Een falende overheid.

Dirk van den Broek hield er een eigen bewakingsapparaat op na om zich te beschermen tegen winkeldiefstallen. Dat apparaat was goedkoop bemand met jonge allochtonen. Op zes oktober 2003 had dat tot gevolg dat een verdachte van winkeldiefstal op het Marie Heinekenplein in Amsterdam om het leven kwam, nadat ze door deze bewakingsdienst was achtervolgd en  mishandeld.

Het tekortschieten van het OM en de politie bij de bestrijding van de zogenaamde  kleine criminaliteit had daarmee de eerste dode ten gevolge gehad.  Het was ook het eerste slachtoffer van eigen richting door personeel van winkeliers en zoals het met eigen richting zo gemakkelijk kan gebeuren, het slachtoffer bleek nog onschuldig te zijn ook.

Winkeldiefstallen staan niet op zich. Ook andere ‘kleine criminaliteit’ wordt onvoldoende bestreden omdat het niet de prioriteit kan krijgen van de politie en het justitiële apparaat die het nodig heeft. In 2005 kwam in de Oosterparkbuurt een tasjesdief om het leven als gevolg van een reactie van de bestolene. Ook dat was een vorm van eigen richting. In de Bijlmer is in 1981 al een dode gevallen als gevolg van noodweer exces. Net even iets anders dan eigen richting, maar het is broertje en zusje. Het is waarschijnlijk dat er meer van dit soort doden zullen vallen, als in de gezagshandhaving geen verbetering komt.

Er is achteraf wel opgetreden tegen de vigilantes van Dirk van den Broek, maar dat lost het probleem niet op zolang het aantal winkeldiefstallen blijft staan op het niveau van de laatste decennia. Veel winkeliers komen voor de keuze te staan om zelf op te treden tegen winkeldiefstallen of hun winkel maar te sluiten. In de allochtone buurten “op Zuid” in Rotterdam en in de volkswijken in Amsterdam gebeurt dat al, dat sluiten van winkels,  maar zolang we eten en drinken nodig hebben, hebben we ook kruideniers nodig als Dirk van den Broek en Albert Heijn. Als ze verdwijnen komen er gewoon weer anderen en die zitten dan met hetzelfde probleem. AH had een jaar eerder een soortgelijk incident als Van den Broek, dat beter is afgelopen en waar juist het optreden van de politie en justitie tegen de eigenrichters grote verontwaardiging veroorzaakte.

De fout zit niet bij de reactie van de winkeliers van wie niet verwacht kan worden dat ze de juiste maat houden wanneer ze een rover achtervolgen die hun kassière met een mes heeft bedreigd. Maar de verontwaardiging over het optreden van de politie was toch ten onrechte. De politie kan de ogen niet sluiten voor eigen richting. Een verontwaardiging die mij wel terecht leek was die tegen de officier die een dergelijke zaak dan vervolgt. Dat lijkt dan weer buiten proportie.

De belangrijkste fout zit duidelijk een slag eerder. De politie moet zelf tegen winkeldiefstallen optreden, daar zijn ze voor. De verhalen over overwerkt zijn en prioriteiten stellen zijn wel begrijpelijk en vanuit de bestaande organisatie ook wel te billijken, maar per saldo dienen ze niet ter zake.

Als de politie door haar organisatie of gebrek aan personeel haar werk niet aan kan, dan moet de openbare veiligheid maar op een andere manier worden beschermd. Orde en veiligheid op straat is een basistaak van de overheid.                                                   Een van haar belangrijkste tekortkomingen  is het onvermogen om prioriteiten te stellen tussen al die taken die ze op haar schouders genomen heeft.

Als de straatveiligheid en het onder de duim houden van kleine criminaliteit door de politie niet kan worden gegarandeerd, dan moet er maar een nieuw soort politie komen die speciaal voor dat doel is opgezet, met desnoods daarachter een speciaal justitieel apparaat en speciale detentie inrichtingen, allemaal georganiseerd met dat ene doel voor ogen: veiligheid in het publieke domein, op straat en in de winkels. Een deel van de beroepsmilitairen die de laatste jaren op straat zijn komen te staan zouden daarvoor misschien kunnen worden omgeschoold.

Als voor een nieuw politieapparaat een nieuwe belasting nodig zou zijn, dan zouden de winkeliers en de mensen die in de grote steden wonen bereid zijn die te betalen, ook als zij in de vorm van een plaatselijke belasting zou worden geheven, als lokale opcenten bijvoorbeeld op de omzetbelasting. Het zou goedkoper zijn dan de bestaande verliezen aan diefstal en de kosten van beveiliging die immers ook door de winkels moeten worden betaald en aan het winkelende publiek worden doorberekend.

Met eigen richting vallen er doden, dat is wel gebleken. Particuliere bewakingsdiensten zijn een slecht vervangingsmiddel voor een goed georganiseerde politie. Het is inefficiënt en het hoort niet. Het gevaar dat bewakingsdiensten criminaliseren is te groot. Handhaven van de orde en bestrijding van de criminaliteit is kern business van de overheid en tevens haar belangrijkste legitimering. Voor abdicatie op het punt van criminaliteitsbestrijding bestaan geen verontschuldigingen.

De verloedering van de samenleving begint in de volkswijken, maar zal daar niet toe beperkt blijven. Zij is een gevolg van de spiraal van geweld en onrecht die we nu zien draaien, en het gevaar ervan wordt onderschat. De emotionele basis en de kracht van het protest die tot uiting kwam in het politieke succes, eerst van Fortuijn, toen van Verdonk en nu weer van Wilders en Roemer, wordt slecht begrepen door de wereld van ambtenaren, politici en journalisten tegen wie het is gericht.

Het is niet alleen de justitie, het is het hele overheidsapparaat, dat collectief niet in staat lijkt te zijn aan de nieuwe problemen in de samenleving het hoofd te bieden. Dat het nu al een paar keer is gelukt in Nederland om uit het niets een nieuwe partij op te richten, die zich getalsmatig meten kan met de gevestigde partijen, dat zou het bestel moeten leren wat er aan de hand is. Toch zijn het niet in de eerste plaats nieuwe politieke partijen, het is een reorganisatie van de overheid die we nodig hebben.

In de Romeinse republiek hebben ooit Tiberius Gracchus en zijn broer Gaius geprobeerd om het overheidsapparaat aan te passen aan de veranderingen in de samenleving Toen dat niet lukte en vreedzame veranderingen uitbleven kwam er een einde aan de Republiek. Aan de tijd tussen de Gracchen en keizer Augustus bewaart de geschiedenis slechte herinneringen.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in strafrecht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.