Geweld en mensenrechten.

Het belangrijkste recht uit de Universal Declaration of Human rights is het recht op leven in vrijheid en veiligheid[1]. Dit recht is geschonden ten aanzien van alle mensen die op 11 September 2001 in de Twin Towers werkten. Hun veiligheid werd bedreigd en aan duizenden van hen werd het leven daadwerkelijk ontnomen.
Misdrijven tegen de menselijkheid op grote schaal vragen om een wereldwijde vervolging en om oorlog tegen landen die het sponseren. De bereidheid tot medewerking of een gebrek aan medewerking is de lakmoesproef voor de vraag wie wel of niet deel uitmaakt van de beschaafde wereld, die we tegenwoordig de global society noemen. Zo ongeveer kan men de speech samenvatten die Tony Blair, de Labour premier van het Verenigd Koninkrijk, hield na September 11th.
De Verenigde Staten hebben onmiddellijk laten weten zich in oorlog te achten met de bedrijvers van de aanslag, of als dat geen vertegenwoordigers van een of meer specifieke landen zouden blijken te zijn, met de landen die aan de bedrijvers hulp en onderstand hebben geboden. Maarten van Rossum, de zelfbenoemde volkshistoricus, was van mening dat er bij de Amerikaanse autoriteiten sprake was van een gebrek aan volkenrechtelijke kennis. Daar moest hij de e.t. Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Powell maar van op de hoogte stellen, dacht ik, toen ik hem dat hoorde zeggen. Dat zal daar zeker indruk maken.
De NAVO heeft naar aanleiding van deze aanslag een resolutie aangenomen met als strekking dat, wanneer de aanslag vanuit het buitenland bleek te zijn beraamd en uitgevoerd, artikel 5[2] van het Verdrag van toepassing zou zijn. Dit had dan tot gevolg dat de VS toen een beroep kon doen op militaire, logistieke en diplomatieke steun van haar bondgenoten.
Secretary of State Powell kondigde aan dat het hier niet om een eenvoudige represaille zou gaan maar om een jarenlange campagne tot bestrijding van het wereldterrorisme en dat is het ook geworden.
Het terrorisme is in principe de belangrijkste bedreiging waar de wereldvrede aan is blootgesteld. De gevaren variëren van autobommen tot mogelijk aanslagen met abc wapens, die miljoenen mensenlevens kunnen vergen. Juist de openheid van de westerse samenleving die haar zo succesvol heeft gemaakt, maakt haar tegelijkertijd kwetsbaar voor terreuraanslagen in allerlei vorm.
Aanslagen, zoals van de Noor Breivik, zijn meestal een teken van een sterke religieuze of ideologische bevlogenheid. Terroristen zijn mensen die hun idealen en overtuigingen zo absoluut stellen dat een afweging van doel en middelen niet meer wordt gemaakt. Vaak hebben ze standpunten die voor een deel wel verdedigbaar zijn, zoals in het geval van de Palestijnen, maar het gelijk wordt dan met zulke zware middelen nagestreefd dat hun gedrag erger is dan de misdrijven van ordinaire criminelen, die alleen op gewin uit zijn.

In de praktijk is de grens tussen terroristen en ordinaire criminelen bovendien vloeiend. Van sommige Sinn Fein leden in het Noord Ierse parlement is bekend dat zij in hun actieve periode niet van bankroven terugschrokken voor het financieren van zowel hun terrorisme als van het eigen levensonderhoud. Irak was het hoofdkwartier van een terrorist die een heel land gestolen had en het behandelde als zijn persoonlijk eigendom.
Het verschil tussen terroristische benden en officiële regeringen is vloeiend. Niet alleen Saddam Hoessein maar de meeste Arabische presidenten hebben geen legitieme gezag basis[3]. Hun macht berust praktisch overal op geweld. Soedan, Syrië, Libië, Algerije, om maar een paar van de grootste Arabische landen te noemen horen allemaal in dat rijtje thuis. Israël, dat van huis uit een westers land is, wordt aangestoken door het geweld in zijn omgeving en wordt in elk geval door zijn Arabische buurlanden als een terroristenstaat gezien.
Of oorlog in alle gevallen het juiste middel is of niet, een eind aan het terrorisme is een volkenrechtelijke wenselijkheid. Het is immers de negatie van het mensenrecht bij uitstek.

[1] Artikel 3 UVRM. Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon

[2] Artikel 5 NAVO verdrag. Artikel 5. De Partijen komen overeen, dat een gewapende aanval tegen een of meer van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd; zij komen bijgevolg overeen, dat, indien zulk een gewapende aanval plaats vindt, ieder van haar de aldus aangevallen Partij of Partijen zal bijstaan, in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging erkend in Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, door terstond, individueel en in samenwerking met de andere Partijen, op te treden op de wijze, die zij nodig oordeelt – met inbegrip van het gebruik van gewapende macht – om de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied te herstellen en te handhaven.
Elke gewapende aanval van dien aard en alle dientengevolge genomen maatregelen moeten terstond ter kennis worden gebracht van de Veiligheidsraad. Deze maatregelen zullen worden opgeheven, zodra de Veiligheidsraad de nodige maatregelen zal hebben genomen, om de internationale vrede en veiligheid te herstellen en te handhaven.
[3] President Morsi van Egypte had die basis wel naar een erg democratisch regime bouwde hij er niet mee op.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geweld, recht, Verenigde Naties. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s