Onze grote schrijvers.

Van Hella Haasse bestaat, voor zover ik weet, één goed tv interview, dat van Max Pam. De andere die we een paar jaar geleden, bij haar overlijden weer even konden zien bevatten allemaal de vraag: vindt U het niet ten onrechte dat er steeds over de grote drie in plaats van over de grote vier gesproken wordt? Dan rilde ze even en wuifde de suggestie energiek weg; ze wilde niet in een adem worden genoemd met een aftakelende Gerard van het Reve en natuurlijk al helemaal niet met onze bourgeois gentilhomme Harry Mulisch. En dat Hermans daar geen bezwaar tegen had, begreep ze niet.
Er waren drie grote schrijvers in de naoorlogse tijd. Dat is net zoiets als wat de kinderen tegenwoordig op school geleerd wordt ‘er was hier vroeger kolonialisme en slavenhandel en dat was slecht’. Ze horen beide tot de vele onderwijskundige sjablonen. Slavernij was trouwens inderdaad slecht. Zij is daarom door onze voorouders niet uitgevonden, maar juist afgeschaft. Hier in West Europa bestond al geen slavernij meer sinds de vroege Middeleeuwen. Kolonialisme, aan de andere kant, had goede en slecht aspecten en Hella Haasse was in beide geïnteresseerd.
Ze is geboren in Nederlands Oost Indië en had helemaal niet de jeugdherinnering dat haar aanwezigheid daar slecht is geweest. Wel dat dekolonisatie in de naoorlogse tijd onvermijdelijk was, maar ook dat die gepaard ging met grote persoonlijke en maatschappelijke verliezen. Dat alle Nederlanders die in Nederlands Oost Indië gewoond hebben slecht zouden zijn geweest is onzin. Het gemak waarmee men aanneemt dat een negatief oordeel over vierhonderd jaar Nederlandse aanwezigheid in de koloniën even vast staat als dat twee plus twee vier is, is ergerlijk. Maar bijna even ergerlijk is de idee: ‘Nederland had na de oorlog drie grote schrijvers en dan misschien nog Jan Wolkers’. Dat is een rare gedachte , want we hebben een hele serie goede schrijvers gehad in die tijd, waar Hermans er een van was en Wolkers ook. Dat waren trouwens niet eens de twee besten, al kun je over zoiets uiteenlopend oordelen. Reve heeft na zijn Avonden en Op weg naar het Einde eigenlijk alleen nog wat fraaie gedichten geschreven en verder staat in dat verzamelde werk vrijwel niets meer dat de moeite waard is.
Nescio, Elsschot, Marga Minco, Bernlef en Maarten ’t Hart, Hugo Brandt Corstius, Karel van het Reve, Renate Dorrestein vallen me zo direct in als betere schrijvers dan de grote drie en dan sla ik er zeker nog wel een stel over. Hella Haasse had natuurlijk schrijvers kunnen noemen die haar boeiden maar die interessante vraag werd haar niet gesteld. Interviewers weten net als schoolkinderen waarschijnlijk alles al van de Nederlandse literatuur, onder meer dat Hella Haasse ‘bijna net zo goed’ is als Harry Mulisch. Zij was een beschaafde vrouw en gaf nooit de reactie die zo’n opmerking verdiende, maar ging snel op een ander onderwerp over.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in literatuur, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s