in mijn ogen een stuk evenwichtiger.

Mij lijkt inderdaad dat het OM buiten zijn boekje gaat door verdachten te dreigen met een huisbezoek om hun vrouwen op de hoogte te stellen van hun hoerenlopen. Ik ben het ook eens met zijn afwijzing van een rechter die een wetswijziging naast zich neer legt. De rechter hoort de wet niet te ontwijken door één dag plus taakstraf op te leggen als duidelijk is dat de wetgever in zulke gevallen geen taakstraf, maar gevangenisstraf wil. Als hij meent dat in dit geval de door de wetgever voorziene straf niet op zijn plaats zou zijn dan is ontslag van rechtsvervolging de betere optie.[1]

Het negeren van de wet is een staatsrechtelijk vergrijp van de rechter en het ondermijnt de eerbied voor de rechtspraak, waar iedereen terecht zo aan hecht.

[1] Acht de rechtbank het feit bewezen, doch dit niet te zijn een strafbaar feit of den verdachte deswege niet strafbaar, dan ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging te dier zake. In het geval, bedoeld in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht, kan zij tevens een maatregel opleggen als voorzien in artikel 37, 37a, 37b of 77s van het Wetboek van Strafrecht, indien de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, strafrecht. Bookmark de permalink .