Vogelaar over moslims.

Ellen Vogelaar heeft toen ze minister was ooit in Rome samen met haar Italiaanse collega Amato een seminar bijgewoond over de integratie van moslims in Europa. Naar aanleiding daarvan werd ze toen geïnterviewd door het dagblad Trouw.

Ze veroorzaakte opschudding door in te stemmen met de voorspelling van de krant dat de islam naast het christen- en jodendom tot de tradities van Nederland zou gaan behoren.

De kern van wat ze zei was: ‘eeuwen geleden vestigde de joodse gemeenschap zich hier en nu spreken we van de joods-christelijke tradities. Een vergelijkbaar proces zou zich in de islam kunnen voordoen. Mensen zijn bang voor het islamitische fundamentalisme, maar we moeten er mee leren leven. In het christendom zijn ook stromingen waar ik bedenkingen tegen heb’.

Deze uitspraak werd haar grotendeels door Trouw in de mond gelegd, maar ze is politica en dus een publicitaire professional. Als ze het er niet mee eens was geweest had ze een ontwijkend antwoord kunnen geven, op de manier waarop haar soort mensen dat in het algemeen zo vaardig weten te doen. Maar historisch blijkt ze toch niet helemaal op de hoogte.

Vogelaar ging er geloof ik van uit dat de joden zich hier pas vestigden op de vlucht voor de Spaanse inquisitie in de zestiende eeuw en dat is een bekend misverstand. Al in de middeleeuwen waren er in het Zuiden van ons land, zoals bijvoorbeeld in mijn geboorteplaats Roermond,  joodse gemeenschappen. Ze vormden deel van de Rijnlandse joden die in 1096 een kruistocht over zich heen kregen, het eerste grote Noord Europese pogrom[1]. Ook zijn het niet de afstammelingen van de Iberische joden die voor de oorlog in de Jodenbuurt woonden, rond de Weesperstraat en het Waterlooplein en van wie de joodse humor stamt die zo typerend was voor die buurt en die tijd. Dat waren Askenaziem en ze zijn pas in de negentiende en twintigste eeuw via Duitsland uit Oost Europa naar Nederland gekomen. Vaak wilden ze naar Amerika en zijn ze hier onderweg blijven hangen.

Joden waren in de middeleeuwen de trait d’union tussen het Middellandse Zeegebied en West Europa en hebben dus een rol gespeeld bij het ontstaan van de Europese beschaving in de hoge middeleeuwen. Vast staat in elk geval dat de waarden die in de Joodse godsdienst worden beleden ook de waarden zijn van Spinoza en dus van de humanistische verlichting, terwijl we voor de Mohammedaanse waarden moeten kijken naar wat zich vandaag de dag in Syrië, Gaza, Irak en Afghanistan afspeelt.

De bedenkingen die Vogelaar heeft tegen christelijke stromingen heeft ze tegenover Trouw niet gespecificeerd, maar je zou kunnen denken aan het Ierse Katholicisme, uit naam waarvan tientallen jaren terreur is uitgeoefend in Noord Ierland. Er zijn inderdaad priesters lid geweest van de IRA, maar de paus en de kardinaal van Dublin hebben altijd openlijk het gebruik van terroristisch geweld veroordeeld. Het was de Ierse onafhankelijkheidsstrijd tegen Groot Brittannië en niet het katholieke geloof dat de inspiratiebron vormde voor het geweld. Misschien bedoelde Vogelaar dat ze bezwaar had tegen protestantisme à la Staphorst, maar dan zou ze toch moeten bedenken dat dit dorp de vreedzaamheid zelf is en altijd is geweest. Men mocht het daar niet eens zijn met andersdenkenden, geweld kwam er niet aan te pas.

Het protestante fundamentalisme dat in Amerika onder meer tot uiting is gekomen in incidentele aanslagen op abortusklinieken komt meer in de buurt van het moslimfundamentalisme, maar in Nederland kennen we dit gewelddadige christendom niet en zouden we het ook niet tolereren. Ook in Amerika wordt daar trouwens door veruit de meeste christenen openlijk stelling tegen genomen.

Ons bezwaar tegen het moslimfundamentalisme dat Vogelaar dan kennelijk niet deelt is dat ook hooggeplaatste mohammedanen, zoals de premier van Maleisië, terrorisme goedkeuren en openlijk van antisemitisme blijk geven.

Toen in Denemarken de cartoons werden gepubliceerd vond de hele islamitische wereld het vanzelfsprekend dat daar met geweld op werd gereageerd. Na de aanslagen in Amerika van 11 september gingen in Nederland mohammedaanse jongeren juichend de straat op. De moord op Theo van Gogh is door de Nederlandse Marokkaanse gemeenschap niet openlijk veroordeeld, waarbij ik een uitzondering moet maken voor Fouad Laroui, die trouwens ook in andere opzichten een uitzondering is.

Theo van Gogh ‘had er om gevraagd’ vond men in islamitische kring vrij algemeen. Het gaat bij de bezwaren van veel Nederlanders niet om de hoofddoekjes maar om dit soort uitspraken. Die bezwaren tegen hoofddoekjes zijn alleen maar een afgeleide van de bezwaren tegen de cultuur waarvan ze een uiting zijn. Als we van de Marokkanen als bevolkingsgroep zouden houden hadden we ook geen bezwaren tegen hun baarden en hun hoofddoekjes. Dat neemt niet weg dat Nederlanders persoonlijk heel goed gesteld kunnen zijn op individuele hoofddoekjes draagsters met wie ze in de praktijk te maken hebben. Maar dat is ondanks en niet dankzij. Het soort bezwaren dat Ellen Vogelaar met haar interview wilde bestrijden is niet zozeer gericht tegen individuen, maar tegen  de cultuur die het gedrag van jongeren uit die groep bepaalt.

In Nederland heeft men verder niets tegen de islam van de eigen Surinamers of van de Afghanen en Pharsi die zich hier gevestigd hebben, maar die hier geen eigen volksplantingen hebben. Het is best denkbaar dat een geloof waar andere mensen niet mee lastig worden gevallen op den duur tot het Nederlands erfgoed zou kunnen gaan behoren. De bezwaren richten zich niet tegen vreedzame nieuwe landgenoten maar tegen het geweld, de list en het bedrog die in naam van Mohammed en groepsgewijs worden bedreven. Wilders meent dat de profeet daartoe heeft opgeroepen, althans  wanneer het om andersgelovigen gaat. Als wij van het merendeel van de mohammedanen een stellingname zouden zien tegen dit soort opvattingen maar vooral natuurlijk tegen de zelfmoordaanslagen in hun wereld en de moorden en bedreigingen in ons land, dan zou de acceptatiegraad beslist stijgen. Dat Vogelaar geen begrip leek te hebben voor dit aspect van de Europese islam maakte haar vertrek uit het kabinet onvermijdelijk. Dat Wouter Bos dat inzag en daarvoor heeft gezorgd, valt in hem te prijzen.

Anet Bleich, die in de Srbrenica affaire al had laten zien ethisch niet helemaal on the ball te zijn, liet op 18/7/07 in De Volkskrant weten dat zij het helemaal met Vogelaar eens was. Wat haar daarbij bezielde is niet duidelijk.

Wie verband legt tussen de islam en eerwraak, vrouwenbesnijdenis, het discrimineren van homo’s, het verheerlijken van martelaarschap of het bedreigen van afvalligen, maakt volgens Bleich van die godsdienst een karikatuur. Die uitspraak is niet vol te houden. Het ontkennen van het verband maakt een karikatuur van de feiten. Dat de CU zich beledigd voelt als haar fundamentalisten met die van de islam vergeleken worden vindt Bleich onzinnig. Elke groep brengt eigen karakteristieke gebruiken mee en dat de gebruiken van de Islam over de hele wereld het geweld en de criminaliteit bevorderen is in haar redenering geen reden om die godsdienst anders te behandelen dan alle andere. Het “joodse” in joods-christelijk is volgens haar een hypocriet toevoegsel, als joods moet worden losgezien van de actuele invloed van echt bestaande joden(!?!).

Ze heeft maar op een punt gelijk. Ze vindt dat de individuele moslims net zulke mensen zijn als U en ik en dus voor bekering vatbaar, maar dat dit zou betekenen dat ook hun godsdienst gelijkwaardig is aan christendom en jodendom is daar helemaal niet mee aangetoond. Het geloof van Mohammed is net zo min gelijk aan dat van de vredelievende Jezus van Nazareth als het boeddhisme gelijk is aan de godsdienst van de Azteken.

Anet Bleich heeft geen gelijk en ze hoeft echt niet ver te gaan om dat ongelijk bewezen te zien. In dezelfde krant waarin haar column verscheen stond op pagina 4 het tragische verhaal van een volwassen Maleisische vrouw van Indische afkomst die gedwongen werd mohammedaanse te blijven, omdat bij haar geboorte haar ouders de islam aanhingen.

Op de voorpagina van dezelfde krant stond een bericht over een aantal zorgwerkers die in een islamitisch land ter dood waren veroordeeld terwijl ze bewezen onschuldig waren. Hun doodstraf is in levenslang omgezet na een betaling door de beschaafde wereld van honderden miljoenen euro’s, een schandelijke vorm van afpersing. Dat betrof het Libië van Chadaffi en dat land en zijn dictator hebben daarvoor  intussen hun verdiende loon gehad.

Ik wil Bleich graag toegeven dat het tweede voorbeeld niet zo duidelijk het gevolg is van een koranregel als het eerste maar de feiten leren dat in westerse landen waar de godsdienst van Mohammed geen invloed heeft de gemeenschappelijk God van joden, christenen en moslims beter gediend wordt dan in de Dar al Islam.

[1] De eerste grote pogrom op Europese bodem was in 1066 in Granada in Andalusië. Moslims moordden toen het grootste deel van de plaatselijke joodse gemeenschap uit met enkele duizenden doden als gevolg

 

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geloof, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s