De Puinhopen van Paars.

Het was niet de eerste publicatie van Pim die ik gelezen had. Een half jaar eerder lag er bij De Slegte, toen nog in de Kalverstraat, een stapel in de ramsj en daar heb ik er toen drie van gekocht.
Heel veel anders dan wat ik eerder gelezen had waren de puinhopen niet. Ik herinnerde me dat het levendig geschreven was, een beetje slordig, en dat er wel aardige, maar onuitgewerkte ideeën in stonden. Dat gold ook voor de Puinhopen van Paars, een titel die wel aardig allitereert, maar die de inhoud niet helemaal dekt.
De kritiek richtte zich tegen het doen en vooral ook tegen het laten van alle kabinetten van de jaren zeventig en later, vanaf het kabinet Den Uyl. De historicus Van Deursen heeft er in een artikel op gewezen dat wij sinds het eerste kabinet Thorbecke periodes van ongeveer vijftig jaar gehad hebben waarin steeds een nieuwe stroming de politieke agenda bepaalde. Dat begon met de liberalen, werd gevolgd door de christendemocraten en eindigde met de sociaaldemocraten. Ook wanneer ze niet aan de regering deelnamen waren het toch hun ideeën die uitgevoerd werden of waar men zich tegen afzette. Om de puinhopen wat nauwkeuriger te lokaliseren zou het zin hebben om met terugwerkende kracht niet alleen rood blauw maar ook rood zwart en zwart blauw als Paars aan te merken en de tweede helft van de twintigste eeuw als de paarse tijd.
De kritiek van Fortuijn richtte zich tegen de hele sociaal-democratische periode, waarin goede bedoelingen de boventoon voerden maar de resultaten niet navenant zijn geweest. Die kritiek is wel terecht, maar toch in de details en de uitwerking niet overal even overtuigend.
Met de zorg heeft Pim duidelijk meer ervaring dan met bijvoorbeeld de Nederlandse staatsinrichting. Toch zijn op dat laatste terrein zijn ideeën, meer schetsen eigenlijk, best aardig. Hij pleit voor een beperkt aantal ministeries, veel staatssecretarissen voor specifieke onderdelen van departementen en vooral veel projectgroepen voor het oplossen van acute problemen. Hij denkt aan een pool van goed geschoolde en betaalde topambtenaren die als kleine zelfstandigen of in groepje kunnen worden ingezet per project en ook per project worden betaald en die na gedane zaken weer terugkeren in de pool, tot de volgende klus.
McKinsey, Boer en Croon en andere adviesbureaus en interim-managers zouden dan kunnen worden afgeschaft. Aan het hoofd van het geheel staan, als een Raad van Bestuur, de zes of zeven ministers, die het zaakje aansturen en de agenda bepalen. Dat staatkundig programma vond ik wel wat.
Wat de zorg betreft kwam hij eigenlijk niet veel verder dan kritiek op de omvang van de inrichtingen en de vele lagen management en bureaucratie die er de laatste vijftig jaar zijn ingeslopen. Dat er een tegenstrijdigheid zit tussen de wens om de zorg op gelijke wijze voor iedereen toegankelijk te houden en de wens om door de consument de omvang en de kwaliteit te laten bepalen ziet hij niet, althans hij pleit voor allebei. Ook dat het de taak van een zorgminister is om deze keuze te maken en om niet Gods water over Gods akker te laten lopen, ziet hij niet, ondanks alle persoonlijke kritiek op minister Borst. Toch is het op dat punt dat alle achtereenvolgende Paarse regeringen te kort zijn geschoten. Natuurlijk wil iedere rechtgeaarde “paarse Nederlander” dat de kwaliteit en de omvang van de zorg onafhankelijk zijn van het inkomen van de zorgbehoevenden, maar geen van die ministers lijkt zich ooit te hebben afgevraagd of dat met een beperkt budget wel mogelijk is. Dat het zorgbudget beperkt is, is een gegeven. Hoe hoog de prioriteit ook is die men aan dit onderdeel van de overheids bestedingen wil geven, er zijn altijd andere prioriteiten die ook geld vragen. Zelfs als het hele nationale inkomen aan de zorg zou worden besteed is het theoretisch nog steeds denkbaar dat de consument meer wil, vooral als hij het niet zelf hoeft te betalen.
Ergens moeten dus grenzen worden getrokken. In de praktijk waren het in de tijd van Fortuijn de wachtlijsten die als een wal het schip keerden, maar toen het probleem van de wachtlijsten werd opgelost liep het ergens anders weer spaak.
Ook het probleem van de veiligheid, waar toen nog de twee departementen van binnenlandse zaken en justitie verantwoordelijk voor waren, kreeg er van langs in de Puinhopen. Ook daar onderschatte de schrijver de complexiteit van de problematiek. Hij had geen oog voor het in onze strafwet verankerde systeem, dat een simpele bestrijding van de criminaliteit onmogelijk maakt. De georganiseerde misdaad of de misdaad die routinematig en in grote aantallen wordt gepleegd kan met ons strafrechtsysteem niet bestreden worden om redenen die helaas niet in een handomdraai kunnen worden uitgelegd.
Een vergroting van de capaciteit “at a stroke” is niet mogelijk omdat er niet één, maar verschillende knelpunten zijn in het systeem en de oplossing van een aantal daarvan een aanzienlijke aanlooptijd nodig maken. De verhoging van de inzetbaarheid van de politie door een betere organisatie van de administratieve handelingen lijkt wel tot de mogelijkheden te behoren. De lage gemeten productiviteit van het politieapparaat heeft veel te maken met het moreel van de meeste corpsen, een gevolg van de moeilijke omstandigheden waaronder ze moeten werken.
Alles bij elkaar is De Puinhopen van Paars een aardig geschrift waarin een hoop problemen aan de orde worden gesteld. En ook al worden die niet opgelost, het zet aan tot nadenken, ook nu nog, zoveel jaar later.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in maatschappelijk, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s