De Kadt.

Het revolutionaire Marxisme is in de 19e eeuw in Duitsland en Frankrijk ontstaan als begeleidend verschijnsel van de industrialisatie. Het is geïnspireerd door de mislukte opstand van de commune in Parijs. Het kreeg in de twintigste eeuw vaste voet in Nederland.

De bekendste namen die er hier aan verbonden waren, zijn Domela Nieuwenhuis, Pieter Jelles Troelstra, Herman Gorter en Henriette Roland Holst. Zij hebben aan de Marxistische beweging een soort romantisch aanzien gegeven, dat grote invloed had op de middelbare schooljeugd.

Veel scholen in het Noorden en Westen van het land, zijn een generatie lang  een kweekplaats van socialisten gebleven. Van mensen die verder in alle opzichten deel uitmaakten van de burgerlijke samenleving, maar die bewogen waren met het lot van de minder bedeelden in het land en socialistisch bleven stemmen en voor de partij in de gemeenteraden en de Kamer gingen zitten. Zo werd het socialisme in Nederland salonfähig.

Al voor de tweede wereldoorlog zaten er in Nederland socialisten in het kabinet. Schaper en Van den Tempel behoorden tot de ministerraad die aan het begin van de oorlog met de koningin naar Londen emigreerde. Eigenlijk hoorde sinds de eerste wereldoorlog de SDAP en later de PvdA tot de linkervleugel van de liberaal-humanistische beweging. Dit is de beweging waar nu D’66 een exponent van is in Nederland en waarvan op wereldniveau de democratische partij in de Verenigde Staten de voortrekker is.

De gebondenheid van de democratisch socialisten aan het revolutionaire marxisme is een zaak van het verleden geworden vanaf de mislukte oproep tot revolutie van Troelstra. De retirade van de socialistische partij leidde vrij snel tot een afsplitsing van de orthodoxe marxisten die als Communistische Partij Holland de oude revolutionaire tradities probeerden voort te zetten. De romantici als Roland Holst en Gorter trokken mee en de burgers bleven achter in de S.D.AP.

Van de vele schilderachtige figuren die in de eerste decennia van de vorige eeuw in de socialistische beweging een belangrijke rol speelden was De Kadt waarschijnlijk in intellectueel opzicht de belangrijkste. De man was van huis uit in veel opzichten een echte communist. Er was niets burgerlijks aan hem, hij had de lelijke communistische stijl van schrijven en de neiging om te schelden tegen iedereen met wie hij van mening verschilde. Dat is een optreden dat nog het meest doet denken aan het gedrag van boze apen in de dierentuin.

Maar hij had ook de enorme belezenheid die zo kenmerkend was voor de eerste generatie socialisten en de toewijding en het praktische politieke inzicht waardoor communisten hier  altijd een invloed hebben gehad die ver uitging boven hun aantal.

In één belangrijk opzicht verschilde de Kadt van de gemiddelde communist: hij was niet gehoorzaam en hij had een ongebruikelijke intellectuele integriteit. Hij was met andere woorden, toen het er op aankwam meer intellectueel dan communist en misschien ook meer intellectueel dan Nederlander.

Deze eigenschappen maakten De Kadt niet populair, maar in kleine kring wel bewonderd. De leiding van de socialistische en communistische beweging in Nederland haatte hem met respect en een aantal erkende Nederlandse intellectuelen van burgerlijke huize staken hun bewondering ook niet onder stoelen of banken.

De Kadt heeft veel geproduceerd en vooral zijn politiek-culturele beschouwingen zijn nog altijd  de moeite van het lezen waard. Zij evenaren in mijn ogen in intellectueel opzicht de kwaliteit van het werk van Huizinga. De kwaliteit in intellectueel opzicht, want juist naast Huizinga blijkt steeds weer hoe lelijk zijn stijl was. Was hij daarin de gelijke geweest van een Huizinga of bijvoorbeeld een Huib Drion, dan zou wereldfaam zijn deel zijn geweest.

Zijn belangrijkste boek is Van Tsarisme tot Stalinisme, een geschiedenis van het Bolsjewisme, geschreven in het midden van de dertiger jaren, toen hij zich zelf nog wel als socialist, maar al niet meer als gelovig Marxist beschouwde. Deze beschrijving en analyse van het revolutionaire Rusland en het wereldsocialisme, als het ware van binnen uit, slaat alles wat er op dat moment over het onderwerp was geschreven, ook buiten Nederland. Hij was niet de eerste die kritisch schreef over het Rusland van Lenin en Stalin, maar wel de eerste die dat deed met een objectiviteit die de gepolariseerde tijd waarin hij leefde vreemd was en met een sympathie voor het socialisme dat bij de andere tegenstanders van het communisme ontbrak. Het is een veel beter boek dan dat van Trotski, die helemaal niet objectief was en met name ook een veel beter boek dan het later geschreven werk over Stalin van Isaac Deutscher, een derde weg socialist.

De precisie waarmee De Kadt in 1935 voorspelde waar het fout zou gaan met het Stalinisme en waarom en wat we te verwachten zouden hebben als niet Hitler, maar Stalin de volgende wereldoorlog zou winnen is werkelijk verbazingwekkend. Wie de Kadt gelezen heeft en daarnaast misschien het boek van zijn tijdgenoot Koestler, Darkness at Noon, verbaast zich over niets meer dat sindsdien over de Sovjetunie bekend is geworden.

De Kadt heeft ook geschreven over de Indonesische kwestie, waarin hij (alweer) een later algemeen aanvaarde visie op het probleem ontvouwde lang voordat zijn gelijk door de feiten werd bevestigd.

Wie geïnteresseerd is in de petite histoire van het socialisme in Nederland kan niet beter doen dan Uit mijn Communistentijd te lezen. Of misschien Karel van het Reve als U aan goed Nederlands de voorkeur geeft boven volledigheid en geen bezwaar heeft tegen parti pris. In De politiek der gematigden, voor een deel contemporaine geschiedenis en daarnaast een politiek programma voor de jaren zeventig, zet De Kadt zijn politieke opvattingen uiteen in een verzameling  korte politieke en historische essays . Zijn inzicht in politieke problemen, die voor anderen zijn verduisterd door ideologische vooringenomenheden, is in het algemeen bewonderenswaardig. Hij wijdt om een voorbeeld te noemen een halve bladzijde aan de Zuid-Afrikaanse apartheid en vat daarin haarfijn samen wat er verkeerd aan was. Niet de economische bevoordeling van de blanken boven de zwarten en zelfs niet in de eerste plaats het rassenonderscheid, maar de overtuiging die zelfs op de zwarten werd overgebracht dat de blanken intrinsiek beter waren en de onmogelijkheid voor niet- blanken om zich ooit uit hun ondergeschikte positie op te werken. Dat was wat de apartheid zo uitzichtloos maakte en zo deprimerend. Dat dit probleem ooit op zo’n betrekkelijk vreedzame wijze kon worden opgelost mag een godswonder heten en zou zonder de bijzondere persoonlijkheden van Mandela en De Klerk ondenkbaar zijn geweest. Dat is dan ook een van de weinige moderne politieke ontwikkelingen die De Kadt niet heeft voorspeld.

Het is voor mensen uit onze tijd een van de meest aantrekkelijke kanten van De Kadts politieke beschouwingen, dat hij zo veel voorspellingen deed die intussen al uitgekomen zijn en dat ook als zij niet uitkwamen dat niet was omdat hij het allemaal verkeerd gezien had maar omdat het leven nu eenmaal zo vol toeval zit dat niet alles te voorspellen valt.

Een andere aantrekkelijke kant, die samenhangt met zijn onafhankelijke geest die zich bewoog op zelfgekozen paden, is zijn voorkeur voor baanbrekende denkers waar tegenwoordig niemand meer van heeft gehoord. In Verkeerde voorkeur, toch een van zijn bekendste boeken, zijn de twee langste essays gewijd aan James Burnham en George Sorel. Burnham en zijn managerial revolution krijgt tegenwoordig hier en daar nog wel eens een voetnoot, maar Sorel is echt passé defini. Toch zijn het geen van tweeën onbelangrijke denkers en zijn ze op gezag van De Kadt een  nieuwe bestudering waard.

De Kadt gold als een Gorter kenner en heeft een monografie aan hem gewijd die in mijn ogen niet tot het beste deel van zijn werk behoort. Gorter was voor hem een jeugdheld en in zijn afscheid van het marxistisch socialisme zag hij kennelijk geen reden om zijn esthetische voorkeuren aan te passen. Het is maar weinig mensen gelukt om in Gorters belangrijkste werk, de Mei, meer dan de eerste twintig regels te waarderen. Het is poëzie voor gelovigen en komt veel te kort bij de op vergelijkbare wijze religieus geïnspireerde poëzie, van Hadewych, Ida Gerhardt of Guido Gezelle. De kracht van De Kadt lag niet in zijn muzisch talent maar in zijn analytisch vermogen en zijn enorme eruditie. Op dat terrein hebben hij en Huizinga geen evenknieën gehad in Nederland.

 

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, ideologie, Nederland, politiek. Bookmark de permalink .