In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.

Hans Jansen, die een Arabist was en bevriend met Geert Wilders, was overleden. Naar aanleiding daarvan schreef een Volkskrant journalist een necrologie, waarin de volgende zin voorkwam: Jansen kon niet uitstaan dat (Abdul Jabbar) Van de Velde, die op veertienjarige leeftijd was bekeerd tot de islam niet begreep dat hij alleen op dat andere geloof kon overstappen doordat hij in een christelijke maatschappij is opgegroeid.
De journalist moet ongeveer het volgende bedoeld hebben. Van de Velde is, zoals veel afvalligen[1], fanatieker in het verdedigen van zijn nieuwe geloof en in het bestrijden van het oude, dan mensen die in die andere godsdienst en cultuur geboren zijn. Bovendien kun je je zoiets hier in Nederland permitteren en in moslim landen wordt het afgestraft
Wat Hans Jansen aan Van de Velde verweet was dus dat hij niet leek te beseffen dat het juist de verdraagzaamheid van het moderne christendom is die hem de mogelijkheid gegeven heeft om van geloof te veranderen. Vroeger zou hij zich het vege lijf hebben moeten redden door naar Arabië of Turkije te vluchten, zoals het voor moslims nog steeds levensgevaarlijk is om christen te worden.
Jansen had gelijk, maar voor de meeste mensen, die wat minder in de islam geïnteresseerd zijn dan hij, kost dat toch wat uitleg. Een mooie zin was het in elk geval niet van de Volkskrantschrijver.
Wie zijn zinnen erg mooi kan construeren en daarnaast ook een goed samenhangend verhaal kon schrijven was Han Voskuil. Ik heb nu drie keer Het Bureau uitgelezen van het eerste tot en met het laatste deel, iets waar ik wel een maand of wat over doe, maar het blijft de moeite waard.
Het onderwerp, kantoorleven in de tweede helft van de twintigste eeuw boeit me op zich niet zo erg. Ik heb zelf mijn werkzame leven op kantoren doorgebracht maar op een advocatenkantoor gebeurt flink wat meer dan op een bureau voor Volkenkunde en de mensen zijn er ook interessanter. Bovendien is iedereen daar op de buitenwereld gericht en moet je het kantoor meer zien als de basis van waaruit wordt geopereerd.
Wat Voskuil van zijn kantoor gemaakt heeft is toch indrukwekkend. Hij beschrijft mensen, als bijvoorbeeld de directeur Meertens en diens levenspartner Bianchi, door alleen maar te noteren wat ze doen en zeggen, zonder daar commentaar op te geven. Maar door zijn keuze beschrijft hij ze zo raak dat het niemand kan ontgaan dat Meertens het goed met de mensheid voor heeft en dat je uit de buurt van Bianchi moest zien te blijven.
Ik ken toevallig wel mensen die met allebei te maken hebben gehad en die bevestigen dat beeld van Voskuil onvoorwaardelijk. Ik heb zelf in mijn werkzame leven veel brieven geschreven en ontvangen. Ik kan U verzekeren dat de kwaliteit van zakelijke brieven erg varieert. Dat bijvoorbeeld de kwaliteit van Angelsaksische brieven gemiddeld veel beter is dan van Nederlandse of Duitse. Maar die van Voskuil steken overal boven uit, ongeacht de taal waarin ze geschreven zijn. Voskuil is goed in alle onderdelen van het schrijverschap en dat zijn niet zo veel auteurs[2]. Jane Austen had dat ook en haar onderwerpen waren zo mogelijk nog saaier dan die van Voskuil. Haar romans zijn zo mooi geconstrueerd en in zulk fraai Engels geschreven dat het ook nu, twee eeuwen later, moeilijk is om iemand te noemen die daaraan tippen kan.
Ik ben bezig een stel Engelstalige boeken te lezen van K.J. Parker. Dat is iemand die mooi Engels schrijft en bovendien goed is in dialoog en situatiebeschrijving. Maar zijn verhalen zijn chaotisch en in zijn beschrijving van mensen lijkt op die van een detective[3] schrijver. Parker is eigenlijk meer een moraalfilosoof dan een romanschrijver, maar het resultaat is dat hij ook zijn filosofische thema niet voor iedereen helder over het voetlicht krijgt.
Hij probeert zijn lezers uit te leggen wat slechtheid is, als onderwerp interessant genoeg. Maar door de constante veranderingen in de verhaallijn en in de rolverdeling van zijn hoofdpersonen blijft dat thema onuitgewerkt. Bovendien hebben Nederlanders, dat is duidelijk, een soort instinctieve afkeer van evil. Parkers boeken worden hier praktisch niet gelezen.
Voskuil is veel minder ambitieus. Hij wil niet meer dan een beeld geven van het leven op zijn kantoor, iets dat op zich behoorlijk saai is en door zijn talent pas interessant wordt.
Maar door de beperkingen die hij zich zelf daarbij oplegt[4] komt zijn thema heel goed over het voetlicht. Dat thema is dat het Nederlandse kantoorleven dom is en saai, met als gevolg dat veel talent hier onnodig wordt verknoeid.

[1] Het soort geloofsafvalligen als Van de Velde werd vroeger renegaat of apostaat genoemd en dat had een erg ongunstige klank
[2] Elsschot had dat ook en waarom die twee nooit zijn voorgedragen voor een Nobelprijs en Mulisch wel, begrijp ik dus niet.
[3] Detective schrijvers zijn er meer op uit hun lezers te verrassen dan om een consistent beeld van hun onderwerp neer te zetten en er een goed lopend verhaal van te maken.
[4] So ist’s mit aller Bildung auch beschaffen.
Vergebens werden ungebundne Geister
Nach der Vollendung reiner Höhe streben.
Wer Großes will, muss sich zusammenraffen.
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister,
Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben..

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s