Vrouwen in de publiciteit.

Barbara Baarsma is een top econoom in Nederland. In een interview over Europa zei ze een paar juiste dingen die ook al eens eerder gezegd waren, maar daarnaast ook een opvallend onjuiste.
Europese samenwerking is niet iets dat ons overkomt, het is een gezamenlijk project, vindt ze. We zouden het moeten beperken tot wat beter samen gedaan kan worden dan alleen, zoals banken toezicht, buitenland- en energiebeleid. Geen regelingen over schoolmelk, vrouwenquotum en andere pietluttigheden.
Het zal U opvallen dat er in die lijst een aanbeveling voorkomt die opzichtig onjuist is: een gezamenlijke buitenlandbeleid. Daar hebben we wel een functionaris[1] voor, maar die staat erbij en kijkt ernaar. Het buitenlands beleid wordt bepaald door de grote mogendheden in Europa. Dat is de reden waarom barones Ashton op die plek is benoemd.
Om als politicus in Engeland in de adelstand te worden verheven is zoiets als door een Nederlandse politieke partij naar het Europese parlement worden gestuurd. Dan willen ze je kwijt. Of omdat je op een plaats zit waar men liever iemand anders zou zien, of omdat je te lastig bent. Van Baalen was te lastig, maar dat kun je van Ashton niet zeggen. Niet lastig at all. Daarom juist is ze Hoge Vertegenwoordiger. Ze ontkent geld van communistische landen te hebben aangenomen in haar vroegere rol als penningmeester van de Campagne voor Nucleaire Ontwapening. Daarmee heeft ze zeker bedoeld dat ze dat geld niet heeft aangenomen voor privé gebruik. Maar dat de campagne voor de eenzijdige ontwapening niet door de communisten zou zijn gefinancierd is een notoire leugen.
Terug naar Baarsma. Die rangschikt het vrouwen quotum onder de Europese pietluttigheden en terecht lijkt me. Die positieve discriminatie van vrouwen is een handicap voor de werkelijk bekwamen onder hen en daar hoort deze Barbara zeker bij.
Wie ik daar ook toe reken, al meent ze geloof ik zelf van niet, is Harriet Duurvoort. Die schreef [2] in de Volkskrant over discriminatie versus vrijheid van meningsuiting. Artikel 1 legt naar haar smaak te vaak het loodje tegen artikel 7. Ze vindt sites als Geen Stijl, hababam, marokko.nl en Manjo racistisch en meent dat ze allemaal verboden zouden moeten worden.
Daar wil ik twee dingen over kwijt, of eigenlijk drie. Je kunt sites hier wel verbieden, maar het internet is niet Nederlands of Europees, dat is wereldwijd. Dat de vrijheid van meningsuiting iemand het recht geeft een ander te beledigen of om aan te zetten tot haat, is een vergissing. Van de andere kant kun je niet alles verbieden wat de een zegt en waar de ander zich aan stoort. Maar dat een flink deel van het commentaar op het internet beledigend en haatzaaiend is, is zeker waar.
Duurvoort vond de aangifte van Van der Linden en Tighadouini tegen Geen Stijl terecht. Persoonlijk vind ik dat we als Nederlandse overheid liever aan een stel goede IT ‘ers opdracht zouden moeten geven om een plan te maken hoe we van al dat schelden op het internet af zouden kunnen komen. Daar hebben we meer aan dan aan weer een paar duizend aangiften.
[1] Catherine Margaret Ashton (Upholland, Lancashire, 20 maart 1956) is de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie.
[2] 19/5/14

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in columns in de krant. Bookmark de permalink .