Karl Jaspers.

In Vom Ursprung und Ziel der Geschichte[1] geeft Karl Jaspers in het derde hoofdstuk van het eerste deel een korte beschouwing over biologische eigenschappen en afkomst van de mens. Daar was in 1948, toen hij dit boek schreef veel minder over bekend dan tegenwoordig, maar ook op basis van de stand van de wetenschap in zijn dagen valt er op die beschouwing wel wat aan te merken.
In de opmerking dat het lichaam de uitdrukking is van de ziel spreekt meer de dominee dan de filosoof. De ziel of anima[2] is een biologische eigenschap van levende wezens, door Aristoteles beschreven in zijn biologische standaardwerk. Plato had wel een opvatting over de ziel die dichter bij die van Jaspers komt, dichter in elk geval dan die van Aristoteles, maar Plato was dan ook vooral godsdienstig ingesteld. Zijn opvattingen zijn erg gericht op het ‘hogere’. Wat we op het Paulinische christendom tegen kunnen hebben stamt in het algemeen van Plato, meer dan van Jezus van Nazareth.
De verschillen die Jaspers opmerkt tussen mensen en andere dieren zijn oppervlakkig, op een na. Hij wijst op het rechtop lopen, de grote schedel met bijbehorend relatief groot gewicht van de hersenen, de hand, de blote huid, het huilen en lachen. Opvallend vindt hij ook de ongespecialiseerd organen van de mens. Met uitzondering dan van de hersenen, zou je zeggen, die zijn wel degelijk heel gespecialiseerd.
Wat daarnaast geen oppervlakkig verschil lijkt en waarop Jaspers wel wijst is de lange periode tussen de geboorte en het zelfstandig functioneren van mensen. Die dient, meent Adolf Portmann[3], om mensen in de gelegenheid te stellen zich sociaal te ontwikkelen. In de periode tussen de geboorte en het einde van de kleuterjaren verwerft een mens zijn culturele competenties. Hij leert de taal spreken, de normen en waarden te verinnerlijken en al het andere dat hij nodig heeft om in de samenleving te functioneren waarin hij geboren is en die hij niet kan leren zolang hij in de buik van zijn moeder blijft.
Jaspers volgt hierin Portmann, maar mist naar mijn mening toch de portee die samenleving en cultuur voor mensen hebben. Hij mist de gedachte die wel bij Portmann is terug te vinden dat mensen hun eigenaardigheden in eerste instantie aan de cultuur, dat wil zeggen aan hun samenleving te danken hebben. Hij wijst die gedachte af met de retorische vraag hoe dan ooit die cultuur ontstaan kan zijn.
Hier wreekt zich dat Jaspers niet biologisch geschoold is en ook zijn zegsman Portmann meer antropoloog dan bioloog of paleontoloog was. Dat mensen en hun samenleving samen geëvolueerd moeten zijn is iets wat een bioloog instinctief begrijpt. Maar daarom mist Jaspers ook de pointe dat het de samenleving is van waaruit de eigenschappen moeten worden bekeken die mensen van de andere dieren onderscheiden. Homo sapiens sapiens onderscheidt zich van zijn voorouders door een verder geëvolueerde samenleving en ook de geringe verschillen die er tegenwoordig bestaan tussen mensen zijn allemaal te herleiden tot aanpassingen aan hun samenlevingen.

Het racisme, dat een van de kenmerken was van de tijd waarin Jaspers leefde, maakt dat hij de mensen als soort verdeeld in een zwart, geel, en wit ras en al het andere ziet als mengvormen tussen deze drie. Maar het is biologische onzin om over zwarten als over één ras te spreken. Afrikanen zijn ouder dan de rest en daarom ook diverser.
In werkelijkheid stammen alle mensen uit Afrika en stammen Europese, Amerikaanse en Aziatische mensen gezamenlijk af van een of meer een kleine groepjes mensen die via het Midden Oosten uit Afrika de wijde wereld zijn ingetrokken. Al die emigranten hebben een gemeenschappelijke voorouder die niet meer dan tachtig duizend jaar in het verleden leefde, terwijl de Afrikanen een gemeenschappelijke voorouder hebben die drie keer langer terug leefde.
De relatief grootste verschillen tussen mensen moeten daarom in Afrika worden gezocht. De rest van de mensheid is veel nauwer onderling verwant. Complexe samenlevingen in de Afrikaanse geschiedenis zijn vrijwel uitsluitend in het Oosten en Noorden van het continent te vinden, wat wijst op de grotere verwantschap van die streken met de mensen in andere delen van de wereld. Datgene wat de Aziatische, Europese en Amerikaanse mensen onderscheidt van vooral de West Afrikaanse mensen is de complexiteit van hun samenlevingen.

Het is jammer dat Jaspers dat punt gemist heeft, juist omdat de kleine biologische verschillen zulke grote gevolgen gehad hebben voor de geschiedenis van de gemeenschappen die hij beschrijft in zijn boek.

[1] Artemis Verlag 1949 Zürich.
[2] Περὶ Ψυχῆς, http://www.mikrosapoplous.gr/aristotle/psyxhs/contents.html.
[3] 27. Mai 1897 Bazel; † 28. Juni 1982 Binningen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in evolutie, wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s