Sebastiaan Haffner 

Sebastiaan Haffner  is als Raymund Pretzel in Duitsland geboren. Hij was Pruis, heeft in Berlijn rechten gestudeerd inclusief de daarbij in Duitsland gebruikelijke promotie, en heeft de oorlogsjaren als vluchteling voor de nazi’s in Engeland doorgebracht. Gedeeltelijk omdat hij, zoals ooit Julius Caesar, weigerde om toe te geven aan politieke druk en te scheiden van zijn vrouw, die van joodse afkomst was, maar ook omdat hij met het regime van Hitler helemaal niets had. Als jurist kon hij in Engeland de kost niet verdienen en dat deed hij daarom als journalist bij de Observer en bij een Duitstalige krant die in de oorlogsjaren in Londen werd uitgegeven.

Die ervaringen, de vlucht uit Duitsland en de journalistiek, hebben zijn leven getekend. Na de oorlog ging hij terug naar Duitsland en schreef daar eerst nog voor de Observer, maar later voor de Duitse kranten Die Welt en Stern. Haffner had meer nog dan Willie Brandt een perfect verleden voor het naoorlogse Duitsland. Hij had steeds op het juiste moment de juiste politieke beslissingen genomen en kon zich in het nieuwe Duitsland daarom meer permitteren dan de meeste anderen. Zijn Anmerkungen zu Hitler was de eerste historisch-politieke biografie die de figuur van Hitler ontmythologiseerde. Zijn beschouwingen over het nazisme geven een beter inzicht in het fenomeen dan de bibliotheken vol geleerdheid die over het onderwerp zijn geschreven.

Haffner is een academische en erudiete journalist, dat wil zeggen hij analyseert goed, is op de hoogte van zijn onderwerp, maar schrijft snel en houdt steeds in het oog dat de aandacht van de lezer moet worden vastgehouden. De twee grote persoonlijkheden van de tweede wereldoorlog en het interbellum, Winston Churchill en Adolf Hitler, interesseren hem mateloos en wat hij over hen te vertellen heeft blijft zeer de moeite waard.

Haffner is het soort historicus waar we er te weinig van hebben: een die op grond van zijn eruditie en de eigen levenservaring zin kan  geven aan de geschiedenis, zonder zich daarbij in de details van zijn eigen specialisme te verliezen. Een historicus in de stijl van Thucydides, een die sine ira et studio te werk gaat.

Hij had een hardgrondige hekel aan Hitler en alles waar die man voor stond. Hij had een grote bewondering voor Churchill. Maar noch zijn afkeer, noch zijn bewondering maakte hem blind. De feiten die hij aandraagt zijn controleerbaar en kunnen door anderen zo nodig worden gebruikt om andere conclusies te trekken; ze zijn niet eenzijdig geselecteerd omdat ze in zijn redenering passen. Dat en zijn elegante stijl maken hem zo prettig leesbaar.

Anmerkungen zu Hitler, de korte politieke Hitler biografie van Sebastian Haffner is uit het Duits vertaald onder de naam Kanttekeningen bij Hitler; Hitler-notities zou misschien een nog betere vertaling geweest zijn.

Het maakte destijds bij zijn verschijning in Duitsland nogal opgang en leidde zelfs tot het aftreden van een bekende CDU politicus die er uit geciteerd had zonder dat voldoende toe te lichten en daarom opeens voor een Hitleraanhanger werd gehouden.

Wat Haffner en vóór hem eigenlijk ook Joachim Fest al had gedaan was een poging geweest om het fenomeen Hitler te ontdemoniseren. Haffner ’s redelijke stelling is dat alleen dan helder gezien kan worden dat Hitler behalve een bekwaam politicus ook een commune delinquent was.

Zoals Haffner opmerkt kan Hitler’s openbare leven in drie delen worden onderscheiden:                                                                                                                                                                       1. Een aanvangsperiode die bestond uit een reeks mislukkingen;                                               2. een middengedeelte  waarin alles op de meest spectaculaire manier wel lukte en tenslotte                                                                                                                                                    3. een laatste periode van opnieuw uitsluitend mislukkingen en nederlagen.

Een bijna mythologische opbouw van een carrière. Hoewel veel biografen de nederlagen aan het einde van zijn leven wijten aan een verminderde vitaliteit als gevolg van ziekte en ouderdom wil Haffner daar niet van weten. Hitler bleef dezelfde meende Haffner, maar zijn tegenstanders waren in de begin- en in de eindperiode van zijn carrière van grotere kwaliteit.

Zoals vaak met verrassende nieuwe inzichten, er zit veel in, maar ze zijn nooit helemaal juist. Ik denk dat de golf beweging in de carrière van Hitler te maken heeft met drie verschillende factoren.                                                                                                                      Het duurde een tijd voor hij een substantiële organisatie had opgebouwd die in hem in alle opzichten was toegedaan.                                                                                                               Toen hij eenmaal Reichskanzler en Führer was kon hij met behulp van zijn partij apparaat en dat van de Duitse overheid zijn wil opleggen aan alle personen en instellingen in Duitsland, op een manier die niemand in de wereld hem kon nadoen, met uitzondering misschien van Stalin.                                                                                                                        Daar komt dan bij dat de Duitse organisaties veel competenter waren dan de Russische en dat veel dat in Duitsland uit vrije wil gebeurde in Rusland moest worden afgedwongen.

In deze laatste factor kwam in Rusland in 1942 verandering in reactie op de Duitse oorlogsmisdaden. Dat verklaart voor een deel waarom het in de laatste jaren zoveel slechter ging met Hitler. Rusland en Duitsland waren nu op soortgelijke wijze georganiseerd en toen ging tellen dat Rusland groter was en over meer hulpmiddelen beschikte en, niet te vergeten, over de steun van Amerika.

Haffner ontkent dat Hitler’s geestkracht en gezondheid afnam in zijn laatste jaren, maar doet dat, meen ik, tegen beter weten in. Daarvoor bestaan teveel getuigenverklaringen. Het kan ook niet anders dan dat iemand die zo op zijn intuïtie opereert en zo weinig systematisch delegeerde als Hitler een enorme hoeveelheid energie verbruikt. De omvang en de eenzaamheid van zijn ambt gaven hem ook geen gelegenheid om te recupereren, dus dat het aan het einde opraakte was wel voor de hand liggend.

Maar dat je het niet in alle details met Haffner eens hoeft te zijn maakt zijn biografie niet minder boeiend. Onderhoudender dan die van Fest in elk geval en veel objectiever dan vrijwel alles wat in het westen over Hitler is geschreven.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Duitsland, geschiedenis, literatuur, oorlog. Bookmark de permalink .