Het grondwet referendum van 2005

Hoe is het mogelijk dat de voorzitter van de FNV een positief stemadvies gaf voor het referendum terwijl van zijn achterban praktisch niemand ja stemde? Wist hij niet wat er leefde? Kon het hem niet schelen, of vond hij een ja zo belangrijk dat hij tegen de stroom in moest roeien? Dacht hij dat zijn positie zo sterk was dat hij zijn leden mee kon krijgen tegen hun eigen overtuiging in?

Een rol zal zeker hebben gespeeld dat hij op het moment dat hij het advies uitbracht al was afgetreden als voorzitter. Hij hoefde niet meer gekozen te worden en meende misschien niets meer te vertegenwoordigen behalve zich zelf. Toch, wat hij zegt en doet treft ook zijn opvolger en het bestuur van de Federatie Nederlandse Vakverenigingen.

De Waal stond niet alleen. 80% Van de Nederlandse politiek stond achter het voorstel voor een Europese grondwet, terwijl het toch een slecht idee was en bovendien een slecht stuk, waar Europa veel problemen mee zou hebben gekregen als het in werking zou zijn getreden volgens de oorspronkelijke bedoeling. Twee derde van de Nederlandse bevolking was er tegen. Niet altijd om de goede redenen misschien, maar toch.

Opvallend detail tijdens de campagne was dat de woordvoerders van nee hun argumenten niet hoefden te verzinnen, die kwamen er als vanzelf uitrollen, maar de voorstanders van het ja hadden grote moeite. Toen Verhagen door Rouvoet werd uitgedaagd om drie voorbeelden te noemen of desnoods één, van zaken waar Nederland op grond van het referendum meer invloed kreeg, moest hij het antwoord schuldig blijven. Dat was spectaculair, maar niet meer dan een van de vele voorbeelden waaruit bleek dat kennis van de materie bij de voorstanders afwezig was. Kennelijk was een algemeen positieve Europese gezindheid voldoende om de bevolking te overtuigen. Het voorbeeld van de gele kaart die geen gele kaart bleek te zijn, herinnert U zich misschien nog als teken dat de voorstanders echt niet wisten waar het over ging.

Over de inhoud van  het grondwetsvoorstel werd verder eigenlijk nauwelijks gesproken. Men was voor de eenwording of ertegen terwijl het toch duidelijk was dat de voorbereidende commissie broddelwerk geleverd had en de regeringsleiders die zo keihard hadden onderhandeld niet goed geweten hadden waar zij mee bezig waren. Misschien dat zij zich door hun deskundigen slecht hadden laten voorlichten. Niemand van hen had kennelijk zelf de grondwet helemaal gelezen laat staan begrepen.

Toch wilde men ons doen geloven dat het voor Europa noodzakelijk was dat het ding werd aangenomen. Als we ooit nog een goedwerkende Gemeenschap – en bij voorkeur geen Unie – zullen krijgen dan zal dat komen doordat de Europese bevolking tegen de wil van hun politici heeft besloten een grondwet af te wijzen, die voor tenminste een generatie iedere grotere efficiency bij de oplossing van de grote Europese problemen zou hebben  geblokkeerd.

Nu denkt U misschien dat door het verdrag van Lissabon de grondwet via een omweg toch nog bindend geworden is, maar dat is niet zo. De grondwet wilde een federalisering van Europa faciliteren en daar is niets van terecht gekomen. De hoogste macht in de Unie ligt niet meer bij de commissie maar bij de raad van regeringsleiders en sinds Prodi zijn er geen echt competente voorzitters van de commissie meer geweest. Men ziet er zorgvuldig op toe dat het zwakke broeders zijn waar, als het er op aan komt, de regeringsleiders geen last van zullen hebben.

Hier in Nederland is het onderwerp Europese grondwet sinds 2005 nauwelijks meer aan de orde geweest. Er is wel wantrouwen van de bevolking tegen het establishment, wat blijkt op de snelle groei van partijen als de PVV van Wilders en Forum voor Democratie van Thierry Baudet, maar de meerderheid ziet toch geen alternatief in die partijen.

Terecht heeft het establishment van links en rechts in Frankrijk het nee van de bevolking wel als een motie van wantrouwen opgevat. Het ontbreekt de politieke en ambtelijke  leiding daar net als bij ons aan inzicht in de samenleving . Net als in Nederland ziet men daar de Europese Unie als een vlucht naar voren van een generatie bestuurders die in eigen huis de grip op de materie is kwijt geraakt. Emmanuel Macron wordt daar als een soort laatste redmiddel gezien. Als het hem ook niet lukt wordt het daar wachten op een  nieuwe De Gaulle.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, Frankrijk, Nederland. Bookmark de permalink .