Godsdienst en haatgevoelens

Wanneer alles verboden zou zijn dat aanzet tot religieuze haat, dan zou dat in de eerste plaats moeten gelden voor een godsdienst, die haat tegenover andersdenkenden preekt. Het verbod op zo ‘n godsdienst is kennelijk niet de bedoeling van het BUPO verdrag van de VN, waarin de vrijheid van godsdienst en van de publieke uitingen ervan worden gegarandeerd, ongeacht de verwerpelijkheid ervan.
Het haatartikel in de verdragen en in het strafrechtwetboek heeft betrekking op het aanzetten tot haat tegen de godsdiensten of andere etnische kenmerken van personen. Die haat wordt in het verdrag veroordeeld. Verdragspartijen worden verplicht zulk aanzetten tot haat bij wet te verbieden.

BUPO Artikel 18
1. Eenieder heeft het recht op vrijheid van denken, geweten en godsdienst. Dit recht omvat mede de vrijheid een zelf
gekozen godsdienst of levensovertuiging te hebben of te aanvaarden, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met
anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen
door de eredienst, het onderhouden van de geboden en voorschriften, door praktische toepassing en het onderwijzen
ervan.
2. Op niemand mag dwang worden uitgeoefend die een belemmering zou betekenen van zijn vrijheid een door hemzelf
gekozen godsdienst of levensovertuiging te hebben of te aanvaarden.
3. De vrijheid van eenieder zijn godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden
beperkt als wordt voorgeschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare veiligheid, de orde,
de volksgezondheid, de goede zeden of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.
4. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen van ouders of wettige voogden, de
godsdienstige en morele opvoeding van hun kinderen overeenkomstig hun eigen levensovertuiging te verzekeren.

Artikel 20
1. Alle oorlogspropaganda wordt bij de wet verboden.
2. Het propageren van op nationale afkomst, ras of godsdienst gebaseerde haatgevoelens die aanzetten tot
discriminatie, vijandigheid of geweld, wordt bij de wet verboden.

Artikel 27
In Staten waar zich etnische, godsdienstige of linguïstische minderheden bevinden, mag aan personen die tot die
minderheden behoren niet het recht worden ontzegd, in gemeenschap met de andere leden van hun groep, hun eigencultuur te beleven, hun eigen godsdienst te belijden en in de praktijk toe te passen, of zich van hun eigen taal te bedienen.

Dit zijn de relevante artikelen van het verdrag. Op dit verdrag was de oproep van Jordanië tot een vervolging van Wilders gebaseerd.
Nederland is ondertekenaar van het verdrag en als de Jordaanse juristen gelijk zouden hebben, zou het in de eerste plaats op de weg van Nederland liggen, als het land waar Wilders zijn wettige woon- en verblijfplaats heeft, om de vervolging te entameren. Zou een relevante wetsbepaling ontbreken, dan zou Nederland bij verdrag verplicht zijn om die wetsbepaling in te voeren, zij het niet met terugwerkende kracht.
Maar art. 137d bestaat en is geen dode letter. Wilders wordt op basis van dit artikel al vervolgd en het OM heeft ooit op grond ervan een vervolgingsonderzoek gestart tegen een Nederlandse cartoonist. Voor het aanzetten tot haat tegen de islam of tegen moslims, dat was niet helemaal duidelijk. 137 d luidt als volgt:
Wetboek van Strafrecht Artikel 137d,
1.Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.
Dat neemt niet weg dat de staat Jordanië een vervolging kan beginnen voor misdrijven begaan buiten het eigen grondgebied, als haar wetgeving dat toestaat. Dat was ooit het geval in België – toch geen erkend derde wereld land – en het is tegenwoordig nog steeds wet in Spanje. Zo’n land kan dan ook een internationaal opsporingsbevel uitvaardigen. Er zijn landen die daar bureaucratisch en dus automatisch op reageren door de betrokkene te arresteren en uit te zetten naar het land dat om opsporing heeft verzocht. Het geval Wilders zou een gerede aanleiding zijn om een dergelijke gewoonte in Europees verband eens juridisch aan de orde te stellen. Men zou uitlevering of uitzetting voor misdrijven begaan buiten de eigen landsgrenzen Europees moeten beperken tot verzoeken gedaan door het woonplaatsland of door een internationaal tribunaal voor misdrijven tegen de menselijkheid. Iedere verdergaande gewoonte kan, zoals blijkt, tot vreemde gevolgen leiden.
Heeft de film Fitna aangezet tot haat jegens moslims? Zo ja, waarom is Wilders hier dan niet specifiek voor vervolgd? Zijn parlementaire immuniteit reikt niet verder dan voor uitspraken gedaan binnen het parlement. Daar zit het hem niet in, maar hij zelf heeft nadrukkelijk beweert dat zijn doelwit de godsdienst is en niet de moslims die haar belijden. Daarmee heeft hij, als het tegendeel niet kan worden bewezen, vervolging in Nederland afgewend. Maar is dat in overeenstemming met het BUPO verdrag?
Dat verdrag is veel minder direct gericht op de mensen zelf en meer op de godsdienst die zij belijden. Zou met andere woorden Jordanië er in slagen te bewijzen dat aanzetten tot haat tegen een godsdienst onvermijdelijk haat inhoudt tegen de mensen die haar belijden, dan zou er sprake zijn van een leemte in de Nederlandse wet en van een zekere redelijkheid in een plaatsvervangende vervolging elders. Even veel redelijkheid wellicht als bij de vervolging van Pinochet in Spanje of van de Israëlische politicus Sharon indertijd in België. Aan de andere kant lijkt het in strijd met onze vrijheid van meningsuiting als geen kritiek meer mag worden geleverd op godsdiensten, hoe bizar die ook zijn en hoeveel schade die ook aanrichten. Het zou zeker op de weg liggen van onze regering en van onze medeleden van de EU om de gesloten verdragen op dit punt nader te onderzoeken.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in staatsrecht, strafrecht, Verenigde Naties. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s