Burgerlijke moed.

Ian Buruma is een Engelse schrijver van (gedeeltelijke) Nederlandse afkomst. Hij hield in 2008 de Cleveringa lezing in Leiden. Zijn onderwerp was de burgerlijke moed.

Dat Cleveringa een moedig man was, lijdt geen  twijfel. Hij nam het aan het begin van de oorlog op voor zijn collega en leermeester E.M. Meijers, die vanwege zijn Joodse afkomst door de bezetter  gedwongen werd ontslag te nemen. Veel Nederlanders durfden zich niet tegen de maatregelen van de Duitsers te verzetten, maar Cleveringa wel. Dat hij het met zijn leven zou moeten bekopen was in 1940 nog niet erg waarschijnlijk, maar het kostte hem wel zijn baan en dat was iets dat ook  maar weinig mensen er voor over hadden. Maar is het Zivilcourage? Ik denk van niet. In de omgeving van Cleveringa, schat ik in, steunden de meesten zijn houding en de publieke opinie deed dat ook. En al hadden veel mensen het zelf niet gedurfd,  ze bewonderden hem ervoor. Zivilcourage is iets anders, zoals Bismarck duidelijk maakt in het citaat dat Buruma geeft in zijn lezing. Zivilcourage is niet handelen met gevaar voor lijf en have, maar het is handelen in overeenstemming met je overtuiging tegen de gevestigde opinie in. Het familielid dat weigerde om de  politiek van Bismarck te steunen deed dat omdat steun zo weinig populair was in de Duitse Junckerklasse, waar beiden deel van uitmaakten. Van lijfsgevaar was geen sprake, maar wel van een mogelijk sociaal ostracisme in het wereldje waar ze beiden toe hoorden. Wie de rug recht kan houden in een zaak van ordinary decency, die heeft Zivilcourage.

Buruma meent dat decency iets anders betekent dan fatsoen, maar hij vergist zich. Fatsoenlijk kan net als decent de bijbetekenis van kleinburgerlijk krijgen maar de grondbetekenis is die van ethisch juist handelen. Wie dat onder gevaarlijke omstandigheden doet is moedig en wie het tegen de heersende opinie in doet heeft burgerlijke moed.

De vraag of de Venlose politicus Wilders alleen maar moedig is of ook burgerlijk moedig is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Moedig is hij omdat hij doorgaat ondanks de doodsbedreigingen. Hij zet zijn werk voort onder gevaarlijke  omstandigheden terwijl er nogal wat anderen zijn, die onder die omstandigheden het bijltje er bij neer hebben gegooid. Maar de  grote meerderheid van de Kamer, de Nederlandse elite en van de media verafschuwen zijn opvattingen over de Islam. In de Kamer en in de publiciteit gaat Wilders zeker in tegen een daar heersende opinie. In het land ligt dat minder duidelijk en hij krijgt zeker een grotere politieke aanhang als gevolg van zijn anti-Islam optreden. Of hier van ingaan tegen de heersende mening sprake is, is dus maar de vraag. Als Wilders zich meer thuis voelt bij zijn achterban dan in de Tweede Kamer, dan niet, maar beschouwt hij zich in de eerste plaats als Tweede Kamerlid, dan wel.

(Zivil)courage is een positieve kwalificatie. Wanneer iemand bedreigd wordt of uitgestoten vanwege een standpunt dat we zelf onfatsoenlijk vinden, dan aarzelen we in het algemeen om over  dapperheid of Zivilcourage te spreken. Dan spreken we liever over obstinaat of brutaal. Dat geldt ook voor Wilders en voor de Belgische politicus Filip de Winter. We veroordelen hun opvattingen en met de opvatting de man, maar was dat niet precies wat de tegenstanders van Bismarck deden toen zij zijn familielid presten om niet openlijk partij voor hem te kiezen?

Of je van Zivilcourage spreken kunt blijkt uiteindelijk dus afhankelijk van de vraag of het standpunt dat men zwaarder wegen laat dan de druk van de omgeving fatsoenlijk is of niet. De meerderheid in Nederland vindt het onfatsoenlijk om een geloof aan te vallen, ook als dat geloof zelf naar de mening van velen op onderdelen onfatsoenlijk is. Dat doet men omdat veel van de aanhangers brave mensen zijn ondanks hun geloof en men hen niet kwetsen wil. Maar vooral toch omdat het er zo veel zijn. Andere religies, zoals bijvoorbeeld die van de Azteken, waarin men evenmin veel eerbied had voor mensenlevens, veroordelen we met groter gemak, waarschijnlijk omdat het aantal praktiserende gelovigen in onze omgeving  verwaarloosbaar is. Het is de dreiging van de Islam die een rol speelt bij de verontwaardiging jegens mensen die openlijk verklaren dat deze keizer geen kleren aanheeft. De veel gehoorde afkeer van Wilders is dus zeker geen courage.

De Partij voor de Vrijheid van Wilders is een protestpartij. Zij heeft geen politiek programma dat uitvoerbaar zou zijn als zij in de regering zou komen. Ze keert zich tegen de zondvloed van islamitische immigranten en tegen de overheid die dat heeft laten gebeuren. Daarmee vindt zij weerklank bij een substantieel deel van de bevolking. Die steunen nu Wilders’ partij en voor een deel de SP, maar niet in de hoop dat het veel zal helpen. Ze doen dat om hun ontevredenheid te uiten.

Dat een immigratie van Islamieten op deze schaal een ongelukkig verschijnsel is vinden de mensen in de volkswijken die er direct mee geconfronteerd worden, maar ook de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het onderwijs, de zorg, de veiligheid op straat en nog een aantal andere publieke diensten die door hun aanwezigheid worden ontwricht. Die zeggen het alleen niet openlijk, want in die kringen wordt dat nog als onfatsoenlijk ervaren.

Dat het ongelukkig is vinden ook mensen die als historici of sociologen een studie hebben gemaakt van etnische conflicten. Dat zijn conflicten die het gevolg zijn van het optreden van meer dan een cultuur binnen dezelfde publieke ruimte.

Wie de geschiedenis van de Balkan bestudeert over de laatste honderd vijftig jaar ziet een aaneenschakeling van moord en doodslag. Die is onderbroken door een communistische politiestaat, die de etnische conflicten een tijdlang heeft onderdrukt, maar daarna zijn de conflicten weer opgeleefd. Ook de conflicten in Irak tussen Koerden, Arabische Sunnieten en Sjiieten zijn etnisch van aard en verwant aan de Balkanconflicten. Het Midden Oosten conflict waarin Israël centraal staat, is etnisch. De koloniale bevrijdingsoorlogen waren etnisch, Darfour en Zuid Soedan zijn etnisch. Het IRA geweld is etnisch net als de Baskische terreur.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in maatschappelijk, Nederland, onderwijs. Bookmark de permalink .