De Nederlandse Overheid.

Democratie is een overheid van het volk voor het volk en door het volk meenden ze vroeger. Een overheid die samenvalt met het volk, regering bij volksvergadering, dat is iets voor een kleine stad en voor burgers met problemen die tot hun stad zijn beperkt. Dat hebben we al lang niet meer. Een representatieve democratie, zoals bij ons,  is eigenlijk een vorm van niet- erfelijke aristocratie. Wat we in West Europa hebben is een vorm van oligarchie, een partitocratie.

In een ideale vertegenwoordigende democratie staat tegenover de overheid een zelfstandig opererende burger, aan wie de overheid dienstbaar is en aan wie hij verantwoording aflegt. Doordat in een welvaartstaat de burger in zoveel opzichten afhankelijk is geworden van de overheid is het aspect van de zelfstandige burger aan erosie onderhevig geweest. Wel is via de media de directe invloed van de politieke opinie op het overheidsbeleid toegenomen, maar door de zelfstandige rol die de media zich hebben aangemeten is ook hun invloed minder democratisch dan zij zou kunnen zijn. Niet van het volk dus, de regering, maar wel voor het volk en niet door het volk, maar indirect gecontroleerd door het volk.

De overheid zijn de personen en instellingen die ons regeren en bij wie de macht in de samenleving berust. De overheid bestaat niet alleen uit een gekozen parlement en een regering die door en uit dat parlement wordt gevormd. Zij bestaat voor een belangrijk deel uit niet gekozen functionarissen. Die zijn formeel wel onderworpen aan de gekozen politici, maar in de praktijk niet altijd. Ze kunnen er in elk geval niet als een verlengstuk van worden beschouwd. Het gaat dan om ambtenaren, adviseurs en mensen uit de z.g. maatschappelijke instellingen, die in ons land erg machtig zijn.

Belangrijk is het besef dat in een modern bestuurd land alleen maar een deel, het politieke deel van de overheid door de kiezende bevolking naar huis kan worden gestuurd. Bij het naar huis sturen van de politici is het dan bovendien vaak  alles of niets. Je kunt zonder medewerking van het kabinet niet één minister naar huis sturen, die het volk niet bevalt of één onderdeel van het regeringsbeleid verwerpen.

Die twee aspecten, de permanentie van de ambtenaren en een controle die beperkt is tot alles of niets, verminderen de invloed van het volk op zijn overheid.

Na de verkiezingen is van een directe invloed op het te voeren beleid van een nieuwe regering in de regel geen sprake meer. De macht van de kiezers beperkt zich tot het afwijzen van het beleid van een weggestemde regering en wat de compromissen gaan opleveren tussen de coalitiepartijen die de volgende regering gaan vormen, dat blijft afwachten.

Had men, om maar een voorbeeld te geven,  in het Nederland van de twintigste eeuw bezwaar tegen de inbreng van de confessionele partijen, dan was dat jammer, maar niks aan te doen. Die partijen waren onmisbaar voor iedere coalitie en ze kwamen dus altijd terug, hoe veel stemmen ze ook verloren.  Daar is pas aan het einde van de eeuw, onder Paars, een einde aan gekomen. En, naar achteraf bleek, niet voor lang.

Door de complexiteit van de samenleving en van het regerende apparaat is ook de macht van de minister beperkt, de volksvertegenwoordiger bij uitstek. Hij is niet meer degene die de belangrijke beslissingen neemt. Die worden ergens genomen in het ondoorzichtige woud van instellingen die samen de overheid vormen en waar niemand meer een doorslaggevende invloed uit oefent. De minister heeft wel meer invloed dan alle anderen maar hij heeft het zeker niet alleen voor het zeggen. Hij is zelden in staat zijn zin door te zetten als hij het politieke draagvlak voor zijn beleid niet vinden kan. Wat politiek draagvlak is, is ook onduidelijk. Steun in het parlement, maar ook steun in het veld en in de pers.

De leden van de Tweede Kamer worden door de politieke partijen voorgedragen en de ministers worden door de politieke partijen aangewezen die samen de regering vormen in overleg met de formateur. Die partijen zijn de belangrijkste machtsfactor binnen de overheid en als zodanig worden ze niet gekozen, zo formeren zij zich zelf.

Op het ambtelijke deel van de overheid heeft de politiek nog enige invloed voor zover het de ambtelijke top betreft. Die top wordt door de regering benoemd. Benoemen kan dus, maar een hoge ambtenaar naar huis sturen is niet gemakkelijk. Dat gebeurt alleen als hij echt niet meer met de minister door een deur kan en dan nog moet de minister een paar keer goed nadenken voor zij er toe overgaat. Aan ministers is historisch zelden een lange carrière ten deel gevallen als zij ruzie maakten met hun ambtenaren[1]en zo’n slechte afloop werpt zijn schaduw vooruit. Ministers doen het maar heel zelden, hoge ambtenaren ontslaan. De overgrote meerderheid van de ambtenaren heeft de best beschermde baan van het land en is op geen democratische manier weg te branden. Het zijn deze ambtenaren die het grootste en belangrijkste deel van de overheidswerkzaamheden voor hun rekening nemen. De Engelse televisieserie Yes Minister was daar een mooie illustratie van en vooral zo geestig omdat de parodie dicht bij de werkelijkheid lag.

De minister bepaalt het beleid, de ambtenaar geeft het vorm en voert het uit. De kamer controleert. In technische zin via de deskundige commissies en in politieke zin in het openbare debat. Men neemt advies in ontvangst van adviesraden en lobby’s voor zover daar behoefte aan is, maar de minister houdt de regie en beslist. Zo was het ooit  bedoeld maar zo werkt het niet meer.

We hebben een overheid die in hoofdzaak bestaat uit politieke partijen en uit ambtenaren. Daarnaast ook nog uit meebeslissende adviesraden, semi ambtelijke instellingen en maatschappelijke organisaties. Wie een publieke carrière wil maken komt op zijn tijd in al die verschillende afdelingen van een monolithische overheid terecht. Met democratie in de zin waarin Plato die beschreef en bestreed heeft dat allemaal weinig te maken en evenmin met het ideaal van de Franse revolutie. Dat is misschien maar goed ook. Plato had wel gelijk dat een regering door een volksvergadering, zoals Athene die in zijn tijd kende, niet alles was. Zo’n volksvergadering zit vol mensen die weinig verstand van zaken hebben en gemakkelijk door de eerste de beste leerlooier[2] op sleeptouw te nemen zijn. In zo’n vergadering zijn ze om een kleinigheid enthousiast te krijgen voor of tegen een belangrijk politiek standpunt. Dezelfde avond zijn ze al weer vergeten wat ze gedacht hebben en de volgende dag besluiten ze iets anders, want het is nu eenmaal hun vak niet[3].

Mensen van wie het hun vak wel is, maar die goed gecontroleerd worden en die eens in de zoveel tijd verantwoording afleggen en daarbij door het volk naar huis gestuurd kunnen worden. Dat is een stuk stabieler en in de praktijk dus beter. Tenminste als ze het goed doen en als er een alternatief is voor het geval ze het slecht doen.

 

[1] Er zijn twee spectaculaire manieren waarop iemands politiek carrière de mist in kan gaan. Een is als hij ruzie maakt met zijn ambtenaren, die hem dan vervolgens beentje lichten. Dat is ooit minister Vondeling overkomen als minister van financiën. Een andere manier is om de afspraken die binnen het kabinet of de partij gemaakt zijn te negeren. Minister Vredeling leverde naar verluid op het kritieke moment wapens aan Israël tegen de in het kabinet gemaakte afspraken, moest nog tijdens zijn ministerschap vertrekken naar Brussel en is in Nederland daarna nooit meer aan de bak gekomen.

[2] In de historische canon, die in dit opzicht vooral door Plato en Aristophanes is bepaald, komt Kleon, de leerlooierszoon waar hier op wordt gedoeld, er misschien slechter af dan hij verdient. Het beleid dat hij voorstond was zo slecht nog niet, maar het punt blijft dat in een volksvergadering vandaag het ene en morgen het andere beleid de doorslag kan geven.

[3] Dat het parlement onder de invloed van media hypes steeds meer op een volksvergadering Atheense stijl gaat lijken is een van de bezwaren die men tegenwoordig in kringen van staatsrechtgeleerden horen kan.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in maatschappelijk, Nederland, overheid, politiek. Bookmark de permalink .