Aantjes.

Dit gaat over een zaak van alweer een tijd geleden. Willem Aantjes, toen nog fractieleider van het CDA, viel minister Verdonk aan vanwege een door haar uit het land gezette allochtoon. Daar wil ik het dadelijk over hebben, maar ter inleiding eerst even iets anders.

HP De Tijd had indertijd een nieuwe rubriek: het uitzoeken van de ergste Nederlander ever. De onnozele boer Koekoek stond op de lijst van de kandidaten maar ook bijvoorbeeld professor Steinmetz, van wie zelfs van mijn vooroorlogse  generatie niemand meer iets wist. Dat was een soort A.A.J. van Doorn van een eeuw geleden. Op een gegeven moment kwam er een tussenstand. In de rubriek historici bleek toen Lou de Jong de ergste Nederlander te zijn. Toevallig las ik ergens anders een toelichting bij die kandidaatstelling. Hij heeft die uitverkiezing te danken aan de affaire Aantjes.

Voor wie de achtergrond niet kent: Aantjes was een AR politicus, die tot de z.g. loyalisten behoorden, een wat cynische term voor een aantal politici uit A.R. kring die het kabinet van hun partij- en geloofsgenoot Biesheuvel ten val brachten. Later maakten ze hun katholieke partijgenoot Van Agt het regeren in de praktijk onmogelijk, na eerder het socialistische  kabinet Den Uyl in het zadel te hebben geholpen. Dat zou op zich reden hebben kunnen zijn om Aantjes of diens vriend Boersma in de categorie van erge Nederlanders een plaats te geven, maar het was niet de reden waarom hij door Lou de Jong aan de kaak werd gesteld.

Aantjes is in de oorlog fout geweest. Hij was lid van de Germaanse SS, een naziorganisatie en had zich eerder al op de middelbare school als aanhanger van het nieuwe regime gemanifesteerd[2]. Na de oorlog gold het lidmaatschap van de Nederlandse afdeling van de SS als heulen met de vijand en iemand met zoiets op zijn kerfstok kon een openbare functie wel vergeten, als de feiten bekend werden. Aantjes was om die reden chantabel en werd door partijgenoten die ervan wisten weggehouden uit hoge en verantwoordelijke functies. Hij was best een talentvolle man en werd daarom een paar keer gepolst om  minister te worden, maar iedere keer wees hij de uitnodiging af. Niemand begreep dat indertijd, of liever gezegd, alleen zijn naaste omgeving begreep het, die van zijn oorlogsverleden op de hoogte was.

Veel mensen vonden ten tijde van het incident dat de gevolgen voor Aantjes wel buitengewoon zwaar waren. Hij had per slot, voor zover we weten, in zijn functie van SS’er nooit iets gedaan dat als een oorlogsmisdaad kon worden aangemerkt.

Lou de Jong, die een rechtvaardig mens was, heeft zelf wel eens iets in die richting geopperd later. Ten onrechte, meen ik, want dat werd prompt verkeerd begrepen, als een soort schuldbekentenis. Aantjes was een vooraanstaand politicus die zich doelbewust en in strijd met het landsbelang in een onmogelijke positie had begeven. Niet door zijn oorlogsverleden, maar door het feit dat hij als politicus een geschiedenis te verbergen had. Dat was de werkelijke fout waar het om ging.

Lou de Jong had als oorlogshistoricus gelijk dat hij het verleden van Aantjes onthulde. Hij had het misschien niet moeten doen met een speciaal daaraan gewijde persconferentie. Hij had de fouten in de feitelijke weergave die hij in commissie had gemaakt moeten vermijden. Maar Aantjes had ongelijk met het verborgen houden van zijn verleden en helemaal met het kiezen van een politieke carrière. De protestantse publieke opinie tenslotte was van God los door het Lou de Jong kwalijk te nemen dat hij aan het licht bracht wat Aantjes verborgen had willen houden.

Paste het Aantjes om na zoveel jaren anderen – en in dit geval dus Rita Verdonk – de maat te nemen? Als hij goede argumenten had gehad, dan had hij die aan het publiek mogen voorleggen. Hij had geen spreekverbod. Minister Verdonk verweerde zich in het openbaar tegen onvolledige en onzorgvuldige berichtgeving en deed dat met nogal forse middelen. Zoals Aantjes terecht zei horen middelen en doel met elkaar in balans te zijn. Het doel, eenzijdige en dus misleidende berichtgeving te corrigeren kon zij uitsluitend bereiken met middelen die de aandacht trokken. Het uitgezette allochtone meisje had fraude gepleegd om in Nederland te kunnen terugkeren voor het doen van haar eindexamen. Over die fraude ging de rechtszaak niet, dus kon Verdonk niet het verwijt worden gemaakt dat zij zich uitliet over een zaak die onder de rechter was. Wel vond ik met Aantjes het woordgebruik van Verdonk nogal zwaar en stigmatiserend gezien het grote belang van het meisje en de bureaucratische manier waarop de zaak was afgehandeld. Dat is iets waar Verdonk formeel de verantwoordelijkheid voor had, maar die materieel voortvloeide uit de manier waarop onze overheid is georganiseerd. Voor het bureaucratisch functioneren van de overheid draagt Aantjes meer verantwoordelijkheid dan de gemiddelde Nederlander. Mag Aantjes dan de minister uitnodigen om op te stappen?

Ja, dat mag hij, maar het getuigt onder de omstandigheden niet van goede smaak en de minister heeft er zich terecht niet veel van aangetrokken.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, ethiek, herinneringen. Bookmark de permalink .