Den Uijl in zijn tijd.

In 1979 stapte ik uit het grote kantoor waarin ik toen firmant was en begon weer voor me zelf. Dat deed ik niet omdat ik daar met iemand ruzie had of vanwege andere problemen, maar omdat het mij te groot werd en ik zulke plezierige herinneringen had aan het kleine kantoor waar ik vijf jaar eerder nog deel van had uitgemaakt. Dat nieuwe eigen kantoor beviel me best, maar het groeide in drie jaar tijd hard en in 1982 zag ik aan komen dat ik op korte termijn niet een keer, maar verschillende keren zou moeten verhuizen als het zo doorging. En daar had ik geen zin in. Ik kreeg van verschillende advocatenkantoren een uitnodiging om eens te komen praten en koos voor een middelgroot kantoor met aardige mensen en een paar echte goede juristen.

Een vroegere firmant van dat kantoor was de kantonrechter W. F. Dubois, die toen in een van de acht schakelbungalows woonde aan Weldam/Van der Boechorststraat in Buitenveldert. Over die bungalows is veel te doen is geweest in verband met wethouder Den Uijl en topambtenaar Nielsen, die hun huizen daar ver onder de waarde hadden gekocht van de aannemer die de Buitenveldert heeft volgebouwd.

Dat was de bekende aannemer Van der Meijden[1], die prijs stelde op goede relaties met de gemeente en daarom een stel mensen in en rond de gemeente goedkoop die bungalows aanbood. Dubois, die ik kende als een integer mens, had naar zijn zeggen weinig contact met Den Uijl. Zoals hij later in een interview vertelde:

“Ik geloof dat we één keer hij elkaar zijn geweest. Toen het nog een bouwput was, is Den Uyl een keer hier geweest. Hij stootte toen zijn kop aan een balk. We gingen als buren niet met elkaar om. Den Uyl had het veel te druk en wij deden niet aan politiek. Wij waren niet interessant voor ze.”

Dat interview ging niet in de eerste plaats over de vriendenprijs die de aannemer voor de bungalows had gevraagd. Dat was bijvangst. Het ging in eerste instantie over het feit dat Den Uijl en Nielsen op de hoogte waren van de veranderingen die op stapel stonden in het Amsterdamse erfpachtsysteem en die daarom nog snel, in maart 1966, een 75 jarig erfpachtcontract sloten met de gemeente, op dezelfde dag dat het besluit tot verandering voor het eerst in de gemeenteraad ter sprake kwam. Dubois vond dat 75 jarige contract te billijken omdat de afspraken over de erfpacht al veel eerder gemaakt waren, in een tijd dat de verhoging van de erfpacht nog niet aan de orde was. En niet alleen de twee gemeente functionarissen maar ook de zes andere kopers hadden ervan geprofiteerd.

Ik kon me dat van Dubois nog wel voorstellen. Als een gemeenteambtenaar met wie hij zaken gedaan had hem van te voren waarschuwde was daar zeker niet veel mee fout geweest, maar hier speelden twee omstandigheden een rol die hij over het hoofd zag.

Den Uijl was zelf de auctor intellectualis van de verhoging van de erfpacht en Nielsen was de uitvoerder. Die twee bevoordeelden niet een paar mensen die zich al jaren geleden tegenover de gemeente hadden verbonden om de grond af te nemen. Die bevoordeelden zich zelf. Ze hadden ook een jaar of wat eerder af kunnen nemen dan hadden ze niet de reputatieschade opgelopen die ze nu geleden hebben. Waarschijnlijk hadden ze bovendien nog van de koop af kunnen zien als ze dat gewild hadden, nu de voorwaarden zo sterk veranderd waren. Maar de aankoopprijs, het contract met de aannemer en de oude erfpacht, het was allemaal te voordelig om de transactie niet te laten doorgaan. En pas op het allerlaatste moment afnemen dat was niet alleen hebberig het was ook dom.

Maar de beslissing om met de oorlogscollaborateur Van der Meijden in zee te gaan, met zijn ‘vriendenprijs’ vond de oud-rechter terugkijkend nog altijd te billijken. Dubois liet een brief zien aan de interviewers uit zijn persoonlijk archief, gedateerd 18 juli 1963. In deze brief van de dienst Publieke Werken waarvan Den Uyl toen wethouder was, werd aan acht gegadigden, onder wie Den Uyl, Nielsen en Dubois, een kavel grond van 427 vierkante meter toegewezen. In dezelfde brief werd ook alvast een voorlopige erfpachtsom vastgesteld. Hierna was nog formele goedkeuring van het Rijk nodig die op 1 juli 1965 werd gegeven, de dag waarop de eerste paal werd geheid. De bekrachtiging door de gemeenteraad vond plaats in januari 1966 en op 3 maart 1966 en daarna pas konden de gegadigden naar hun notaris voor het opmaken van de definitieve erfpachtovereenkomst.

Op dezelfde dag, 3 maart 1966, dat ze alle acht hun definitieve erfpachtovereenkomst tekenden werd de Amsterdamse gemeenteraad voor het eerst ingelicht over de op handen zijnde erfpachtherziening. Aldus Dubois.

Maar ik denk dat zijn geheugen Dubois hier in de steek gelaten heeft, want het lijkt me niet goed mogelijk dat de gemeenteraad een besluit neemt  in januari, terwijl de raad pas in maart voor het eerst op de hoogte wordt gesteld van de op handen zijnde veranderingen. Toch zei hij in dat bewuste interview: ‘als je je in 1963 hebt verbonden om een stuk grond af te nemen van de gemeente en ze gaan drie jaar later, voordat er nog maar iets is gebouwd, de canon veranderen, dan zou ik ook zeggen: ho ho, je hebt me vanaf de eerste dag laten betalen. Ik betaal nu ook de oude canon.’

Ik heb het niet nagezocht, maar het lijkt me uitgesloten dat de zes vanaf 1963 erfpacht hebben betaald. Misschien vanaf de datum van de rijks goedkeuring op 1/7/’65, dat zou kunnen, maar zeker niet vanaf 1963. Overigens wisten Nielsen en Den Uijl al in 1962 dat er een nieuw en duurder erfpachtstelsel ging komen, dus dat zij recht hadden op de oude erfpacht omdat ze van niets wisten en  intussen zoveel kosten hadden gemaakt, is domweg niet waar. Den Uijl trad in 1962 aan als wethouder en heeft nog datzelfde jaar zijn topambtenaren, onder strikte geheimhouding, ingelicht over zijn voornemens inzake de erfpacht. De commissie erfpachtherziening onder leiding van ir. G. H. Meijer (Publieke Werken) startte haar werk begin ’63.

Dubois vond dat je onderscheid moest maken tussen Den Uijl als privé persoon en Den Uijl als wethouder. In zijn privé functie had hij voor zijn privébelangen op te komen en zou er geen onderscheid moeten worden gemaakt tussen den Uijl en Nielsen en de vier anderen.

Nee misschien niet, maar dat had dan betekend dat ze alle zes niet met Van der Meijden in zee hadden moeten gaan. Verder hadden ze alle zes beter later met de gemeente in onderhandeling kunnen gaan. Pas nadat de verandering in het erfpachtsysteem was ingegaan, hadden ze de gevolgen voor erfpachters die al zoveel eerder op basis van het oude systeem met de gemeente afspraken hadden gemaakt ter discussie kunnen stellen. Om nog net op tijd onder de oude regeling een contract te sluiten op basis van informatie die strikt geheim was, dat kon natuurlijk van geen kanten.

Maar het merkwaardige is dat de Partij van de Arbeid die in een vroeg stadium van de faux pas op de hoogte moet zijn geweest, Den Uijl en in diens kielzog Nielsen, altijd de hand boven het hoofd is blijven houden. Er zijn nogal wat mensen die voor veel minder het veld hebben moeten ruimen. Neem Co Verdaas bijvoorbeeld.

Co Verdaas trad eind 2012 af als staatssecretaris van Economische Zaken, een maand na zijn aantreden. Een affaire uit zijn vorige leven, als gedeputeerde van Gelderland, was hem fataal geworden. Hij had zich jarenlang van het Overijsselse Zwolle naar Arnhem laten rijden en vice versa, terwijl hij een flatje had in het Gelderse Nijmegen, waar hij alleen formeel woonde.

Paul Schings trad in 2011 af als wethouder in Alphen aan den Rijn na ophef over het feit dat sommige ambtenaren en bestuurders zoals hij, tijdelijk voordelig antikraak woonden.

Parlementariër Paul Tang lekte in 2009 de nog geheime begrotingscijfers voor 2010 naar RTL. Hij bood zijn excuses aan en mocht een maand geen financieel woordvoerder voor zijn fractie zijn.

Leen Wille moest in 2007 aftreden als wethouder van Sluis omdat hij informatie over zijn pensioenvoorziening had achtergehouden.

Els Verdonk verleende zichzelf in 2006 als wethouder van stadsdeel Amsterdam-Zuidoost een bouwvergunning voor een serre. Bureau Integriteit concludeerde na onderzoek dat ze onvoldoende had gedaan om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

Ben Joosse trad in 2005 af als raadslid in Breda omdat hij een deel van zijn fractievergoeding had gebruikt om schulden af te lossen.

Jan Elzinga moest in 2004 opstappen als burgemeester van Drimmelen toen bekend werd dat er drie huurwoningen onderhands verkocht waren aan kinderen van bestuurders.

Bram Peper trad in 2000 af als minister van Binnenlandse Zaken omdat hij achtervolgd werd door een declaratieschandaal uit zijn periode als burgemeester van Rotterdam. Hij voerde een jarenlange juridische strijd om zijn naam te zuiveren. Peper betaalde uiteindelijk 7480 gulden terug.

Al na tien dagen moest Roel in ‘t Veld in 1993 aftreden als staatssecretaris van Onderwijs omdat er ophef ontstond over zijn inkomsten als ‘bijklussende hoogleraar’.

Harry van den Bergh moest in 1987 opstappen als Kamerlid toen hij beschuldigd werd van handel met voorkennis in aandelen Fokker.

De PvdA site Sjoemelen in de Polder[2]  geeft U nog een hele reeks van dit soort politieke schandalen, maar Den Uijl en Nielsen komen er niet in voor. Ook toen Den Uijl later naar Den Haag vertrok besloot Goeman Borgesius om die informatie niet te publiceren, omdat het erop zou lijken dat zijn krant de verkiezingen wilden beïnvloeden.

Waarom iedereen juist met Den Uijl zo omzichtig omging is voor mij altijd een raadsel geweest. Vooral ook omdat hij als wethouder van Amsterdam en later als minister een faliekante mislukking is gebleken[3]. En zoals uit de voorbeelden blijkt zijn nogal wat politici voor heel wat minder de laan uitgestuurd. Maar mensen die van de hoed en de rand wisten en die ik verder hoog heb, hebben nooit een kwaad woord over de man willen horen. Dubois was heus niet de enige. Wanneer u de biografie van Anet Bleich leest dan zult U zien dat alle ongerechtigheden zorgvuldig zijn weggepoetst, terwijl ook Bleich bekend staat als een fatsoenlijk mens. Onbegrijpelijk!

 

 

[1] Bekend uit de tweede wereldoorlog toen hij bunkers gebouwd had voor de Duitsers.

[2] http://www.vn.nl/Sjoemelen-in-de-Polder-1.htm

[3] Toets Den Uijl in op de zoekfunctie van deze site en U kunt over zijn prestaties als bestuurder voldoende vinden

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Amsterdam, ethiek. Bookmark de permalink .