Europa, geografisch, economisch en cultureel.

Adriaan Schout van Instituut Clingendael heeft een duidelijke opvatting over Europa. Volgens hem wordt er wel heel veel gesproken, geschreven en gedacht alsof de EU in een existentiële crisis zit, maar dat is niet zo. Nederlanders en Fransen willen misschien een ander soort Europa, maar we willen wel allemaal Europa[1]. We hebben de EU nodig, maar de federale ambities van iemand als EC-voorzitter Jean-Claude Juncker kunnen mensen op hun staart trappen.

Schout vindt dat er iets naïefs zit in die discussie over uitbreiding van de EU. We weten – en dat wisten we al voordat de EU überhaupt werd gevormd – dat het heel moeilijk is om landen te hervormen en te laten aanpassen. In Europa hebben we een zekere homogeniteit nodig; we moeten ons kunnen herkennen in de EU.

Tot zover wat samenvattingen uit het Volkskrant artikel dat U op het internet kunt vinden onder www.volkskrant.nl .

Schout vindt dus niet dat er een crisis is in Europa maar aan de andere kant weer wel dat niet alle landen in geografisch Europa economisch en cultureel voldoende bij elkaar passen. Hij wil daarom voorlopig geen verdere uitbreidingen en als ik hem goed begrijp wil hij wel graag een verdeling van de EU in zones. Dat lijkt naar mijn mening behoorlijk veel op een crisis, want het eind van het liedje is natuurlijk dat het Noord Westen van Europa zelf wil gaan beslissen hoever hun ondersteuning van de zwakke landen in Oost en Zuid Europa zal gaan. Tot nu toe werd dat in Brussel beslist, maar in de toekomst dus wellicht in Berlijn.

Hij zegt ergens in zijn artikel dat elk land dat in aanmerking wil komen stabiele instellingen moet hebben, die de democratie, de rechtsstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en respect voor minderheden waarborgen; een goed draaiende markteconomie moet hebben en opgewassen moet zijn tegen de concurrentie binnen de EU en ten derde de verplichtingen van het lidmaatschap op zich moet kunnen nemen, de gemeenschappelijke wet- en regelgeving van de EU overnemen en implementeren, en de verschillende doelstellingen van de Europese Unie ondersteunen. In 2006 is daaraan toegevoegd: ten vierde:Toetreding van een land mag het effectief functioneren en het zich ontwikkelen van de EU niet onder druk zetten.

Op grond van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie kan elke Europese staat die de beginselen van artikel 6 lid 1 (over de grondrechten van Europese burgers, eerbiediging van nationale identiteit lidstaten, en de middelen van de EU) in acht neemt, bij de Raad een verzoek doen om tot de unie toe te mogen treden. Maar een land kan alleen lid worden van de EU als alle bestaande lidstaten daarmee instemmen. Eén land dat tegen is, kan het lidmaatschap dus tegenhouden.

 

[1] Dat is een gratuite opmerking. Alle betrokken landen liggen nu eenmaal in Europa. Alleen bij Turkije kun je twijfelen of die ene stad met ommelanden voldoende is om het land Europees te maken.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.