Een taak voor profeten.

Wijlen Jérôme Heldring, columnist bij het NRC Handelsblad, was een erudiet mens. Hij kende als goed opgevoede vooroorlogse Nederlander de bijbel in de Statenvertaling. Maar hij was, zover ik weet, niet thuis in het Hebreeuws, wat Martin Buber wel was.
Buber vertaalde Spreuken 29:18 in zijn “Verdeutschung” van de Schrift als volgt: “Wo keine Schauung ist wird ein Volk zügellos, aber glücklich es, hütets die Weisung!
Heldring maakte bezwaar tegen de vertaling die Balkenende daarvan gaf: “zonder visie verwildert het volk”, wat toch vrij dicht kwam bij de vertaling van Buber.
Schauung is immers zoveel als visie of inzicht en dat klopt wel met de vertaling van Balkenende. De term Schauung wordt in de Duitse bijbel vertaling ook gebruikt voor de visioenen van de profeet Ezechiël, die men tegenwoordig kan tegenkomen bij sf schrijvers en die daarom nu tot de meer populaire bijbelcitaten behoren. Heldring noch Balkendende zouden, meen ik, willen pleiten voor ‘visioenen’ als iets dat een volk afhoudt van verwildering.
De Dordtse vertaling van de Spreuken, waar Heldring zich op beroept, is ook in andere opzichten wel eens wat minder nauwkeurig, hetgeen Balkenende als VU pupil misschien beter bekend is dan de Leidenaar Heldring.
Balkenende citeerde ook de Franse schrijver en politicus Alexis de Tocqueville, uit diens hoofdwerk De la démocratie en Amérique. Weliswaar met de verkeerde datum, maar verder toch vrij nauwkeurig. Het mos maiorum, of les moeurs zoals de Franse verlichting haar noemde, staat voor richtinggevende ideeën en basis van het recht, dat klopt heus wel.
Alexis is de orthodox christelijke vorm van Alex en een naam van Byzantijnse Caesars en Russische Tsaren. Voor een Franse minister van buitenlandse zaken zeker minder gebruikelijk dan Alex; daarom, de vergissing van Balkenende, die hem Alex noemde i.p.v. Alexis is begrijpelijk en het was wat pietluttig van Heldring om hem daarop lastig te vallen.
In het tweede hoofdstuk van het eerste deel van De la démocratie en Amérique II zet De Tocqueville uiteen wat volgens hem de functie van “les croyances” is in de Amerikaanse samenleving, te weten om alle neuzen dezelfde kant op te zetten en de nieuwe immigranten in dit opzicht werk te besparen.
Hij zegt ondermeer: un homme qui entreprendrait d’examiner tout par lui même ne pourrait accorder que peu de temps et d’attention a chaque chose. Iets aannemen op gezag van een ander is een vorm van slavernij, maar een servitude salutaire.
Wat de religie betreft: si l’on regarde de très près, on verra que la religion elle même y (in Amerika) règne bien moins comme doctrine que comme opinion commune.
Anders dan Heldring, die zelf naar ik meen niet uitzonderlijk godsdienstig was, vermoed ik dat de Tocqueville er niet de oppervlakkige Churchilliaanse opvatting van het christelijk geloof op na hield, die Dostojevsky zo fraai in de mond legt van de Grootinquisiteur: goed voor anderen en goed voor de samenleving. Hij ziet het geloof eerder als onderdeel van de publieke opinie, die in een democratie, anders dan in een aristocratische samenleving, de arbiter is van alle maatschappelijke vraagstukken, een moderne opvatting.
Maar terug naar Balkendende en diens pogingen om normen en waarden te doen herleven in de samenleving: het erkennen van de noodzaak van normen op het gezag van de bijbel is iets anders dan ze bij wet of regeringsdecreet weer in te voeren als ze eenmaal verdwenen zijn. Dat is niet weggelegd voor seculiere regeerders, maar hoogstens een taak voor profeten.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in columns in de krant. Bookmark de permalink .