Van Dam.

De politiek en de media hebben als regel meer belangstelling voor de rapporten van het Centraal Planbureau ( CPB ) dan voor die van het Sociaal Cultureel Planbureau ( SCP ). Sociologen verbazen zich daar wel eens over, maar de meeste andere mensen niet. Het CPB is een wetenschappelijke instelling die feiten verzameld en rubriceert terwijl het SCP een sociologische denktank is die ons opinies aanreikt, die we vaak net zo goed zelf kunnen bedenken.

Marcel van Dam, SP’er en columnist in de Volkskrant deed naar aanleiding van het verschijnen van het jaarrapport 2010 van het SCP op 16/12/10 een aanval op het geschrift VERGRIJZING VERDEELD: OVERHEIDSFINANCIËN, 2010-2060.

In dit rapport worden twee onderwerpen besproken: de verdeling van de baten en lasten van de overheid over de generaties en de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën.

Dat zijn ingewikkelde onderwerpen waar niet zo veel concludente dingen over kunnen worden gezegd. Niet alleen omdat de aannames nogal onzeker zijn maar ook omdat
de abstracties die worden gemaakt te ruw zijn. Neem mijzelf als voorbeeld. Ik ben net als Van Dam van de vooroorlogse generatie. Die generatie heeft volgens de statistieken veel minder geprofiteerd van de overheid dan de latere.

Maar mijn moeder was oorlogsweduwe en kon de financiering van de academische studie van haar vijf kinderen niet opbrengen. Wij hebben dus alle vijf op kosten van de gemeenschap eerst de HBS of het gymnasium bezocht en daarna op een gewone of technische universiteit gestudeerd. In de overheidsstatistieken komt dat maar heel gedeeltelijk tot uiting want de beurzen kwamen voor een deel van de Stichting 40-45 en niet rechtstreeks van de overheid. Maar wij vijven en mijn moeder hebben dus wel degelijk ruimschoots geprofiteerd van de gemeenschap. En zoals wij waren er meer. Zoals met alle sociale cijfers is de relatie met de werkelijkheid op zijn best beperkt. Men doet er goed aan door er alleen heel globale dingen over te zeggen en veel slagen om de arm te houden.

Marcel van Dam heeft t.a.v. het onderwerp vergrijzing een heel specifiek stokpaard: in tegenstelling tot de heersende overtuiging in Den Haag meent hij dat het niet nodig is om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. De overheid zou in plaats daarvan ook de belasting kunnen verhogen beweert hij steeds.

In de tijd dat Marcel van Dam nog actief was in de politiek bestond er een systeem van geruisloze verhoging van de inkomsten- en loonbelasting waar de meeste mensen nooit van hebben gehoord. Kort samengevat kwam dat hier op neer
dat door de geldontwaarding en de welvaartsstijging het hele loon- en inkomensgebouw automatisch in de hogere tariefgroepen terecht kwam.

Omdat de belastingtarieven toen nog behoorlijk progressief waren stegen de inkomsten- en loonbelasting sterker dan de inkomens, zodat ieder jaar een groter deel van het nationaal inkomen naar de overheid ging. Ging, niet gaat, want we hebben daar intussen  wel wat aan gedaan.

We passen de tariefopbouw nu van tijd tot tijd aan, zodat globaal genomen de opbrengst van de progressieve belastingen als percentage van het bnp hetzelfde blijft. Van Dam had bedacht dat als we dat nu voortaan niet meer deden, dat dan de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd achterwege zou kunnen blijven en de kosten van de vergrijzing betaald zouden worden uit die heringevoerde geruisloze belastingverhoging.

Om twee redenen was dat een heel slecht idee. In de eerste plaats is de verhoging van het bnp nogal onzeker, veel onzekerder in elk geval dan de kosten van de vergrijzing. In de tweede plaats is het ook heel onredelijk. De belastingen verhogen zonder het tegen de mensen te zeggen is onredelijk, maar ook geen consequenties trekken uit de demografische verlenging van de pensioenperiode is onredelijk. De mensen leven langer en blijven ook langer gezond. Het is bekend dat een disproportioneel deel van de zorgkosten vallen in de laatste twee levensjaren. Dat was vroeger zo en dat blijft zo. De gemiddelde gepensioneerde heeft dus niet alleen meer pensioenjaren maar ook meer gezonde levensjaren waarin hij van zijn pensioen kan genieten. Dat een deel van die gezonde jaren worden gebruikt voor de financiering van deze bonus is dus helemaal niet verkeerd. Het is ook daarom zo ’n effectieve maatregel omdat het mes aan twee kanten snijdt. Er wordt twee jaar langer pensioenpremie betaald en twee jaar minder pensioen genoten .

De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zou overigens Van Dam zelf niet schaden. Hij zeurt niet ten eigen bate, hij zeurt voor anderen. Hij is ruimschoots boven de leeftijd dat het voor hem persoonlijk nog verschil zou  maken en bovendien is hij veel te welgesteld om er zich druk over te maken.

Maar behalve de twee populistische partijen, de SP en de PVV, had hij in de Kamer geen medestanders, gelukkig maar.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in bureucratie, columns in de krant, maatschappelijk. Bookmark de permalink .